De partij van de voorzitters

De PvdA lijkt steeds meer op een Zwitserse bank: ondoorzichtig en ongecontroleerd. Daar helpen geen flitsende kennisfestivals of faxvlugschriften aan, volgens PvdA-criticus Bart Tromp.
DE INTERNE DEMOCRATIE is om zeep geholpen. In plaats van doorzichtiger, werd de besluitvorming juist mistiger. De voorzitters bestieren de partij als was het een onderneming in plaats van een pijler van de democratie, waar politiek wordt gemaakt.

Aldus maakt politicoloog en partij-ideoloog Bart Tromp de balans op van vier jaar ‘vernieuwing’ van de Partij van de Arbeid onder leiding van Felix Rottenberg. In het januarinummer van Socialisme en Democratie, dat deze week verschijnt, reconstrueert Tromp minutieus hoe het voorzittersduo Rottenberg-Vreeman alle macht binnen de PvdA naar zich toe heeft getrokken en hoe de democratische structuur is vervangen door een - door de partijvoozitters geregisseerd - oncontroleerbaar netwerk. Wie in dat netwerk functioneert, heeft het gemakkelijker dan vroeger - de oude hierarchie bestaat immers niet meer. Maar wie er niet toe behoort, weet niet meer waar en hoe de besluitvorming nog te beinvloeden valt.
Tromp liet zich pakweg een jaar geleden ook al uiterst kritisch uit over de 'vernieuwingen’ (aanhalingstekens van Tromp) binnen de grootste partij van Nederland, maar staaft die kritiek nu met een uitgebreid onderzoek, compleet met 68 noten en verwijzingen. Het moment is, evenals een jaar geleden, zorgvuldig gekozen: op 10 februari zal het jaarlijkse PvdA-congres plaatsvinden, ditmaal over de inhoudelijke koers van de partij.
DE VOORBEREIDING van dat congres is een typisch voorbeeld van hoe het tegenwoordig in de PvdA toegaat, vindt Tromp. Er werden in opdracht van het partijbestuur drie rapporten geschreven, waaronder het tamelijk geruchtmakende pamflet van Paul Kalma, De wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit. Mooi. Officieel waren die rapporten de basis voor een 'congresconferentie’ op 4 november 1995, en daarna zou het partijbestuur, alles gehoord hebbende, een tekst maken waarover het congres in februari kon beslissen. Ook mooi. Maar in werkelijkheid stelde het partijbestuur de tekst al voor 4 november vast, en had de congresconferentie geen enkele invloed meer. Bovendien heeft de tekst eigenlijk niets meer van doen met de oorspronkelijke - zeer kritische - rapporten.
Tromp schrijft: 'Het is aan schriftgeleerden om vast te stellen in hoeverre de ontwerp-congresresolutie nog iets te maken heeft met de nota’s die eraan ten grondslag zouden moeten liggen.’ Van de achttien pagina’s tekst zijn zestien 'niet-amendabel’, waaronder de lofzang op het kabinetsbeleid, waar de resolutie mee begint. 'Een wel heel eigenaardige opvatting van zowel het begrip ontwerpresolutie als van partijdemocratie.’ Maar, merkt Tromp hoopvol op, vijf jaar geleden werd er ook al eens een ontwerpresolutie (toen over het milieubeleid) voorgelegd die zo weinig te maken had met het rapport dat eraan ten grondslag lag (De ecologische kwestie), dat het congres alsnog besloot om het rapport zelve aan te nemen, in plaats van de resolutie.
De PvdA-voorzitters Rottenberg en Vreeman zijn nu bijna vier jaar aan het werk. Wil je iets kunnen beoordelen, stelt de wetenschapper Tromp, dan moet je de resultaten kunnen afzetten tegen de oorspronkelijke doelstellingen. Maar wat de voorzitters eigenlijk verstaan onder 'partijvernieuwing’ is nooit vastgelegd, laat staan aan de leden voorgelegd. Hetgeen niet wijst op bestuurlijke competentie, aldus Tromp: 'Tenzij men het Van der Valkprincipe aanhangt: alles wat wij niet hebben verantwoord, pleit in ons voordeel.’ Ook wel toekanlogica genoemd.
