Economie

De patentenoorlog

De crisis poetst de waslaag van de economie. De harde waarheid komt aan de oppervlakte. Het waanzinnige bonussysteem in de financiële industrie, het gebrek aan inzicht en toezicht van commissarissen, de onzin van transatlantische fusiebedrijven, wie durft het nog te ontkennen?
In een opmerkelijk artikel in Het Financieele Dagblad van begin deze week wijst Peter van Dongen, medewerker van het Octrooicentrum van het ministerie van Economische Zaken, op nog zo’n economische misstand die door de recessie aan het licht komt. U was het zich misschien niet bewust, maar de vooruitgang in Nederland wordt bedreigd door ‘patent trolls’ Dat zijn gespecialiseerde bedrijfjes, meestal Amerikaans, die jagen op de octrooiportefeuille van failliete of bijna-failliete ondernemingen. Ook in Nederland.
Ze doen dat niet om innovatieve producten op de markt te zetten. De ‘patenttrollen’ weten een snellere weg naar het grote geld: chantage. Ze zoeken de markt af naar producten en bedrijven die mogelijk inbreuk maken op de ingekochte patenten. Hun advocaten spannen dan een rechtszaak aan en dreigen de productie stil te leggen. Veel slachtoffers kiezen eieren voor hun geld en kopen de rechtszaak af – ook al zal de inbreuk op het patent in veel gevallen niet te bewijzen zijn.
Dat is nog eens makkelijk rijk worden! De trollen hoeven niets zelf te bedenken, niets te produceren, maar gaan er wel met de buit vandoor.
Juist in tijden van recessie slaan de trollen hun slag, want dan zijn veel bedrijven verplicht of bereid om hun octrooien te verkopen. Volgens Van Dongen zouden verkopende partijen daarom moeten nagaan wat de koper met de patenten van plan is. Aan trollen wordt niet verkocht.
Een prima oproep. Maar misschien gaat het kwaad van het patent nog wel verder dan de chanterende trol. Want ook gewone bedrijven, die wél echte producten maken, misbruiken het octrooirecht. Met name in de Verenigde Staten, waar zo ongeveer ieder vaag idee patenteerbaar is, is de patentenoorlog uitgegroeid tot een effectieve bedrijfstactiek. In plaats van dat er wordt geconcurreerd om de gunst van de klant, vindt de strijd om marktaandeel plaats in de rechtszaal. Europese multinationals doen daar vrolijk aan mee.
Vorige week klaagde Nokia concurrent Apple aan, omdat de iPhone van Apple tien patenten van Nokia zou schenden. Het Israëlische softwarebedrijf Red Bend sleepte in dezelfde week Google voor de rechter omdat er in Google’s webbrowser Chrome gepatenteerde technologie zou worden gebruikt. Eerder dit jaar klaagde Microsoft het Nederlandse TomTom aan voor het onbetaald gebruiken van gepatenteerde technologie. TomTom sloeg meteen terug met een contra-aanklacht waarin het juist Microsoft beschuldigde van technologiediefstal. De advocaten konden hun lol niet op.
In de meeste gevallen gaat het bij dit soort juridische gevechten niet om een oprechte strijd om de opbrengst van de eigen innovatie. Het patent is geen verdedigingsmiddel meer, maar een agressief aanvalswapen waarmee de tegenstander de weg naar de klant kan worden versperd. Daar was het natuurlijk nooit voor bedoeld. De bedoeling en de legitimiteit van het octrooirecht is om de noeste uitvinder de kans te geven om zijn investeringen terug te verdienen. Zonder bescherming tegen luie imitators heeft het voor hem geen zin zich jarenlang op te sluiten in het schuurtje. Zonder patenten is innovatie niet mogelijk. Dat was althans de theorie. De praktijk is vooral die van chanterende trollen en rijke multinationals die uitdagers het leven zuur maken.
Het vorig jaar verschenen boek Patent Failure van de Amerikaanse onderzoekers James Bessen and Michael Meurer laat er geen twijfel over bestaan: het octrooirecht heeft gefaald, in elk geval in de VS. Behalve in de medicijnenindustrie heeft het patent niets opgeleverd. De auteurs schrijven: ‘Er is nauwelijks bewijs te vinden dat patenten zorgen voor meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling, dat ze bijdragen aan economische groei, of dat ze zelfs maar een bron van inkomen zijn voor belangrijke uitvinders en innovators.’
Onderzoekers van het Amerikaanse Phoenix Center rekenden onlangs uit wat het mislukte en misbruikte octrooirecht de economie kost. De rekening bedraagt ruim 25 miljard dollar per jaar aan juridische kosten en verdrongen zinvol onderzoek. Weggegooid geld dat we juist in crisistijd goed zouden kunnen gebruiken. Zodra de banken zijn gesaneerd en beleidsmakers hun handen vrij hebben, moet het octrooisysteem op de schop.