Interview met oud-minister Gerhart Baum

‘De overheid mág niet alles’

De invoering van rekeningrijden zal de Nederlandse staat veel informatie opleveren over het komen en gaan van burgers. Hier levert dat nauwelijks discussie op. In Duitsland wel. De liberale oud-minister Gerhart Baum verzet zich tegen een staat die het totale wegverkeer volgt en privé-computers wil hacken.

Wie eenmaal informatie in zijn bezit heeft, zal die ook gebruiken. Dat is de stelregel van de Duitse jurist en ex-politicus voor de liberale fdp Gerhart Baum. Het is tevens zijn grootste zorg. Kijk maar naar het automatische tolsysteem dat Duitsland drie jaar geleden voor vrachtwagens invoerde. Reden die een tolweg op, dan werd via een nummerbordscanner het geld automatisch geïnd. Een snel en geavanceerd systeem. Maar ook een potentiële goudmijn voor opsporingsdiensten. Dat bleek wel toen in 2005 twee vrouwen werden vermoord door – zo werd vermoed – een vrachtwagenchauffeur. Gebruik het systeem om na te gaan welke vrachtwagens rond het tijdstip van de moorden in de buurt van de plaats delict reden en je vist de dader er zo uit, aldus een paar fanatieke politici uit Beieren.

Dat gebeurde niet, maar de roep om die enorme schat aan gegevens voor andere zaken te gebruiken is sindsdien niet verstomd. De christen-democratische minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble vroeg vorig jaar toestemming deze ‘Mautdaten’ dan tenminste in te mogen zetten in de strijd tegen terrorisme. Maar ook voor het t-woord, dé troef in handen van elke criminaliteitsbestrijder, bleven de poorten gesloten. Dat komt mede doordat in Duitsland de groep mensen die waakt over de bescherming van persoonsgegevens minstens zo gedreven is als haar tegenstanders. ‘Als een met explosieven beladen vrachtwagen op weg is om een aanslag te plegen, moet je de politie erachteraan sturen en niet in tolgegevens gaan lopen woelen’, aldus Schäuble’s collega Brigitte Zypries van Justitie.

Waar Zypries als lid van de regering nog wel eens inschikt, houdt ex-minister Gerhart Baum zijn poot tegenwoordig stijf. Al jaren loopt hij voorop in de strijd tegen wat hij ziet als de uitholling van de rechtsstaat. Hij is met zijn 75 jaar van een generatie die de Tweede Wereldoorlog slechts als kind heeft meegemaakt – maar oud genoeg om vanuit de toen opgedane indrukken ‘de rest van mijn leven zeer gevoelig te blijven voor de vrijheden en rechten van burgers’. Ten opzichte van de staat, welteverstaan, die wat hem betreft steeds goed moet oppassen niet te veel van ons te willen weten. Baum: ‘We moeten de garantie hebben dat we in ons leven plekken hebben waar de staat niks te zoeken heeft. Deze plekken verdwijnen steeds meer. De veiligheidsstaat is onverzadigbaar, de preventiestaat is onverzadigbaar. Hij zal bergen informatie verzamelen. Wie zegt dat deze gegevens bij een sterkere dynamiek richting binnenlandse veiligheid niet op andere manieren tegen ons worden gebruikt?’

Waar Baum die ‘bergen informatie’ ziet aanzwellen, werd eind november duidelijk. Hessen en Sleeswijk-Holstein moesten zich voor Duitslands hoogste rechtbank, het constitutionele hof in Karlsruhe, verantwoorden voor een omstreden opsporingstechniek. In die deelstaten (en in zes andere) worden de nummerborden van alle voorbijrijdende auto’s op verschillende plekken geregistreerd en aan de hand van opsporingslijsten gecontroleerd. Op deze wijze is in 2007 alleen al in Hessen één miljoen nummerborden verzameld. De deelstaat beschikt bovendien over gegevens waar die auto’s op welk tijdstip waren én waar ze naartoe gingen. Dat leverde volgens de advocaat van één van de klagers driehonderd treffers op van gezochte criminelen of mensen met openstaande parkeerboetes. Aan de rechtbank nu om te bepalen of de schending van de privacy opweegt tegen de baten van deze opsporingsmethode.

