De partij is braaf

De Partij van de Arbeid zou alleen om Wouter Bos draaien. Bos pareerde die kritiek op het partij congres. «De Partij van de Arbeid is niet Wouter Bos, de Partij van de Arbeid dat ben je zelf!» Maar her en der wordt getwijfeld.

Eerste sfeerbeeld. Het is zaterdag 29 januari 2005 en de Partij van de Arbeid houdt zijn partijcongres in de aula van de Technische Universiteit Delft. Tegen half vijf hangen twee mannen moe onderuit op een bankje in de wandelgangen. De toespraak van partij leider Wouter Bos laat op zich wachten en ze zijn hier even neergestreken om wat uit te rusten. Het zijn een vader en zijn zoon, beiden uit Genemuiden. Vader heeft het congres van 1977 nog meegemaakt, toen er ook een beginselprogramma werd vastgesteld.

«Weet u wat het verschil is met toen», zegt vader, en hij komt met een familieanekdote. Een paar jaar geleden deelde zijn zoon thuis mee dat hij politiek actief wilde worden. De jongen was toen zestien. Oké, had vader gezegd, ik ben benieuwd. Drie maanden later, na zich georiënteerd te hebben op de politieke markt, had de zoon een keus gemaakt. Hij besloot lid te worden van de PvdA. «Dat viel me erg tegen», zegt de vader vanaf het bankje. «Ik dacht dat jongeren in de pubertijd zich afzetten tegen hun ouders, maar dat deed hij niet.»

Wat vader met andere woorden zeggen wil: «In mijn tijd was er meer passie, we lieten ons door de partijleiding niet de les lezen en we deden soms dan ook domme dingen. De jongeren van nu zijn veel braver. Ik vind beide tekenend voor de tijdgeest.» Ter bevestiging knikt zijn zoon slechts.

Tweede-Kamerlid Diederik Samson is de braafheid ook opgevallen: «Ik had wel meer machiavellisme verwacht tijdens het congres.» Waarmee hij doelt op de machtspolitieke spelletjes waar volgens hem vroeger vooral de congres afgevaardigden uit de drie noordelijke provincies zo goed in waren: «Ik vraag me af waar ze het daar zo druk mee hebben.»

Zelf had Samson in de week voorafgaand aan het congres het verwijt gekregen dat hij een spelletje speelde. Hij zou met medeweten van Wouter Bos een kritisch stuk over het nieuwe beginselprogramma hebben geschreven in de Volkskrant om daarmee de indruk te wekken dat Bos de linkervleugel in de partij ruimte geeft. «Onzin», zegt Samson: «Bos is natuurlijk een control freak, anders kom je ook niet zo ver in de politiek, maar hij wist echt van niks. Hij was piswoest. Ik heb hem ook pas de dag voor de publicatie op de hoogte gebracht en niet eerder, want dan had hij het verboden. Ik had het dan overigens toch geplaatst, waardoor we alleen maar langer ruzie hadden gehad. Dat heb ik hem ook uitgelegd.»

En ruzie met Bos, daar is Samson helemaal niet op uit. Met een lach zegt hij dat hij zo’n grote Bos-adept is dat je het slijm soms bij zijn voeten van de grond moet dweilen. Ja, beaamt hij, eigenlijk is hij zelf ook erg braaf.

Nog iemand die al dat brave opvalt, is Jouke de Vries, hoogleraar aan de Universiteit van Leiden. Met lichte ironie in zijn stem constateert hij dat de discussie over het beginselprogramma maar met een half uurtje is uitgelopen.

Een paar jaar geleden stelde De Vries zich als buitenstaander kandidaat voor het partijleiderschap. Uit pure onvrede. Hij vond dat de boel in de partij opengebroken moest worden, een keuze uit alleen maar Wouter Bos, Jeltje van Nieuwenhoven en Klaas de Vries, allemaal kamerleden, vond hij te veel Binnenhof en meer van hetzelfde. De Vries wilde dat de PvdA een rukje naar rechts maakte: «Ik kreeg destijds nog veel tegenstand omdat ik vond dat de PvdA van veiligheid een thema moest maken. Nu is dat volledig geaccepteerd.»

Tweede sfeerbeeld. Het is rond de klok van vijf als het ernaar uitziet dat Wouter Bos eindelijk aan zijn congrestoespraak zal beginnen. Iedereen die nog in de wandelgangen rondhangt, loopt rustig naar de congreszaal, die uiteindelijk bomvol zit. Heel veel jonge mensen, felle lampen en grote beeldschermen zodat je ook als je achteraan zit niks hoeft te missen. De rest van de dag, tijdens de discussies over het beginselprogramma en de gekozen burgemeester, had Bos gewoon in de zaal gezeten. Nu kondigt de dagvoorzitter hem met een in volume toenemend stemgeluid aan, een spotlicht richt zich op een deur boven in de zaal, muziek zwelt aan en ja, daar is hij dan. Een daverend applaus, Bos loopt soepel de trap af richting spreekgestoelte, iedereen gaat staan. Waarop een jongeman zegt: «Moet je een staande ovatie niet bewaren tot na de toespraak?» «Welnee», antwoordt zijn buurman, al even jong, «dit doen we voor het journaal.»

Jouke de Vries had het al opgemerkt: de PvdA loopt als een geoliede machine. Hij zei er nog net niet «applaus» bij. Maar deze jongeren zou het niets hebben uitgemaakt. De vraag is zelfs of ze weten dat de woorden «geoliede applausmachine» altijd op het CDA sloegen en dat dit niet als een compliment was bedoeld.

