Verkiezingen in Jamaica

‘De partijen hebben monsters gecreëerd’

Deze week gaan de Jamaicanen naar de stembus voor lokale verkiezingen. Jamaica is een democratie, maar het democratisch proces verloopt er anders dan elders. Geweld speelt een bepalende rol.

KINGSTON – Zijn mobieltje is hij al een tijdje kwijt. Afgepakt door de politie. Nu Bunny invloedrijker wordt in de buurt, vallen agenten hem steeds vaker lastig. ‘Ach, dat hoort erbij.’ De jonge rasta haalt zijn schouders op. Hij maakt zich meer zorgen over de vuilnisbelt aan de rand van zijn wijk, waar de goot is verstopt door modderlawines. Sinds orkaan Dean half augustus langskwam loopt een open riool door de straat. Drie kleuters proberen eroverheen te springen; één landt met zijn schoenloze voetje midden in het drabbige water.

Bunny (32) is als ‘vader’ verantwoordelijk voor vier kinderen. Drie daarvan zijn van een doodgeschoten broer. Hij loopt met een groepje buurtjongens door de wijk. Het is zondagochtend, lome reggae klinkt uit zinkplaten huisjes. Jongens versnipperen wiet in hun handpalm voor de volgende joint. Tegenover de rum shop, een bar annex kruidenier, zit Bunny’s buurvrouw. Ze vreest gewelddadigheden in de buurt. Aan het einde van straat hangen al een paar dagen aanhangers van de politieke tegenpartij rond. ‘Ik ben bang dat ze de buurt binnenkomen en op ons gaan schieten’, zegt ze bezorgd. Het zou niet de eerste keer zijn. ‘Er zijn hier al genoeg onschuldige mensen vermoord. Ook door de politie. We hebben hier geen bescherming.’

Bunny woont in Majestic Gardens, een sloppenwijk in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston. Majestic Gardens ligt in St. Andrew South West, het kiesdistrict van de leider van de voormalige regeringspartij People’s National Party (pnp), Portia Simpson-Miller. Miss Portia, beter bekend als Sista P, werd als premier weggestemd in de Jamaicaanse verkiezingen van 3 september van dit jaar. Na achttien jaar oppositie won de conservatieve Jamaica Labour Party (jlp) 32 van de zestig zetels in het parlement. De volkspartij pnp bleef na verschillende hertellingen steken op 28 zetels. Dat lag niet aan de inwoners van Majestic Gardens; een dag na de stembusgang gingen zij de straat op om Sista P een hart onder de riem te steken. Miss Portia behaalde 94 procent van de stemmen in St. Andrew South West; het gebruikelijke aantal sinds ze in 1976 voor het eerst in de race was voor het kiesdistrict.

‘Wij staan altijd pal achter Miss Portia’, zegt Bunny. ‘Zij verliest hier nooit. Zelfs als ze de verkiezingen verliest, dan wint ze hier toch.’ Maar de liefde lijkt eenrichtingsverkeer; Bunny en zijn buren vragen al weken om een paar spades, handschoenen en rubberlaarzen om de vuilnisbelt in de goot weg te werken, maar er gebeurt niets. ‘Dat de buurt er zo uitziet, kun je Miss Portia niet aanrekenen’, zegt een lange slanke jongen met een paar vlechtjes op zijn hoofd. ‘Als parlementariër had ze de macht niet om ons te helpen en als premier had ze het te druk.’ Nee, de kwade pier is de wijkregisseur, menen de jongens, een volle neef van Miss Portia, die het geld dat Majestic Gardens kreeg toebedeeld voor de schoonmaak na de orkaan, in eigen zak steekt.

Lloyd D’Aguilar, die meeloopt door de wijk, hoort het ongeduldig aan. De mensenrechtenactivist houdt Simpson-Miller direct verantwoordelijk voor de deplorabele toestand in Majestic Gardens. ‘Het zegt heel veel over haar als politica’, meent D’Aguilar: ‘Decennia lang is ze parlementariër voor dit district en het is hier afschuwelijk. Maar dat kunnen deze jongens niet hardop zeggen, want dat komt ze op repercussies te staan.’

Majestic Gardens staat bekend als een garrison, een garnizoenvesting. Een overblijfsel van de Koude-Oorlogpolitiek die Jamaica in de jaren zeventig gevangen hield. Een tijd waarin het dagelijks leven werd beheerst door een stammenoorlog tussen de kameraden van de volkspartij pnp en de labourites van de zakenpartij jlp. In 1974, twaalf jaar na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië, predikte toenmalig volkspremier Michael Manley verregaand socialisme. Jamaica onderhield in die tijd nauwe banden met Fidel Castro in buurland Cuba en stond op gespannen voet met de Verenigde Staten, ook dichtbij gelegen.

