Het verlies van de sociaal-democraten

‘De overheid is géén bedrijf’

De PvdA heeft met de omhelzing van het neoliberalisme de electorale afstraffing vooral aan zichzelf te wijten, vinden de Nederlandse socioloog Willem Trommel en zijn Vlaamse collega Mark Elchardus. ‘De PvdA moet terug naar haar waarden.’

Medium pvda

Waarom zou iemand die links wil stemmen zijn keuze nog op de pvda laten vallen? In plaats van tegenbeweging zijn de sociaal-democraten bondgenoot van het neoliberalisme. In ideologisch opzicht is dat een fataal verbond, zegt socioloog Willem Trommel, waardoor de pvda niet meer de maatschappijkritische factor van weleer is. ‘Neoliberaal denken is nogal agressief antimaatschappelijk, gericht op een politiek van sociale ontbinding’, zegt hij. ‘Daarmee staat het haaks op de waarde die het hart van de sociaal-democratie uitmaakt: solidariteit. Waardoor verkeert de pvda in een diepe crisis? Doordat ze meeloopt met het neoliberalisme.’

De schijn is anders. Ook onder sociaal-democraten wordt de term ‘neoliberalisme’ in afkeurende zin gebruikt. Er lijkt weer een ideologische vijand opgedoken, hoe ongrijpbaar ook. Maar nieuwe politiek heeft dat nog niet opgeleverd, ondanks de alternatieven die de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de pvda, aandraagt. Het neoliberale doel van een overheid die zich terugtrekt uit de publieke dienstverlening geeft nog altijd richting aan het beleid.

De kernidee van het neoliberalisme luidt dat het bedrijf de optimale organisatievorm is voor de inrichting van de samenleving. Diensten met een vormende of maatschappelijke functie zoals het onderwijs, de cultuur en de zorg moeten bedrijfsmatig worden georganiseerd, met onderlinge concurrentie als het mechanisme dat voor de beste prestaties borg staat. Onder het neoliberale regime wordt ook het individu beoordeeld op zijn productiviteit en concurrentievermogen, een maatstaf die politiek tot uitdrukking komt in de totem die voor de ‘hard werkende Nederlander’ is opgericht. ‘Niet-productieve’ krachten als kunstenaars, asielzoekers en werklozen valt een stiefmoederlijke behandeling ten deel.

Volgens Trommel verwaarloost de pvda haar relationele mensbeeld. Het individu dat niet zonder anderen kan om vooruit te komen en de zin van zijn bestaan mede aan die anderen ontleent, maakt in dat beeld plaats voor de ‘onderneming ik’ die met ‘zelfmanagement’ vorm krijgt. Over dat fenomeen van het ondernemer zijn van je eigen leven schrijft Trommel, als hoogleraar beleids- en bestuurswetenschappen verbonden aan Vrije Universiteit, in Omstreden vrijheid, het nieuwe jaarboek van de Wiardi Beckman Stichting.

Vanuit de politiek worden mensen voortdurend aangespoord zichzelf te overtreffen, constateert Trommel. ‘Versoepeling van het ontslagrecht, bevordering van het zzp’er-schap, privatisering van de sociale zekerheid zijn voorbeelden van beleid dat de groei van de ik-onderneming moet bevorderen. Het individu mag zich niet verschuilen in een veilige sociale context of de zekerheid van een levenslange baan. Er valt immers zoveel meer uit het leven te halen.’

Een van de gevolgen is dat de risico’s die mensen in hun leven lopen vooral worden toegeschreven aan eigen keuzes. ‘Ooit was het een handelsmerk van de sociaal-democratie dat ongelijkheid in levenskansen in de eerste plaats het gevolg was van maatschappelijke tekortkomingen. Nu beziet men het leven als de uitkomst van een groot aantal persoonlijke keuzes. Tegenslag is dan eerder een gevolg van slecht zelfmanagement dan van het lot.’

