HET MIGRANTENMUSEUM

De opa

BEELD FEMKE VAN HEERIKHUIZEN

Het moet in 1968 zijn geweest dat de politie weer eens een inval deed in een van de studentenhuizen in Ankara. Als getrainde jachthonden snuffelden ze in het hele huis. Ze moesten en zouden de verboden publicaties vinden. En dat deden ze dan ook. Alle boeken en bladen waarin de woorden en de namen socialisme, solidariteit, Engels, opium, uitbuiting, Marx, godsdienst, Lenin, herverdeling, arbeiders voorkwamen, moesten gevonden en in brand gestoken worden.
Een van de politiemannen ging zitten en keek in de ogen van de student die straks mee zou gaan om vanwege het bezit van die verderfelijke publicaties eerst gemarteld te worden en vervolgens lange tijd in de bajes te verdwijnen. De agent was plichtbewust, streng en hard, maar hij had ook een hart. Als een strenge vader sprak hij het schaapje toe dat op zijn afslachting wachtte: ‘Jongen o jongen, waarom doe jij toch zulke onverstandige dingen? Kijk toch naar die foto van je bebaarde opa die je aan je muur hebt hangen. Heeft de aanblik van deze vrome pelgrimganger jou niet op het juiste pad kunnen houden?’
De foto die de politieagent in de koude Ankara-nacht met een warm religieus gevoel vervulde, hangt in het Migrantenmuseum. De man op de foto kijkt met de rustige ogen van een betweter, heeft een veel langere baard dan de gemiddelde Mekka-ganger, heeft ondanks de strenge houding toch stoute, twinkelende ogen en glimlacht stiekem met de wetenschap dat door zijn pen de wereld op z’n kop zal staan. Onder dit immense portret aan de muur van het Migrantenmuseum staat de naam van de imposante opa: Karl Marx.
Toen ze de nieuwe migrant een baan bij de metaalfabriek in Zaltbommel gaven, moet het lot gegniffeld hebben. De migrant, 27 jaar, vader van twee kinderen op de wereld en eentje in de baarmoeder van zijn vrouw, misschien niet de meest schrandere maar wel zeker de ijverigste onder de migranten, kwam door de speling van het lot terecht in het land waar de moeder van de ‘vader der arbeiders’ vandaan kwam. De nieuwe migrant, een boer die in twee dagen een hele eeuw industriële revolutie diende te overbruggen, werd ook nog eens aan het werk gezet in Zaltbommel, de stad waar Marx een tijd verbleef.
De politie-agent die Karl Marx voor een godvrezende moslim had aangezien rookte goedkope Turkse sigaretten met filter. Karl Marx genoot regelmatig van sigaren. De nieuwe lasser in Zaltbommel begon aan shag. Hij inhaleerde de rook en dacht met weemoed aan zijn kinderen en zijn vrouw. In de weekenden schoor hij zich keurig, trok zijn beste pak aan en probeerde Nederlandse vrouwen te versieren.
In de herfst regende het zo lang dat de lasser verteerd werd door een gevoel van eenzaamheid. Wanneer hij naar de toekomst keek, zag hij zwarte wolken, een koude winter en een reeks Nederlandse vrouwen die hem afwezen. Dat was de herfst waarop hij besloot zijn gezin over te brengen. Hij deed dat, worstelde met de problemen van zijn kinderen, huwde ze uit en voldeed aan de verwachtingen van de familie door met deze huwelijken nog meer familie naar Nederland te halen.
De gastarbeider is reeds oud en afgekeurd. Niet wetend dat een bekende man hem ooit had beloofd dat hij en zijn vrienden eigenaars zouden worden van de machines en de fabrieken waar ze in hebben gewerkt. Wie weinig weet is ook minder teleurgesteld. Omdat de lasser niet weet dat een man die in de straten van dat Zaltbommel van hem lange wandelingen maakte en een grootse toekomst voor de lasser voorspelde, is hij vrij tevreden met zijn leven.
Marx hangt in het Migrantenmuseum, de lasser aan de muren van zijn eigen kinderen. Hij heeft ook een grijze baard, weliswaar korter dan die van Marx, maar de lasser is in tegenstelling tot Karl wél naar Mekka geweest. Inmiddels is hij ook gestopt met het roken van shag. Hij rookt elke dag in de moskee aan de opium die religie heet.