De partijvoorzitters (Tromp heeft het steeds over beide voorzitters, mogelijk om zichzelf in te dekken tegen het verwijt dat hij handelt vanuit persoonlijke rancune tegen Rottenberg) wekken graag de indruk dat de partijvernieuwing pas bij hun aantreden begon, dat zij een partij aantroffen van 'vergadertijgers en kommaneukers’. Onzin, meent Tromp. Sinds de 'overwinningsnederlaag’ van 1986 was er meer ruimte voor inhoudelijk debat. Alleen hadden die discussies nauwelijks invloed op de politieke besluitvorming. 'Zo gezien’, stelt Tromp niet zonder sarcasme, 'is er eerder sprake van een grote continuiteit tussen de huidige gang van zaken en wat er voor de vernieuwing a la Rottenberg en Vreeman gebeurde.’
Het congres van 1992, dat Rottenberg en Vreeman tot voorzitters koos, nam ook het rapport Een partij om te kiezen aan. Een rapport boordevol voornemens om de PvdA vitaler, opener en democratischer te maken. Maar de voorzitters hebben daar niets mee gedaan. Sterker nog, terwijl in dat rapport het zogeheten 'Greenpeace-model’ principieel werd afgewezen, koersen de voorzitters daar juist op aan. In het Greenpeace-model zetten betaalde beroepspolitici de koers uit, bijgestaan door kiezersonderzoek en deskundigen op ad hoc-basis, en betaald door donateurs die geen invloed hebben op het beleid. Onder Rottenberg c.s. is de macht van de gewestelijke partijbaronnen teruggedrongen (hetgeen trouwens ook een van de voornemens was in Een partij om te kiezen), maar niet ten gunste van de leden, doch van de partijvoorzitters.
Niet alleen hebben de leden nauwelijks nog invloed op de koers van de partij, de partijvoorzitters laten zich ook weinig gelegen liggen aan de rest van het partijbestuur. Rottenberg opereert alsof hij een mandaat heeft om met de partij te doen en laten wat hij wil, zonder verantwoording te hoeven afleggen. Tromp in noot 50: 'Nadat de PvdA bij de laatste verkiezingen onder jongeren 9 procent scoorde, tegenover 24 procent voor de VVD, vroeg een versgekozen lid van het partijbestuur beleefd aan de voorzitter of deze inzicht kon geven in de wijze waarop hij naar eigen inzicht had gepoogd jongere kiezers voor de PvdA te mobiliseren, en waarom dit zo'n schamel resultaat had opgeleverd. De voorzitter weigerde dit categorisch. Hij wenste geen verantwoording af te leggen van wat hij had gedaan, als men daar op uit was, dan was hij zo weg, en moesten ze maar iemand anders zoeken.’
Als het aan Rottenberg had gelegen, was de invloed van de leden en het congres nog veel verder teruggedraaid. Maar het congres van een jaar geleden stak daar een stokje voor. Het moet gezegd, vooral dank zij de waarschuwende woorden van Tromp aan de vooravond van dat congres.
De dreigende almacht van de voorzitters zit al besloten in het feit dat beide voorzitters (betaald) dag en nacht met de partij bezig kunnen zijn, terwijl de rest van het bestuur slechts vijf of zes keer per jaar bij elkaar komt. Zo was de club die het verkiezingsprogramma zou gaan schrijven, al benoemd voordat het partijbestuur daarover kon beslissen. Tromp: 'Over de meeste zaken van belang wordt het partijbestuur onkundig gehouden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vervulling van vacatures op het partijbureau. (…) Voor zover ik heb kunnen nagaan niet door open sollicitaties. Opvallend is in ieder geval dat op enkele van deze ambtelijke posten mensen zijn benoemd uit de kennissenkring van Rottenberg en Vreeman.’ Overigens maakte Rottenberg zelf deel uit van de commissie die het rapport Een partij om te kiezen schreef, en toonde hij zich toen voorstander van een onbetaalde - dus geen fulltime - voorzitter.
