De overheid kijkt te vaak de andere kant op

Afgelopen weekend ging Bloemendaal aan Zee helemaal los: honderden twintigers en dertigers dansten tot diep in de nacht in het zand voor een strandtent. Uit de boxen schalde dansmuziek, drank en pillen waren er in overvloed en in het donker hield niemand zich aan de anderhalve meter. Mondkapjes ontbraken. Politie of boa’s waren in geen velden of wegen te bekennen, burgemeester Elbert Roest van Bloemendaal keek blijkbaar even tactisch de andere kant op. Er was zelfs een bord opgehangen met het ‘Femke Halsema-plein’ – een dikke vinger naar de burgemeester van Amsterdam.

Nog geen 24 uur na de dringende oproep van premier Rutte om de coronaregels strikter in acht te nemen, was van het effect van dit morele appèl niets meer te merken. Zon, zee en dertigplus graden waren genoeg om de vele doden en de vreselijke economische én sociale gevolgen van een mogelijk noodzakelijke tweede lockdown te vergeten. Eén besmette feestganger kan potentieel van dit gedoogde strandfeest een superspreader event van ongekende omvang maken. Voor de ggd is het achterhalen van alle contacten dan een onmogelijke opgave.

Nederland zit in een toezichtcrisis die door de coronacrisis nog duidelijker zichtbaar is. We hebben veel en soms ook onduidelijke regels die we mede daardoor met een flinke korrel zout nemen. En als het toezicht ontbreekt of soms vrijwel is wegbezuinigd, dan kiezen velen voor het eigen in plaats van het algemeen belang.

Regelovertreders – zoals jongeren en afvalbedrijven – kiezen voor het eigen belang

Dat geldt zeker niet alleen voor jongeren op het strand in Bloemendaal. Veehouders, uitzendbureaus en slachthuizen kwamen recent in het nieuws als grote regelovertreders en ook de afvalbranche neemt vaak een loopje met de wet, zo blijkt uit het onderzoeksstuk dat we deze week brengen. De rode draad: de verdiensten zijn groot, de pakkans is klein en de consequenties zijn gering.

Afvalbedrijven zijn niet alleen vaak betrokken bij milieuschandalen, maar vliegen ook opvallend vaak in de brand. De maatschappelijke schade hiervan loopt in de tientallen miljoenen euro’s. De conclusie van het stuk: ‘Als je deze branche ruimte biedt, wordt daar misbruik van gemaakt.’

Deze misstand komt nu naar buiten door de onderzoeksjournalisten Adrián Estrada en Eline Huisman, maar het opvallende is dat politiek en overheid er allang van op de hoogte waren of hadden moeten zijn. De wet- en regelgeving in de branche is ingewikkeld en het toezicht beperkt, meldde de Nationale Politie al in 2016. Die combinatie is een belangrijke ‘criminogene factor’: het stimuleert misdaad. De afvalsector bevordert crimineel handelen, waarschuwden criminologen. En het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid constateerde in 2019 dat de omgevingsdiensten die het toezicht uitoefenen te weinig geld krijgen van hun opdrachtgevers.

Dit zijn meestal lokale bestuurders, schrijft het Centrum, die voor bijvoorbeeld de vuilophaal ook weer afhankelijk zijn van de afvalverwerkers. ‘Ongewenste belangenverstrengeling ligt constant op de loer.’ Een milieu-inspecteur stelt: ‘De sector balanceert op de rand van de criminaliteit.’

En in zo’n sector, waar ook nog eens met gevaarlijke en giftige stoffen wordt gewerkt, zijn alle waarschuwingssignalen genegeerd. Als zo vaak kijkt de overheid de andere kant op als de economische belangen groot zijn of het handhaven te lastig is. Bestuurders reageren dan als de burgemeester van Bloemendaal: net doen alsof je neus bloedt en maar hopen dat het goed gaat.