Kinderen van de rekening

De opstand der Melkertiers

Zo’n 53.000 «Melkertiers» dreigen het eerste kind van de rekening te worden van de historische ruk naar rechts onder het kabinet-Balkenende. Maar snijden CDA, LPF en VVD niet vooral in eigen vlees met hun oorlog aan de gesubsidieerde arbeid?Veiliger zal het er op straat niet van worden.

Met de aankondiging in het regeer akkoord om maar liefst 850 miljoen euro te bezuinigen op gesubsidieerd werk koerst het kabinet in wording van Jan Peter Balkenende aan op een dramatische breuk met het poldermodel. Vakbonden, zorginstellingen, de onderwijswereld en vooral de besturen van de grote gemeenten schreeuwen moord en brand over de in hun ogen naar een crisis leidende lichtzinnigheid in het regeerakkoord ten aanzien van wat in de volksmond als «Melkertbanen» wordt aangeduid. In Rotterdam gingen enige honderden «Melkertiers» afgelopen week over tot een protestmanifestatie. Een van de belangrijkste erfenissen van Paars begint postuum zowaar aan populariteit te winnen.

Sinds de eerste experimenten met zogeheten «banenpools» in 1990 is het instrument van de gesubsidieerde baan (tegenwoordig officieel een «Instroom-Doorstroom»-baan geheten) uitgegroeid tot een van de slagaders van het Hollandse Wirtschaftswunder van de jaren negentig. Meer dan 53.000 mensen die anders een uitkering hadden genoten, zijn nu met een subsidie van het Rijk aan de slag als stadswacht, kaartjescontroleur op het openbaar vervoer, in kantines van sportverenigingen en welzijnsinstellingen, in theaters, filmhuizen of speeltuinen, in ziekenhuizen, scholen of als conciërge in flats zoals die in de Bijlmermeer staan. Ze werken met subsidie in plaats van een uitkering met behoud van hun uitkering.

De VVD had altijd al moeite met het fenomeen van werk met subsidie. Dat werkte uiteindelijk maar «marktvervalsend». Het CDA en de LPF echter snijden met deze rigoureuze bezuiniging flink in het eigen vlees. Beide partijen hamerden tijdens de verkiezingscampagne op gevoelens van onveiligheid die moesten worden bestreden en de behoefte aan het herstel van wat eufemistisch als «sociale cohesie» werd aangeduid. Een groot deel van de Melkertiers is juist actief op het gebied van «sociaal toezicht» — in de tram en de metro, op straat, in speeltuinen en op scholen — en de liquidatie van deze functies zou als een boemerang terugkomen naar Den Haag. Vooral de LPF — wier voorman bij leven en welzijn niet terugschrok voor pleidooien voor «sociale dienstplicht» — lijkt hier nadrukkelijk euthanasie te plegen op haar eigen doelstellingen.

De vraag is dan ook hoe men zo makkelijk is gekomen tot deze draconische bezuiniging. Wellicht lieten de opstellers van het regeerakkoord zich vooral leiden door een associatie met de artifi ciële baan en het werkgelegenheidsbeleid in het voormalige Oostblok. Menig reiziger naar de voormalige Sovjet-Unie, de DDR of het Polen van Jaruzelski verbaasde zich vroeger over de drommen dames achter de toonbanken van de winkels. Bij het inpakken van één boek waren niet zelden zes of zeven personeelsleden betrokken, en hetzelfde gold voor het opstellen van de koopbon. Het leidde tot de nodige omslachtig heid, en de service kwam het ook niet bepaald ten goede. Minder gelukkige lotgenoten van dezelfde dames konden langs de wegen met honderden tegelijk worden gesignaleerd terwijl ze bezig waren met papierprikken. Op deze wijze wist de communistische wereld zich jarenlang te verzekeren van de totale werkgelegenheid.

Maar het fenomeen van de kunstbaan is historisch zeker niet exclusief voorbehouden aan de communistische traditie. Ook president Roosevelt bediende zich van het noodmiddel tijdens het gevecht met de grote depressie in het Amerika van de jaren dertig. Het leidde tot enorme werkgelegenheidsprojecten als de bouw van stuwdammen, maar ook kleinschalige initiatieven, zoals kunstenaarsbanenpools. Legendarische muzikanten als Woody Guthrie en Ledbelly fungeerden in de jaren dertig als een soort van Melkertiers avant la lettre, die hun liederen schreven in opdracht en ten bate van de promotie van Roosevelts New Deal.

In diezelfde periode kwam de regering-Colijn met haar grote werkverschaffingsprojecten. Duizenden werklozen uit de grote steden werden naar de Drentse heide getransporteerd, terwijl ook een groot park als het Amsterdamse Bos het resultaat was van door de overheid gecreëerde kunstbanen. Kortom: het fenomeen van de kunstbaan heeft in Nederland een christen-democratische traditie. Waar Balkenende meent te vechten tegen de geest van Ad Melkert is hij in werkelijkheid bezig aan een soort politieke vadermoord.

Paul Verheij, directeur van de NV Werk te Amsterdam, kan nog steeds niet geloven dat het kabinet-Balkenende werkelijk aankoerst op een bezuiniging van 850 miljoen euro op gesubsidieerde banen. «Als dit werkelijk wordt uitgevoerd zonder dat er alternatieven worden bedacht, koersen we af op een regelrechte ramp», zo meent hij. Verheij’s NV Werk heeft de afgelopen jaren in Amsterdam klinkende resultaten behaald met het bestrijden van langdurige werkloosheid. Via de NV Werk zijn in de hoofdstad inmiddels 20.000 langdurig werk lozen aan een baan geholpen. Meer dan vijftig procent van die groep is van allochtone komaf. Van die 20.000 zijn er 14.000 inmiddels «doorgestroomd» naar een reguliere functie binnen de arbeidsmarkt. Criticasters van de Melkert-regelingen stelden in het verleden dan ook abusievelijk dat gesubsidieerde arbeid zichzelf vaak in stand houdt. Slechts tien procent van de Amsterdamse «Melkertiers» belandde uiteindelijk weer in de bijstand.