De hoofdlijn van het kabinet is een terugtredende overheid die burgers wil disciplineren tot rendabele burgers, al brengt de pvda hier en daar correcties aan. Dat beleid is vanzelfsprekend, niet omdat het objectief gezien het enige juiste is, maar omdat de achterliggende visie op de overheid en de verzorgingsstaat geen onderwerp van debat meer vormt. Wat maakt het neoliberalisme aanlokkelijk voor de sociaal-democratie? Welke gevolgen heeft dat voor de beleidskeuzes die de pvda maakt en voor haar positie in het politieke krachtenveld? Is er een sociaal-democratisch alternatief voor deze tijd te formuleren?

Deze vragen komen aan de orde in een gedachtewisseling met Trommel en zijn Vlaamse collega-socioloog Mark Elchardus, emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Brussel en een van de andere auteurs van Omstreden vrijheid. Voor een emancipatiepartij is het een aanlokkelijke gedachte dat haar taak is volbracht en het individu zich volledige autonomie heeft verworven. Maar daarmee gelooft de pvda in een fictie, zeggen beide auteurs, met als gevolg dat neoliberalisme de beleidsmatige keuzes bepaalt in kwesties waarin vrijheid, gelijkheid en solidariteit in het geding zijn.

Zetten ze hun verhaal niet wat te zwaar aan? Elchardus licht toe: ‘Ik geloof in het individualisme, als een isme, een politiek streven, in dit geval naar het recht op zelfbeschikking. Het heeft ons leven ten goede veranderd. We zijn zelfstandiger dan ooit en hebben ons bevrijd van geloofsdwang en loos gezag. We hoeven niet meer geknield te leven. Maar het is een vergissing, met ingrijpende gevolgen, om aan te nemen dat dit emancipatieproces is voltooid en we nu een maatschappij hebben van economisch zelfredzame, autonome individuen. Anthony Giddens, de intellectuele goeroe van de Derde Weg, heeft die vergissing in de sociaal-democratie geïntroduceerd.’

Het cruciale element in Giddens’ redenering is dat de maatschappelijke instellingen aan de beurt zijn om zich aan te passen aan de voltooide emancipatie. In de praktijk van het beleid houdt dat in dat de overheid allerlei verantwoordelijkheden die vroeger voor rekening van het collectief kwamen nu op individuen afschuift.

Elchardus: ‘We worden overladen met verantwoordelijkheden, ook voor keuzes die onze beschikkingsmacht te boven gaan doordat ze voor ons te groot, te complex, te onoverzichtelijk zijn. Dan wordt de eigen verantwoordelijkheid een dogma waarmee de politiek de verzorgingsstaat diep in het hart kan raken.’

‘Net als de liberalen doen de sociaal-democraten het voorkomen alsof vrijheid in de eerste plaats een individuele prestatie is’

Volgens de Vlaamse socioloog gelooft de sociaal-democratie niet meer in collectieve actie om het individu te helpen ontsnappen aan armoede, onveiligheid, onwetendheid. Ooit was dat geloof de drijfveer achter de opbouw van de verzorgingsstaat, met een zware verantwoordelijkheid voor de overheid om onderwijs, zorg, wonen en het pensioen voor iedereen betaalbaar en toegankelijk te houden.

‘De bron van vrijheid lag in het succes van die collectieve actie die mensen in staat stelde tot een grotere grip op hun eigen lot. Niets heeft de mensen meer vrijheid gegeven dan de verzorgingsstaat. Maar net als de liberalen doen de sociaal-democraten het nu voorkomen alsof vrijheid in de eerste plaats een individuele prestatie is. Ze laten de mensen geloven dat de loop die hun leven neemt volledig is te verklaren door hun persoonlijkheid, hun karakter en de keuzes die ze maken.’ Daarmee importeert de sociaal-democratie het neoliberalisme in haar eigen gedachtegoed. ‘Ik vind dat label, neoliberalisme, wat schimmig, maar een kenmerk is in ieder geval dat het gelooft in individuen die uit eigenbelang handelen. Niemand beter dan het individu zelf kan dat eigenbelang beoordelen, met als logische implicatie dat het de volledige verantwoordelijkheid kan dragen voor wat er met hem gebeurt en de overheid daar geen omkijken meer naar heeft.’

