500 kinderen

De overeenkomst van Broekers-Knol met Griekenland is puur voor de show

Staatssecretaris Broekers-Knol heeft donderdag de samenwerking met Griekenland voor opvang en voogdij van alleenstaande minderjarige asielzoekers bezegeld, door het tekenen van een Memorandum of Understanding. Een rondgang langs Griekse betrokkenen geeft een heel ander beeld. ‘Ik heb geen idee wanneer er daadwerkelijk zo’n opvangtehuis zal zijn.’

Staatssecretaris Ankie Broekers-Knol ondertekent op donderdag 18 juni het Memorandum of Understanding. © Remko de Waal

‘Het lijkt wel een typisch geval van spasmeno tylefono (fluisterspel, IB) Kennelijk worden dingen gezegd in Holland waar wij niets van weten, de één zegt dit, de ander zegt dat, hoe het ook zij: er is dus iets niet goed.’

Aan de telefoon is de vrouw aan het woord van wie staatssecretaris voor Migratie en Asiel Ankie Broekers-Knol tijdens het zes uur durende debat over vluchtelingenproblematiek op 3 juni de naam niet wist. Te moeilijk, die Griekse naam: Eirini Agapidaki: Greek Special Secretary for the Protection of Unaccompinied Minor Asylumseekers.

In haar brief van 7 mei aan de Tweede Kamer, waarin ze uitlegt waarom ze géén vijfhonderd alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) uit de overvolle Griekse kampen naar Nederland wil halen, maar wil helpen ze in Griekenland zelf op te vangen, refereert Broekers-Knol breed aan haar - ook zonder naam, alleen aan haar titel.

‘Een shelter voor 48 kinderen?’ zegt Agapidaki aan de telefoon. ‘Nu? Vóór de zomer? Vier shelters? Vijfhonderd ama’s? Daar weten wij hier niets van. Wat ons betreft is daar geen sprake van. Er komen wel degelijk meer opvangtehuizen voor minderjarige onbegeleide vluchtelingen. Uiteindelijk. Maar daar is nog een lang traject voor nodig. Dat moet namelijk nog via de Nationale Commissie en het Nationale Programma, en dan moet het nog kortgesloten worden met de EU die daar ook bij is betrokken. Nee, ik heb geen idee wanneer er dan daadwerkelijk zo’n opvangtehuis zal zijn.’

‘Maar de Nederlandse staatssecretaris heeft het parlement verzekerd dat er, terwíjl het debat plaats had, al gezocht werd naar de eerste 48 ama’s, om hen na selectie van de Griekse eilanden naar het vaste land te brengen’, zeg ik.

‘Ik kan geen commentaar geven op wat de Nederlandse staatssecretaris zegt in haar eigen parlement. Als dat zo is, dan weet ik daar niets van.’

Na een helse speurtocht in het ondoorgrondelijke, immer veranderende Griekse labyrint van Migratie en Asiel, kreeg ik op 15 juni de voor de bescherming van ama’s aangestelde speciale secretaris eindelijk te pakken. Een wonder, want ze is in november vorig jaar door premier Mitsotakis benoemd, maar haar functie bestond alleen op papier. Niet in de wet. Op het moment dat ik haar belde, had ze daardoor nog steeds geen staf die haar kon helpen haar belangrijke taak te vervullen, was me te verstaan gegeven.

Ik vroeg het haar ná ons gesprek in een app - ik was het vergeten te vragen - hoe dat nou zat. Via WhatsApp liet ze weten dat dat nu allemaal is veranderd door de nieuwe wetgeving voor Migratie en Asiel die de premier net heeft doorgevoerd - tijdens de coronacrisis, toen het parlement voor slechts tien procent functioneerde. Haar secretariaat is nu wettelijk ‘de nationale competente autoriteit op het gebied van ama’s’ en dat betekent ‘dat de relevante diensten conform van personeel zullen worden voorzien’. Ze heeft inmiddels haar hele team al samengesteld, en de minister is bezig voortgang te maken ‘met alle benodigde stappen om alle diensten van personeel te voorzien, niet alleen binnen haar secretariaat, maar ook wat betreft alle diensten van het Ministerie van Migratie en Asiel’. Haar mensen staan in de startblokken. Ze moeten alleen nog aangenomen worden.

