H.J.A. Hofland

De opstand tegen Bush

Maken wij Europeanen, of laffe Europeanen, of laffe linkse commentators onder de Europeanen van president Bush een karikatuur? Zijn we te bang, of belet ons ingekankerde anti-amerikanisme ons bij voorbaat om te begrijpen dat we in hem met een dapper en intelligent staatsman te maken hebben, iemand die in de beste Amerikaanse traditie de verderfelijke vijand aanvalt en, koste wat het kost, verslaat? Willen we gewoon niet inzien dat zonder deze president het hele Westen, met de blindheid van de angst geslagen, opnieuw de weg naar de zelfvernietiging zou inslaan — en nu definitief? Er begint zich in de Europese commentaren een stroming af te tekenen die deze teneur heeft.

Maken we eerst een inventarisatie van de oorlogsdoelen. Het eerste is het vernietigen van het al-Qaeda-netwerk. Het tweede het doen verdwijnen van Saddam Hoessein. Het derde de verandering van de Arabische wereld in een groep van democratische staten die, verlost van het feodalisme, deel zullen hebben aan de «moderniteit». Het vierde het stichten van een duurzame vrede tussen Israël en Palestina, door de stichting van een democratische Palestijnse staat. Stuk voor stuk nobele doelen waarmee alle weldenkende westerlingen, en waarschijnlijk ook heel wat Arabieren, het eens zullen zijn.

Na 11 september zijn de doelen steeds groter en nobeler geworden. Wat mag dan de oorzaak van ons interwestelijk conflict zijn?

Het gaat niet om de doelen, maar om de manier waarop Bush en de zijnen die willen bereiken. We laten de laffe linkse Europeanen nog even voor wat ze nu eenmaal zijn, en kijken in plaats daarvan naar Amerika zelf, hoe de zaken er daar voor staan, een jaar na de aanval. Nog geen week geleden verklaarde generaal Wesley Clark, voormalig Navo-commandant in de Joegoslavische oorlog voor CNN dat er lijn moet worden gebracht in de hutspot van plannen voor een actie tegen Saddam. Vóór hem had de gevaarlijke linkse activist Henry Kissinger al uitvoerig uitgelegd dat een preventieve oorlog strijdig is met het internationaal recht, en dat iemand die een grote oorlog wil voeren ook benul moet hebben van buitenlandse politiek en diplomatie om de noodzakelijke bondgenootschappen te kweken.

Richard Holbrooke is het met hem eens.

De oude vrienden van Bush sr. staan in de rij om Bush jr. tegen de enorme gevaren van de aanval te waarschuwen: Brent Scowcroft, James Baker, Colin Powell. De beste kranten van Amerika, The New York Times en The Washington Post, specialisten in een heel nummer van Foreign Affairs, reeksen columnisten die overigens al niet tot de vrienden van deze president hoorden — allemaal leveren ze dezelfde boodschap af, nog steeds beleefd maar steeds dringender: Niet doen!

Zo komen we bij de Europese bondgenoten, Chirac, Schröder en nu ook Stoiber, en met een nog wat bevende stem zelfs Tony Blair. Onze Balkenende en zijn minister J. de Hoop Scheffer hebben we nog niet duidelijk gehoord.

De Europese Unie als geheel weet het ook niet precies, want Berlusconi is een vriend van Bush. jr.

Het is een ongelofelijke prestatie. Deze president is gekozen met een kleine meerderheid van de popular vote, het landelijk totaal, tegen zich.

Na 11 september was hij de populairste president uit de Amerikaanse geschiedenis. Na de overwinning in Afghanistan kon hij niet meer kapot. Negen maanden later heeft hij, zonder verder noemenswaardige militaire actie te hebben ondernomen, louter door zijn woorden en die van een paar mensen in zijn omgeving, die enorme voordelen verspeeld. De eenheid van het volk, de bondgenootschappelijk solidariteit, het medeleven met de Amerikanen en het voordeel van de twijfel zijn omgeslagen in een opstand tegen Bush jr. Hij had alle kaarten in handen. Hij heeft ze zelf, zonder dat zijn vijanden er veel moeite voor hoefden te doen, weggegeven. Hij heeft zichzelf in een blinde steeg gemanoeuvreerd.

Volgende week worden we overspoeld door de eerste herdenking van 11 september. Ik zal eraan meedoen. Het zien van een laagvliegend tweemotorig straalvliegtuig roept bij mij altijd even de herinnering op aan de gekaapte vliegtuigen, toen, live op de televisie. Intussen is het wel zeker dat deze president de herdenking zal gebruiken om zoveel mogelijk vaderlandsliefde op te pompen voor zijn eigen op z’n best rommelige, op z’n slechtst zelfdestructieve krijgsplannen. Het is een oude truc: door middel van een hausse van verontwaardiging de beste kritiek verdacht te maken en de mond te snoeren. Of: met de grootste bek mee te schreeuwen. Ik heb Joseph McCarthy nog meegemaakt, ook live. De critici van Bush gaan een paar harde weken tegemoet.