De otterillusie

EEN ZOMPIGE BERM langs de provinciale weg N247 Edam-Hoorn. Uit de auto stappen ottercoördinator Annemieke Bergfeld (47) en Gart Jan Bouwmeester (46), voorzitter van de Werkgroep Ecologische Verbindingen. Samen geven ze het Noord-Hollandse Otterproject gestalte.

Er waait een gure wind, motregen stuift in het gezicht. Bij de Korslootbrug klimmen de coördinatoren over een hek en dalen ze de glibberige helling af. Hier bevindt zich het verholpen knelpunt 107. De waterkant, normaliter met hout of steen versterkt, is er moedwillig verwaarloosd. Aan de randen van de sloot drijven met riet begroeide vlotjes. Onder de brug door loopt een pvc-goot met daarin een laagje zand.
‘Zo moet het’, zegt Annemieke Bergfeld. 'Voorheen was het voor een dier niet aantrekkelijk om hier aan land te gaan. De beschoeiing was veel te hoog. Een otter zwemt zelden onder een brug door om een weg te passeren, hij klimt het water uit. Het was ook niet aantrekkelijk voor hem om onder de brug door te kruipen, over dat kale beton. Vandaar dus dat we die goot met een laagje zand hebben gevuld. Zodat het lekker aanvoelt.’
'Toch is dit eigenlijk niet als uitklimplaats bedoeld’, zegt Gart Jan Bouwmeester. 'De meeste dieren trekken hier alleen voorbij. Daarom staat dat hek waar we net overheen zijn geklommen er. Het is teruggebogen aan de bovenkant, zodat de dieren er niet overheen kunnen klimmen en op de weg verongelukken.’
DIE VREES IS gegrond. In 1988 werd de laatste Nederlandse otter doodgereden. Of liever: uit zijn lijden verlost. Bij ontleding bleek het pcb-gehalte in het vetweefsel zo hoog dat de otter het niet lang meer had gemaakt. Zijn geslachtsorgaan was door gif ernstig misvormd. De Stichting Otterstation Nederland luidde in het rapport Herstel van leefgebieden de noodklok, want de otter is niet zomaar een dier. Als 'toppredator’ in de voedselketen vervult hij een indicatorfunctie. Het was zaak dat er snel natuurgebieden werden aangewezen met onderlinge verbindingen.
Dat paste goed in het rijksbeleid dat in het Natuurbeleidsplan (NBP) al 'ecologische structuren’ wilde aanleggen. De provincie Noord-Holland nam het voortouw. Aan het Natuurbeleidsplan voegde het Otterstation haar aanbevelingen toe. Dat resulteerde in de Provinciaal Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Er werd een ottercoördinator geïnstalleerd. De Dienst Landelijk Gebied formeerde de Werkgroep Verbindingen. Op een goed moment kwamen Bergfeld en Bouwmeester erachter dat ze met dezelfde inventarisatie bezig waren. De krachten werden gebundeld.
Hoewel niemand gelooft dat de otter ooit zal terugkeren, is het inmiddels zover gekomen dat in de hele provincie, als blijk van me hulde, wordt gegraven, getimmerd, geplant en zelfs geschoten. Om 'het beheer te reguleren’ werden op de trekroute Zwanenwater-Robbenoordbos verstoten jonge reetjes omgelegd omdat zij de verbindingszones overschreden.
NIETTEMIN blijft het credo: waar de otter kan leven, daar zit het met andere soorten, van hermelijn tot libelle, ook wel goed. En niet te vergeten: naarmate de terugkeer van 'de ambassadeur van het milieu’ waarschijnlijker lijkt, kunnen forse investeringen in de waterzuivering worden teruggebracht.
Aan geld geen gebrek. Voor het otterproject is de subsidiekraan wijd opengedraaid. Zonder allerlei tegemoetkomingen zouden de vele betrokken instanties het ook niet in hun hoofd halen om de riskante en kostbare aanpassingen aan hun eigendommen uit te voeren. Een operatie zoals die van knelpunt 107, met het risico van verzakking, kost veertigduizend gulden. Zo zijn er nog driehonderd andere knelpunten.
De firma Grontmij berekende dat de totale kosten aan correcties in de provincie dertig miljoen gulden bedragen. Bouwmeester schat dat er per jaar aan ecologische verbindingen in Noord-Holland honderdveertig miljoen wordt besteed. Er zijn sinds 1991, het jaar dat het project van start ging, vijftig projecten gerealiseerd. 'Het voordeel van de otter is dat je er enorme subsidies mee kunt binnenhalen’, zegt Bergfeld.
Niet bekend
DE SAMENWERKING met terreinbeheerders en belanghebbenden verliep in het begin wat stroef. Met name de waterschappen lagen dwars. Totdat ze beseften dat het otterproject voor hen juist een arbeidsbesparende uitwerking heeft. Gervien Pielage van waterschap De Waterlanden: 'Het komt erop neer dat we de rietkragen per oever voortaan slechts eens in de twee jaar maaien. Voorheen gebeurde dat jaarlijks. Verder kunnen we bepaalde stroken laten verwilderen. Het scheelt ons werk en kosten.’