Vóór het speciale secretariaat van Agapidaki was er een heel andere ‘competente Griekse autoriteit’ voor ama’s: een al jaren in de delicate ama-problematiek gespecialiseerde afdeling binnen EKKA, het Griekse Centrum voor Solidariteit. Eind mei kreeg die afdeling opeens bericht dat zij geëvalueerd moest worden met als doel het hele team op te heffen. Zonder opgaaf van reden. De werknemers waren verbijsterd. Ze stuurden op 27 mei een brief aan de premier waarin ze zich afvragen wat er nu gaat gebeuren met al die in jaren opgebouwde kennis en ervaring. En of de mensen van EKKA, die onder het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken vallen, zullen worden overgeheveld naar Agapidaki onder het ministerie van Migratie en Asiel.

Zo niet, dan is het pure kapitaalvernietiging en gaan al die jaren waarin vooral met veel Europees en UNICEF-geld expertise en ervaring is opgebouwd verloren, zo concludeer ik na het lezen van die brief.

De algemeen directeur van EKKA, Chrisovalantis Papathanasiou, is opgestapt. En sindsdien onbereikbaar. Net voor publicatie van dit artikel kreeg ik hem aan de lijn. Nee, hij kan niets zeggen. Tot 1 juli niet. Want hij heeft de Griekse pers beloofd dat hij dán pas met een statement komt. Het heeft alles te maken met de nieuwe Griekse politieke koers ten aanzien van vluchtelingen die hij niet kan onderschrijven. En met de degradatie daardoor van het EKKA. Ja, het heeft ook te maken met de aan EKKA opgelegde deal met Nederland. Meer kan hij echt niet zeggen. Alleen nog dat hij als algemeen directeur van EKKA ook niet weet van een shelter voor 48 kinderen, zeker niet de zomer. En eigenlijk ook niet voor kort daarna. Hij dacht in eerste instantie dat ik het had over een shelter voor 48 ama’s voor de zomer van 2021.

Via een andere bron was mij al ter oren gekomen dat er een ware ontploffing is geweest in de Griekse bestuurlijke wereld van Asiel en Migratie, precies in de tijd dat Broekers-Knol zo geweldig goed contact had met haar Griekse collega’s.

Terwijl er nog geen ministerie van Migratie en Asiel was, werd in november 2019 uit het niets mevrouw Agapidaki benoemd tot officiële beschermengel van ama’s. Nu ja, officieel: haar functie als Special Secretary bestond dus alleen op papier.

Wie is zij? Google levert de volgende resultaten op: ze promootte zuivelproducten voor een supermarkt, ze had ten tijde van de Syriza-regering onder premier Tsipras slaande ruzie met de onderminister van Gezondheid die haar een ‘psychiatrische patiënt’ had genoemd, en ze werd wereldberoemd in Griekenland door haar hatelijke, zeer populaire anti-Syriza Facebook-posts gedurende de verkiezingscampagne van premier Mitsotakis. Boze tongen beweren dat ze de functie van ama-beschermster kreeg als dank voor geleverde Facebook-diensten. In ieder geval niet vanwege haar expertise op het gebied van ama’s, want die is nul. Ze heeft een bachelor in de psychologie, een master in Health Promotion en daarin ook een PhD, waarvan de kwaliteit door velen wordt betwijfeld, lees ik.

Aan de telefoon komt ze over als een vlot gebekte, optimistische, voortvarende dame. Jazeker, deze week wordt een Memorandum of Understanding ondertekend met Nederland, vertelt ze. Dat gaat vooral over de Nederlandse stichting Nidos, die onder meer Griekse hulpverleners zal trainen om voogden op te leiden. Nee, daarin staat nog niets concreets over een opvangtehuis voor 48, laat staan vijfhonderd kinderen, bij haar weten. Want dat is een heel ander traject. Daar gaat nu eenmaal ook de EU over, zoals ze al eerder zei. Er is nog geen pand, er zijn nog geen kinderen geselecteerd.

‘Vindt u het een goed besluit van de Nederlandse regering om géén ama’s uit Griekenland op te nemen, zoals inmiddels dertien andere EU landen wel doen?’ leg ik haar voor.

‘Het is niet aan mij daar een oordeel over te vellen’, zegt ze. ‘Het ligt allemaal heel gevoelig. Alle EU-lidstaten reageren verschillend. We zijn blij met wat we krijgen’, voegt ze enthousiast toe.

