Verdeeld land Boze burgers hebben niet altijd gelijk

De opkomst der populisten

Een populistische partij moet in de regering afstand nemen van haar radicale opvattingen. Maar als de PVV blijft hameren op symboolpolitiek kan de partij een eind komen, blijkt in het buitenland.

Medium aukje

NA JARENLANG op grote virtuele winst te hebben gestaan, vertaalde de boodschap van Geert Wilders zich vorige week concreet in nieuwe politieke krachtsverhoudingen in de Tweede Kamer. In het Nederlandse coalitiesysteem is de belangrijkste vraag dan meteen: binnen of buiten de regering? Hierbij spelen allerlei zaken een rol. Coalitievoorkeuren spelen op, met CDA-prominenten die openlijk stellen een coalitie met de PVV ‘onacceptabel’ te vinden, en een opiniepeiling die aangeeft dat de meeste VVD-stemmers positief staan tegenover een rechtse coalitie. Er is bezorgdheid over het Nederlandse imago in het buitenland, bijvoorbeeld bij het MKB. Er is de kwestie van de regeerbaarheid, met brede angst voor politieke instabiliteit. Of die van de bestuurbaarheid, met een enquête die aangeeft dat ruim de helft van de ambtenaren niet wil werken onder een PVV-minister of -staatssecretaris.
Ook het feit dat politici moeizaam een principiële of strategische positie innemen, tekent de verwarring die sinds de opkomst van Pim Fortuyn heerst over hoe er moet worden omgegaan met het populisme. Het gebrek aan politieke slagvaardigheid van politici vergeleek Rob de Wijk onlangs in een interview met 'kleine kinderen die bang onder het dekbed wegkruipen’. 'Leiders durven niet te vertellen wat de gevolgen zijn van niets doen. In plaats daarvan roepen ze maar wat’, aldus De Wijk.
Maar bovenal domineren twee andere zaken het debat over de regeringsdeelname van de PVV: ten eerste de vraag of de stembuswinst van de PVV betekent dat andere partijen ook nauwgezet moeten gaan luisteren naar de boze burger, en ten tweede de vraag welk effect de regeringsdeelname van de PVV heeft op de toekomst van de partij, of breder, op de toekomst van rechts-populisme in de Nederlandse politiek.
Wat de eerste vraag betreft, lijkt het debat onmiddellijk in de kramp te raken die Nederland kent van tijdens en na de opkomst van Pim Fortuyn: angst voor de ontketende woede waarmee rechtse Nederlanders zich op hun reële en ingebeelde vijanden wierpen. Er zijn nog maar weinig opponenten die deze dagen hardop durven zeggen dat de PVV ondanks de winst moet worden genegeerd. Want een openbare afkeuring van Wilders maakt kwetsbaar. Wie het waagt kritische kanttekeningen bij deze partij te plaatsen wordt grof afgeserveerd. Critici zijn 'dom en elitair’, hebben het contact met 'de werkelijkheid’ verloren en weten niet 'wat er onder het volk echt leeft’. Afwachten en zwijgen lijkt nu meer politiek opportuun dan openlijk zeggen dat anderhalf miljoen kiezers misschien wel géén gelijk hebben.
Historicus Maarten van Rossem hoort daar niet bij. Hij publiceerde eerder dit jaar het boek Waarom is de burger boos? Desgevraagd is hij weinig dubbelzinnig. 'Fatsoenlijke democratische partijen moeten niet met Wilders in zee gaan’, zegt Van Rossem. 'Zijn standpunten zijn volkomen onacceptabel. Tegen iemand die zich tegen de beginselen van de grondwet keert en zich met een paranoïde obsessie uitlaat tegen een minderheid, moet je duidelijk nee zeggen. Hem in de onderhandelingen serieus nemen is wel verstandig, en ik denk dat het vooral strategisch van aard is. Maar ik vind ook dat Wilders al veel te lang met fluwelen handschoenen wordt aangepakt.’
Van Rossem vindt de mantra dat 'de kiezer altijd gelijk heeft’ grote kul. 'Heeft de kiezer gelijk als Berlusconi in Italië de democratie om zeep helpt?’ vraagt hij. 'De boze burger is zestien procent van de Nederlanders, zij denken dat ze Einstein gelijk zijn, maar hun woede is ongericht en zonder oplossingen. Ik noem dat “modieus pessimisme”. Alles is verkeerd en men praat elkaar in de put. 84 procent van de stemmers denkt daar nog altijd totaal anders over. Het probleem is niet Wilders en zijn aanhang, maar de zwakte van de gevestigde grote partijen. Hun onzekerheid maakt hem gevaarlijk. Het frame van de populisten is bepalend geworden, omdat ze zelf geen ideologische autoriteit meer hebben.’

