De partij van de netwerken

Het is niet iedereen opgevallen, maar afgelopen weekend kondigde zich op het PvdA-congres in Maastricht een ware opstand aan. Het bestuur onder leiding van Rottenberg deed alsof er niets aan de hand was. Maar voor het volgende congres, dit najaar, heeft het veel te vrezen.
VERBOUWEREERD aanschouwt de vergadervoorzitster de zee van opgestoken handen in de zaal en mompelt in de microfoon: ‘De motie is aangenomen, geloof ik.’ Het duurt even voordat het tot iedereen is doorgedrongen, maar dan gonst de zaal van onderdrukte opwinding. Het huishoudelijk congres van de Partij van de Arbeid, op zaterdag 5 maart in Maastricht bijeengekomen om de campagne voor de statenverkiezingen luister bij te zetten, heeft zojuist een besluit van allesbehalve huishoudelijke aard genomen. Alle reglementswijzigingen die het partijbestuur heeft voorgesteld, inclusief de jongste maatregelen van voorzitter Felix Rottenberg in het kader van zijn ‘project partijvernieuwing’, zijn met twee derde van de stemmen van de agenda afgevoerd. De voorstellen hebben een ‘centralistisch karakter’, vinden de Groningse PvdA'ers, en moeten daarom eerst op hun merites worden beoordeeld door het najaarscongres. Tot hun verbazing zijn de meeste andere afdelingen het daarmee eens. En zo verdwijnen de vijftig pagina’s voorstellen, adviezen en amendementen pardoes in de prullenmand.

Tot dat moment had het partijbestuur geen steek laten vallen. Rottenberg en zijn vice-voorzitter Ruud Vreeman zijn zonder tegenkandidaten herkozen. Vervolgens heeft fractievoorzitter Jacques Wallage als opmaat voor de verkiezingen minister Wijers publiekelijk de oren gewassen omdat die het aanwenden van belastingmeevallers voor versterking van de koopkracht heeft vergeleken met het ‘uitdelen van cadeautjes’. En als klap op de vuurpijl heeft de Franse socialist Jacques Delors het congres toegesproken teneinde 'mon ami Wim Kok’ een hart onder de paarse riem te steken. Maar bij de motie uit Groningen laat de regie het opeens afweten. Onmiddellijk ruikt de verzamelde pers bloed. Een verslaggever weet het voormalige kamerlid Achttienribbe de onheilszwangere woorden te ontlokken: 'Houd er rekening mee dat er een beweging op gang komt tegen dit partijbestuur en tegen Rottenberg.’
De waarheid is minder dramatisch. De kritiekloze hoerastemming over de partijvernieuwing die op eerdere congressen overheerste, heeft het laatste half jaar plaatsgemaakt voor scepsis en ongeduld. De partij is veranderingsmoe en wil, met alweer een tamelijk uitzichtloze verkiezing in het verschiet, eindelijk wel eens tastbare resultaten zien. Maar in zijn notitie voor het congres getiteld Ideeen, personen en praktijken bepleit Rottenberg wederom de verdere omvorming van de PvdA tot een 'permanent lerende organisatie’ teneinde van de partij weer een 'dominante factor op het brede terrein van de moderne solidariteit’ te maken. De afgevaardigden zijn echter alle organisatiemodellen beu, temeer omdat ze de indruk hebben dat ze telkens weer op hun eigen begrafenis worden uitgenodigd.
Volgens de achterliggende analyse van Rottenberg, die steeds duidelijker in zijn publieke optreden doorklinkt, heeft de partij afgedaan. 'Politieke partijen zijn niet op moderne burgers toegesneden’, constateert hij zonder blikken of blozen in zijn notitie. Ook de informele structuren die tegenwoordig naast de afdelingen functioneren - de 'netwerken’, 'festivals’ en 'pilot-projecten’ die de partijstructuur moeten openbreken - hebben volgens Rottenberg nog niet voldoende effect. De wensen van de kiezers moeten voortdurend opnieuw in kaart worden gebracht door middel van enquetes, 'electronic mailing’ en 'focusgroepen’, waarna een 'aparte PvdA-organisatie met een strakke regie’ onmiddellijk op die wensen inspeelt. Welke politieke standpunten de partij uiteindelijk moet uitdragen, komt in de notitie niet aan de orde.
Het is veelzeggend dat een klein groepje rond Rottenberg sinds kort wekelijks een zogeheten fax-vlugschrift uitgeeft, waarin de genoemde trends worden geanalyseerd. Een recent vlugschrift bevat bijvoorbeeld een verkiezingsanalyse van Maurice de Hondt, waarvan doorgewinterde sociaal-democraten zoals Achttienribbe antiperistaltische neigingen krijgen. 'De kiezers zijn niet geinteresseerd in beleidsdaden maar in een aardig en betrouwbaar iemand die hen door de wereld loodst’, orakelt De Hondt. 'Wim Kok moet meer op televisie, het liefst in programma’s waar het niet teveel over het beleid gaat.’ Was het einde van de politiek tot nog toe voor veel socialisten een schrikbeeld, door de Witsenkade wordt het tegenwoordig zwart op wit aanbevolen.