Voor de Nederlandse Spoorwegen pakt het otterproject minder gunstig uit. Op talloze plaatsen onderbreekt het spoor de op papier bedachte ottercorridor. Passagemogelijkheid blijkt vooral bij bruggen en duikers niet optimaal. De NS hadden al toegezegd de knelpunten te zullen aanpakken toen ontdekt werd dat zij niet voor subsidie in aanmerking komen.
Henk Pol van Railinfrabeheer: 'We gaan niet zonder meer akkoord met alle plannen van het otterproject. Op bepaalde punten willen ze hele spoorbruggen aangepast hebben. Dat doen we niet hoor, dat loopt in de miljoenen. Die ecoducten op de Veluwe hebben ons al bijna de das omgedaan. Het moet niet meer dan 250.000 gulden gaan kosten.’
Een andere gedupeerde is wandelvereniging Nemo. Vladimir Mars: 'Die otter komt er natuurlijk nooit. En toch wordt er enorm geïnvesteerd in dat beest. Wij zouden er best eens van mee mogen profiteren. Ja, we hebben toestemming om ergens gebukt over een loopplank onder een brug door te gaan. Als we de passerende mol en de muis niet laten schrikken en de hond thuis laten. We zullen ons verzetten tegen de sluiting van paden.’
De viskoepel, bij monde van Marko Kraal, is sceptisch. 'Nederland is te zeer doorsneden van wegen om de otterillusie in stand te houden. Wij gaan dan ook niet akkoord met het instellen van een visverbod ten behoeve van dat dier.’
Ook de agrariërs twijfelen. Boer Jan Jaap Jantjes uit de regio Westgraftdijk: 'De natuur laat zich niet sturen. Ik vraag mij af of zo'n project wel zinvol is. Het is meer een prestigeobject waar erg veel geld mee gemoeid is. Vele miljoenen, weet ik. Een organisatie als Het Noordhollands Landschap is een bedrijf. De natuur staat op het tweede plan.’
Bergfeld denkt dat de meeste instanties wel zullen inbinden. 'Er was ook een conflict bij de Van Ewijksluis met de fietsersbond. Omdat onze onderdoorgang eerder werd opgeleverd dan hun fietstunnel. Uit rancune hadden de fietsers de buis volgepropt met afval, zodat een tijd lang geen dier van de verbinding gebruik heeft kunnen maken. Je zult zien dat zo'n beestje dat daar helemaal niets aan kan doen die nacht uit nood de weg oversteekt, met het fatale gevolg van dien. Toch hebben we zelfs dat verschil van mening kunnen bijleggen.’
Meer moeilijkheden verwacht hij met de contemporaine vormen van menselijke verstoring. 'We zijn alert op jet-skiërs, motorcrossers en mountainbikers, die vanzelfsprekend onze gebieden niet mogen betreden. Met behartigers van dergelijke recreatievormen gaan we ook niet onderhandelen. Daar valt geen combinatie mee te maken.’
DE GROOTSTE stenen des aanstoots zijn echter de fuiken en vallen die in de gebieden voorkomen. Bergfeld: 'Die vallen zijn bedoeld om de muskusrat tegen te gaan. Maar op het moment dat de otter zijn intrede doet, wordt het problematisch. Een otter heeft dezelfde biotoop als de muskusrat. Zo'n klem maakt geen onderscheid.’
Bouwmeester: 'Toch wel. Er wordt momenteel een nieuwe klem ontwikkeld waarmee je wel de muskusrat kunt vangen, maar niet de otter. De onderzoeksafdeling van otterpark Aqua Lutra in Friesland is ze momenteel aan het testen.’
Bergfeld: 'Alle tegenslag ten spijt, het otterproject heeft in ieder geval een discussie aangezwengeld. Het heeft lang geduurd, maar de laatste twee jaar merk ik dat instanties eindelijk begrijpen waar het om gaat. Er is een mentaliteitsverandering op gang gebracht.’
Een betrekkelijke, zo blijkt. Bouwmeester: 'De waterschappen waren altijd in handen van de boeren. Die willen een laag grondwaterpeil. Dat druist in tegen de opvattingen van natuurorganisaties. Die willen juist een hoog peil. Door de boerse opvatting is heel Nederland verdroogd. En op dat punt houden de waterschappen nog altijd voet bij stuk. Liever graven ze de grond af om dichter bij het grondwater te komen dan dat ze het peil verhogen. En pas toen het otterproject geld beloofde, waren veel boeren ineens best bereid hun akkerrand zo in te richten dat die voor verbindingszone in aanmerking komt.’
