De Pax Putiniana is niet meer aantrekkelijk

Twee recent verschenen boeken over Vladimir Poetin laten zien dat vooral de Russische middenklasse de corruptie, de vernedering en de intimidatie door de staat zat is.

Een week voor de presidentsverkiezingen in Rusland hielden zondag tienduizenden Moskovieten elkaars hand vast. Ze vormden een levende cirkel op het trottoir van de ringweg. Het was de laatste in een lange serie straatprotesten die losbarstten na evidente fraude bij de Russische parlementsverkiezingen, begin december vorig jaar.
Ondernemers, de witte boorden en de politiek geëngageerde bourgeoisie bohème verenigden zich in een beweging, ook wel de ‘sneeuwrevolutie’ genoemd, die maandenlange acties op touw zette. Demonstraties, auto-optochten, het vasthouden van elkaars hand en het bakken van pannenkoeken - het was allemaal bedoeld om het corrupte politieke systeem van het land op te schudden en nieuwe parlementsverkiezingen af te dwingen, en ervoor te zorgen dat het tellen van de stemmen aanstaande zondag eerlijk verloopt.
Het mikpunt van de frustratie van de betogers en hun creatieve oprispingen was de voormalige en zonder twijfel toekomstige president van Rusland, Vladimir Poetin. En in het middelpunt van een van de tientallen netwerken, waarop deze brede protestbeweging is gebaseerd, bevindt zich Masha Gessen, een door de wol geverfde journalist en de auteur van De man zonder gezicht, de politieke biografie van Poetin die deze week in de boekwinkel komt te liggen.
De ouders van Gessen behoorden tot de generatie van de refuseniks uit de Sovjet-Unie, mensen die het land aanvankelijk niet, maar later wel mochten verlaten. Zij bracht haar kindertijd door in Moskou en haar jeugd in de Verenigde Staten. Ze koos ervoor weer in Moskou te gaan wonen toen het land zijn grenzen openstelde. Haar carrière omvat zowel de Amerikaanse als de Russische media en haar elegante minimalistische proza is geworteld in de traditie van de Angelsaksische literaire non-fictie. Maar ze is ook een emotionele insider, iemand die er bewust voor heeft gekozen haar lot te verbinden aan dat van het land dat haar ouders ooit hebben verlaten.
De man zonder gezicht schildert de opkomst van Poetin en de jaren dat hij aan de macht was, zonder enig cultureel relativisme of ontzag voor de mystieke exceptionaliteit van Rusland. Gessen is niet gebiologeerd of geïntimideerd door het geweld, de uitgestrektheid van het land of zijn ingewikkeldheid. Haar Rusland is niet eenvoudig, maar laat zich wel goed verklaren. In haar opinie hebben Russen recht op dezelfde politieke en economische rechten als de burgers van iedere westerse, liberale democratie. Maar dat recht wordt hun structureel ontzegd door een zeer corrupte, maffiose president en het systeem dat hij heeft gecreëerd. Het opschrijven van dit verhaal is een prestatie die getuigt van de intellectuele en persoonlijke moed van de auteur.
Dit contrasteert sterk met The Strongman van Angus Roxburgh, nóg een verhaal over Poetins jaren aan de macht, maar in dit geval verteld door een zelfbenoemde outsider. Eerlijk gezegd is Roxburgh niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor deze rol: hij is een voormalige Britse correspondent in Moskou, wiens carrière al in de sovjettijd begon. Eerst werkte hij voor The Sunday Times en daarna voor de BBC, met een onderbreking van drie jaar bij een internationaal pr-bureau dat het imago van het Kremlin moest oppoetsen. Zijn verhaal over Poetin is gebaseerd op het werk dat hij deed als pr-adviseur van het Kremlin, en op zijn werk als consultant voor de documentaireserie Poetin, Rusland en het Westen, die eerder dit jaar op BBC Two te zien was. Ondanks het feit dat deze unieke positie van grote invloed is geweest op zijn visie opent Roxburgh zijn boek met de categorische ontkenning dat hij dit 'verbijsterende land’, waarin hij het grootste deel van zijn leven heeft gewerkt, werkelijk begrijpt.