Duitsland zou vijfhonderd kinderen willen opnemen, er zijn er al 47 uit Griekse kampen naar toe overgebracht. ‘Wie doet de selectie van die minderjarige asielzoekers?’ vraag ik. ‘En is het waar, wat Broekers-Knol in het 3 juni debat stelde, dat Duitsland niet blij is met de 47 ama’s die al zijn aangekomen, omdat het geen meisjes onder de twaalf waren - waar Duitsland om had gevraagd - maar allemaal Afghaanse jongens tegen de achttien?’

Griekenland, Lesbos, Kamp Moria, 14 maart 2020 © Remco Koers/ Hollandse Hoogte

Agapidaki moet een beetje lachen, en zegt: ‘Zo praten we hier niet over die categorie prosfigopoula (Grieks voor ‘vluchtelingkindjes’, letterlijk ‘vluchtelingvogeltjes’, IB) Landen kunnen hun voorkeur aangeven. De UNHCR, die de selectie meestal doet of uitbesteedt en superviseert, probeert daar rekening mee te houden. Maar soms zijn de gewenste profielen van ama’s niet voorhanden in de respectievelijke pools waaruit ze moeten worden geselecteerd. Tot nu hebben we nooit één negatieve reactie gehad, niet van Duitsland, en ook niet van andere landen.’

Er valt een stilte. Dan, met hoorbare bewondering: ‘Duitsland wilde niet vijfhonderd, maar vijftig ama’s uit Griekenland opnemen. Daar is het nu met een ander voorstel overheen gegaan: Duitsland gaat 243 extreem zieke kinderen, geen ama’s, maar kinderen mét ouders, familie of andere begeleiders opnemen. We hebben het dan over autisme, hartproblemen, epilepsie, dat soort dingen. Alles bij elkaar veel meer dan vijfhonderd personen. Dat is echt geweldig van Duitsland. Daar moeten we veel respect voor hebben. Een voorbeeld voor de hele EU.’

Tot slot: heeft ze ooit gehoord van Movement On The Ground? De Nederlandse ngo die goed werk doet in de kampen op Lesbos, mede opgericht door tv-ster Johnny de Mol? Gaat die Nederlandse ngo die geen specifieke expertise met ama’s heeft, maar volgens een belangrijk medium in Nederland (23 april, Nieuwsuur) persoonlijk door Broekers-Knol was uitverkoren, die shelters opzetten en runnen op het Griekse vaste land? En waarom dan niet de Griekse ngo Homeproject.org? Die doet dat werk toch al jaren, en beheert al vele shelters voor ama’s?

‘Ja, ik heb van die Nederlandse ngo gehoord, maar niets is nog zeker, niets is vastgelegd. Inderdaad, het Griekse Homeproject is fantastisch, en werkt al jaren succesvol met ama’s. De directeur, Sofia Kouvelaki, is een goede vriendin van me. Ze is perfect voor deze job. Maar we proberen iedereen tevreden te stellen, aan alle wensen indien mogelijk tegemoet te komen.’

Ze heeft geen tijd meer. Drukdrukdruk. Jazeker, ze verheugt zich op een ontmoeting in Athene in de nabije toekomst.

‘Aan alle wensen tegemoet komen.’ Was het de ‘wens’ van Broekers-Knol om MOTG te voorzien van een deel van de 3,5 tot 4 miljoen die ze voor haar plan heeft uitgetrokken, terwijl er al een geoliede Griekse ngo-machine bestaat die succesvol tig ama-shelters runt? Terwijl wat Agapidaki zei nog na-echoot, hoor ik de stem van Broekers-Knol tijdens het debat. Daarin meldde ze tot drie keer toe dat de Grieken ‘zo ontzettend blij zijn met haar plan’.

Beggers cannot be choosers, natuurlijk is het in de steek gelaten Griekenland, of het nu een regering van links of rechts heeft, ‘blij’ met iedere aalmoes die Athene wordt toegeworpen. Maar om je daarmee in een debat tegenover de Kamer op de borst te kloppen alsof je Griekenland daar, in plááts van het te ontlasten door vijfhonderd ama’s in Nederland op te nemen, een enorme gunst mee doet, is akelig misplaatst. Dankzij Agapidaki herself bestaat daar nu geen enkele twijfel meer over.