Maar al zouden de waterschappen het peil verhogen, otters in Noord-Holland blijft een ijdel streven. Bergfeld: 'Een populatie van vijftig heeft eigenlijk al de hele provincie nodig. Het territorium van een otter is enorm groot. En er moeten populaties elders in het land bereikt kunnen worden. Te veel incest schaadt de bloedlijn. Zolang de habitat niet compleet steld is, is terugkeer van de otter niet mogelijk. En toch, als ik dan hoor dat er in Overijssel een aantal is uitgezet, dan hoop ik weer dat ze zich deze richting op verspreiden.’
Meestal vestigt de ottercoördinator de hoop op een nieuw doel: 'Otter of niet, elke voorziening draagt bij aan de verwezenlijking van de ecologische infrastructuur. Als het zover is kan elk dier vanuit Limburg zo doorstomen naar Den Helder.’
Bouwmeester: 'Het blijft natuurlijk de vraag of een dier weet wat hij met een voorziening aan moet.’
VANAF DE BRUG over de Korsloot wijst de ottercoördinator op de 'migratieroute’ tussen de 'otterkerngebieden’. Een verruigde rietstrook reikt tot aan de horizon. Links in de verte is een spoorlijn te ontwaren: knelpunt 97. Deze laatste barrière in de verbinding is voorlopig onopgelost en dat zal nog enige tijd voortduren, gezien het budget van Railinfrabeheer.
Achter de spoorbaan ligt de dijk: knelpunt 114. Na veel studie heeft het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen er op veilige hoogte een pijp doorheen durven slaan. Rechts in de verte tekent zich knelpunt 101 af. Een viaduct van rijksweg A7 vormt een moeilijk te nemen hindernis. Een ventweg langs de rietstrook leidt erheen.
Rijkswaterstaat pakt de onderdoorgang bij de A7 groots aan. Met een bulldozer is getracht een erosie-indruk te wekken. In een keet zitten werklui te kaarten. Ernaast liggen tientallen boomwortels op een hoop, bij wijze van dekkingbiedende vegetatie. Bergfeld: 'Behalve voor de otter is deze aanpak in het belang van de muis. Die kan hier schuilen, rusten en eten. Het is de bedoeling dat er een afslag komt zodat de dieren de voortplantingsplek kunnen aandoen die we na de ruilverkaveling in ons bezit hopen te krijgen.’
Hoewel omwonenden de passage nogal eens aanzien voor een standplaats grofvuil - regelmatig worden er vuilniszakken en lekkende koelkasten aangetroffen - zijn velen toch vertrouwd met het fenomeen, volgens Bergfeld. Op 'drukbezochte’ voorlichtingsavonden is er 'volop begrip gekweekt’.
WE LATEN knelpunt 101 achter ons. Voorbij het dorp Beets blijkt uit de woorden van Bergfeld en Bouwmeester hoe serieus de ecologische expansie moet worden genomen. Er zijn plannen om wegen ten behoeve van het project af te sluiten. Een oud kerkepad is voor mensen niet langer openbaar omdat het geschikt wordt gemaakt voor de otter en zijn gevolg. Links en rechts wordt gebied aangekocht om de verbinding tussen de polders Mijzen en Beetskoog te verbreden. Ook de woonboten in de ringvaart kunnen daar niet blijven liggen. Bergfeld: 'Dat zijn obstakels voor de dieren. De oever is niet bereikbaar.’
Onlangs moest de gemeente Purmerend haar uitbreidingsplannen wijzigen omdat nieuwbouw een ecologische ader gevaarlijk dicht naderde. Bij Avenhorn heeft het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen op verzoek van het otterproject een complete rustplaats ingericht. Een overeenkomst werd beklonken met schaatsvereniging Troontjeseiland, die er ’s(winters de ijsbaan beheert. Vanaf de brug over de Beemsterringvaart is nauwelijks voor te stellen dat het verwilderde gebied binnenkort weer voor schaatsers beglijbaar is. Onder de brug is een loopplank aangebracht. De leden van Troontjeseiland wilden er klunend gebruik van maken, maar daarvoor is hij te smal.
Momenteel concentreert het otterproject zich op een voorziening in de Schermer. Bouwmeester: 'Achter de Schermerringvaart ligt de polder heel diep. Het water in de ringvaart staat slechts een halve meter onder de dijk. Over de dijk loopt een drukke weg. Dus we willen het dier er onderdoor laten gaan. Het waterschap vindt dat te link. Ze zeggen dat als het water ook maar een beetje stijgt, het door de buis de polder in stroomt. Ik heb me de laatste tijd bezig gehouden met het ontwerpen van een buis met daarin een ballon die zichzelf opblaast als het water te hoog komt. Ik hoop dat ze dat veilig genoeg vinden. Vanwege de overstromingen van twee jaar terug reageren de waterschappen wantrouwig op de meeste voorstellen. Terwijl dat een situatie was die zich maar eens in de 75 jaar voordoet. In gesprekken grijpen ze er steeds op terug. Het is de vraag of je in alle gevallen rekening moet houden met situaties die zich eens in de 75 jaar voordoen.’