De pandatruc

DE ZEEAREND moet weer in de Hollandse lucht, de lynx moet op de Veluwe en de panda moet gered - stokpaardjes van biologen en ecologen, van Natuurmonumenten en van het Wereld Natuur Fonds. Maar niet van bioloog Kees van der Meiden (40). Hij noemt het goedkoop inspelen op emoties van de burger.

Al sinds zijn studietijd is de directeur van het Natuurmuseum Groningen een dissident. ‘Op een binnenplaatsje zat ik met medestudenten te lunchen. Een jongen zat zwijgend naar zijn boterham te turen. Plots stond hij op, rende naar een stoeptegel, plukte een grassprietje en riep “Poa Anua” - de Latijnse naam voor deze zeldzame grassoort. Hij stopte het in zijn broodtrommel en bleef zwijgen. Toen knapte er iets. Ik dacht: Hier hoor ik niet thuis.’ Hij liep te hoop tegen de doemdenkers die op zijn faculteit de dienst uitmaakten. 'Je moest tegen bosbouw zijn. Dat vond ik onzin, misschien omdat mijn vader bosbouwer was. Het was een eng wereldje van geitewollensokken. Nu is dat minder.’ Na zijn afstuderen kwam hij terecht in de educatie en milieuvoorlichting. 'Veel interessanter.’
Jehova’s-getuigen-achtigen overheersen in de milieubeweging, zegt Van der Meiden. 'Lucas Reijnders - die wel begint bij te trekken - en Wouter van Dieren stralen niet bepaald vrolijkheid uit. Reijnders heeft eens behoorlijk zijn neus gestoten met verkeerde cijfers. Een kwalijke zaak, met cijfers knoeien. En dat doet de milieubeweging. Ik geloof geen fluit van het verhaal dat alles teloorgaat.’
Neem het reclamespotje van het Wereld Natuur Fonds met de apocalyptische boodschap dat er iedere twintig minuten op aarde een diersoort uitsterft. Dat bleek niet te kloppen. Het reclamespotje moest van de buis. Organisaties ter bescherming van het dier schromen niet valse gegevens te verspreiden, zegt Van der Meiden. 'Een tijdje geleden kwam Midas Dekkers, met wie ik toen samenwerkte, razend binnen. Het tweede deel van het Kennis der natuur-rapport van het ministerie van Landbouw was uitgebracht: een evenwichtig verhaal over de vogelstand in Nederland. Van bepaalde soorten komen er minder, van andere juist meer. Zo wordt de mus minder talrijk doordat er minder pannendaken voor hun nesten zijn. Maar waarom was Midas zo boos? Omdat vlak daarvoor de vogelbescherming een rampenverhaal had uitgebracht. Dat kreeg enorm veel aandacht in de pers, terwijl het evenwichtige rapport nauwelijks werd besproken.’
Van der Meiden bespeurt een blinde vlek bij natuurorganisatiebobo’s. 'Wie zich lang zorgen maakt over het milieu gaat positieve verschijnselen bagatelliseren. Sinds de Club van Rome horen we dat het slecht gaat met de natuur. Maar de natuur krijgt hoogstens een vorm die niet overeenstemt met ons eenzijdige beeld ervan.’
Natuurorganisaties schuwen volgens hem wetenschappelijk onderzoek. Als voorbeeld noemt hij een rapport van het ministerie van Landbouw waaruit onder meer bleek dat de zogenaamde nuloptie onvoldoende onderzocht was. Nuloptie wil zeggen dat er op de wereld geen oorspronkelijk bos meer is. De doorsneeburger denkt dat-ie dan stikt - bossen heten immers de longen der aarde.
Van der Meiden: 'Onzin. Het merendeel van de zuurstof komt van de algen in zee.’ Hij vindt het vreemd dat naar een wereld zonder oorspronkelijk bos geen onderzoek is verricht. Zijn verbazing wordt niet gewaardeerd. 'Op een discussie in Zeist met het Wereld Natuur Fonds vroeg ik wat er gebeurt als we geen tropisch regenwoud meer hebben. Toen keken ze me áán: hoe kun je dát zeggen?’ Het rapport over de nog niet onderzochte nuloptie verdween in een la.
HET IN milieukringen overheersende sentiment is volgens Van der Meiden terug te voeren op de romantiek, met Rousseau als aanjager. 'Voor die tijd werd de natuur beschouwd als gevaarlijk en goddeloos. De mens moest zijn omgeving naar zijn hand zetten. Vanaf Rousseau kreeg men het idee dat de natuur goed en mooi is.’
De natuur moest terug. Dat ideaal is nog springlevend. 'Het streven naar een soort walhalla van de ecologie is gekkenwerk’, zegt Van der Meiden. Pure onzin noemt hij bijvoorbeeld het uitzetten van de lynx op de Veluwe. Daarover wordt al enige jaren gediscussieerd. 'Dat beest heeft veel ruimte nodig en kan gevaarlijk zijn. Bovendien willen mensen op hun natuurwandeling geen roofdier tegenkomen. Ze willen vogeltjes en konijntjes zien. Gezellig kletsen, de hond uitlaten en vooral de weg niet kwijtraken. Mensen hebben niet voor niets hun natuurlijke omgeving zo aangepast dat ze zich veilig voelen. Moet je dat veranderen? Dat mag wel, maar zeg dan eerlijk wat het is: hobbyisme. Niks meer en niks minder: we vinden het leuk, het zijn experimenten, maar het is niet belangrijk.’