Manley’s beleid leverde nerveuze reacties op, zeker bij de controversiële oppositieleider Edward Seaga van de jlp, een partij van zakenlieden, planters en landeigenaren die traditioneel op de plattelandskiezers steunde. De situatie leidde tot fundamentele verdeeldheid in de Jamaicaanse samenleving. Bij de verkiezingen van 1980, de voorlaatste keer dat de zakenpartij won, bereikte de explosieve cocktail van armoede, geweld en politiek een dieptepunt; er vielen achthonderd doden.

Dat was het begin van Kingstons reputatie als murder capital, in een land dat al jaren in de topvijf staat van landen met het hoogste aantal moorden op honderdduizend inwoners. De zakenpartij bleef tot 1989 aan de macht, mede doordat Manley besloot de verkiezingen van 1983 te boycotten. Maar daardoor werd het niet rustiger. Onder de heerschappij van Seaga’s opvolger, volkspremier P.J. Patterson, verviervoudigde het aantal moorden tussen 1989 en 2005 van 414 naar 1674.

Toch voelen de meeste Jamaicanen zich niet onveilig; de misdaad beperkt zich grotendeels tot de achterstandsbuurten. Kingston telt negen garrisons; zes onder invloed van de volkspartij en drie waar de zakenpartij heer en meester is. De meeste garrisons zijn in de jaren zestig en zeventig gebouwd als volkshuisvestingsprojecten: rijen flats, vergelijkbaar met de Amsterdamse Bijlmer, waar de partijen hun achterban onderbrachten.

‘De pnp was traditioneel sterk in de steden’, zegt columnist John Maxwell van The Daily Observer in een café in Kingston. ‘De enige manier waarop Seaga daar als zakenman voet aan de grond kreeg was door geweld en intimidatie. Maar dat houdt niet zo lang stand. De volkspartij won vanaf 1989 de verkiezingen louter omdat Seaga de oppositieleider was.’

Uiteindelijk werden de garrisons in het oog springende voorbeelden van de sociale uitsluiting van de zwarte Jamaicaanse onderklasse. In een uit een koloniaal en slavernijverleden gegroeide samenleving, waar de witte bovenklasse en gekleurde middenklasse het na de onafhankelijkheid voor het zeggen kregen, blijft succes voor arme zwarten grotendeels beperkt tot de sportwereld en de muziekindustrie.

‘Garrisons zijn buurten waar het recht om te stemmen op wie je wilt wordt beperkt door intimidatie’, zegt politiek analist Kevin O’Brien Chang: ‘In kiesdistricten die als garnizoensteden opereren is de verkiezingsuitslag vooraf bepaald. Ik ken mensen wier huis in brand is gestoken omdat geruchten de ronde deden dat ze voor de “verkeerde” partij zouden gaan stemmen.’

Toch is het geweld niet alleen politiek geïnspireerd. Dat was wel zo in de jaren zeventig, toen politici nauw betrokken waren bij het distribueren van wapens onder hun achterban. Chang: ‘De partijen hebben monsters gecreëerd, maar ze hebben er geen controle meer over. Nu gaat het geweld om economische macht via de drugshandel.’

Nu de volkspartij de verkiezingen heeft verloren, hebben Bunny en zijn vrienden weinig hoop voor de toekomst. Ze hadden gedacht dat Miss Portia een mandaat zou krijgen om haar beloften waar te maken. Maar haar partij werd, na achttien jaar op het pluche, afgerekend op arrogantie en zelfgenoegzaamheid. Bovendien vonden de meeste Jamaicanen Sista P, als spontane en emotionele volksvrouw, niet geschikt voor het premierschap. Ze gaven de voorkeur aan Bruce Golding, een begenadigd spreker uit de lichtgekleurde middenklasse, die Jamaica als zakencentrum op een hoger niveau moet tillen.

Met de zakenpartij aan de macht zal de bouw van de flat die in Majestic Garderns voor volkshuisvesting wordt neergezet wel stil komen te liggen, vreest Bunny. Bovendien is de kans nu groter dat knokploegachtige labourites met wilde schietacties de buurt binnenvallen. Zijn buurvrouw is bang voor hen. En voor de politie. Want het Jamaicaanse korps is al even gewelddadig als de in de politiek gewortelde drugsgangs die het moet bestrijden.

Vorig jaar nog werd een buurtbewoner midden in de hoofdstraat van Majestic Gardens door de politie doodgeschoten. ‘Het was zogenaamd een schietpartij, maar ze hebben die man gewoon vermoord’, zegt Bunny’s buurvrouw. Er zou een onderzoek komen, maar daar hebben ze nooit meer iets van gehoord. ‘Het systeem is corrupt’, zegt Bunny, ‘de politie gaat gewoon zijn gang en niemand die er iets tegenin kan brengen.’

In een andere wijk, Mona Heights, vliegen kolibries over het aangeharkte gazon van Horace Levy. De socioloog, verbonden aan de nabijgelegen Universiteit van de West Indies, komt veelvuldig in Majestic Gardens. Voor het Peace Management Initiative (pmi), een organisatie gericht op preventie van geweld in achterstandsbuurten, bemiddelt hij in disputen tussen bewoners van de verschillende wijken.