Voor de liberaal Baum is die afweging cruciaal bij elke nieuwe maatregel die de privacy aangaat. Dat geldt niet alleen voor opsporingstechnieken, maar ook voor middelen die de overheid inzet om de veiligheid te vergroten – denk aan camerabewaking op openbare plekken. Baum: ‘De eerste vraag moet daarom altijd luiden: hélpt de voorgenomen maatregel wel? Vervolgens: zijn er niet andere maatregelen denkbaar? En ten slotte: staat de inbreuk op de privacy nog wel in verhouding met wat de maatregel moet zien te bereiken?’ Baum gaat fel tekeer tegen het tegenargument dat maatregelen misschien niet altijd absoluut noodzakelijk zijn, maar nochtans kunnen werken: ‘Ja, martelen zou ook kunnen helpen, maar daar ligt juist de grens: de overheid mág niet alles. Het doel heiligt niet altijd de middelen, want in een vrije democratie zetten we nu eenmaal niet alle denkbare middelen in.’ Hij hekelt de houding van Schäuble, die zegt ál het mogelijke te willen doen tegen terrorisme: ‘Dat kan niet. Hij moet zich realiseren dat we in een vrije samenleving voor ons eigen bestwil niet alles mogen opgeven. Wij martelen niet, wij hebben geen doodstraf. Er bestaan grenzen. Het is zeer verwijtbaar dat de minister van Binnenlandse Zaken dit zegt, want hij is ook verantwoordelijk voor de bescherming van de grondwet.’

Dus voert de jurist, die eind jaren zeventig ambtsvoorganger was van Schäuble, op dit moment ook zelf een rechtszaak voor het hof in Karlsruhe tegen de zogenaamde ‘Online-Durchsuchungen’. Opsporingsdiensten willen via internet computers van verdachten kunnen hacken om belastend materiaal te vinden. Het is precies die geniepigheid die ook in de zaak tegen Hessen en Sleeswijk-Holstein ter discussie staat. Baum gaat het echter vooral om iets anders, namelijk ‘dat het centrum van ons privé-leven wordt beschermd’. In die mening wordt hij gesterkt door een eerdere uitspraak van het constitutionele hof, nadat Baum in 2004 samen met twee collega’s ook al eens succesvol een wet had aangevochten. Destijds ging het om het afluisteren van privé-woningen. Karlsruhe vond dat te ver gaan. Baum: ‘Het hof heeft toen gegarandeerd dat er plekken zijn waar de staat niets te zoeken heeft. Dat oordeel gebruiken we nu tegen het doorzoeken van harde schijven. De computer is de laatste jaren immers verworden tot het absolute middelpunt van ons privé-leven. Maar de opperrechter heeft tevens kenbaar gemaakt dat het hof in zijn oordeel grondregels zal formuleren die boven deze zaak uitstijgen.’

En dat is hard nodig, zo vindt Baum. De laatste jaren probeert de Duitse overheid de grenzen van de privacy voortdurend te verleggen, met name ter rechtvaardiging van terrorismebestrijding. Baum noemt het vooral kwalijk dat daarbij het principiële onderscheid tussen verdachten en niet-verdachten langzaam vervaagt. Waar gaat het heen als vrachtwagenchauffeurs niet meer ongemerkt te dicht langs een plaats delict kunnen rijden of als internetters hun computer niet alleen moeten beschermen tegen virussen, maar ook tegen de nieuwsgierige blikken van de Duitse politie? Baum: ‘De staat verzamelt op deze manier informatie vanuit de gedachte dat die ooit van pas zou kunnen komen. Dat betekent dat álle burgers worden aangemerkt als risicofactoren. Daarom wordt niemand ontzien bij de informatievergaring, zoals iedereen nu al merkt die naar de Verenigde Staten wil vliegen. We zijn goed op weg een preventieve-controlestaat te worden.’

Baum windt zich niet enkel op over een binnenlandse aangelegenheid. Steeds vaker vindt informatievergaring op internationaal niveau plaats, zoals ook de Europese richtlijn over het bewaren van telecommunicatiegegevens uit 2006 toont. Gerhart Baum: ‘Die richtlijn wordt nu in de Europese landen omgezet in een wet. In Duitsland is daarbij afgelopen maand besloten al het telefoon- en internetverkeer een half jaar op te slaan. Dat besluit ging gepaard met demonstraties en felle discussies. Het druist in tegen de grondwet. Men kan uit die gegevens communicatieprofielen afleiden, die op hun beurt kunnen worden omgezet in bewegingsprofielen en in persoonlijkheidsprofielen. Dat is ontoelaatbaar en zal in Duitsland worden aangevochten bij het constitutionele hof. Die bewaarplicht blijft in de nabije toekomst dus een heel belangrijk thema – een Europees thema bovendien.’

