Do It Ourselves: Creatief omgaan met de kinderopvang

De oppasdienst of de garagebox

Door de bezuinigingen in de kinderopvang worden crèches steeds duurder. Gevolg: de Wipsa Kids in de Bijlmer is half leeg, en de illegale crèches zijn in trek. ‘Wil je kwaliteit en deskundigheid behouden, dan hangt daar een prijskaartje aan.’

Geen plek voor je zoon of dochter in de reguliere opvang, of het geld niet om ervoor te betalen? Dat hoeft geen onoverkomelijk punt te zijn. Via internet is het alternatief snel gevonden dankzij Oudermatch. Sinds januari loopt het storm op dit online-platform waar ouders uit het hele land onderling de opvang van hun kind kunnen regelen. ‘Het aantal inschrijvingen is sindsdien verdubbeld naar tweeduizend per maand. In totaal staan er nu 24.000 mensen geregistreerd’, zegt Jules van Bruggen, die de website drie jaar geleden oprichtte samen met zijn vrouw Sabine Broeren. Ze zochten in 2009 opvang voor hun zoon, maar konden nergens terecht. ‘In Amsterdam waren overal wachtlijsten.’ Vanuit die behoefte ontstond Oudermatch. ‘Ouders die parttime werken, kunnen soms best een extra kind opvangen.’De lange wachtlijsten waar Van Bruggen en zijn vrouw toen een oplossing voor zochten, zijn inmiddels vervangen door een ander probleem: de kosten van de kinderopvang zijn door de bezuinigingen fors gestegen. Veel ouders (voornamelijk moeders) kiezen ervoor om minder te gaan werken. Uit een enquête in maart van vakbond fnv onder zevenhonderd ouders en 1700 werknemers in de kinderopvang bleek dat twintig procent van de ouders vaker thuisblijft om zelf meer zorg op zich te nemen. Maar de meerderheid moet er niet aan denken of kan zich niet veroorloven minder te werken. Die groep is genoodzaakt uit te wijken naar goedkope alternatieven.Initiatieven als Oudermatch doen het dus goed.

Hanne van Essen, oprichtster van de soortgelijke website Ucareforkids, ziet het aantal leden ook al een poosje stijgen. Anders dan Oudermatch is dit platform voornamelijk bedoeld voor naschoolse opvang. ‘Ouders registreren zich en laten weten voor welke dagen ze opvang zoeken’, legt Van Essen uit. ‘Andere ouders kunnen daarop reageren. Alleen opvang afnemen mag niet. De site houdt precies bij hoe vaak ouders opvang aanbieden en afnemen. Als ouders in de min staan, moeten ze eerst weer opvang aanbieden voor ze weer kunnen afnemen.’

Oudermatch werkt sinds kort ook samen met een gastouderbureau. Gastouders vangen tegen betaling maximaal zes kinderen op, meestal in hun eigen huis, maar voldoen wel aan de opleidings- en veiligheidseisen die gelden in de kinderopvangsector. Ze zijn goed­koper dan crèches, ouders betalen tussen de vier en vijf euro per uur. Bij een kinderdagverblijf is dat al snel zes tot zeven euro. ‘Er is heel veel behoefte aan deze vorm van opvang’, zegt Van Bruggen. ‘Behalve dat het goedkoper is, betaal je per uur, terwijl kinderdagverblijven eisen dat ouders elf uur per dag afnemen. Voor de bezuinigingen waren ouders hier minder alert op, maar prijsverschillen maken nu veel uit.’

Nicolette Biesters, die in april het landelijke platform Buurtouders oprichtte, speelt eveneens in op de behoefte aan goedkope en flexibele opvang. Ouders kunnen hier onderlinge afspraken maken over opvang, een gastouder zoeken, maar ook zichzelf als oppas aanbieden. ‘Op deze manier kunnen ze de kosten van de opvang van hun eigen kind terugverdienen. Een consulent bepaalt of ze geschikte “buurtouders” zijn.’Op het Utrechtse kinderdagverblijf De Bombardon regelen ouders de opvang al dertig jaar onderling. Omdat ze zelf het personeel zijn, liggen de kosten een stuk lager dan bij reguliere opvang. Voor elk dagdeel dat de ouders ‘dienst’ hebben, mogen ze één kind vijf dagdelen op laten vangen. Het uurtarief dat ze dankzij dit systeem betalen is 1,50 euro. Daarnaast moet een ouder ook nog deelnemen in een van de commissies. Zo controleren leden van de speelgoedcommissie of de speelattributen nog goed functioneren of dat er nieuwe aangeschaft moeten worden.

