Het televisiewerk van Godfried Bomans op dvd

De papenfluisteraar

Het televisiewerk van Godfried Bomans is bijeengebracht op vier dvd’s. Bomans zou er zelf verdwaasd naar hebben gekeken.

Godfried Bomans (1913-1971) schreef zijn beste boeken Pieter Bas (1936) en Erik of het klein insectenboek (1941) in de bloei van zijn leven. Zijn laatste boek, dat eveneens tot zijn betere werk behoort, was De man met de witte das (1971), een afrekening met zijn, door hem diep gehate, vader-politicus J.B. Bomans. Verder schreef Bomans sprookjes die met die van Annie M.G. Schmidt tot de mooiste Nederlandstalige bijdragen in dat genre behoren. Aan andere grote boeken is Bomans nooit toegekomen. Hij werd een van Nederlands eerste columnisten, iedere zaterdag in de Volkskrant, later in Elsevier. Zijn stukjes werden eindeloos gebundeld. Daarnaast was Godfried Bomans een radio- en televisiepersoonlijkheid. Tot vlak voor zijn dood.

Zijn werk als schrijver/journalist/columnist is tien jaar geleden gebundeld in zeven kloeke delen, waarvan de eerste vuistdikke folianten binnen enkele dagen volledig waren uitverkocht. Nu is ook het televisiewerk beschikbaar, samengebracht in een box met vier dvd’s, een kleine vijftien uur beeld. Godfried Bomans zou er lichtelijk verdwaasd en geamuseerd naar hebben gekeken. Beeldmateriaal dat tussen 1947 en 1971 is gemaakt, samengebracht op beelddragers waarvan hij de publieksvriendelijkheid in de verste verte nooit had kunnen vermoeden, maar waar hij misschien ooit naar heeft verlangd. Lees mij via een beeldscherm! – zo stelde hij in zijn latere leven een deel van zijn boeken samen: verslagen van televisieavonturen. Die avonturen zijn nu terug te zien. En ze onderstrepen zowel het gelijk van de Bomans-fans als de antipathie van de Bomans-haters: Godfried Bomans was de eerste schrijver die via televisie een breed publiek bereikte. De hofnar van de treurbuis.

Een van zijn grote voorbeelden, schrijver en essayist Lodewijk van Deyssel, moet een profetische kijk hebben gehad op de toekomst van zijn pupil. Bomans memoreert een gesprek met de beroemde Haarlemmer. Hij kondigt aan naar een gemaskerd bal te gaan. Van Deyssel: «Als hoedanig bent U voornemens dit bal te bezoeken?» Bomans: «Als dorpszot.» Van Deyssel: «Mag ik U erop wijzen dat het verkleed is.»

Ik heb gekeken naar vijftien uur beeldmateriaal en las op andere verloren momenten in de donkere dagen van december 2005 in Jeroen Brouwers’ De wereld van Godfried Bomans (1998). De combinatie van kijken en lezen hield mijn gemoed tijdens deze Bomans-queeste enigszins in evenwicht. Jeroen Brouwers, die volgens mij een Bomans-fan was, spit een grote hoeveelheid kwaadaardigheid naar boven. Zijn boek – een uitgebouwde versie van een special voor Vrij Nederland uit 1982 – bevat veel citaten van boze literaten die Bomans van hoererij beschuldigden. Kijkend naar de dvd’s kwamen er homerische lachsalvo’s, naast contemplatieve implosies. In ieder geval zijn de clichés van het televisietijdvak op Bomans van toepassing. De camera hield van hem. Bomans hield van de camera. Die eerste stelling heb ik nooit begrepen; de tweede klopt. Draaide de camera en stond de microfoon open, dan kon Godfried Bomans improviseren als geen ander.

Je ziet op deze vier dvd’s televisie uit het stenen tijdperk van het medium: zwart-wit, een tempo waar bijna niemand zich meer aan waagt, een ritme waar iedereen zich voor zou schamen. Maar als Bomans op stoom was, leverde dat ongeëvenaarde programma’s op. Dvd nummer 3 gaat over Bomans en religie. Ik ga het nu niet hebben over de uitzending met Bomans’ broer en zus die in het klooster zijn gegaan – de superlatieven over dat programma (Bomans in triplo) zijn al lang een cliché van zichzelf geworden.

In het begin van die dvd zit een reportage uit 1968 waarin Godfried Bomans een gesprek voert over de teloorgang van de rooms-katholieke kerk, zittend in een rooms-katholiek kerkgebouw dat op het punt staat gesloopt te worden. Die documentaire is een horrorfilm. In een onttakeld slooppand waar ooit de heilige eredienst plaatsvond, bespreekt Bomans het begin van de secularisatie. Hij doet dat fluisterend, mompelend. De papenfluisteraar Bomans («afbraak heeft ook iets moois») doorspekt zijn betoog met petites histoires over de rooms-katholieke ramadan, de vastentijd: «Vasten was ook een poging tot bunkeren. In Haarlem was het regime streng: vlees en vis waren in de vastentijd verboden. Mijn moeder ontdekte dat in Amersfoort, waar wij familie hadden, het regime losser was. Daar was het eten van paling toegestaan. Dus waren wij in de vastentijd regelmatig in Amersfoort te vinden.» Terwijl er weer een altaar wordt gesloopt en Bomans zijn hoofd in de kraag van zijn jas propt, zegt hij over zijn lossere houding tegenover de kerk: «Het geloof staat in de vrije luchtstroom van de twijfel. Wij zijn uit een cocon gekropen. We zijn andere vlinders geworden.»