DE 'HUISHOUDELIJKE wijzigingen’ die het partijbestuur aan het congres heeft voorgelegd, beogen ook voornamelijk de versterking van het management van de voorzitter: verlenging van de zittingsduur van het partijbestuur van twee naar vier jaar (zodat alleen beroepsbestuurders in aanmerking komen), afschaffing van het beslissingsrecht van het congres over regeringsdeelname, beperking van het aantal afgevaardigden naar congressen, vervanging van de verkiezingen voor allerlei bestuursfuncties door benoemingen en opheffing van de binding van gekozen PvdA- politici aan het verkiezingsprogramma.
Nu al deze maatregelen opeens tot nader order zijn uitgesteld, blijkt hoe soepel het netwerk-Rottenberg inmiddels binnen de partij functioneert. Terwijl de voorzitter als een verveelde pasja vanachter de bestuurstafel zijn bevelen uitvaardigt, springt zijn voorlichter Viktor Verhoeven (in de wandelgangen 'his master’s voice’) het podium op en af om de nieuwe dagorders te verdelen. Zelfs de schijn van een nederlaag wordt vermeden en razendsnel komt het volgende, schijnbaar risicoloze agendapunt aan de orde: de benoeming bij acclamatie van de kandidaten voor de Eerste Kamer. Onder hen veel prominente PvdA'ers zoals senator Tjeenk Willink, congresvoorzitster Annemarie Grewel en voormalig fractievoorzitter Thijs Woltgens. Te zamen met tientallen nieuwe gezichten die eerst bij Felix op auditie zijn geweest, dienen zij in het kader van de vernieuwing de huidige, 'kleurloze’ PvdA-senatoren te vervangen. Maar opnieuw wordt de idylle verstoord. De afdeling Utrecht dringt erop aan dat senator Willem van de Zandschulp, die net als de meeste zittende senatoren naar een onverkiesbare plaats is verbannen, op de zevende plaats wordt gezet. Als belangrijkste reden noemen de indieners zijn persoonlijke inzet in de WAO-kwestie.
De voorkeursactie wordt met een overweldigende meerderheid van stemmen en een donderend applaus bekrachtigd. En wederom ontvouwt zich een veelzeggend tafereel. Terwijl het partijbestuur plichtmatig de rest van de kandidatenlijst afwerkt, wordt de tengere Van de Zandschulp onophoudelijk door congresgangers gefeliciteerd, gefotografeerd en geprezen alsof hij in zijn eentje het geweten van de partij belichaamt. Ten slotte kan ook Rottenberg niet langer om hem heen. Hij verlaat het podium en geeft Van de Zandschulp ostentatief een hand, terwijl zijn ogen over de perstribune dwalen in de hoop dat een fotograaf het ogenblik zal vereeuwigen. Maar de bevrijdende lichtflits blijft uit en na enkele moeizame woorden met de senator te hebben gewisseld, keert hij ijlings terug naar het veilige podium. Een duidelijker bewijs voor de verwijdering tussen de vernieuwers en de oudere garde is niet denkbaar.
Alsof er niets is voorgevallen memoreert Wim Kok aan het eind van het congres hoezeer zijn paarse kabinet steunt op de partijvernieuwing van Rottenberg en Vreeman. Vervolgens storten de afgevaardigden zich op de sherry. Het incident van de Groningse motie is inmiddels zo onberispelijk gladgestreken dat de journalisten van Trouw en NRC Handelsblad niet eens weten wat er is voorgevallen. Op maandag schrijven ze dat het congres de hele huishoudelijke agenda van het partijbestuur heeft goedgekeurd. Het Parool echter slaat door naar de andere kant en kopt: 'Partijleden PvdA zeggen Rottenberg de wacht aan’. De Groningse motie is inderdaad moeilijk te duiden. Is ze een voorteken van de opstand tegen het bestuur-Rottenberg die de partij-econoom en hoogleraar politieke wetenschappen Jos de Beus onlangs voorspelde? Of betekent de motie enkel uitstel van executie voor de oude garde en de verkommerde afdelingen, waarvan opheffing een kwestie van tijd is? 'Van een bij hamerslag aanvaarden van de voorstellen kan geen sprake zijn’, luidt de letterlijke motietekst. 'Enkele voorstellen zullen door een consistent congres overigens toch worden verworpen, omdat een vorig congres dat ook deed.’ Die laatste zinsnede refereert aan een eerdere, vergeefse poging van Rottenberg om de partijafdelingen op te heffen.
