Ouderschapsverlof in Duitsland

De paparevolutie

Ze bevolken speeltuinen, lopen fulltime achter de kinderwagen en bespreken boven een kop koffie hun slaaptekort: Duitslands ‘nieuwe vaders’. Met dank aan het uitgebreide vaderverlof. Hoe ver gaat de revolutie in de babykamer?

BERLIJN – Tien minuten, dat is alles wat Christoph Demmke zich op de vroege ochtend wenst. Tien minuten om rustig op te staan, de krant te lezen en koffie te drinken. Tien minuten waar zijn zoontje Tom doorgaans geen boodschap aan heeft. Zodra hij wakker is, begint het: luiers verschonen, kleren aantrekken, snoet poetsen – een nieuwe dag als voltijdvader. Als zijn vrouw ’s avonds tussen vijf en zes thuiskomt van haar werk, is het nog niet voorbij, vertelt Demmke. ‘In het begin dacht ik dan: ha, lekker sporten! Niet dus. Mijn vrouw vraagt of ik dit heb gedaan in het huishouden en of ik daaraan heb gedacht in de supermarkt.’ Hij lacht: ‘Ja, het is nu een beetje omgekeerd. Alsof ik de moeder ben. Om tien uur ’s avonds ben ik doodmoe.’
Demmke maakt gebruik van de sinds 2007 geldende uitgebreide Duitse regeling voor ouderschapsverlof. Een jaar lang kan een van de kersverse ouders thuisblijven, waarbij maximaal tweederde van het nettoloon wordt doorbetaald, met een bovengrens van 1800 euro. Als moeder én vader verlof opnemen, krijgen ze er twee extra ‘partnermaanden’ bij. Een soort emancipatiebonus dus. De overheid heeft er vier miljard euro voor uitgetrokken.
Demmke heeft acht maanden verlof opgenomen. In juli hervat de sinds kort in Berlijn woonachtige Duitser op deeltijdbasis zijn werk als hoogleraar aan het Europese Instituut voor Bestuurskunde in Maastricht. Tot die tijd zorgt hij elke dag dat zijn vrouw werkt voor zijn kind, van maandag tot en met donderdag, week in week uit. Demmke: ‘Mijn leven is totaal veranderd. Ik ben wetenschapper, ik houd van lezen. Eigenlijk moet ik dit jaar nog een boek schrijven. Dat heb ik hopeloos onderschat. In het begin had ik er moeite mee de hele dag verantwoordelijk te zijn voor Tom. Ook het twee, drie keer per nacht moeten opstaan vind ik lastig. Maar inmiddels ben ik zo ver dat ik pas donderdagochtend denk: poe, dat heb ik bijna gehaald.’ En er staat heel wat tegenover. ‘Vandaag nog. Ik weet niet… hij is zo afhankelijk van mij. Dan loopt hij achter me aan, lacht naar me. Dat zou ik niet willen missen. Deze tijd is zo intensief, in negatieve én in positieve zin.’

ZOALS DEMMKE ZIJN er meer – veel meer. De eerste resultaten van het nieuwe ouderschapsverlof zijn indrukwekkend. Hoofddoel van de christen-democratische gezinsminister Ursula von der Leyen was het lage geboortecijfer opkrikken. Of dat gelukt is, valt te betwijfelen. Maar de door haar beoogde actievere rol van vaders in het gezin, zonder welke ‘deze maatschappij niet zal kunnen blijven bestaan’, is wel degelijk in zicht.
Vóórdat de nieuwe regeling van start ging nam slechts 3,5 procent van de vaders verlof. Dat cijfer ligt nu al op zestien procent en lijkt verder te stijgen. In een stad als Berlijn heeft één op de vijf baby’s een vader die verlof neemt. Maar ook in het conservatieve Beieren gaan bovengemiddeld veel vaders op ‘luierstage’. Overigens blijft zestig procent van de vaders die verlof nemen slechts twee maanden thuis, meestal als het kind al een jaar oud is. Daar staat tegenover dat in de stad Bremen een kwart van de verlofvaders een heel jaar vrij neemt. Vooral hoger opgeleide mannen die voor het eerst vader worden en van wie de vrouw voor de bevalling ook werkte, maken veel gebruik van het vaderschapsverlof.