HET LIDMAATSCHAP van een ideële natuurorganisatie heet geen kwaad te kunnen. Er zit geen politiek achter en met 'bescherm het dier’ zit je goed. Het sponsorbeleid van grote bedrijven richt zich op 'makkelijk communiceerbare’ goede doelen als de zeehond en het Wereld Natuur Fonds. Daar kunnen zij zich geen buil aan vallen. Denken ze. Want als we Kees van der Meiden moeten geloven, vieren machtswellust en opzweperij er hoogtij. Hij spreekt over de emotiedemocratie van Natuurmonumenten. 'Ze winnen leden door in te spelen op schuldgevoel. Kijk naar hun prachtige tv-spotjes - om door een ringetje te halen, maar gebaseerd op een vals beeld van de natuur. Het appelleert aan het Bambi-gevoel, ofwel Bambi-ecologie. Ik noem het eco-fascisme. Je koopt schuldgevoel af door een tijdschriftje te kopen of een wandeling te maken.’
Volgens hem is niets natuurorganisaties te dol om leden te werven. Zo krikken ze het imago van knuffelbare dieren bewust op. 'Met de regenworm win je geen leden’, zegt hij smalend. Met de schattige panda daarentegen wel. 'Dat rotbeest!’ roept hij. 'De panda is een chagrijnig beest dat zijn tanden graag in mensen zet.’
De zachtaardige zeehond, nog zo'n verhaal. 'Heb je wel eens gezien hoe een zeehond een pinguïn eet? Voordat hij hem afmaakt, speelt hij ermee. Zeehonden op hun beurt worden door orka’s opgegeten en die schijnen er eerst mee te voetballen. Dus ach. Natuur is eten en gegeten worden.’ Een beeld dat ontbreekt in de reclamecampagnes van natuurorganisaties. Als tegengas heeft Van der Meiden in zijn museum een tentoonstelling over de roofvogel georganiseerd. 'Om te tonen dat het geen rotbeesten zijn, maar juist mooie dieren. Hun knuffelgehalte is echter niet groot.’
DAT NATUURORGANISATIES het alleenrecht op hun stokpaardjes claimen, met in hun kielzog groene politieke partijen, noemt hij kwalijk: 'Niet GroenLinks, want die naam klopt niet meer. In de denkbeelden van de Duitse Groenen daarentegen zitten fascistoïde elementen.’ Hij refereert aan de nazi’s, die de natuur in hun propaganda gebruikten. 'De roofvogel was hun symbool en dat heeft zijn imago geen goed gedaan. Ik vind het griezelig als de beweging een politieke stroming wordt. Dan ben ik weg.’
Van der Meiden vindt de bewuste manipulatie van cijfers en imago verklaarbaar. 'Het gaat natuurlijk niet goed met de milieubeweging.’ Zouden de milieujongens en -meisjes dat echter toegeven, dan zouden veel van hen werkloos worden, zegt hij: 'Een vriend was afgestudeerd op zure regen. Ik grapte: “Stel je voor dat het verschijnsel zure regen nooit bestaan heeft, dan ben jij je baan kwijt”.’ Lachend: 'Hij raakte zijn baan kwijt.’
Niet alle acties voor het zielige dier keurt hij af. Voskuils handtekeningenactie voor het bio-varken noemt hij sympathiek. 'Je moet je medeschepsels niet doodknuffelen, maar wel op een nette manier behandelen. De bio-industrie is geen nette manier.’ Hij moet zijn handtekening op Voskuils lijst echter nog zetten. 'Dan moet je consequent zijn. Als je tegen de bio-industrie bent, moet je scharrelvlees kopen. Maar het is erg duur.’ Of hij zelf scharrelvlees koopt, laat hij in het ongewisse.
Het varken, de 'roze invasie’, is echter een ander verhaal dan de bedreigde diersoorten. Er zouden 650 diersoorten in hun voortbestaan worden bedreigd. Van der Meiden: 'Nou èn? We moeten het nuchter bekijken: de mens heeft veel terrein gewonnen. Er zijn veel meer mensen gekomen. Is dat slecht? Integendeel. Het is voor de mens zelfs buitengewoon goed.’ Overbevolking? Het wordt weggewuifd. 'Afgezien van bepaalde gebieden is er geen overbevolking. Het is een politiek-economisch verdelingsprobleem. Geen ecologische discussie. Er is berekend dat er genoeg eten zou zijn voor twaalf miljard mensen.’
