HET MIGRANTENMUSEUM

De os

Medium os

Nederland is een museum rijker. Bijna vijftig jaar na de komst van de eerste gastarbeiders heeft het migrantenmuseum zijn deuren geopend. Het bevindt zich in het brein van een gastarbeiderszoon en toont slechts een voorwerp per week.

De laatste adem blies hij uit en net ervoor had hij zijn laatste woorden uitgesproken: ‘Moge de os mij vergeven voor de dingen die ik hem heb aangedaan.’
Gastarbeiders sterven vaak jong. Dat is de tol die ze moeten betalen voor het zware werk dat ze hebben moeten verrichten. Polat die met zijn laatste woorden om vergeving van de os vroeg, was nog geen zestig. Zijn dochter vertelde mij dat zijn snorloze bovenlip nog even natrilde van ontroering wanneer hij over de os vertelde.
Vroeger geloofde men ten oosten van Europa dat de wereld op de horens van een os lag. Als er weer eens een aardbeving had plaatsgevonden en de mensen hun naasten uit het puin hadden gehaald om die te begraven, zeiden ze na de begrafenis dat de os met zijn kop had geschud. Zo konden ze in hun lot berusten. Het was de onrustige os en niets anders.
Hier staat het dan, het wassenbeeld van de os bij de ingang van het migrantenmuseum. Met deze os is de hele migratie begonnen. Hij kijkt droevig uit zijn ogen. Als je goed kijkt zie je een bijna onzichtbare traan bij zijn rechteroog, zijn wimpers hebben niet meer het elan van de tijd dat hij nog jong en niet verminkt was. De os staat er met zijn volle schouders, zijn kromme rug, de benen die vermoeidheid uitstralen. Hij is het standbeeld van het wreedste onrecht dat er bestaat in deze wereld. Hij weet als geen ander hoe harteloos de wereld is.
Deze mannen: Polat die doodging en om vergeving van de os vroeg, ome Enver die ook lang dood is, maar van wie ik niet weet of ook hij ooit aan de os dacht, de aan wijn verslaafde Recep (ook dood), mijn vader, die nog leeft, en alle anderen hebben deze os, toen die een paar jaar oud was en door de natuur langzaam omgevormd werd tot een stoere stier, gecastreerd. Ze hebben van hem een logge eunuch gemaakt. Om hem vervolgens zijn hele leven lang lasten te laten dragen die ze zelf niet aankonden.
‘Ik sloeg de os zo hard. En dat terwijl hij zo zijn best deed met al die boomstammen in de wagen, die eigenlijk te zwaar waren voor dat arme beest. Moge God mij vergeven.’ Mijn vader is naar Mekka gegaan, bidt vijf keer per dag en vraagt de laatste jaren ook om vergiffenis. Als de os hem niet vergeeft, geen paradijs.
Ik kijk naar het wassenbeeld van de os bij de ingang van het museum. Wat denkt hij? Is hij dan toch blij met het feit dat de boeren hem aan vreemden hebben verkocht om met dat geld de reis naar Europa te betalen? Is de os trots, omdat hij miljoenen boeren en hun nageslacht van een uitzichtloos bestaan kon redden? Of heeft hij ook na veertig jaar geen boodschap aan het lot van de migranten? Is de wrok veertig jaar oud?
Ik kijk naar de rug van de os en zie overblijfselen van de zweepslagen die hij dag in dag uit heeft gekregen. Maar deze zichtbare sporen van menselijk sadisme zijn niets vergeleken bij het gevoel van grote teleurstelling die de sporen in zijn hart hebben achtergelaten. De gastarbeiders hebben namelijk met hun eerste marken, francs en guldens hun familie blij gemaakt. De os werd vergeten. De os was in handen van nieuwe onbarmhartigen. De os werd niet gered.
God bestaat misschien niet, maar rechtvaardigheid wel. Deze rechtvaardigheid is niet de pijn die de boeren van weleer net voor hun dood in hun harten voelden. De os heeft zijn kop geschud en deze keer vond er geen aardbeving maar migratie plaats. Hij heeft ervoor gezorgd dat de miljoenen boeren die hem folterden, naar den vreemde gingen. Zij werden ongelukkig, hun kinderen zijn ongelukkig, hun kleinkinderen zijn ongelukkig. Het is een vloek die zal blijven.
Migranten, kom naar het migrantenmuseum kijken. Daar staat bij de ingang een os met een traan in zijn oog. Hij heeft jullie lot bezegeld.
Nog levende eerste generatie, jullie gehuil om vergiffenis is overbodig sentiment. De leugen sterft in honderd jaar, de wrok niet.

BEELD FEMKE VAN HEERIKHUIZEN