Ter herinnering, in staccato, wat er allemaal aan het migratiedebat van 3 juni vooraf ging wat betreft ama’s in Griekenland:

In oktober 2019 smeekte de Griekse minister van Burgerbescherming - er was toen nog geen minister voor Migratie en Asiel sinds de verkiezingsoverwinning van de conservatieve premier Kyriakos Mitsotakis in juli 2019 - Brussel om in godsnaam de 2500 allerzwakste ama’s van de in totaal 5500 uit het overbelaste Griekenland in andere lidstaten op te nemen. Niet één EU-land antwoordde zelfs maar.

In januari werden voor Asiel en Migratie de havik Notis Mitarakis als minister en de hardliner Giorgos Koumoutsakos benoemd als onderminister - de directe ambtsgenoot van Broekers-Knol. Beide heren gingen meteen aan de slag. Met desastreuse gevolgen: door de beslissing van de minister om op de reeds overbelaste eilanden Chios en Lesbos gesloten megadetentiecentra voor vluchtelingen te bouwen, kwam de lokale bevolking in opstand. Na vijf jaar zonder substantiële hulp, noch van Athene noch van Brussel, waardoor het toerisme geen enkele kans meer had, waren de eilanden gereduceerd tot afvalputje voor desperate vluchtelingen binnen Griekenland.

Moria verwerd tot de symbolische vluchtelingendumpbelt van de hele EU. De eilandbewoners hadden het collectief gehad. Extreem-rechtse knokploegen van de neonazistische partij Gouden Dageraad maakten daar ongestraft misbruik van. Resultaat: lokale bewoners die vluchtelingen tegen de klippen op helpen, vluchtelingen, ngo’s, zelfs UNHCR én journalisten werden aangevallen, hun auto’s vernield. Dankzij donaties en met liefde, bloed, zweet en tranen aangekochte en opgeknapte panden van ngo’s waar de depressieve vluchtelingen van Moria voor ontspanning, Engelse les, yoga en meditatie terecht konden, werden in de fik gestoken.

De kersverse minister stuurde oproerpolitie van Athene. Grieken tegen Grieken, Grieken tegen vluchtelingen, tegen ngo’s en tegen de pers. De chaos was compleet.

De Turkse president Erdogan deed daar een schepje bovenop door vluchtelingen in bootjes naar Griekenland te duwen, en, nadat ze per bus naar de Noord-Grieks-Turkse grens waren gebracht, ook over de grens bij de Evros rivier. Het Griekse leger en de politie reageerden keihard.

Dat beviel Brussel: het tijdens de economische crisis tien jaar lang beschimpte Griekenland was opeens een ‘schild’ dat Vrouwe Europa tegen de invasie van barbaren beschermde. Alsof de misbruikte, wanhopige en getraumatiseerde vluchtelingen een leger vormden dat de EU in gevaar bracht.

Toen kwam corona. Heel Griekenland ging al op 12 maart in lockdown. Iedereen wist: als corona in de kampen uitbreekt, kan daar geen dystopische Hollywoodfilm meer tegenop. Onder druk van een potentiële coronacatastrofe werden eindelijk een paar duizend uit het Moria-kamp geëvacueerd, mensen die het meeste risico liepen. En ‘dankzij’ corona kwam er opeens antwoord op de smeekbede van Griekenland van oktober 2019: eerst elf, inmiddels dertien EU-lidstaten besloten in maart gezamenlijk 1600 ama’s van de Griekse eilanden op te nemen. Dat zijn nog niet de 2500 waar de Griekse regering om vroeg, maar het is tenminste iets.

Dat er - bevestigd door Agapidaki - een onverkwikkelijke ‘profielvoorkeur’ voor ama’s bij de Griekse autoriteiten kan worden ingeleverd, geeft de hele ‘ama-transfer’-operatie een vieze bijsmaak. Maar in het huidige xenofobe, onbarmhartige Europa dat alle universele mensenrechtenovereenkomsten bij het vuilnis heeft gezet, moet je roeien met de riemen die je hebt, verzuchtte een collega van een binnenkort ex-medewerker van EKKA, die uiteraard anoniem wil blijven.