DE TRADITIONELE massapartij van vroeger, waarbij actieve partijleden werden beschouwd als de vertegenwoordigers van het electoraat, is niet meer. Niettemin blijft het belangrijk om je van die actieve leden iets aan te trekken, aldus Tromp. De laatste jaren is van systematische communicatie met de leden echter steeds minder sprake. Vier jaar geleden sprak het PvdA-congres zich uit voor een redactioneel onafhankelijk partijtijdschrift, waarin ook plaats zou zijn voor discussies en heikele kwesties. Na het aantreden van Rottenberg en Vreeman verdween Rood, magazine voor alle leden, en verscheen Pro. Het bevat noch de minimale informatie die nodig is om in de PvdA te participeren (zo heeft in Pro nooit een verslag gestaan van het vorige congres - wat toch nog altijd het hoogste besluitvormende orgaan is), noch is er ruimte voor echte discussie. In drie jaar tijd versleet Pro evenzovele hoofdredacteuren 'en dat heeft alles te maken met de vergaande inmenging in het redactionele beleid door de voorzitter van het partijbestuur’, aldus Tromp.
Rottenbergs geliefde communicatiemiddel is het wekelijks verschijnende Faxvlugschrift. Tromp schrijft: 'Zelfs in de jaren vijftig matigden partijvoorzitters het zich niet aan om ook nog hoofdredacteur van de partijorganen te willen zijn of spelen.’ Volgens een bericht in Pro heeft het Faxvlugschrift vierduizend afnemers, maar daarmee werden misschien lezers bedoeld, want het aantal afnemers ligt op 1600, constateert Tromp zuur. Waarvan slechts tweehonderd betalend. Hij beschouwt het als typisch voor de tendens in de partij: 'De leden als totaliteit worden verwaarloosd en benadeeld, ten gunste van allerlei projecten die aan een klein aantal leden en belangstellenden ten goede komen, onder rechtstreekse controle van de partijvoorzitter.’
Ook financieel zijn de verhoudingen zoek. Het Vlugschrift kost jaarlijks 115.000 gulden en het Kennisfestival (zo'n 1500 bezoekers) van vorig jaar kostte ruim drie ton. Een tikkeltje veel, als je nagaat dat de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA, slechts drie ton per jaar krijgt. Bovendien munten de plannen van de voorzitters uit in - mooi geformuleerde - vaagheid. Zoals over 'Rosa’, een project dat in eerste instantie bedoeld was om de Rooie Vrouwen over te halen om zichzelf op te heffen. 'Rosa wordt een instrument gericht op mensen binnen en buiten de PvdA die een weg zoeken om progressieve politiek te beinvloeden’, aldus de voorzitters.
Overeenkomst tussen alle 'briefings’, 'kennisfestivals’ en 'vrije debatten’ is volgens Tromp dat de partijvoorzitters bepalen wie worden uitgenodigd en wie er spreken. 'Die debatten zijn niet zozeer vrij, alswel vrijblijvend. Zij staan geheel los van formele politieke besluitvorming.’ Van de zestig 'actiecentra’ die de voorzitters overal in het land wilden oprichten, is niets terecht gekomen.
Behalve ondemocratisch opereren verwijt Tromp de voorzitter(s) bovendien dat ze nauwelijks belangstelling hebben voor de politieke taak van een politieke partij. Terwijl in Een partij om te kiezen werd vastgesteld dat organisatorische en inhoudelijke vernieuwing onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, is er de afgelopen vier jaar niets op het inhoudelijke vlak gedaan, constateert Tromp. Ja, er was een mooi geschreven verkiezingsprogramma, maar dat heeft geen enkele consequentie gehad voor het beleid van de partij. En het heeft vier jaar geduurd voor er nu - voor het eerst - een inhoudelijk congres komt. Tromp: 'Het is toch wel uiterst verwonderlijk dat in het kader van de “vernieuwing” geen enkele poging is gedaan om tot een fundamentele analyse te komen van de grootste verkiezingsnederlaag in de geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie, de Tweede-Kamerverkiezingen van 1994.’