Op dinsdagmiddag zorgen de moeder van Marika en de vader van Marijn en Renske voor de kinderen. Het middagritueel bestaat uit fruit eten, gevolgd door sap en een rijstwafel. Het maal wordt afgesloten met een liedje, ingezet door vader Geert. Een droomvoorbeeld van een burgerinitiatief dat de kosten laag houdt voor deelnemende ouders.

De opvang, gevestigd in een oud school­gebouw in de wijk Wittevrouwen, is een van de zeven ouderparticipatiecrèches in Nederland. Bijna allemaal hebben ze een geschiedenis die dertig tot veertig jaar teruggaat. Vier bevinden zich in dezelfde wijk als De Bombardon, twee staan in Amsterdam. In april opende in de Utrechtse wijk Kanaleneiland ouderparticipatiecrèche de Oase zijn deuren. Oprichtster van de Oase Wiesje Monster: ‘We zijn geen gevolg van de bezuinigingen. Drie jaar geleden probeerden we de vergunningen al rond te krijgen.’ De keus om zich te vestigen in een multiculturele wijk was voor Monster logisch: ‘Uit onderzoek bleek dat allochtone ouders de kinderopvang niet hoog hebben zitten. Ze hebben er weinig vertrouwen in dat hun gewoonten worden gerespecteerd, zoals halal eten. Bovendien ervaren ze lage betrokkenheid van leidsters.’

Bij de ouderparticipatiecrèche is er een veel groter ‘wij’-gevoel. Monster vindt het wat cru om het te zeggen, maar de Oase opende zijn deuren in een gunstige tijd. ‘Vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen krijgen jong kinderen, maar willen daarna nog wel een opleiding volgen. Vaak regelen ze de opvang met zussen of tantes. Maar dat is niet structureel. Voor hen is dit een financieel gunstig alternatief.’

Maar hoe lang deze crèches nog blijven bestaan, is onzeker. De ouders voldoen niet aan de opleidingsvereisten van de Wet Kinder­opvang en zouden daarom volgens demissionair minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geen recht moeten hebben op toeslag. In een brief aan de Eerste Kamer van vorig jaar juni liet hij weten dit soort initiatieven niet te willen verbieden. Zijn voornemen is om de wet te wijzigen zodat de crèches die niet aan de opleidingseisen voldoen niet hoeven te verdwijnen maar alleen de kinderopvangtoeslag verliezen.

Edwin Tol, jurist en voorzitter van De Bombardon, neemt plaats op een van de kleuterstoeltjes, terwijl zijn tweejarige zoon Loek op het plein van de crèche speelt. Hij is verontwaardigd over Kamps standpunt: ‘Wij belichamen veel van wat de overheid stimuleert: maatschappelijke participatie en betrokkenheid van ouders. Na al die jaren moet dat zonder aanleiding en zonder misstanden nu opeens anders. Dat we niet aan de opleidingseis voor werknemers in de kinderopvang voldoen, beamen we. Maar van die eis worden we in de Wet Kinderopvang vrijgesteld. In artikel 57 van de wet zijn ouders van een ouderparticipatiecrèche gelijkgesteld aan professioneel personeel. Tenminste, als ze hiervoor niet betaald krijgen.’

Ook vindt Tol het standpunt van de minister tegenstrijdig: ‘Alle kinderdagverblijven die worden erkend, hebben recht op toeslag. Zonder toeslag blijven wij waarschijnlijk niet bestaan. Deze opvang vraagt veel tijd van ouders. Op dit moment wordt dat financieel gecompenseerd, in de toekomst niet meer. Ze zullen dan eerder kiezen voor het gemak van een reguliere crèche.’