Tegelijkertijd werden in maart twee grote succesvolle burgerbewegingen geboren: #SOSMoria, een campagne van zevenduizend internationale artsen en vijftigduizend EU-burgers die pleitten voor onmiddellijke evacuatie van álle mensen in Moria , en voor directe sluiting van deze hel op Lesbos. En ook de Nederlandse campagne: #500Kinderen. Eerst verenigden veertig Nederlandse gemeenten zich in een ‘Coalition of the Willing’ om per direct vijfhonderd ama’s uit de Griekse kampen op te nemen. Inmiddels zijn dat er 132, samen met ook nog eens vijf provincies.

Deze campagne werd en wordt gesteund door íedere Nederlandse ngo die in Griekenland met vluchtelingen werkt - een unicum van eensgezindheid, want doorgaans concurreren ze met elkaar. Behalve door MOTG. Hetgeen te denken gaf. Vanwege wat Nieuwsuur op 23 april over MOTG wist te melden: dat MOTG de ngo-oogappel van Broekers-Knol was. Sterker nog: de schaamlap waarmee ze haar weigering van #500Kinderen bedekte. En daar leende MOTG zich voor?

Tussen Kamerbrief van Broekers-Knol van 7 mei en het debat op 3 juni, waren er demonstraties. Er waren acties van BN’ers. Er waren acties van gemeenten. Van scholen. Er waren radio-optredens. De Nederlandse regering in de persoon van Broekers-Knol bleef Oost-Indisch doof.

De twee dwarsliggende coalitiepartijen CU en D66 hadden te kennen gegeven dat zij ook liever hadden gezien dat Nederland vijfhonderd ama’s zou opnemen. Maar aangezien daar geen meerderheid in de Kamer voor was te vinden, waren ze ‘tevreden’ met het compromis van Broekers-Knol.

Net als bij het kinderpardon het geval was, kwam de sleutelrol steeds meer bij het CDA te liggen. Ergo: bij Tweede Kamer-lid Madeleine van Toorenburg. Tot haar grote schrik kwam er opstand in de CDA-gelederen. Eerst tien, uiteindelijk meer dan veertig afdelingen gaven te kennen dat ze zich niet meer in het CDA herkenden, dat ‘hun’ CDA natuurlijk wél vijfhonderd ama’s zou opnemen.

Van Toorenburg ging een rondje bellen. Naar alle veertig afdelingen. Wat dissidente CDA’ers, die absolute anonimiteit eisten, me daarover vertelden, zweeft tussen schokkend en hilarisch. ‘Nu zijn het zogenaamd tieners, maar wie garandeert dat het over twee maanden niet allemaal crimineeltjes zijn?’, ‘Het is niet bewezen dat het wezen zijn, dus straks komen ze hier, en daarna hun hele familie’, ‘Ze mogen geen “free ticket naar Europa” worden, als we ze opnemen heeft dat een aanzuigende werking’, ‘Ze zijn echt niet allemaal onder de achttien’, ‘De meesten zijn Afghaans en Pakistaans, dus uit veilige landen, waar ze naar toe terug moeten’ , ‘De ngo’s zijn leugenachtige organisaties’ - volgens getuigen heeft Madeleine van Toorenburg dit allemaal gezegd. En nog veel meer.

Er hiervoor is geen énkele statistische, wetenschappelijke, noch sociale basis. De ama-adolescenten in de Griekse kampen hebben net zo veel of net zo weinig kans ‘crimineeltjes’ te worden vanwege hun nationaliteit als Nederlandse of Griekse tieners.

Allerlei onderzoeken hebben allang uitgewezen dat niemand zijn kinderen vooruit stuurt als ‘vrijkaartje naar de EU’. En voor de duidelijkheid: Afghanistan is wat betreft ‘onveiligheid’ Syrië voorbij gestreefd. Na eindeloze asielprocedures en uiteindelijk - onnodige - rechtszaken, krijgen al die Afghanen in heel de EU dan ook inmiddels asiel. Ook in Griekenland en in Nederland.

Het eindeloos durende debat van 3 juni joeg de rillingen over de rug. Zoals er zonder gêne onuitgesproken overeenstemming was over het overbelaste Griekenland, dat nu eenmaal ‘geografische pech’ had, zoals Rutte het ooit noemde. En ook de betogen over het profiel van de ‘gewenste ama’s’ versus ‘ongewenste ama’s’ deed menigeen van ellende in elkaar krimpen.