TEGENOVER VAN ROSSEM staan vele anderen, die waarschuwen dat negeren van de PVV-winst zal terugslaan als een boemerang. Hoogleraar geschiedenis James Kennedy, die in Bezielende verbanden beschreef hoe Nederland bezig is met een verbouwing van zijn politieke en mentale structuur, is daar een van. 'Het populisme bleef in Nederland ongrijpbaar, want het was nauwelijks fysiek zichtbaar’, zegt Kennedy. 'Bij deze verkiezingen heeft er een coming out plaatsgevonden. De PVV is salonfähig geworden en de gevestigde politieke partijen hebben het geluid in de afgelopen jaren noch duidelijk afgewezen, noch er iets tegenover gesteld. Het geluid van boze burgers mag je nooit afschrijven. Goed luisteren en duidelijk zijn in je antwoorden en oplossingen - dat zal de komende jaren de uitdaging worden.’
Kennedy signaleerde al eerder dat het wegvallen van collectieve waarden en identiteiten een vruchtbare bodem creëerde voor populisme. Nu daar een grote politieke partij uit ontsproten is, voorziet Kennedy voor de toekomst vooral instabiliteit. 'Door de politieke realiteit zal de PVV concessies moeten doen en gedwongen worden gematigd te zijn. Dat doet Geert Wilders nu al’, zegt hij. 'Maar omdat de PVV een jonge partij is en nog geen sterk kader heeft opgebouwd, krijgen ze waarschijnlijk ruzie. Dan lost het zich deels vanzelf op. Maar de prijs voor de samenleving is wel hoog. Een onstabiele regering is ongunstig voor de economie en de andere partijen lopen averij op. Door samen te werken zetten zij hun legitimiteit op het spel en krijgen nog minder binding met hun achterban. Voor onze internationale reputatie is het een blijvend probleem.’