De cruciale schakel tussen neoliberalisme en sociaal-democratie is het idee van persoonlijke autonomie, meent Elchardus. ‘Dat klinkt goed voor een emancipatiepartij, vanwege de connotatie met mondigheid: je neemt je leven in eigen hand. Maar het wordt benauwend als je je realiseert dat daarom van jou wordt verwacht dat je in competitie treedt met alle anderen, dat je winst moet maken op je leven. Giddens prijst zo’n samenleving aan als een high opportunity, high risk society. Het lullige is alleen dat de opportunities voor de ene klasse zijn en de risks voor de andere. Men bouwt geen succesvol politiek beleid op een verkeerde maatschappijdiagnose.’

Trommel: ‘Als de maatschappelijkheid ineenschrompelt ten gunste van de markt resteert voor de mensen weinig anders dan mee te doen in de klopjacht op individueel succes en status. We zijn gaan geloven in een soort ideaalbeeld van assertieve individuen die hun mannetje staan in de wereld van markt en strijd. Dan is het logisch dat de afkeer van afhankelijkheid groeit. Daar ligt de bron van sociale ontbinding. Als je succes hebt, dan is het jouw verdienste, als je faalt, dan heb je het aan jezelf te wijten. Misschien heb je niet genoeg gedaan aan bijscholing, of niet hard genoeg gesolliciteerd. Je verdient in ieder geval geen steun van de gemeenschap als je zó slecht voor jezelf zorgt.’

Het toedelen van verantwoordelijkheid aan mensen is volgens Trommel dan niet anders dan hen verwijtbaar maken. ‘Dat deugt natuurlijk helemaal niet, nu even normatief sprekend. De samenleving is complexer dan ooit en dan zeggen we tegen het individu dat het al de risico’s maar moet kunnen overzien. De staat kan dat niet meer, ondanks alle toezicht die hij uitoefent, maar van het individu veronderstellen we dat het dat wél kan. Terwijl volgens mij noodlot of dikke pech meer dan voorheen bepaalt of iemand vastloopt.’

De paradox is dat de overheid zich terugtrekt en tegelijkertijd de burgers meer dan ooit in de gaten houdt. Het een heeft volgens Trommel met het andere te maken. ‘Een bestuur dat liberale retoriek gebruikt dringt zich steeds dieper in onze levens. Dat is minder verwonderlijk dan het lijkt. De politiek heeft de burgers verantwoordelijk gemaakt voor hun levensloop, maar kan het ook niet laten hen aan te spreken, te corrigeren of te straffen. Rutte stelt zich op als de human resources manager die hij vroeger bij Unilever was, met ons als zijn personeel, zijn human capital, dat moet worden gemanaged en optimaal moet renderen.’

Neoliberaal bestuur vergt een specifiek soort ingrijpen in de leefcondities van mensen, zegt Trommel, om prestatiedruk op hen te kunnen uitoefenen. ‘Het is een pathologische reactie van de politiek op het verlies van maakbaarheid. De samenleving wordt complexer, door de globalisering, de erosie van maatschappelijke verbanden, de migratie. De politiek ervaart dat als verlies van invloed en anticipeert daarop door haar greep op de burgers te vergroten. Vergelijk het met beleggers die verlies zien aankomen en op de beurs nog even binnengraaien wat kan.’

Elchardus: ‘Het is ironisch dat we mensen zozeer zijn gaan controleren in een tijd waarin zoveel wordt gesproken over individuele vrijheid. Die explosie van evaluaties, visitaties, indicatoren is precies in deze periode gekomen, op alle niveaus. Overal is die controle dieper doorgedreven. Ik denk dat dit fenomeen het gevolg is van het feit dat het liberale mensbeeld onvolkomen is. De markt als ordenend mechanisme, dat verhaal krijgen liberalen gewoon niet kloppend doordat het een veel te kale manier is om tegen mensen aan te kijken.’