Bijzonder goed pakte het initiatief Integratie & Inkomen van de NV Werk in de probleemwijk Bos en Lommer uit. Binnen dat project worden langdurig werklozen persoonlijk begeleid. Ze worden niet alleen aan een passende baan geholpen (driekwart zelfs meteen ongesubsidieerd), maar ook bijgestaan met kinderopvang en het oplossen van vaak tot gruwelijke hoogte opgelopen schuldenlasten. Het resultaat was dat er in Bos en Lommer binnen twee jaar 23 procent minder mensen afhankelijk werden van een uitkering. Het project was zo succesvol dat het eigenlijk toegepast zou moeten worden op de gehele stad, zo besloot de Amsterdamse gemeenteraad eerder.

De plaatselijke Sociale Dienst — die zelf via de subsidies van het Europees Sociaal Fonds ook een gooi deed naar deze bemiddelingsmarkt — zag haar positie echter bedreigd en werkte de uitvoering van de maatregel tegen. Verheij: «Onze werkwijze behelsde een belangrijke wijziging in de benadering van de cliënt. De Sociale Dienst vond het bijvoorbeeld vreemd dat wij op ons kantoor in Bos en Lommer geen wanden van plexiglas lieten optrekken tussen onze medewerkers en onze cliënten. Dat vond men maar bijzonder onveilig, gewend als de Sociale Dienst was aan agressie van de cliënten. In de praktijk pakte het echter uitstekend uit. Als je de cliënten benadert met respect blijkt het reuze mee te vallen met die agressie.»

Toen de Amsterdamse Sociale Dienst onlangs onder curatele van het Rijk werd gesteld, besloot toenmalig wethouder Jaap van der Aa tot de instelling van de zogeheten «Mega-banenmarkt», en kwam het project Integratie & Inkomen van de NV Werk tijdelijk onder in een lade van het stadhuis te liggen. Verheij houdt er echter rekening mee dat de methode alsnog zal worden geadopteerd door Rob Oudkerk, de nieuwe wethouder Sociale Infrastructuur. Die heeft al woedend gereageerd op de Haagse megabezuiniging op het gesubsidieerde banenstelsel.

Ook andere projecten van de NV Werk zouden de achterban van de LPF als muziek in de oren moeten klinken. Zo liet de NV Werk negentien Marokkaanse probleemjongeren een jaar in Marokko werken om «de negatieve spiraal van afwijzen en falen in Nederland te doorbreken». Het resultaat: driekwart van de deelnemers vond kort na terugkomst in Nederland een baan of kwam weer op school terecht. Vier van hen richtten een eigen bedrijf op. Klinkende resultaten werden ook geboekt met langdurig werklozen van Surinaamse afkomst in Amsterdam-Zuidoost. Paul Verheij: «Daarbij ging het om een remigratieproject voor hoog opgeleide mensen. Het initiatief was erop gericht om hoge kaderfuncties te creëren in Suriname. In totaal deden er veertig mensen aan mee, van wie tweederde inderdaad in Suriname is gebleven. Via dat project kwamen er mensen terecht bij Telesur, de Surinaamse tegenhanger van KPN Telecom, als ook bij de belastingdienst, ziekenhuizen en een muziekschool. Zo zie je meteen dat onze bemiddeling zeker niet alleen is gericht op de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook onder academici zijn er genoeg mensen die het niet redden op de reguliere arbeidsmarkt, maar met de juiste begeleiding wel weer aan de slag kunnen. Het belangrijkste is dat het instrumentarium van de gesubsidieerde baan heel nauwkeurig — dat wil zeggen op persoonlijke maat gesneden — wordt toegepast. Er domweg zoveel mogelijk geld in pompen, waar men na de eerste grote successen ten tijde van het eerste paarse kabinet nogal een handje van had, werkt uiteindelijk contraproductief. Projecten als deze staan of vallen met de geloofwaardigheid ervan.»

Paul Verheij zegt niet te kunnen geloven dat de bezuiniging van 850 miloen euro werkelijk zal worden doorgevoerd: «Als dat wel gebeurt, treft dat in de eerste plaats de vele scholen en welzijnsinstellingen die eigenlijk al niet meer zonder gesubsidieerde arbeid kunnen functioneren. Maar ook een instelling als het Gemeentevervoerbedrijf zou een geweldige knauw krijgen. We hebben berekend dat het inzetten van ID’ers op de tram en metro per jaar tussen de vijftien en twintig miljoen euro extra oplevert aan kaartverkoop. Bovendien is iedereen het erover eens dat de veiligheid in het openbaar vervoer zeer gebaat is geweest bij de komst van de toezichthouders. Je kunt deze mensen wel uit de huidige subsidieregelingen stoten, maar hun werk heeft zijn waarde ondertussen wel bewezen. Dan zou je ze dus op een andere manier moeten financieren, bijvoorbeeld in het kader van de grote investeringen die worden voorgesteld ten aanzien van de veiligheid op straat. Je kunt de vijfhonderd stadswachten die Amsterdam heeft via gesubsidieerde arbeid natuurlijk in een klap inlijven bij het politieapparaat. Maar grosso modo levert dat dus helemaal geen bezuiniging op en is het alleen een kwestie geworden van de vestzak of de broekzak. Het kabinet in wording vertelt dan op eigen wijze het sprookje van de kleren van de keizer.»