Behalve Kamerleden van FVD en PVV, spanden Broekers-Knol en ook Van Toorenburg de kroon. Ze leken wel een eeneiige tweeling, kloeke amazones die de Lage Landen moesten behoeden tegen een rampzalige influx van ama’s. Daarom was het plan hen ín Griekenland te houden niet alleen geweldig, het getuigde zelfs van een groot hart. Nederland deed immers meer dan landen die helemaal niets deden. Trouwens, de Grieken zelf waren er ook zo blij mee, lieten ze niet na keer op keer te roepen.

Beide dames herhaalden ad nauseam dat de Nederlandse regering nu eenmaal het standpunt inneemt op het gebeid van migratie binnen de EU alleen maar aan ‘structurele oplossingen’ te willen doen, en niet aan ‘ad hoc-oplossingen’. Kinderen onder druk van acuut coronagevaar in de onhygiënische kampen overbrengen naar Nederland, ook al staan er meer dan honderd gemeenten en zelfs vijf provincies klaar, is ad hoc. En dus géén ‘structurele oplossing’.

Wat bedoelt het duo Broekers-Knol en Van Toorenburg hier mee? Er is verdeeldheid binnen de EU over wat te doen met alle vluchtelingen in de ‘eerste aankomst-landen’, namelijk in Griekenland, Spanje en Italië. Allemaal ‘geografische pech-landen’, in Rutte-taal. Volgens het Dublinverdrag van 1998 hebben alleen díe landen de verplichting al die de vluchtelingen op te nemen, en door een asielprocedure te trekken. Dat ging aardig in de tijd dat er per ‘eerste land van aankomst’ jaarlijks slechts tussen de dertig- en veertigduizend vluchtelingen aankwamen. Maar sinds 2015, toen alleen al via Lesbos meer dan achthonderdduizend vluchtelingen Schengen binnenkwamen, staat het Dublinverdrag op springen. Al vijf jaar dus, maar er gebeurt niets.

De drie landen smeken ieder jaar weer om ‘relocatie’: een eerlijke verdeling van alle vluchtelingen die voor een status in aanmerking komen over alle 27 EU-lidstaten. Simpel, zo lijkt het. Maar dat is het niet. Want vooral Hongarije en Oostenrijk weigeren ook maar één vluchteling op te nemen.

Zolang Brussel dit niet heeft opgelost, en met een door alle lidstaten geaccepteerd EU-beleid komt, weigert Nederland ook maar iets te doen. Het wachten is op Eurocommissaris Ylva Johansson, die voor de zomer nog met een plan komt, zo verwacht de regering. Tot dat er is, peinst Nederland er niet over zich aan te sluiten bij de inmiddels dertien lidstaten die ama’s opnemen.

Tijdens het debat van 3 juni bevestigde Broekers-Knol meerdere keren dat die 48 kinderen echt al op zeer korte termijn in een shelter op het vaste land komen, dat de samenwerking met de Grieken geweldig is, en dat iedereen tevreden is. Tijdens een tweede debat, eergisteren op 16 juni, herhaalde ze dat.

Ze zei letterlijk op vragen van SP en GL: ‘De feiten waar ik mee te maken heb is dat er een hele goede samenwerking is met de Grieken; hele goede samenwerking met de Griekse instanties, met EKKA, dat is onder andere de Griekse voogdijinstantie, die moet mooi uitgewerkt worden.’

Tijdens het debat van 16 juni blijft Broekers-Knol volhouden dat er gedurende drie jaar vijfhonderd ama’s in een of meerdere opvangtehuizen met 48 plekken zullen worden geholpen. Daar krijgen ze volgens haar goed onderwijs, psychosociale en zelfs juridische ondersteuning. Ze zegt ergens dat een ama gemiddeld drie maanden in zo’n tehuis zal verblijven.

Dat is nieuw. Hoe werkt dat dan? Hoe is al die hulp mogelijk in drie maanden tijd? Wat voor nieuwe vorm van speed-onderwijs en turbo-psychosociale steun zal dat zijn? Ik sprak met veel deskundigen op dit gebied, die met ama’s werken zowel in Griekeland als daarbuiten. Niemand begrijpt dit.