ACHTER ALLE CIJFERS gaat volgens wetenschappers een cultuuromslag schuil. Hoogleraar ontwikkelingspsychologie en antropologie Wassilios Fthenakis van de Vrije Universiteit Bozen in Italië stelde vast dat tweederde van de Duitse mannen zichzelf als ‘opvoeder’ beschouwt en nog slechts eenderde als ‘kostwinner’. Fthenakis spreekt over een ‘zachtaardige revolutie’. Daarmee is een nieuw fenomeen geboren: de ‘nieuwe vaders’.
De nieuwe vaders zijn niet langer afwezig. Ze breken met een lange westerse traditie, van God als de strenge, afwezige Vader tot de buitenshuis werkende kostwinner van na de industriële revolutie. Brad Pitt zou er een zijn, net als de voormalige doelman van het Duitse nationale voetbalelftal Jens Lehmann. De nieuwe vaders zijn terug te vinden in de boekwinkels, waar het genre van de vaderschapslectuur aan een opmars bezig is. En de nieuwe vaders hebben het straatbeeld in delen van Duitsland definitief veranderd.
Bijvoorbeeld in Prenzlauer Berg, een populaire, kinderrijke wijk in Berlijn. Op deze dinsdagochtend hopen voor het venster van het veelgeprezen Berlijnse papacafé in de Marienburger Straße de Bugaboo’s en fietsen met kinderstoeltjes zich op. Binnen liggen blauwe matten, speelgoed voor de baby’s en een miniglijbaan. Daaromheen zitten zo’n vijftien vaders. Met koffie en een broodje in de hand (‘iedereen komt hier om rood vlees te eten’) praten ze over voetbal, werk en hun slaaptekort. ‘Mannen hebben ook zo hun dagen’, staat op een ingelijste poster aan de muur – een uitnodiging om samen met de kinderen voetbal te komen kijken in het papacafé.
Stereotype of niet, uit een enquête die onlangs werd gehouden, blijkt dat de avant-garde van het nieuwe vaderschap zich hier verzamelt. De bezoekers nemen gemiddeld acht maanden verlof – ver boven het gemiddelde. Sommigen hebben voor een bezoek een uur reistijd over. Vrijwel alle mannen werken gewoonlijk fulltime. Zodra het vaderverlof voorbij is, zullen ze dat ook weer gaan doen.
Desondanks is Eberhard Schäfer, die de leiding heeft over het vadercentrum, er zeker van dat het verlof blijvend iets verandert thuis: ‘In het traditionele gezin is de vader een randfiguur. De moeder-kindsymbiose wordt doorbroken wanneer de vader direct na de geboorte veel tijd heeft voor zijn baby. Papa is niet langer een hulp van mama, maar de hoofdverantwoordelijke. Tijdens het vaderverlof bouw je als vader los van de moeder een zelfstandige relatie op met je kind, en omgekeerd. Dat blijft, ook na die tijd.’
Christian Haker, met zijn 26 jaar een van de jongste vaders hier, is daarvan het levende bewijs. Na de geboorte van zijn zoon Jonathan nam hij aanvankelijk geen vrij. Integendeel, hij begon volop te werken als onderzoeker van computergames aan de universiteit. ‘Ik wilde me profileren, dus deed ik er meteen extra projecten naast. Ik vond het interessant. En om eerlijk te zijn wist ik ook niet zo goed wat ik met een kind aan moest. Mijn werk daarentegen was wel bekend terrein. Daarvan had ik verstand.’ Maar Haker bleek zichzelf te hebben overschat. Zijn lichaam liet merken dat het allemaal te veel was. De twee maanden vaderverlof kwamen op het juiste moment. Morgen wordt zijn zoontje één jaar oud en Haker zit dankzij die intensieve tijd samen inmiddels prima in zijn vel als vader. Hij denkt er zelfs over een tijdje minder te gaan werken op de universiteit. ‘Nu weet ik hoe ik hem kan troosten als hij verdrietig is. En minstens zo belangrijk: hij laat het ook toe, in plaats van dat hij naar zijn moeder vraagt.’