Het is volgens Elchardus geen toeval dat Margaret Thatcher en Ronald Reagan in de jaren tachtig al spoedig hun politieke verhaal doorspekten met waarden. ‘Reagan begon over de virtues of main street, de deugden van de man in de straat – hij dacht daarbij vooral aan de winkelstraat – en Thatcher prees de victorian virtues. Beetje kneuterig, beetje ouderwets, maar de essentie is dat deze twee voortrekkers van het neoliberalisme überhaupt terugvielen op waarden en deugden om de samenleving bij elkaar te houden. Kennelijk, is mijn conclusie, was hun mensbeeld niet afgerond.’

Trommel: ‘Ha! Zelfs Ayn Rand had het over een deugd, de virtue of selfishness. Egoïsme is volgens haar een deugd, in die zin dat je je dan onafhankelijk maakt van anderen en geen beroep hoeft te doen op de gemeenschap. We zijn wel een eind in haar richting gegaan.’

Elchardus: ‘De sociaal-democratie is te veel meegegaan in de gedachte dat iedereen uit eigen belang handelt. En natuurlijk ondergraaf je dan je eigen waarden. Kun je de waarden die de morele basis vormen van de verzorgingsstaat in stand houden als je kiest voor een economisch model dat mensen bestaansonzeker maakt? De vraag stellen is hem beantwoorden. Dus als de pvda zich wil herstellen, dan moet de partij terugkeren naar de eigen waarden.’

‘Mensen leveren beter werk als je hun de kans geeft om er hun ziel in te leggen. Arbeid krijgt zo zijn waarde weer terug’

In het project ‘Van Waarde’ deed de Wiardi Beckman Stichting een poging het algemeen belang opnieuw te formuleren in het licht van de sociaal-democratische waarden bestaanszekerheid, verheffing, goed werk en binding. Het wetenschappelijk bureau van de pvda presenteerde het resultaat in het voorjaar van 2013. De reactie van partijleider Diederik Samsom gaf weinig hoop. Binnenskamers liet hij blijken de bemoeienis van de Wiardi Beckman Stichting met de koers van de pvda eerder als lastig voor de coalitiesamenwerking te beschouwen dan als waardevol voor de sociaal-democratische gedachtevorming.

Elchardus was een van de intellectuelen die bij ‘Van Waarde’ waren betrokken. ‘Deze weg zou de pvda moeten bewandelen om weer het progressieve alternatief te worden’, meent hij. ‘Bestaanszekerheid, verheffing, goed werk, binding: dat zijn de waarden waaraan de sociaal-democratie haar bestaansrecht ontleent.’

Een uitgelezen inzet van de Partij van de Arbeid in het waardendebat is volgens Elchardus hoe arbeid haar waarde terugkrijgt. Hij prijst het kabinetsbesluit, op aandrang van pvda-minister Asscher genomen, om geleidelijk tweeduizend schoonmakers weer in vaste dienst te nemen. Dat is een voorbeeld van een keer ten goede. ‘De vrouw die in mijn universiteitsgebouw in Brussel werkte, ontleende fierheid aan het proper houden van dat gebouw. Mensen moraliseren hun werk, dat vergeten die liberalen. Ze was trots op wat ze deed en je kon haar op het resultaat van haar werk aanspreken. Men ontsloeg haar, besteedde haar werk uit, met het gevolg dat het gebouw niet meer proper is en je niet meer weet wie je erop kunt aanspreken. Je moet nu een heel lastige klachtenprocedure volgen als de wc niet schoon is.’

Trommel: ‘Mensen leveren beter werk als je hun de kans geeft om zich met dat werk te verbinden, er hun ziel in te leggen. Arbeid krijgt zo zijn waarde weer terug. We moeten in de publieke dienstverlening dus af van die prestatiesturing, met al die controle- en evaluatelijstjes, en ons afvragen wat nu de intrinsieke waarde van lesgeven is, van zorg, van onderwijs, van bankieren.’

Elchardus: ‘Onderwijzers willen de kinderen iets leren, schoonmakers willen het gebouw proper houden, mensen op de universiteit willen hun kennis verdiepen en aan studenten overdragen. Het verlangen met je werk een wezenlijke bijdrage te leveren aan de samenleving zit diep in de mensen.’