Levy: ‘De staat, de politie, geeft de zwarte onderklasse de boodschap dat hun leven niets waard is. Vorig jaar zijn in Jamaica 229 mensen door agenten doodgeschoten. In zeker tweederde van de gevallen ging het om regelrechte moord, and they get away with it.’ Levy ziet het geweld tussen de gangs als een protest tegen de manier waarop de staat met hen omgaat. Ze voeren de boodschap dat leven geen waarde heeft zo tot in het extreme door.

Volgens de socioloog bestaat het leven in achterstandswijk Majestic Gardens uit onderlinge vetes. ‘Wapens zijn de inzet van de constante strijd met de labourite gang aan het einde van de straat. Daarnaast zijn ze verwikkeld in een vete met de politie én met de gemeenschap in het hoger gelegen deel van de wijk, het rijkere gedeelte van Majestic Gardens. En ondertussen moeten ze, door een beetje te gokken en in drugs te handelen, ook nog zien te overleven.’

Met een beroepsbevolking van ruim 1,2 miljoen en een arbeidsparticipatie van 64 procent, staat de jeugdwerkloosheid op 23 procent. Daarnaast wordt 85 procent van de kinderen opgevoed door alleenstaande moeders. De zwarte onderklasse in de garrisons heeft moeite de vicieuze cirkel van armoede, werkloosheid en geweld te doorbreken. Levy: ‘Er heerst een enorme geestelijke armoede, een afhankelijkheidsmentaliteit uit het slavernijverleden. Majestic Gardens heeft een intelligente leider, zo iemand noemen ze een don, maar hij wordt gezocht door de politie. Zo gaat dat; als iemand te veel macht krijgt, bestempelt de politie hem als verdachte, vaak op politieke gronden. Dan kan hij geen kant meer op en wordt hij vanzelf de criminaliteit in gedwongen.’

Tijdens de laatste verkiezingen vonden circa twintig mensen de dood in de campagnestrijd, wat als vooruitgang kan worden gezien. ‘Het had veel erger kunnen zijn’, meent Levy, ‘er waren genoeg wapens voorhanden in de garrisons, soms uitgedeeld door politici. Dat het geweld deze keer niet is geëxplodeerd, komt door initiatieven als de pmi, het instellen van een politieke ombudsman gesteund door wetten die verkiezingen verbieden in kiesdistricten waar te veel onregelmatigheden plaatsvinden.’

Bij twee zinkplaten huisjes in Majestic Gardens staat een groepje buurtbewoners. Een oudere vrouw beklaagt zich over het gebrek aan toiletten in de woningen. Mensen moeten hun behoefte in de bosjes doen. ‘It’s not so lovely’, zegt ze met gevoel voor understatement. Kevin Patterson onderbreekt haar klaagzang. Volgens de rasta zit de kern van de garrison-kwestie veel dieper: ‘Analfabetisme is het grootste probleem. Als mensen niet genoeg opleiding hebben, is het voor een politicus gemakkelijk om de bevolking hier met kleine gunsten om te kopen. Het onderwijssysteem moet compleet worden herzien, er moet een grote mentaliteitsverandering komen, maar daar gaat zomaar tien jaar overheen.’

Op wie Patterson heeft gestemd wil hij niet zeggen. ‘Daar moet je hier mee oppassen. Je kunt je niet vrij uitspreken. Daarmee kun je het leven van jezelf of je kinderen op het spel zetten.’ De buurtbewoners zijn ervan overtuigd dat Miss Portia erachter komt als ze niet op haar stemmen. Het idee is dat de kieslijsten worden doorgespeeld, zodat Sista P precies weet wie er ‘verkeerd’ heeft gestemd en dus niet meer in aanmerking komt voor gunsten.

Bunny en zijn vriend Michael vinden het niet erg als iemand in Majestic Gardens overstapt naar de zakenpartij. ‘Zolang hij maar niet stemt’, zegt Bunny. ‘Als iemand hier met een groen T-shirt van de tegenpartij rondloopt, zullen we hem niets doen. Maar als ze hier echt campagne komen voeren… tja, dan stenigen we ze.’ Ze kijken er relaxt bij, het is de gewoonste zaak van de wereld.

‘Dat is mentale slavernij’, meent politiek analist O’Brien Chang: ‘Op deze manier is er geen dwang meer nodig, want de gevangenis zit in de hoofden van de mensen.’

Ook Horace Levy ziet de geestelijke druk waaronder de mensen in Majestic Gardens leven. Dat is de reden waarom ze Portia Simpson-Miller tegen de klippen op verdedigen. Levy: ‘Ze moeten wel. Het is een enorme identiteitspijler; ze zijn eerst kameraden van de volkspartij en daarna pas Jamaicanen. Maar zo functioneren ze wel als gereedschap voor hun eigen verarming. Dat is niet alleen triest. Het is diep tragisch.’