HET LIJKT WEL een sprookje. De jonge vaders zeggen stuk voor stuk de tijd met hun baby samen niet te willen missen, werkgevers tonen zich in grote meerderheid tevreden over de regeling en volgens wetenschapper Fthenakis hebben mannen en vrouwen die samen zorg dragen voor de opvoeding en het huishouden ook nog eens een betere relatie – inclusief meer seks. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Uit onderzoek blijkt dat jonge vaders inderdaad meer tijd besteden aan hun kinderen dan tien jaar geleden: gemiddeld ruim anderhalf uur per dag, zij het grotendeels in het weekeinde.
Tegelijkertijd werkt bijna negentig procent van de Duitse vaders nog steeds fulltime, eenderde zelfs 45 uur of meer. Als er kinderen komen, gaan ze niet minder werken, zoals de moeders, maar vaak juist meer. En hoe meer kinderen, hoe traditioneler dat rolpatroon wordt. Het blijkt niet zo eenvoudig voor vaders om te voldoen aan het groeiende eisenpakket vanuit de samenleving. In navolging van de vrouwen krijgen nu ook de mannen te maken met een dubbele belasting. Wellicht verklaart dat waarom zij steeds vaker geheel afzien van het vaderschap.
De bezoekers van het papacafé wijten het aan het ontbreken van rolmodellen waaraan nieuwe vaders zich kunnen spiegelen. ‘De nieuwe vaders zijn de oude moeders, zei iemand hier eens’, zegt Christian Haker schertsend. ‘Volgens mij bedoelde hij daarmee dat wij geen concrete voorbeelden hebben van hoe een nieuwe, aanwezige vader kan zijn. Dus voeden we op in de stijl van de eigen moeder.’ Medewerker Marc Schulte beaamt dat: ‘Het nieuwe vaderschap moet ter plekke uitgevonden worden. Dat heeft ook met de Tweede Wereldoorlog te maken. Een hele generatie mannen is vroeg gestorven of gebroken. Mijn vader leerde de zijne pas kennen op zijn twaalfde, toen die terugkwam uit Russische krijgsgevangenschap. Zij hebben dat gemis gecompenseerd met hard werken en materiële welvaart. De nieuwe generatie vaders op haar beurt wil het anders doen. Maar hoe precies, dat is lastig.’
Niet iedereen gelooft dat het nieuwe vaderschap een kwestie van uitproberen is. Volgens Robert Habeck, auteur van het boek Verwirrte Väter, is de huidige arbeidsmarkt helemaal niet ingericht op gelijkwaardig ouderschap. De wil bij het overgrote deel van de vaders om actief bij te dragen aan de opvoeding van hun kinderen is er wel degelijk, zo blijkt uit tal van enquêtes. Maar het loopt stuk op de praktijk. Habeck: ‘Dat is een drama. Deze mannen kunnen niet leven zoals ze graag zouden willen. Dat leidt tot twijfel, tot verwarring. Ze hebben geen idee hoe ze dat nieuwe vaderschap concreet moeten organiseren.’ Habeck heeft recht van spreken. Samen met zijn vrouw schrijft hij romans en kinderboeken én voedt hij vier zonen op. Daarnaast is hij ook nog eens actief in de politiek voor De Groenen. Vorig jaar zag hij af van een plek in het landelijke partijbestuur, omdat die functie onverenigbaar zou zijn met zijn rol als huisman.
Daarin blijft hij een uitzondering. Veel vaders blijken de tijd die ze aan hun kinderen en het huishouden besteden te overschatten. Frankfurter sociologen spreken van een grote groep ‘façadevaders’. Die zien zichzelf als geëmancipeerd. Maar achter die moderne ‘façade’ blijven de oude rolpatronen voortbestaan. Er zou deels sprake zijn van een ‘retorische modernisering’, waarbij mannen lippendienst bewijzen aan inmiddels alom geaccepteerde emancipatorische idealen, zonder hier concreet handen en voeten aan te geven.
Daar verandert het vaderverlof niets aan, meent Habeck. Hij noemt de twee partnermaanden in veel gevallen ‘een verlengde vakantie’. ‘Het ouderverlof lijkt eerder uit te gaan van het idee dat vrouwen honderden jaren thuis gezwoegd hebben en dat mannen nu ook een paar maanden mogen voelen hoe klote dat is. Het probleem is dat het ouderverlof niets bijdraagt aan de verbetering van de combinatie gezin en beroep. Wat nodig is, zijn flexibelere werktijden en goedbetaald deeltijdwerk. Dát zou de staat moeten bevorderen.’