Desondanks is Duitsland het enige Europese land dat tot dusver tegen de richtlijn in actie komt. Ook in Nederland blijft het stil. Tot verwondering van Baum: ‘Ik vraag me ten zeerste af waarom het in de rest van Europa geen thema is, waarom er niet over de mogelijke consequenties wordt gediscussieerd.’ Is dat omdat wij geen constitutioneel hof bezitten of omdat we onszelf minder strenge lessen uit het verleden opleggen? Feit is dat een publiek debat over de waarde van onze privacy in Nederland nauwelijks van de grond komt. Nu wil de Tweede Kamer zich bezinnen, zij het met lichte tegenzin, op de doelmatigheid van de Nederlandse maatregelen in de nasleep van 9/11. Maar bij Europese regelgeving als de bovenstaande heeft ook de politiek nog vaak de neiging lijdzaam te wijzen naar de onaantastbare Brusselse besluitvorming. Dat terwijl de richtlijn een marge in de bewaarplicht voorschrijft van minstens zes maanden en hoogstens twee jaar. Onder druk van de publieke opinie is in Duitsland de minimale termijn aangehouden. Nederland kiest er daarentegen voor de gegevens anderhalf jaar te bewaren. Als het aan Baum ligt, wordt er alsnog over gediscussieerd, op Europees niveau: ‘Ik vind het heel belangrijk dat we erover blijven praten. Niet in alle landen afzonderlijk, maar in Europa. Het gaat hier tenslotte om in de Europese Unie overeengekomen grondwaarden, waar ook het nieuwe verdrag naar verwijst.’

Het publieke debat kan volgens Baum laten zien dat de betrokkenheid van burgers groeit en op die manier de politiek onder druk zetten: ‘Nog altijd tonen velen zich onverschillig, laten mensen zich leiden door het principe “ik heb niks te verbergen”. Maar dat zou ons niet moeten verhinderen de bevolking voor te lichten. We moeten tegen de angst vechten die de minister van Binnenlandse Zaken zaait. We moeten de burgers duidelijk maken dat we met risico’s moeten leren leven. We kunnen niet alle risico’s wegnemen, we kunnen ook geen terroristische aanslag voorkomen. We moeten nuchter proberen om te gaan met mogelijke gevaren. Natuurlijk moeten we de veiligheidsdiensten versterken om ze zo veel mogelijk in te perken, maar zij moeten ons dan uitleggen waarom ze iets van ons nodig hebben. Keer op keer.’
……………………………………………………………………………………………………….

De staat op de achterbank

Het Duitse tolsysteem dat zoveel bezwaren oproept onder privacybeschermers, valt in het niets bij wat Nederland te wachten staat. Afgelopen week stemde de ministerraad in met het plan van minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat, cda) voor een kilometerprijs op alle Nederlandse wegen. Die prijs vervangt een groot deel van de bestaande autobelastingen en wordt afhankelijk gemaakt van tijd, plaats en milieuvriendelijkheid van het voertuig. Over de vraag in hoeverre autorijdend Nederland hierdoor onterecht gepakt wordt, is jarenlang gesteggeld. Het tegendeel geldt voor de wijze waarop de Limburgse bewindvoerder het geld wil innen.

Dat systeem zal volgens de regering werken ‘op basis van de modernste satelliettechniek’. In iedere auto in Nederland komt een kastje waarmee de ritten door een satelliet worden geregistreerd. Eerst zijn in 2011 de vrachtauto’s aan de beurt, daarna volgen de personenauto’s. Hiermee heeft Nederland een wereldprimeur. Een twijfelachtige eer. Van iedere autorijdende burger zal voortaan vastgelegd worden waar hij was, op welk moment. De staat neemt als het ware plaats op de achterbank en rijdt mee. Voor de reizigers met het openbaar vervoer gaat min of meer hetzelfde gelden met de binnenkort in te voeren OV-chipkaart. Wie daarmee anoniem wil reizen, loopt allerlei kortingen mis.

Hoe het kabinet bij de invoering van de kilometerprijs de privacy wil waarborgen, is op dit moment nog niet bekend. Het College bescherming persoonsgegevens is door het ministerie gevraagd hierover te adviseren. Dat de satelliettechnologie bedoeld is om een heffing te innen en niet om automobilisten te controleren, mag nauwelijks een geruststelling heten. Zoals de Duitse oud-minister Gerhart Baum in het interview op deze pagina’s stelt: wie eenmaal de beschikking heeft over informatie, zal die vroeg of laat gebruiken. Het sluit bovendien mooi aan bij bestaande wensen. Zo liet de toenmalige Amsterdamse hoofdcommissaris Jelle Kuiper vier jaar geleden al een proefballonnetje op om met de bestaande verkeerscamera’s langs de snelwegen voortaan ook criminelen te volgen die de stad binnenkomen. Straks is er een heel wat mooier systeem beschikbaar. Wie kan dan de verleiding weerstaan?

KOEN HAEGENS