Bij de opening van de Oase waren gemeenteraadsleden en Tweede-Kamerleden aanwezig. ‘De gebiedsmanager van Utrecht zei enthousiast dat wat wij doen precies in het beleid van de gemeente past’, zegt Monster. ‘Maar wethouder van Onderwijs Kreijkamp wil niet dwarsliggen en laat het aan de landelijke politiek over. Ouders gaan echt geen beroepsopleiding volgen om hier vrijwilligerswerk te doen. Op deze manier dwingen ze ons tot het illegale circuit.’

Niet alleen ouderparticipatiecrèches hebben het moeilijk. De korting op de toeslag heeft grote gevolgen voor het aantal aanmeldingen bij kinderdagverblijven. Zo is het bij kinderdagverblijf Wipsa Kids in de Amsterdamse Bijlmer sinds een paar maanden een stuk rustiger dan voorheen. Hoewel elke babyslaapkamer twaalf bedden telt, is slechts de helft gevuld. ‘We hadden altijd twaalf kinderen per groep, maar sinds de bezuinigingen zijn dat er nog maar zes à zeven’, zegt pedagogisch medewerkster Joan Hofwijks. Wipsa Kids bestaat sinds 2003 en had altijd wachtlijsten. ‘Die zijn halverwege 2011 teruggelopen. Momenteel hebben we ze helemaal niet meer. Het aantal kinderen is met twintig procent gedaald. Er zijn al een tijdje geen nieuwe baby’s aangemeld. We staan nu vaak met te veel leidsters voor een groep.’

Dat Wipsa Kids niet de enige crèche is die onder de bezuinigingen lijdt, onderstreept Lex Staal van de Brancheorganisatie Kinderopvang: ‘Ieder kwartaal peilen we onder onze 1127 leden hoeveel nieuwe aanmeldingen ze gekregen hebben. Daaruit bleek dat er sinds dit jaar sprake is van twaalf procent vraaguitval en in sommige gebieden zelfs twintig.’ Als gevolg van de afgenomen vraag gaan veel kinderdagverblijven failliet. In de eerste twee maanden van 2012 waren het er al dertien, tegenover 28 in heel 2011.

Staal maakt zich zorgen over 2013: ‘Door die faillissementen neemt het aanbod af.’ Dat het ministerie van Sociale Zaken deze tendens niet herkent, is volgens hem goed te verklaren: ‘Ze kijken daar naar het aantal vestigingen. Er worden inderdaad nog steeds nieuwe kinderdagverblijven geregistreerd. Maar wat niet wordt meegewogen is dat er een stuk minder kinderen worden aangemeld bij bestaande dagverblijven.’ Dat er ondanks de bezuinigingen nieuwe opvanggelegenheden bij komen, verbaast de voorzitter van de Belangvereniging Ouders in de Kinderopvang (BOinK) Gjalt Jellesma niet: ‘Meestal duurt het zo’n twee à drie jaar voordat een crèche opengaat. De mensen die er nu een openen, hadden dat idee twee jaar geleden al.’

Wat heeft de prijsstijging van de kinder­opvang op lange termijn voor gevolgen? Dertig jaar geleden regelden mensen de zorg voor de kinderen toch ook zonder toeslag? De huidige situatie is niet te vergelijken met die van tien, vijftien jaar geleden omdat de kinderopvang in 2005 is geprivatiseerd. Een gevolg daarvan, zo bleek uit onderzoek van NRC Handelsblad in 2010, is dat de prijzen voor de kinderopvang bovengemiddeld zijn gestegen. De toeslag op de kinderopvang was een onderdeel van de privatisering. De gedachte erachter was moeders te stimuleren de arbeidsmarkt op te gaan. Dat lukte, mede door de verplichtstelling van de werk­geversbijdrage in 2007. Volgens gegevens van het cpb zijn er tussen 2005 en 2009 dertig­duizend moeders weer aan het werk gegaan. Een terugkeer naar de tijd waarin de vrouw thuis op de kinderen paste en de man het geld verdiende, is een onwaarschijnlijk scenario. Maar dat de bezuinigingen de arbeidsparticipatie van vrouwen zullen tegenwerken, is wel reëel.