The Strongman wordt verteld in een klassieke documentairestijl, doorspekt met feiten en zo nu en dan verhelderende anekdotes, maar blijft emotioneel en persoonlijk op een afstand, afgezien van een poging om de 'neutrale’ aard van de betrekkingen van de auteur met het Kremlin te duiden. Het is ook op een andere manier het verhaal van een outsider, want de hoofdmoot ervan draait om Poetins moeizame relaties met de vroegere vijanden van Rusland uit de Koude Oorlog. Dit is het verhaal van Poetins bittere - en in de ogen van de auteur soms gerechtvaardigde - teleurstelling over de manier waarop zijn land in het Westen is behandeld, en van de invloed die dit volgens de auteur heeft gehad op zijn politieke ideeën en zijn persoonlijkheid.
Nu de wereld wacht op een nieuwe, structureel betwiste ambtstermijn van Poetin bieden deze twee zeer verschillende boeken méér dan het verhaal van zijn verleden; ze geven ons ook een verontrustende kijk in wat zou kunnen uitlopen op een gewelddadige toekomst.
Toen ik op de ochtend van de tweede reeks grote demonstraties op 24 december in Moskou aankwam, had de woede van de betogers zich al op Poetin gericht. De middenklasse van Moskou had de buik vol van jaren van grove televisiepropaganda, welig tierende corruptie en schijndemocratie, aan het licht gekomen door het schandaal rond de vervalsing van de verkiezingsuitslagen. Maar de mensen hadden ook gewoon genoeg van Poetin zelf - van zijn gewelddadige stijl, zijn steeds merkwaardiger pr-stunts en zijn vastberadenheid om na twaalf jaar aan de macht er nog eens twaalf jaar aan vast te knopen. Een van de eerste zelfgemaakte spandoeken die ik zag, werd gedragen door een veertiger. Er stond op: 'Ik wil niet doodgaan onder Poetin.’
Van de twee besproken boeken helpt dat van Gessen je het best dit gevoel te begrijpen. De man zonder gezicht is méér dan een biografie - het is een verontrustende politieke whodunnit die in de beste traditie van dit genre opent met een moord, waarna de lichamen zich maar blijven opstapelen. Het boek schetst de levensloop van Poetin aan de hand van talloze publieke documenten, waaronder zijn geautoriseerde biografie, diverse diepte-interviews met getuigen van de meest dramatische episodes uit zijn carrière en de eigen ervaringen van de auteur als journalist.
Het verhaal omvat het hele leven van Poetin, te beginnen in de jaren vijftig in Leningrad, waar Vova Poetin, enig kind van ouders op leeftijd, klein en met een kort lontje, zijn kindertijd doorbracht met vechtpartijen met hangjongeren in de buurt. Hij groeide uit tot een jongeman met een hang naar luxegoederen, gefascineerd door de heroïek van de Russische geheime dienst. Een tijd later komen we hem tegen als een gedesillusioneerde, ietwat gezette ambtenaar van de bureaucratische KGB, op een plek die veel minder aantrekkelijk is dan de sovjetpropaganda hem had voorgespiegeld. Hier staat Gessen stil bij wat het formatieve moment zou kunnen zijn geweest voor zijn toekomstige presidentschap: de dag waarop de staf van het sovjetconsulaat in Dresden werd omsingeld door tienduizenden boze Duitsers die bezig waren het communisme van zich af te schudden. De KGB-functionaris Poetin trachtte tevergeefs bescherming van het in Oost-Duitsland gestationeerde sovjetleger te krijgen. Maar die moesten instructies uit Moskou krijgen en op het hoofdkwartier nam niemand de telefoon op. De vernedering van het in elkaar storten van zijn grote land komt in het boek van Roxburgh ook naar voren als een van de drijvende krachten achter de toenemende Koude Oorlogs-mentaliteit van Poetin.
Maar Gessen gaat verder en laat zien hoe een teleurgestelde en vindingrijke Poetin erin is geslaagd in de postcommunistische tijd boven te komen drijven. Het boek reconstrueert een hele reeks van slimme keuzes, strategische vriendschappen en plotselinge kansen die Poetin hebben geholpen aanzienlijke persoonlijke rijkdom te vergaren en op te klimmen van een verbindingsofficier aan de Universiteit van Leningrad tot loco-burgemeester van Sint- Petersburg en vertrouwd lid van de inner circle van het Kremlin.
Ze beschrijft dat tussen de honderd en negenhonderd miljoen dollar verdween op basis van verschillende contracten die Poetin tekende als loco-burgemeester van Sint-Petersburg. De zaak werd onderzocht door het vroegere democratische raadslid Marina Salye, die nu in een zelf opgelegde staat van 'interne verbanning’ leeft, uit angst dat de bewijzen die zij heeft verzameld wel eens te veel belastende informatie zouden kunnen bevatten.