IN DE BERLIJNSE wijk Neukölln is sociaal werker Alexander Kusinski om een heel andere reden niet bijster geïnteresseerd in het vaderverlof. De helft van de bewoners in dit deel van de buurt is allochtoon. Meer dan zeventig procent van de kinderen groeit op in armoede. En aangezien de karige uitkering bij ouderschapsverlof nog verder omlaag gaat, hebben de veelal werkloze vaders er geen interesse voor. Het is ook niet zo dat het hun aan tijd ontbreekt, vertelt Kusinski: ‘Ze hebben gewoon geen idee wat ze actief met hun kinderen zouden moeten doen. De moeders vertrouwen hun dat vaak ook niet toe. En dan is er ook nog de sociale druk. Als een vader met zijn kinderen naar de speeltuin gaat, kan dat in plaats van lof kritiek opleveren.’
Sinds dit jaar probeert Kusinski daar wat aan te veranderen, samen met twee collega’s die Turks en Arabisch spreken. Het resultaat is wisselend. Bij sommige activiteiten komen veertig tot vijftig vaders met hun families, bij een andere gelegenheid kan er net zo goed niemand komen. Toch bespeurt Kusinski zelfs hier, tussen de inspiratieloze huizenblokken achter de Karl-Marx-Straße, verandering. Dat heeft weinig weg van de vrolijke papa-idylle in Prenzlauer Berg waar de media mee weglopen. Het nieuwe vaderschap is bittere noodzaak, een onvermijdelijk antwoord op de alom zichtbare crisis van de mannelijkheid. Kusinski: ‘De vaders in deze wijk zijn gebroken. Door de migratie, de taalproblemen, de werkloosheid en de welvaartsstaat zijn ze van hun taak in het gezin beroofd, en daarmee van hun autoriteit.’ Ondertussen emanciperen de vrouwen, ondersteund door tal van sociale projecten, in rap tempo. Een tempo dat de mannen niet kunnen bijbenen. En dat is gevaarlijk, meent Kusinski: ‘De vrouwen worden steeds zelfbewuster, de mannen onzekerder. Niet voor niets neemt het aantal scheidingen toe. Vrouwen vragen zich af waarvoor ze zo’n vent eigenlijk nodig hebben.’
Dat blijft niet zonder gevolgen: ‘Als vaders hun gezag kwijtraken, kunnen sommigen zich vastklampen aan primitievere vormen van autoriteit. Geweld bijvoorbeeld. En de hangjongeren hier op straat zoeken precies wat hun vader hun niet kan bieden: erkenning, maar ook grenzen.’
Ook Robert Habeck meent dat de tijd van vrijblijvend experimenteren voorbij is. Er is meer resultaat nodig. Anders dreigt een terugval in de oude, conservatieve vormen en gedachten: ‘Het is net als bij vrije liefde. Ik dacht altijd: een leuk idee van die generatie ’68, jammer dat het niet werkt. Ik ben bang dat als met het combineren van werk en gezin nu niet snel vooruitgang wordt geboekt, de huidige zestienjarigen net zo zullen praten over de nieuwe vaders. Mooi ideaal, maar onwerkbaar in de praktijk.’


NIEUWE VADERS IN NEDERLAND
Het doet wat kneuterig aan: terwijl in Duitsland vaders tot een jaar lang betaald verlof opnemen, discussieert de Nederlandse politiek over de hier te lande geldende twee dagen ‘zwangerschapsverlof’ voor mannen. Voor een initiatiefwet van GroenLinks om die regeling uit te breiden naar tien dagen, betaald door de werkgever, bleek vorig jaar na veel discussie geen meerderheid in de Tweede Kamer. Overigens bestaat er ook een uitgebreidere regeling voor (vaak onbetaald) ouderschapsverlof, maar daarvan wordt weinig gebruik gemaakt. Het gaat bovendien vaak om ouders die gedurende een jaar tijd een dag per week minder werken.
De nieuwe vader in Nederland zal eerder een deeltijdvader zijn. Op dat vlak is er al een lichte voorsprong op Duitsland, waar fulltime de norm is. Volgens het CBS had in 2008 vijftien procent van de werkende Nederlandse mannen een parttime baan. Als het aan vakcentrale FNV en een groep jonge vaders ligt, gaat dat aantal flink omhoog. Zij voeren campagne voor de ‘papa plus’, mannen die vier dagen werken en een papadag nemen. Uit onderzoek van de bond zou blijken dat zestig procent van de werkende vaders minder wil werken en meer tijd aan de kinderen wil besteden. ‘Worstel je los uit het kostwinnerskeurslijf’, luidt dan ook de oproep in een manifest aan de ‘vaders van Nederland’.