Na dit tweede en laatste debat voor het zomerreces, leek de missie van Broekers-Knol geslaagd. Ze had de coalitie weten te redden. En er was geen herhaling van het voor de VVD traumatische kinderpardon geweest - iets waar iedereen voor vreesde. De tegensputterende coalitiepartijen CU en D66 had ze weten te sussen. Ze gingen akkoord met haar plan. Mits ze haar belofte om op korter termijn, dat wil zeggen deze zomer nog tenminste 48 ama’s uit de kampen op de eilanden naar een opvanghuis op het vaste land over te hevelen kon waarmaken.

Maar wat er sinds vrijdag 12 juni is gebleken, wist niemand nog. Ik kreeg de woordvoerster van de Griekse onderminister van Asiel en Migratie, Giorgos Koumoutsakos, te spreken, geheel on the record. Ze was oprecht verbaasd, wist van niets wat betreft die ‘zeer korte termijn’. Ze zou het navragen. Ik vroeg haar mij dat, en ook antwoorden op andere vragen, schriftelijk in een mail te sturen. Helaas is dat haar niet meer gelukt.

Na de spontane reactie van de speciale secretaris Eirini Agapidaki, en ook van de opgestapte directeur van EKKA, was het ook niet meer nodig. Dat 48 ama’s binnenkort al in een veilig tehuis zullen kunnen vertoeven, wordt van Griekse kant door meerdere betrokkenen ontkend, of ten minste ernstig betwijfeld. Zelfs vlak na de zomer zal het er hoogstwaarschijnlijk nog niet van kunnen komen, gezien de trage en ingewikkelde procedures, en de huidige bestuurlijke chaos. Voor de betrokkenen is het al nauwelijks uit te leggen, noch te overzien. Wat dat betreft kan je het Broekers-Knol niet eens kwalijk nemen dat ze een en ander op 3 juni nog niet had begrepen.

Zo bleek onder andere dat het EKKA, waar de staatssecretaris zo lovend over sprak als de uitstekend functionerende Griekse partner, was geïmplodeerd. Het had geen algemeen directeur meer - onder meer vanwege de opgelegde deal met Nederland, details nog onbekend. Het ervaren en gespecialiseerde ama-EKKA-team zou binnenkort opgeheven worden. Vandaar die brief van 27 mei aan de Griekse premier.

Dat had Broekers-Knol misschien niet tijdens het debat van 3 juni, maar wellicht wel tijdens het debat van 16 juni kunnen weten. Net zo goed als de nieuwe autoriteit op ama-gebied, in de persoon van Agadipaki, tot voor kort niet in de Griekse wet verankerd was, en op dit moment nog geen departement heeft. Iedereen die de complete waanzin van de Griekse bureaucratie en de chaos op bestuurlijk en ministerieel niveau kent, weet dat alle mogelijke procedures daardoor eindeloos duren. En dat is in het geval dat alles wél wettelijk waterdicht is geregeld, en organisaties wél functionerende en bemande directies en afdelingen hebben.

Op dit moment is er een ingewikkeld probleem. Het EKKA valt onder het Griekse ministerie van Arbeid en Sociale zaken, maar heeft wel de voogdij voor ama’s sinds 2018 in portefeuille. De nieuwe speciale secretaris Agapidaki voor ama’s valt onder het ministerie van Migratie en Asiel. Bestuurlijk en wettelijk kan zij daardoor niet de nieuwe baas zijn van de ama-afdeling binnen het EKKA. Daarom moet die afdeling ook opgeheven worden, en krijgt Agapidaki haar eigen team. Dit alles is op het moment van schrijven nog niet rond.

Daar staat tegenover dat de Griekse onderminister en zijn baas de minister van Migratie en Asiel in Griekenland beiden onder vuur liggen omdat ze tijdens coronacrisis allerlei uitgaven voor migratie hebben gedaan zonder publieke aanbestedingen. Dat wordt nog wat, wanneer het Griekse parlement na de zomer weer volledig zal functioneren.

Er kwam nog meer bij. Een belangrijk ander onderdeel van het plan van Broekers-Knol is het op verzoek van Griekenland helpen inrichten van een Grieks voogdijsysteem. Daarvoor stuurt de Nederlandse voogdij-instelling Nidos experts om Grieken te trainen ten einde Griekse voogden te kunnen opleiden. Via Google wordt al snel duidelijk dat Nidos al jaren in Griekenland werkt binnen het kader van het European Guardianship Network. Afgelopen vrijdag belde ik verschillende malen met het Nidos. De persvoorlichter zou terugbellen. Tot op dit moment van schrijven heb ik niets meer gehoord.