Gjalt Jellesma is ervan overtuigd dat de overheid zichzelf op deze manier in de vingers snijdt: ‘Deze bezuinigingen gaan de arbeidsmarkt schade toebrengen. Vrouwen, vooral lager opgeleide vrouwen, komen als ze nu stoppen met werken straks moeilijk terug op de arbeidsmarkt. Nederland moet een voorbeeld nemen aan Duitsland. Angela Merkel pompt miljarden euro’s in de kinderopvang om de arbeidstekorten tegen te gaan.’

Bieden online-platforms de oplossing? De Brancheorganisatie Kinderopvang wijst dit soort initiatieven niet op voorhand af, maar plaatst er wel kanttekeningen bij. ‘Websites als Oudermatch zijn sympathiek bedoeld’, zegt Lex Staal van de organisatie. ‘Maar ze zijn niet altijd in het belang van het kind. Kinderdagverblijven bieden structuur en pedagogische meerwaarde. Daar is onderzoek naar gedaan.’ Bovendien is de veiligheid in het informele circuit niet gegarandeerd. ‘Bij een officieel geregistreerde instantie zijn ouders ervan verzekerd dat de ggd de locatie heeft geïnspecteerd. Dan weten ze dat het gaat om een rookvrije ruimte, dat de bedjes veilig zijn, dat het personeel is gescreend. Die garanties heb je niet in het informele circuit.’

Volgens Jellesma bieden websites als Oudermatch op de lange termijn geen oplossing: ‘In 2004 en 2005 ontstonden dit soort initiatieven ook. Maar die werkten uiteindelijk allemaal niet. Veel ouders hebben helemaal geen tijd om een dag op kinderen te passen. Bovendien heb je meteen een probleem als de ouder met wie je de opvang geregeld hebt ziek is.’Kan de kinderopvang in Nederland dan echt niet goedkoper? ‘Theoretisch zou het uur­tarief lager kunnen’, zegt Staal. ‘Maar wil je kwaliteit en deskundigheid behouden, dan hangt daar een prijskaartje aan.’ Dat prijskaartje is voor ouders met lage inkomens simpelweg te hoog. Jellesma is bang dat deze groep steeds vaker uit zal wijken naar het illegale circuit. ‘In 2005, toen opvang nog veel kostte omdat de werkgevers­bijdrage nog niet verplicht was, zag je dit ook. Je had bijvoorbeeld garageboxen in Amsterdam-Zuidoost waar kinderen tegen een uurtarief van een euro werden opgevangen. Dit gebeurde ook op andere plekken in Nederland.’

Voor de ggd, die controleert of kinderdagverblijven aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen, zijn illegale crèches kinderdagverblijven die bedrijfsmatig opereren tegen betaling, maar niet geregistreerd zijn in het Landelijk Register Kinderopvang. Maar hoe kom je erachter waar ze zitten? Geen crèche zal zichzelf natuurlijk openlijk als illegaal aanprijzen. Alleen als er een melding komt van zo’n crèche gaan toezichthouders kijken. Ook is het niet met zekerheid vast te stellen of er een stijging te zien is van het aantal illegale opvanggelegenheden. Volgens Staal is de Amsterdamse Bijlmer een goed voorbeeld van de gevolgen die de bezuinigingen kunnen hebben voor ouders met lage inkomens.

Op het schoolplein van basisschool De Polsstok in de E-buurt in de Bijlmer brengt een Surinaamse moeder haar dochtertje naar de peutergym. Rasia Anoep (39) weet alles over kinderopvang in de Bijlmer en kent bijna iedereen uit de buurt. ‘Voor ik een whiplash kreeg, werkte ik zelf tien jaar in de kinderopvang.’