DE IRONIE WIL dat Rottenberg, die gewend is te regeren door middel van management by speech, de laatste weken voor het congres lelijk is gedwarsboomd door het management by article van een ervaren tegenstander. Vlak voor het congres gooide de Leidse politicoloog en oud-partijbestuurder Bart Tromp namelijk de knuppel in het hoenderhok met een artikel in Socialisme en Democratie. Na het rampjaar 1992 had hij het duo Rottenberg/Vreeman aanvankelijk gesteund in de hoop dat zij de PvdA zouden transformeren tot een 'moderne en democratische partij’. Maar in plaats daarvan kwamen de managers aan de macht. 'De “partijvernieuwing” is tot nu toe neergekomen op een gedeeltelijk ongewilde, gedeeltelijk bewuste keus voor een oligarchische partijstructuur, waarin de dienst wordt uitgemaakt door een handvol beroepspolitici en de hofhouding (“netwerk”) die zij om zich heen aantrekken. Een dergelijke informalisering maakt democratische controle en besluitvorming onmogelijk.’
Dat de kritiek van Tromp een gevoelige snaar bij de afgevaardigden had geraakt, kwam tot uiting tijdens het debat over de herverkiezing van Rottenberg en Vreeman, voorafgaand aan de behandeling van de huishoudelijke agenda. Alleen de afdeling Rotterdam sprak haar onvoorwaardelijke steun voor Rottenberg uit: in de werkstad van Bram Peper is men van mening dat de voorzitter 'kietelt en uitdaagt’. Amsterdam-Noord was 'blij met Rottenberg’ maar voelde zich als afdeling langzamerhand overbodig: 'Steeds meer verantwoordelijkheden worden bij de afdelingen weggehaald. Misschien heeft Bart Tromp toch gelijk.’ De ene afgevaardigde beklaagde zich over het paarse gehalte van Rottenbergs notitie: 'Wij zijn toch een rooie partij? Daar vind ik in dit stuk niets van terug.’ Een ander vond dat er geen enkele inspiratie van uitging: 'Wij zijn een partij van festivals, focusgroepen en denktanks geworden, maar daar komt geen enkele politieke opvatting uit voort.’ Kortom, voorzover Tromp niet bij name werd genoemd, was hij in de geest aanwezig.
DE FELSTE KRITIEK kwam van de penningmeester van de afdeling Utrecht, Wouter Koning. 'Waarom dopen we de PvdA niet om in de Partij van de Netwerken’, schamperde hij: 'Het lijkt wel of het bestuur de hele organisatie kapot wil maken. Het vervult niet eens meer zijn reglementaire functie van toezichthouder. Hoe is het anders te verklaren dat in het regeerakkoord een bezuiniging van achttien miljard is voorzien, terwijl het partijprogramma als maximum acht miljard noemt? En waarom geeft het partijbestuur ons niet de jongste cijfers over het ledenbestand, dat dramatisch schijnt terug te lopen?’ Zijn vragen bleven wederom onbeantwoord en Koning werd als een schooljongen weggestuurd door congresvoorzitster Annemarie Grewel, die in ruil voor haar kandidatuur voor de senaat als een moederkloek over Rottenberg waakte. Volgens sommige afgevaardigden gaf haar botte optreden net de doorslag om toch maar voor de motie-Groningen te stemmen.
Secretaris Rijploeg van de afdeling Groningen was zelf verrast door de steun voor zijn motie: 'Ik had geen idee hoeveel mensen de motie zouden steunen, maar wij vinden nu eenmaal dat je niets hebt aan al die organisatorische veranderingen als daar geen nieuwe ideeen uit voortkomen. Wij missen de politieke inhoud, de strijdbaarheid. Ik had op het congres bijvoorbeeld graag eens met Melkert gediscussieerd over de sociale zekerheid. Op dat soort problemen moeten we als partij toch een antwoord kunnen bieden.’
Een (onvolledige) rondgang langs andere afdelingen leert dat men ook daar vooral bezwaar maakt tegen de analyse van Rottenberg. Iedereen onderschrijft de noodzaak tot organisatorische vernieuwing, mits die uitmondt in concrete politieke standpunten, maar dat gebeurt niet. En zo nadert het gros van de actieve leden misschien toch het standpunt van principiele critici als Tromp of Oebele de Jong, de ex-hoofdredacteur van Voorwaarts, die de vernieuwing eveneens met lede ogen aanziet: De Jong: 'Een partij moet reproduceerbare verhalen voortbrengen, dat wil zeggen: standpunten waarop leden en kiezers zich kunnen beroepen. Maar sinds de reorganisatie en het paarse kabinet weet niemand meer waar de PvdA voor staat. Je krijgt er geen greep op. Het is een aal in een emmer snot.’
Tromp toont zich daags na het congres aangenaam verrast door de Pyrrus-overwinning die hij met zijn artikel heeft behaald. Maar hij blijft onvermurwbaar. Tromp: 'Het oude partijbestuur stelde al niks voor en het nieuwe bestuur bestaat helemaal uit kritiekloze volgelingen van Rottenberg. Allemaal non-descripte dames tussen de dertig en veertig jaar, die ook nog eens allemaal organisatie-adviseur zijn. Die zingen natuurlijk de lof van de voorzitter.’ Voor zichzelf ziet Tromp voorlopig geen politieke rol weggelegd. Gezien zijn reputatie van dwarsligger in de partij is dat misschien terecht. Maar mocht hij aan het eind van de zomer besluiten om weer in de pen te klimmen, dan kon Rottenberg weleens een roerig najaarscongres tegemoet gaan.