Op de valreep. In de loop van vanochtend kon ik praten met Lora Pappa, bestuursvoorzitter van de Griekse ngo metadrassi.gr. Ze klonk enigszins upset. ‘We werken al sinds 2014 met het Nidos, en dat is betaald door de EU. We hebben dankzij het Nidos sinds 2018 een voogdijsysteem, naar het uitstekende voorbeeld van Nederland, aangepast aan de Griekse realiteit’, zegt ze geagiteerd door de telefoon terwijl ze in de auto zit.

Ze vervolgt: ‘We doen onze stinkende best, maar er zijn de laatste tijd geldproblemen. Daardoor hebben mijn collega’s en ik de eerste maanden van dit jaar zonder salaris betaald te krijgen moeten werken. We hebben dat gedaan voor de kinderen over wie we voogdij hebben, die kunnen we niet laten vallen natuurlijk. En nu geeft Nederland geld aan het Nidos? Dat betaald wordt door de EU? Waarom niet aan ons, al jaren dé Griekse partner van het Nidos, aan de mensen die allang door het Nidos zijn opgeleid?’

Nerveus ratelt Pappa een heel verhaal af, maar de ontvangst is slecht, ze is nauwelijks te verstaan. Beduusd hang ik op. Vijf minuten later moet ik op Radio 1, bij Nieuws BV van BnnVara. Het duizelt me. Via messenger krijg ik tijdens de uitzending - met Jasper van Dijk van de SP die het kabinet nu toch weer vragen gaat stellen - bericht van Eze, een zeventienjarige zwarte jongen uit Sierra Leone, helemaal alleen in het kamp op Samos. Het is nog steeds in lockdown. De coronamaatregelen zijn inmiddels voor alle Griekse burgers bijna helemaal opgeheven, maar niet voor de vluchtelingen in de 72 kampen verspreid over heel Griekenland.

Op de eilanden zijn ze omringd door leger en politie. Onlangs brak er in het kamp op Samos brand uit. Eze en andere ama’s wilden vluchten voor de vuurzee, maar werden door Griekse robocops tegengehouden. Het weinige dat hij bezat is in vlammen opgegaan, sindsdien leeft hij op een hoop as. Ik ben bezig kleren en schoenen voor hem te regelen en op te sturen. Hij noemt me ‘mummy’, en wil iedere dag zo lang mogelijk met me praten. Soms word ik er gek van, heb ik geen tijd voor hem, druk ik hem weg. Waarna ik me de hele dag schuldig voel.

Hij stuurt me foto’s van twee afschuwelijk gewonde knieën. Een groep Arabieren heeft hem en zijn maatjes vannacht aangevallen. Hij heeft heel erge pijn, er zijn geen dokters, geen medicijnen, gelukkig kreeg hij van iemand verband. Of ik alsjeblieft kan helpen, íets voor hem kan doen.

Mijn keel knijpt dicht, ik kan nauwelijks meer praten. Gelukkig is het einde van de uitzending nabij. Het enige dat ik alleen maar kan denken is: alsjeblieft, alsjeblieft, haal die vijfhonderd ama’s naar Nederland. Wanneer ik de uitzending terug luister, blijk ik het hardop gezegd te hebben.

EPILOOG

Vandaag heeft, zoals de speciale secretaris Eirini Agapidaki al had aangekondigd, staatssecretaris Ankie Broekers-Knol het Memorandum of Understanding’ ondertekend met de baas van Eirini Agapidaki en de bazin van het geïmplodeerde, directeurloze EKKA. Ik bel met iemand die dichtbij de mensen staat van de EKKA ama’s-afdeling die wordt opgeheven - en die absoluut anoniem wil blijven.

‘Wat staat er nou precies in dat memorandum?’ vraag ik.

‘We begrijpen dat het precies dezelfde intentieverklaring is die onze oud-directeur in mei weigerde te ondertekenen, en waardoor hij is opgestapt. Het is nietszeggend, vaag, en schandalig wat betreft de rol van het Nidos dat alláng samenwerkt op het gebied van voogdij met een Griekse ngo die niet eens in de overeenkomst wordt genoemd. Een beetje directeur ondertekent zoiets niet. Het is puur een “show-tekenmomentje” voor de bühne. We zijn sprakeloos.’