In de ouderruimte van De Polsstok zitten groepjes moeders rond de tafel. Op twee hoogblonde dames na zijn de moeders van buitenlandse afkomst: uit Marokko, zuidelijker gelegen Afrikaanse landen of Suriname. Anoep introduceert vriendin Yaba Vrolik, een slanke, donkere vrouw van 31, gekleed in een fluwelen joggingbroek. Ze praat zacht, maar lijkt niets te willen verbergen. De moeder van Vrolik vangt tegen betaling kinderen uit de buurt op. Ze durft er zelf niet over te praten, dochter Yaba doet namens haar het verhaal.‘Mijn moeder helpt waar ze kan. En iedereen op deze school weet dat. Ze heeft bijvoorbeeld twee pleegkinderen met een verslaafde moeder in huis. Ouders vragen of ze ook op hun kinderen kan passen. Tegen betaling ja. Dat is logisch, want ze vergoedt ook de zwemles en eten en drinken. Welk uurtarief ze hanteert weet ik niet, maar ze is een stuk goedkoper dan kinderdagverblijven of gastouders.’ Er zit wel een grens aan. Een buurvrouw wilde haar zoon vaak laten overnachten. ‘Dat doet mijn moeder niet meer.’

Ellen Soerel van de ggd Rotterdam wijst erop dat er in de kinderopvang veel gefraudeerd wordt. Anoep beaamt dat dit ook in de Bijlmer veel gebeurt: ‘Ouders zijn tot veel in staat om hun kosten te drukken.’ Ze wijst op een moeder die ook in de kantine zit: ‘Quinty heeft op een slimme manier gefraudeerd. Haar schoonzus past op haar kinderen. Omdat de schoonzus haar uitkeringsrecht verliest als ze bijverdient, betaalt Quinty haar zwart. Een derde vrouw heeft zich als gastouder geregistreerd en zegt tegen de belastingdienst dat ze op Quinty’s kinderen past. Op die manier krijgt Quinty negenhondend euro toeslag per maand, die ze over beide vrouwen verdeelt.’

Anoep introduceert de 33-jarige Denise Janssen. Zij is officieel gastouder, maar vangt geregeld meer kinderen op dan is toegestaan. ‘Ik mag er maximaal zes per dag. De zevende laat ik contant betalen. Medewerkers van de ggd maken van tevoren een afspraak als ze langs­komen. Dus niemand komt erachter.’

Lex Staal van Kinderopvang wil de ouders die financieel geen andere mogelijkheid zien niet terechtwijzen; ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen kinderen: ‘Het is goed bedoeld dat deze mensen elkaar willen helpen. Maar doe het alsjeblieft in een veilige omgeving. Ik druk ouders op het hart: let er in elk geval op dat er een vluchtplan is in geval van brand.’ Dat veiligheidsargument legt het voor de Bijlmer-­vrouwen in elk geval af tegen financiële motieven.


Kosten kinderopvang

Kinderdagverblijven, naschoolse opvang en gastouderopvang worden bekostigd door ouders, werkgevers en de overheid. Bij de werkgeversbijdrage gaat het om een vast bedrag, terwijl de overheidstoeslag inkomensafhankelijk is.De bezuinigingen in de kinderopvang leiden ertoe dat die bijdrage daalt van 78 procent in 2010 naar 66 procent in 2015. Het streven is dat alle partijen uiteindelijk een derde gaan betalen. Een kanttekening daarbij is dat overheid en werkgevers een maximum uurtarief van vijf euro vergoeden. Maar veel kinderdagverblijven zijn per uur duurder. Ouders zullen dus uiteindelijk voor een groter deel van de kosten opdraaien dan de andere twee partijen.

Terwijl ouders tot vorig jaar toeslag kregen over alle uren die hun kind op de opvang doorbracht, geldt dit sinds dit jaar alleen voor de uren die de minst werkende ouder heeft gewerkt. Mensen met een hoog inkomen moeten overigens nog extra inleveren; de toeslag voor de hogere inkomens is naar 58 procent teruggeschroefd. Daarnaast wordt de toeslag voor het tweede kind verlaagd en de werkgeversbijdrage voor de hogere inkomens afgeschaft. Ouders met een minimuminkomen met twee kinderen die twee dagen in de week gebruikmaken van dagopvang betalen dit jaar 22 euro per maand meer, ouders met een inkomen van 3,5 keer modaal betalen 99 euro per maand meer. In 2013 komt daar voor de groep met een minimuminkomen 15 euro aan eigen bijdrage bij. Voor de hoogste inkomens komt er in 2013 191 euro bij.