Trommel: ‘En ze willen het samen doen, niet als een ik-onderneming die permanent moet presteren, concurreren. Gevoel voor empathie, onderlinge solidariteit, rechtvaardigheid zijn geen laagjes beschavingsvernis, maar menselijke basisbehoeften die de evolutie ons heeft gegeven. Dus, inderdaad, dat mensbeeld waarnaar de politiek zich onder invloed van het neoliberalisme heeft gevoegd, dat klopt gewoon niet.’

Een wending naar beleid dat zich op andere dan economische waarden oriënteert, zal eerder van buiten dan van binnen uit het politieke domein komen, verwacht Trommel. ‘Ik geloof in bewegingen van onderop, de Maagdenhuisbezetters, Podemos, Occupy. Op elk van die bewegingen zal wel iets aan te merken zijn, maar voor mij geldt vooral dat zich ad hoc gemeenschappen vormen rondom problemen die de politiek niet meer aan de orde stelt. Betrokken burgers delen kennis met elkaar en ontwikkelen een publieke ambachtelijkheid rond een maatschappelijk probleem.’

Elchardus: ‘De sociaal-democratie moet zich verdiepen in haar traditie om voor maatschappelijke taken coöperaties op te richten. Dan heb je solidariteit en efficiënt prestatievermogen ineen. Het resultaat zal zijn dat je dan een ziekteverzekeraar kunt organiseren met vijf, zes procent overheadkosten, tegen de twintig, vijfentwintig procent die winstgerichte privé-bedrijven daarvoor moeten inboeken.’

Trommel: ‘In die coöperatiegedachte zit de toekomst. Maar in de sociaal-democratie lijkt mij eerst een serieus uitdrijvingsritueel geboden, een grote schoonmaak. Laten ze om te beginnen eens terugkomen van een aantal keuzes die ze hebben gemaakt onder invloed van de besmetting met het neoliberale virus. Dus kap met de decentralisaties in de zorg, het welzijn, de sociale zekerheid, zolang die zijn gebaseerd op die hilarische leugen dat je meer met minder kunt doen. Die leuze klopt niet. Met minder gaan we waarschijnlijk gewoon minder doen. Stop ook met die bedrijfsmatige taal over de overheid. De overheid is géén bedrijf. Beëindig de ontmanteling van de cultuursector. Schei uit met die prestatiesturing in de publieke sector.’

Elchardus: ‘Zeker, kappen met een aantal van die dingen. En koester de verworvenheden van de sociaal-democratie en breng haar weer in overeenstemming met haar waarde. Door schade en schande wijs geworden verwachten mensen nu weinig meer van de politiek of van politieke actie. Hun is zo dikwijls gezegd dat ze een ik-onderneming zijn die voor zichzelf moet zorgen. Als het erop aankomt het een of andere wereldprobleem op te lossen, zal de politiek dat nog wel doen, verwachten ze, want dat kunnen ze niet in hun eentje. Maar gaat het om goed wonen, een baan vinden, later een pensioen hebben, goed verzorgd worden als ze ziek zijn, tja, daarvoor rekenen de mensen niet meer op de politiek. Van diezelfde politiek krijgen ze immers te horen dat ze daarvoor zelf moeten zorgen.’

Vooral het verlies van geloof in politieke actie voor het alledaagse leven vindt Elchardus een drama. ‘De essentie van politiek is nu juist dat ze zich afvraagt op welke wijze zij het leven kan verbeteren, hoe de mensen verzekerd zijn van een goede school voor hun kinderen, van een comfortabele woning, een aangename leefomgeving, goede zorg, zekerheid. Het grote probleem van vandaag is dat mensen niet meer naar de politiek stappen met hun zorgen en verzuchtingen, dromen en wensen. Hen terugkrijgen naar de politiek, dat is de taak die de partijen zich moeten stellen. Voor de pvda begint die taak met een terugkeer naar haar waarden.’


René Cuperus en Menno Hurenkamp (redactie), Omstreden vrijheid: Waartoe een vrije samenleving verplicht.

Uitgave: Wiardi Beckman Stichting / Uitgeverij Van Gennep


Beeld: Diederik Samsom na de nederlaag van de PvdA tijdens de Provinciale-Statenverkiezingen van 2015 (Martijn Beekman / ANP)