HEEL WEST-EUROPA worstelt met het fenomeen van populistische partijen en hoe zij een plaats moeten krijgen in het politieke landschap. Over de effecten van hun deelname aan de landsregering is inmiddels aardig wat te zeggen, op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren. 'Het belangrijkste wat we over populistische partijen in West-Europa kunnen zeggen, is dat hun succes niet een tijdelijk fenomeen is. Partijen die een beeld schetsen van een homogene, deugdzame gemeenschap die van boven wordt aangevallen door een corrupte en arrogante elite en van onderen door immigranten: 'They are here to stay’, zegt politicoloog Duncan McDonnell, co-auteur van Twenty-First Century Populism: The Spectre of Western European Democracy, in een telefonisch interview.
'Als reactie op deze partijen zijn verschillende tactieken geprobeerd, elk met hun eigen risico’s’, vervolgt McDonnell. 'Het cordon sanitaire tegen het Vlaams Belang leek aanvankelijk contraproductief, maar lijkt uiteindelijk te hebben gewerkt. In veel andere landen hebben partijen standpunten van de populisten overgenomen. En in weer andere landen zijn populisten in de regering opgenomen. Of dit gebeurt, hangt simpelweg af van het kiessysteem dat landen hanteren. In Groot-Brittannië en Frankrijk blijven populisten uit de landsregering, in landen met coalitiesystemen zijn al verschillende populistische partijen aan de macht gekomen.’
'De eerste regeringsdeelname van populisten heeft altijd rampzalig voor ze uitgepakt: een drama met de FPÖ in Oostenrijk, een blamage voor de Lega Nord in Italië, een ramp met de LPF in Nederland. Elke keer was onderlinge strijd en incapabele bestuurders de oorzaak. Uit strategisch oogpunt zou het voor de PVV daarom beter zijn uit de regering te blijven’, aldus McDonnell. 'Maar op lange termijn wordt het plaatje anders. In Italië is de Lega al tien jaar bijna onafgebroken aan de macht. De tweede en derde termijn bezorgden hen geen stemverlies meer en geen splitsing.’
Uit het onderzoek van McDonnell komt echter een sleutel voor succes naar voren die de PVV mist: 'Wat cruciaal is in bij het succes van de Lega Nord is dat zij een uitgebreide grassroots-organisatie hebben die voortdurend in contact bleef met de achterban tijdens het regeren. Dat mist Wilders natuurlijk totaal - hij heeft niet eens een partijorganisatie. Voor hem lijkt me regeringsdeelname dan ook meer gevaren dan voordelen op te leveren.’
De conclusies van McDonnell worden ook ondersteund door onderzoek van de Amsterdamse onderzoeker Joost van Spanje, die promoveerde op cordons sanitaires in vijftien West-Europese landen sinds 1945 en daarna onderzoek deed naar regeringsdeelname door Europese anti-establishmentpartijen. 'Vooraf werd voorspeld dat uitsluiten van elke samenwerking een populistische partij alleen in de kaart zou spelen, maar daarvoor is geen bewijs’, zegt Van Spanje.
Ook de regering ingaan, helpt populistische partijen doorgaans niet. 'Een partij verliest gemiddeld bij de volgende verkiezingen twee tot drie procent als ze in de regering heeft gezeten, maar anti-establishmentpartijen verliezen gemiddeld het dubbele’, aldus Van Spanje. Maar tegenover de kortetermijnrisico’s staan langetermijnvoordelen. Van Spanje: 'Door het bekleden van posities en het maken van beleid verwerven anti-establishmentpartijen grotere legitimiteit. Ze krijgen meer aandacht, meer aanzien en daardoor grotere acceptatie.’
Daar komen nog andere effecten bij, meent de Groningse politicoloog Paul Lucardie. 'Als ik zie hoe Wilders opereert, denk ik dat hij lang in de Nederlandse politiek actief kan blijven’, zegt hij. 'Er is in het politieke landschap in Nederland ruimte voor. Maar hoe langer de PVV actief is, hoe moeilijker het wordt populistisch te opereren. De boodschap van de partij zal daardoor aan glans verliezen.’
De Italiaanse politicoloog Daniele Albertazzi, de tweede auteur van Twenty-First Century Populism, ziet twee grote uitdagingen voor populistische partijen die deelnemen aan een regering: 'Ten eerste moeten populistische partijen hun radicale imago vasthouden om hun aantrekking op de achterban te behouden. Maar regeringsdeelname betekent compromissen sluiten. De Zwitserse SVP en de Italiaanse Lega Nord laten zien hoe je dat dilemma oplost: zij hebben uitstekende communicatiekanalen van boven naar beneden, en leggen de compromissen die ze in de hoofdstad sluiten direct uit aan hun achterban, op buurtniveau. Ten tweede moeten de populisten zichtbare successen scoren op thema’s die er voor hun achterban toe doen. Het doet er niet toe of dat een echt succes is of alleen een lege huls. Het minarettenreferendum in Zwitserland is een perfect voorbeeld. De SVP organiseerde dat en won, terwijl er in heel Zwitserland maar vier minaretten zijn en nog steeds iedere moslim zijn moskee kan stichten. Zulke symbolische overwinningen stellen de SVP in staat op andere terreinen compromissen te sluiten. Ik vermoed dat dat het spel is dat Wilders wil spelen. Hij zal willen scoren op identiteitspolitiek en symboolpolitiek, zodat hij op sociaal-economisch gebied kan inleveren. Zolang hij zijn achterban iets kan geven op het gebied van moslims zullen ze dat wel slikken.’
Net als zijn collega McDonnell verwacht Albertazzi bepaald niet dat we enkel een populistische golf meemaken die snel zag wegebben: 'Dat idee is wensdenken gebleven. Sommige populistische partijen groeiden zelfs toen ze deelnamen in een regering. De FPÖ ging tijdelijk achteruit in Oostenrijk, maar daar heb je nu maar liefst twee populistische partijen, met meer dan een kwart van de stemmers achter zich. In Polen heb je al een coalitie gehad van drie populistische partijen samen. En een ander misverstand: het leek aanvankelijk een probleem voor links. Nu blijkt dat het langetermijnprobleem ligt bij centrum-rechts: als zij zich niet goed teweerstellen, blijven populistische partijen groeien ten koste van hen.’

foto: Phil Nijhuis/HH