In de aanloop naar het congres was in kranten en op televisie veel kritiek geuit op de PvdA. Het PvdA-raadslid Erwin Kordes uit Nieuwe gein kan die kritiek zo opsommen: het zou leeg zijn rondom partijleider Wouter Bos, de PvdA zou nergens zijn zonder Wouter Bos, Wouter Bos zou geen tegenkandidaten dulden voor het eerstkomende lijsttrekkerschap. Volgens Kordes is het een Binnenhofspelletje voor politici en pers zonder enige realiteitswaarde. Hij meent precies te weten waar de behoefte om dat spelletje te spelen uit voortkomt. Het is pure jaloezie.

In een riedel een spindoctor waardig somt Kordes op waarom anderen zo met afgunst afgeven op zijn partij. «De PvdA heeft geen problemen met het leiderschap zoals de VVD, de PvdA kent geen gebrek aan regie zoals het CDA, we hebben geen gebrek aan partijorganisatie zoals de LPF en we lijden niet onder een gebrek aan zichtbaarheid zoals D66.»

Wouter Bos weet dat natuurlijk ook allemaal. Niet voor niks zegt de partijleider in zijn toespraak voor het partijcongres dat wat hem betreft de Tweede-Kamerverkiezingen best eerder mogen komen dan voorjaar 2007. Een val van het kabinet en vervroegde verkiezingen zouden enorm gunstig zijn voor hem en zijn partij. In de laatste opiniepeilingen staat de PvdA op 52 zetels, terwijl het CDA het met een kleine twintig minder moet doen en de VVD nog niet op de helft van dat aantal komt. Bovendien zouden die zetelaantallen voor de regeringspartijen bij een val van het kabinet nog wel eens kunnen dalen, want wie ruzie maakt wordt daar door de kiezer meestal op afgerekend. Daar komt bij dat vervroegde verkiezingen Geert Wilders, die zich in de peilingen lijkt te herstellen na een terugval, minder kans geven om zijn Groep Wilders van de grond te krijgen. Ook iemand als Joost Eerdmans van de LPF-fractie in de Tweede Kamer zou dan maar weinig tijd hebben om een nieuw politiek voertuig te vinden. En datzelfde geldt voor Hilbrand Nawijn. Tel uit je winst.

Sfeerbeeld 3. Kort na zessen staan in de stoptrein vanuit Delft twee vrouwelijke congresgangers op een tussendek. Het zijn een oudere vrouw uit Enschede die al heel wat jaren meeloopt in de partij, en een veel jongere vrouw uit Amsterdam, pas lid geworden van de partij na de moord op Pim Fortuyn. Gevraagd naar hun mening over hun partij leider gebruiken ze het woord held nog net niet, maar Wouter Bos kan bij hen niet stuk.

Maar de oudere vrouw maakt zich wel zorgen: «Stel dat Wouter Bos inderdaad onder de tram loopt, zoals laatst iemand ergens zei, dan weet ik niet wie hem op moet volgen.» De vrouw vraagt zich af of de PvdA de virtuele winst aan kamerzetels dan wel kan behouden. Is de partij niet te veel afhankelijk geworden van de persoon Wouter Bos, dat is haar zorg.

«Maar er is toch genoeg talent», probeert haar jongere partijgenoot. «Ja, maar de fractie krijgt dan een nieuwe fractievoorzitter en die wordt dan al gauw de partijleider», legt de oudere vrouw uit. «O, wordt het dan Sharon Dijksma, die is toch vice-fractievoorzitter?» vraagt de Amsterdamse. «Nee», legt de oudere vrouw weer geduldig uit, «de fractie mag haar eigen voorzitter kiezen.» «O», is slechts de reactie. De oudere vrouw zoekt hardop naar een opvolger. «Misschien is dan toch Klaas de Vries de enige die het zou kunnen.» De jonge vrouw gaat er niet tegenin.

Vlak voordat de twee vrouwen naar de trein lopen, heeft Wouter Bos zijn toespraak afgesloten met een reactie op de kritiek dat de partij alleen om hem zou draaien. «De Partij van de Arbeid is niet Wouter Bos, de Partij van de Arbeid dat ben je zelf!» Hij onderstreept dat laatste door twee gewone leden met naam en toenaam te vermelden en ze te prijzen om hun inzet voor de samenleving. Het publiek applaudisseert, de twee aange spro kenen verschijnen levensgroot op de beeldschermen, zichtbaar verlegen met alle aandacht.

Maar een oudere congresganger heeft zo zijn twijfels over de woorden van Bos: «Dat personalistische hoort bij deze tijd, dat snap ik ook wel, maar ik hoor Wouter wel erg vaak zeggen: ik zie, ik vind, ik heb als ideaal. Altijd dat ik. Het gaat toch om wat de partij vindt.»

Het PvdA-Eerste-Kamerlid Simon van Driel heeft daar niet zo’n moeite mee: «Ach, de partij en Wouter Bos zijn elkaars gevangene, die houden elkaar wel in evenwicht.» Bos zelf verwoordt het zo: «Ik heb vertrouwen in ónze toekomst.» De meeste nadruk legt hij op het woordje «onze». Want het is niet leeg rondom Wouter Bos, zoals zijn critici beweren. Integendeel, het is er vol, bomvol, met jong en ambitieus en braaf, althans in de ogen van de ouderen. De nog jonge Rotterdamse bestuurder van de deelgemeente Charlois, Dominique Schrijer, ziet dat anders. Hij noemt de manier waarop de jongere generatie politiek wil bedrijven liever «praktisch»: dat betekent volgens hem goed kijken op welke terreinen de bevolking behoefte heeft aan overheidsbemoeienis.

En dus niet om principiële redenen roepen om de afschaffing van de monarchie, zoals de vader uit Genemuiden zich nog goed herinnert uit 1977. Dat was een van die domme dingen van toen, weet hij nu.