De opgravingen van jezidi-massagraven liggen stil

Sinjar – Aan de voet van het reusachtige Sinjar-gebergte, verstopt tussen het gras liggen ze: de botresten van een groep geëxecuteerde jezidi’s, vermoedelijk uit het boerendorpje Hardan even verderop. Een hekwerk en het bordje ‘Pas op: Massagraven’ moeten het stoffelijk overschot bescherming bieden.

In augustus 2014 stormde terreurgroep IS de Sinjar-regio binnen en vermoordde honderden jezidi’s. Anderen werden gekidnapt of kwamen klem te zitten op de berg; zonder water en eten, onder de bloedhete zomerzon. Hoeveel jezidi’s zijn omgebracht is onduidelijk, maar de Verenigde Naties spreken van een volkerenmoord.

Sinds het noorden van de Sinjar-regio eind 2014 werd heroverd, stuitten de autoriteiten op 35 massagraven met in totaal vermoedelijk 1500 lichamen. De graven zijn onmisbaar bewijs om IS-leden te berechten en de sleutel tot de identificatie van de duizenden vermisten. Toch liggen ze er nu, 2,5 jaar later, onaangeroerd bij. ‘Ons wordt verteld niets te doen’, vertelt een gevluchte jezidi-student in Duhok woedend. ‘Maar ondertussen zien we het genocidebewijs voor onze ogen wegspoelen.’

Fawaz Abbas, onderdirecteur van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (icmp) in Irak, noemt de situatie ‘zeer zorgelijk’. Zijn organisatie helpt het land al jaren met het opsporen en identificeren van verdwenen personen, maar in Sinjar stuit zijn team op verzet. De reden: Arbil en Bagdad hebben ruzie.

Aan de frontlinie rukken de twee weliswaar samen op tegen IS, maar in het achterland zijn ze verwikkeld in een landstrijd. Want over de grens tussen Irak en de Koerdische Autonome Regio in het noorden is nooit overeenstemming bereikt. Sinjar hoort op papier bij Irak, maar in de praktijk maken de Koerden er de dienst uit. De massagraven zijn nu de spil in een strijd om de juridische macht in Sinjar: want wie de leiding over het identificatieproces en forensisch onderzoek krijgt, heeft Sinjar de jure in handen. Zolang er geen oplossing gevonden is, blijft de opgraving stilliggen.

Het is een bittere pil voor de jezidi’s. ‘Ze dansen op ons graf’, zegt Hassim, een 31-jarige jezidi. Het politieke getouwtrek is een bevestiging van wat hij al lang wist: voor wie geen Koerd of Arabier is, is hier geen plek. Daarom wil hij zo snel mogelijk weg, het liefst naar Duitsland.


Lees meer over het onderwerp in het dossier Kruitvat Iraaks-Koerdistan: bommen en massagraven bij MO*. Of luister hier naar het fragment Kruitvat Iraaks-Koerdistan bij VPRO bureau Buitenland.