Gelovig tot in zijn botten. Vrij in zijn denken. Maar ja. Die tekst wordt uitgesproken aan het eind van de jaren zestig. Niemand zat op dergelijke overpeinzingen te wachten. Sterker nog, niemand had er een boodschap aan. De meningen werden in die tijd ruiger en ruiger. En van die ruigheid stond Godfried Bomans mijlenver vandaan. Hij stond met zijn onttakelend geloof in de modder van de tijd. Eigenlijk in het drijfzand van zijn jaren. Een revolutionair zou hij nooit worden, hij was een evolutionair, en daar hadden tegen het eind van de jaren zestig nogal een hoop mensen hun bekomst van. Zijn reportages uit Israël, de zoektochten langs de heilige plekken uit het Nieuwe Testament – het zijn wonderen van implosie, van hardop denken, van contemplatie. Het zijn tevens voorbeelden van: niet het goeie moment, de verkeerde plek, de foute tijd. De reportages zullen – let op mijn woorden – ooit nog wel eens opduiken. In een verdwaalde aflevering van Andere tijden. Over de ontkerkelijking in Nederland.

Is de humor van Godfried Bomans voorhanden in deze beelddragers, deze box met dvd’s? Het valt mee. Hilarische humor is eigenlijk ver te zoeken. Bomans is als publiekslieveling in de jaren vijftig begonnen bij de radio. De titel van het populaire radioprogramma waarmee hij voor het eerst bekend werd, is veelzeggend: Kopstukken. Zo heette ook een veel verkochte bundel van nepinterviews met en portretten van allerlei alter ego’s van Bomans. Het publiek in dat radioprogramma stelde vragen, een forum van bekende Nederlanders gaf antwoorden. Bomans was voort durend de leukste thuis. Het programma werd opgevolgd door een literair forum over taal, Hou je aan je woord, begin jaren zestig, dat snel naar de televisie verhuisde en bijdroeg aan Bomans’ nationale bekendheid. De Vlaamse letterkundige Karel Jonckheere stelde vragen over taalkundige kwesties aan een improviserend panel, waarin Hella Haasse, Victor van Vriesland en Harry Mulisch (die snel afhaakte: «Vergeleken met Bomans waren wij nergens») zitting hadden. Bomans was de ster van het programma.

Op de dvd De veelzijdige Bomans zijn fragmenten uit vier afleveringen van het programma opgenomen. De humor van zijn interventies is verschaald en belegen, maar je voelt wel aan alles dat dit zijn ideale biotoop moet zijn geweest. Op de vraag naar de herkomst van de woorden «bovenwinds/benedenwinds» im pro viseerde hij een hilarisch verhaal over een tochtige refter (kantine in een streng katholieke school) en een jongen met winderige maagstoornissen, en gaf uiteindelijk het juiste antwoord. In een scène over de relatie tussen een regel uit een sinterklaaslied («Makkers staakt Uw wild geraas») en een Haarlemse stadgenoot (de schrijver Nicolaas Beets, de Hildebrand van de Camera Obscura) had Bomans op een bierviltje een gedicht geïmproviseerd: «Als student wist hij te schrijven/ Maar de rest was vroom gedaas/ Hildebrandt kon hij niet blijven/ Beets werd toen een houten klaas/ Zie de maan schijnt door de glazen/ Kinderen: onthoudt toch steeds/ Nederland bezit twee klazen/ De een is Heilig, de ander Beets». Harry Mulisch had gelijk: de andere panelleden waren van meet af aan kansloos.

Jeroen Brouwers schrijft in zijn boek De wereld van Godfried Bomans dat Bomans door de televisie een «nationale huisgenoot» werd. Zo herinner ik me hem ook. Zijn dwaaltocht door Rome kan zo opnieuw worden uitgezonden. Het vraaggesprek van Bomans met Johnny Kraay kamp sr. is onnavolgbaar openhartig – het begin is onwennig, maar doordat Bomans zo ontspannen is, komt de «ouwe Kraay» helemaal los. In vrijwel alle beelden van die vijftien uur op vier dvd’s zie je voortdurend ook de achterkant van Bomans: wanhoop, onwennigheid, ik ben hier wel maar ik hoor hier niet. Jeroen Brouwers vat de onmacht van de schrijver die beeldvoer is geworden in zijn boek puntig samen: «Bo mans’ televisiewerk stond volledig in het teken van zijn niet te stillen heimwee naar vroeger, dat hij liefhad en tegelijkertijd haatte, en dat hem in beide gemoedsgesteldheden bleef vervullen met angst. Zoals Erik Pinksterblom (uit Erik of het klein insectenboek) in het schilderij, zo was Bomans in de rechthoek van de beeldbuis. Beiden verdwaald in de tijd. Beiden op zoek naar de lijst. Ik verlang zo verschrikkelijk naar huis, snikte Erik. Ik hoor hier helemaal niet! Ik loop nu al drie weken in mijn pyjama rond en ik kan de lijst van het schilderij maar niet vinden!»

Godfried Bomans vond in de televisie een surrogaatlijst. De schrijfinkt was opgedroogd. Hij werd definitief een gezellig keuvelende huisgenoot.

Het televisiewerk van Godfried Bomans op dvd.

Music Products B.V., box met vier dvd’s, e 59,-