Kunst: Sammy Baloji

De pad en de slang

Sammy Baloji, A Blueprint for Toads and Snakes © Marlise Steeman

Alleen bij binnenkomst van de tentoonstelling van Sammy Baloji bij Framer Framed heb je goed zicht op het kleine, lage podium dat midden in de zaal gebouwd is. De decorstukken sluiten vanaf daar naadloos op elkaar aan, panelen beschilderd als stukjes oerwoud die in de achtergrond verdwijnen als bomen in een laan. Het is de beste plek, het ‘koningsperspectief’, maar die positie is niet houdbaar: met elke stap in de tentoonstelling verschuift het zicht, en een wereldbeeld.

Sammy Baloji (1978) is een kunstenaar geboren in Lubumbashi, een stad in de mijnprovincie van Congo, Katanga. Vorig jaar deed hij mee aan Documenta 14 in Kassel en dat jaar ook in Athene. Zijn film Tales of the Copper Cross Garden: Episode I (2017) liet daar zien hoe de Congolese bevolking in fabrieken onvermoeid ruwe grondstoffen door monsterlijke machines laat gaan. Ze voeren stroken metaal aan de vlammen en koelen roodgloeiende staven weer af in water, een voortdurend proces waarbij je je kunt afvragen welke bron het snelst wordt uitgeput, het koper of hun handen. Baloji zette muziek van Joseph Kiwele onder de beelden, een plaatselijke musicus die op vraag van het Belgische koloniale regime muziek schreef in de katholieke traditie, die ook aan de Congolese raakte.

Deze prachtige, hypnotiserende film draait nu bij Framer Framed, in een tentoonstelling met nog een bijdrage van deze Kiwele. In 1957, slechts drie jaar voor de onafhankelijkheid, schreef hij voor de Belgen een toneelstuk dat bestemd was voor opvoering in het aangewezen ‘zwarte’ gedeelte van de stad. Het verhaal klinkt in de tentoonstelling op het podium vanuit een zwarte box: de tragische geschiedenis van een vriendschap tussen een pad en een slang, twee soorten die door hun aard onmogelijk als vrienden door het leven kunnen – en dan zie je ook de kaart van Lubumbashi in wit geprint op de zwarte podiumvloer. Een stad onderverdeeld in kavels die werden toegewezen aan ‘soorten’, waaronder de ‘Negro clerics’ en ‘civilised Negroes’. Met straatnamen vernoemd naar stammen die volgens dit grid voor altijd naast elkaar, en niet door elkaar, moeten bestaan.

Baloji’s fascinatie voor het archief, als opslagplaats van blauwdrukken die werden bedacht door het koloniale regime, en die de inrichting van Congo nog altijd bepalen, voedt zijn werk, maar A Blueprint for Toads and Snakes wordt nergens documentair. Er is juist alle ruimte voor ongeschreven invulling. Het podium blijft leeg, de ware hoofdrolspeler, de Belgische overheerser, verdween immers van het toneel. Maar aan beide zijden van het podium heeft Baloji wel de figuranten van deze geschiedenis opgesteld: gezichten van tientallen mensen sieren de wanden. Zij moesten hun thuisstreek verlaten door de inrichting van het land, en lieten bij vertrek de portretten achter die eens in hun huis hingen.

Baloji trof de schilderijen in een archief in zijn geboortestad – een priester bleek ze bewaard te hebben – en hangt ze nu, gefotografeerd en dus vereeuwigd, aan de muren in Amsterdam.


Sammy Baloji, A Blueprint for Toads and Snakes, t/m 25 augustus bij Framer Framed, Amsterdam; framerframed.nl