Het ledenaantal van de PvdA ging de afgelopen jaren hollend achteruit. Toen het voorzittersduo aantrad had de PvdA nog 79.000 leden (in 1990 nog 96.600), inmiddels is het ledental gedaald naar zo'n 66.000. Dat het ook anders kan, blijkt in Engeland, waar Tony Blair er juist veel leden bij krijgt. Bovendien keldert het ledental van de PvdA sneller dan dat van de andere Nederlandse partijen. Dat kun je natuurlijk niet louter de voorzitters aanrekenen, stelt Tromp, maar een vernieuwingssucces is het in ieder geval ook niet.
De PvdA, zo concludeert Tromp, krijgt steeds meer weg van een Zwitserse bank: ondoorzichtig en ongecontroleerd. 'Een tijdlang is deze handelwijze door velen wel geconstateerd maar vergoeilijkt met het argument dat de partij zich nu eenmaal in een noodtoestand bevond. Na bijna vier jaar is het echter moeilijk aan de slotsom te ontkomen dat juist hierdoor een noodtoestand in permanentie is geschapen.’
HOE GEDEGEN EN overtuigend Tromps onderzoek ook is, het heeft een hoge zuurgraad. Heeft hij niet gewoon de pest aan Rottenberg? Tromp: 'Ik heb Rottenberg indertijd als kandidaat gesteund. Ik doe niet anders dan concluderen wat ervan terechtgekomen is. Het is geen persoonlijke kruistocht tegen Rottenberg. Ik maak me al heel lang druk over het democratische gehalte van politieke partijen in het algemeen en de PvdA in het bijzonder. Ik heb Felix de afgelopen tijd regelmatig verteld wat ik ervan vind, dus zonder publiciteit. Maar daar doet hij niets mee. Sterker nog, hij verklaarde me tot persona non grata. Het vervelende is dat hij kritiek altijd persoonlijk maakt.’
Nee, Tromp voelt zich geen Don Quichot. 'Mijn kritiek wordt breed gedeeld. Dat bleek ook wel op het vorige congres, toen alle voorstellen van de voorzitters van tafel zijn geveegd. Ik hoop dat de partij voldoende zelfreinigend vermogen heeft om orde op zaken te stellen.’
Maar Rottenberg is toch democratisch gekozen? 'Zeker. Maar als je nagaat hoe weinig mensen in staat en bereid zijn het voorzitterschap van zo'n partij op zich te nemen, hoe weinig alternatieven er dus zijn, moet je dat democratische wel met een korrel zout nemen.’
Rottenberg zelf is ziek en kan niet reageren. Vreeman, die het onderzoek van Tromp in drukproef las: 'Of ik het serieus neem? Ik vind dat je in principe alle kritiek serieus moet nemen. Maar ik vind het allemaal zo weinig precies, zo onevenwichtig.’ Volgens Vreeman zit Tromp er bij vrijwel alle voorbeelden naast. 'En dat wij naar een Greenpeace-model zouden toewerken, is echt onzin, want daar vechten wij juist tegen. Wij willen de leden er juist zo veel mogelijk bij betrekken, maar dat is vechten tegen de tijdgeest, want veel mensen willen niets liever dan geld overmaken en verder niks.’
De voorzitters hebben, aldus Vreeman, de afgelopen jaren gewerkt in drie ronden: eerst de discussie loskrijgen, vervolgens het draagvlak voor de partij verbreden, en de laatste maanden ligt het accent op het inhoudelijke debat. Is zo'n verhaal van Tromp niet op z'n minst een teken aan de wand? 'Nee, want hij verwoordt niet iets wat breed leeft, het is het verhaal van een buitenstaander. En het is goed hoor, dat er mensen zijn die de statuten in de gaten houden, maar eerlijk gezegd vind ik de inhoudelijke discussie belangrijker dan de vraag of er een verslag van een bepaalde bestuursvergadering is gemaakt.’
En nu maar hopen dat Tromps stuk geen stempel drukt op het aanstaande congres. Vreeman: 'Ik praat liever over het werkgelegenheidsvraagstuk.’