De opium-oorlog van van traa

Sinds de opiumoorlogen uit de vorige eeuw, waarbij de Britse marine de Chinese bevolking per kanon trachtte aan te zetten tot verhoogde consumptie van drogerende waren, heeft er niet meer zo'n staaltje van door de staat gecontroleerde doorvoer van drugs plaatsgevonden als de laatste jaren. Het is dan ook zeer te prijzen dat de parlementaire inquisitie onder leiding van Maarten van Traa nu eindelijk begint te wroeten in deze al jaren walmende beerput. Tot nu toe verspilde de commissie echter wel erg veel kostbare tijd aan oppervlakkige orientatierondes. Soms was de vraagstelling ronduit naief - met name D66-kamerlid De Graaf leek af en toe een verdwaalde padvinder op de Zeedijk. De cijfermatige salto mortale van de criminologische kabbalist Frank Bovenkerk was een zinderende illustratie voor de vrijblijvendheid die in de verhoren overheerste.

Van Traa had al voorspeld dat het een tijdje zou duren eer spijkers met koppen zouden worden geslagen: ‘Het is als een grote legpuzzel, die je pas geheel kan overzien als ook het laatste stukje is neergelegd.’ Dat stadium lijkt nu nabij, al past daarbij de aantekening dat de pers - Bart Middelburg van Het Parool voorop - allang substantiele oplossingen voor het grote raadsel had aangereikt. Zo is het gehele relaas over de cocainesmokkel van het Interregionaal Rechercheteam (IRT) Haaglanden - tot dusver hartstochtelijk ontkend door Justitie - reeds in geuren en kleuren beschreven in het boek Operatie Delta van de Parool-speurder en zijn kompaan Kurt van Es. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat de steeds verder in het nauw gebrachte politie en justitie tijdens de verhoren van verleden week royaal begonnen te strooien met aantijgingen jegens de journalistiek, die op de loonlijst van de maffia zou staan en de autoriteiten in dit land publicitair zouden saboteren. De Noordhollandse politie verkondigde dit bij monde van CID- chef O. Dros, ondersteund door de Haarlemse officier van Justitie Gonzales, die mededeelde dat de belastingaangiften van het verdachte journaille al op steekpenningen waren doorgevlooid. Dat onderzoek leverde natuurlijk niets op - alsof eventuele douceurtjes van de cocainekartels fiscaal zouden worden verantwoord. Het waren dan ook vooral mededelingen die werden gedaan om hun publicitaire effect.
Wat de commissie-Van Traa nu te doen staat, is: doorvragen en nog eens doorvragen. Niet meer aftastend, maar op z'n Amerikaans: wie, wat, waar, wanneer en waarom. Daarbij zal de commissie steeds meer Winnie Sorgdrager tegen zich vinden. De Justitie-minister verbiedt nu al de opkomst van kroongetuigen en zal nog meer van haar macht gebruiken naarmate de commissie dichter bij de allerpijnlijkste feiten komt. Als gewezen procureur-generaal in Den Haag, thuisland van IRT-Haaglanden, heeft Sorgdrager dubbel te verliezen bij dit onderzoek. Het zou dan ook meer dan wijs van Van Traa zijn om zijn naar verluidt dagelijkse overleg met de minister voorlopig maar te staken. Het is niet erg opportuun om iemand dagelijks op te hoogte te houden en tegelijkertijd de poten onder haar stoel door te zagen.