VAN DER MEIDEN erkent dat de enorme hoeveelheid mensen ten koste gaat van het dier. 'Maar dieren zijn veel flexibeler dan men denkt. Ze kunnen zich goed aanpassen aan de mensenmaatschappij. We zouden minder bang moeten zijn, minder conservatief: de wereld is altijd in verandering geweest en de dierenpopulatie heeft zich altijd aangepast. Een vogelboek uit de achttiende eeuw illustreert dat mooi. Over de goudvink, die nu heel zeldzaam is, lees je: “Wordt veelvuldig gevangen aan de kust voor consumptiedoeleinden.” En de merel wordt beschreven als “een schuwe bosvogel die maar zelden wordt gesignaleerd”.’
De opmars van de op sentimenten berustende natuurorganisaties is niet te stuiten, zo blijkt uit een recente telling van het Vara-radioprogramma Vroege vogels. De aanhang van natuur- en milieuorganisaties in Nederland is gestegen naar bijna 3,5 miljoen - de helft meer dan in 1991. Met 870 duizend leden is Natuurmonumenten de grootste organisatie. Het Wereld Natuur Fonds boekte een winst van duizend nieuwe donateurs en heeft er nu 708 duizend.
Van der Meiden wijt het succes aan het heersende natuurconcept in Nederland. 'Wat is natuur? Dat weet ik nog steeds niet. De natuur kent geen intrinsieke waarde. Zij is niet per definitie goed en mooi, ze kan ook heel gevaarlijk zijn. De ergste giften produceert de aarde zelf en niet de mens.’ Peinzend: 'De natuur is alles wat ís. De mens is ook natuur. Wat de meeste mensen natuur noemen, is vaak door mensenhanden gevormd landschap. De prachtige weilanden in Friesland worden door burgers natuur genoemd. Als in die provincies natuur was geweest, had je bossen, moerassen, dennen. De natuur is cultureel bepaald.’
DE VISIE VAN de directeur is te herkennen in zijn Natuurmuseum. Bij onze binnenkomst merkt een baliemedewerker spontaan op dat sinds de komst van Van der Meiden het museum veranderd is: 'Het gaat niet alleen meer over vogeltjes, maar ook over de culturele kant van de natuur. Dat was wennen.’ Hij verwijst ons naar een verdieping hoger, naar de tentoonstelling van beeldend kunstenaar Oscar van Doorn. 'Die leert je te kijken naar andere aspecten van de natuur.’ Grote, kegelvormige objecten van riet domineren een zaal. 'Duizend zonnen en honderd tempels’ heet het werk van Oscar van Doorn. Zijn het wigwams? En wat doen die strohoeden aan de muur? En die verzilverde vogeltjes? 'Weet ik ook niet. Het is de verbeelding van een kunstenaar’, zegt Van der Meiden. 'Het is op het randje: kan dit in een natuurmuseum?’
Van der Meidens brede kijk op de natuur botst met die van organisaties als het Wereld Natuur Fonds. Deze beperken zich tot de niet-menselijke natuur, geïsoleerd van de mens. De tegenstelling natuur-mens bestaat volgens Van der Meiden niet. De uiterste consequentie van het heersende natuurconcept is een Nederland vol steden als onneembare vestingen, afgegrendeld met een dikke muur. 'De mensen mogen één keer per jaar met een helikoptertje op safari naar het buitengebied. Dat krijg je wanneer je de natuur beschouwt als iets wat buiten de mensenwereld ligt. De mens is evengoed natuur, een succesvolle diersoort die een groot gedeelte van de wereld beheerst.’ Hij haast zich te zeggen dat hij geen voorstander is van plundering van de aarde. Dat noemt hij een zakelijke blunder. 'Maar we zijn verstandig genoeg om op tijd in te grijpen. De laatste twintig jaar is het al veel beter gegaan.’
Ook de politiek pakt het niet objectief aan, vindt hij. 'Politici presenteren de hypothesen van wetenschappers als feiten. Dan gaat het fout, want hypothesen zijn slechts toekomstverwachtingen. Neem het warmer worden van de aarde. Dat is vooralsnog een hypothese, maar de politiek presenteert het als feit. Zo zaai je een paniek die nergens toe leidt - misschien tot een lidmaatschap van Natuurmonumenten. Je kweekt geen bewustwording, maar angst en bezorgdheid. Waarom zo somber?’
In sommige media echter bespeurt hij een kentering. De natuurbescherming kan tegenwoordig zijn ei kwijt bij Tros, Avro of RTL4. 'Maar zij die zich eerst intensief bezighielden met natuurbescherming, zoals de VPRO, geven nu meer ruimte aan tegengeluiden.’ Hij leunt tevreden achterover. 'Je moet soms polariseren, maar ook uitkijken dat je niet bagatelliseert: er zijn wel problemen. Dat recalcitrante zit in me. Ik heb altijd gehouden van de uitdaging van het onbekende, van het intrigerende van de natuur. Op jonge leeftijd ging ik met mijn vader het bos in, gewapend met een bandrecordertje om vogelgeluiden op te nemen. Ik was niet geïnteresseerd in de namen van die vogels. Het ontdekken boeide me.’
Doet hij zijn prikkelende uitspraken om reclame voor zijn museum te maken? Nee. Hij zegt uit ideële motieven te handelen: 'Natuurorganisaties houden mensen voor de gek. Met behulp van Bambi en de sappige boomkikker. Daar kan ik niet tegen.’