Toen Poetin aan de macht kwam, begon een serie verontrustende, maar strategisch bijzonder handige sterfgevallen een groot deel van de interne politieke dynamiek van Rusland te bepalen. Gessen verzamelt en presenteert alle publiek verkrijgbare informatie over de slachtoffers, hun belang voor de carrière van Poetin en hun onderlinge connecties. Als ervaren journaliste vermijdt Gessen het trekken van al te haastige conclusies, maar naarmate het vaardig vertelde verhaal vordert blijft de lezer achter met het gevoel dat er iets zeer verontrustends is aan de manier waarop Russische burgers zijn omgekomen onder Poetin.
Het verhaal beschrijft ook een serie bomaanslagen op flatgebouwen waardoor Rusland in het najaar van 1999 werd getroffen. De carrière van Poetin kreeg hierdoor een enorme impuls, zijn imago als de man die Rusland tegen zijn eigen zwakte zou beschermen werd versterkt. Gessen beschrijft de dood van alle overlevende verdachten, en van elke parlementariër, journalist of voormalige FSB-agent die ooit heeft geprobeerd deze gebeurtenissen te onderzoeken - als gevolg van auto-ongelukken, regelrechte moordaanslagen of vergiftigingen met exotische substanties als hoog radioactief polonium.
Gessen beschrijft ook een reeks politieke hervormingen die de regering meer bevoegdheden gaven en de democratische vrijheden inperkten; de techniek van dwang en verleiding die Poetin heeft gebruikt om de rijkste mannen van het land, de oligarchen, te vleien en te intimideren, zodat ze hun immense rijkdom niet zouden aanwenden om zijn macht te ondermijnen; en de pijnlijke ondergang van degenen die weigerden deze boodschap serieus te nemen. Veel aandacht wordt besteed aan de manier waarop de stoutmoedige liberale markthervormingen van de eerste jaren van Poetins presidentschap langzaam degenereerden in een economisch systeem dat vrijwel uitsluitend afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen.
Een deel van deze thematiek komt ook aan de orde in het boek van Roxburgh. Maar waar Gessen de diepte in duikt en verontrustende inzichten boven water brengt, gaat Roxburgh daar in hoge snelheid aan voorbij.
The Strongman is misschien niet zo meeslepend geschreven als De man zonder gezicht en de auteur neemt een stuk minder intellectuele en persoonlijke risico’s. Maar Roxburgh biedt wel een geloofwaardig beeld van een deel van de motieven en de persoonlijkheid van Poetin, dat ontbreekt in het verhaal van Gessen. In zijn boek komt Poetin naar voren als een bittere, teleurgestelde, beledigde leider van een vernederd land. Vastberaden om de grootsheid van dat land te herstellen en er oprecht van overtuigd dat hij de enige is die dit kan verwezenlijken.
The Strongman bevat een aantal waardevolle verslagen van de machtigen der aarde uit het eerste decennium van deze eeuw: de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, de voormalige Britse minister van Buitenlandse Zaken David Milliband, en Jonathan Powell, de chef-staf van Tony Blair. Ze bieden interessante observaties over Poetins toenemende irritatie over wat hij beschouwde als Amerikaanse bemoeizucht met de achtertuin van Rusland, culminerend in de machtswisselingen in Oekraïne en Georgië, en over zijn motieven voor een korte maar hevige oorlog met het zuidelijke buurland.
Bijzonder interessant zijn zijn inzichten in de werking van de propagandamachine van het Kremlin. Roxburgh was een tijdlang in dienst bij een in Brussel gevestigde partner van het Amerikaanse pr-bureau Ketchum. Hij moest helpen het imago van het Kremlin op te poetsen in de periode die grofweg samenviel met de moorden op de prominente Kremlin-critica en journaliste Anna Politkovskaja en de vroegere FSB-agent Aleksandar Litvinenko, en met de Russische inval in Georgië in 2008. Dat was al een monumentale opgave, maar die werd nog bemoeilijkt door het feit dat het Kremlin blijkbaar echt geloofde dat je gunstige berichtgeving in de westerse media kunt kopen. Poetin, zo legt Roxburgh uit, 'is buitengewoon goed geïnformeerd, maar ook verrassend onwetend over bepaalde aspecten van het westerse leven’. Als je het boek uit hebt, blijf je zitten met het ongemakkelijke gevoel dat het Kremlin en zijn buitenlandse partners twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog opnieuw een nogal uiteenlopend beeld van de werkelijkheid hebben.
De hier besproken boeken stellen Poetin centraal. Met de aankomende Russische presidentsverkiezingen geldt hetzelfde voor de retoriek van de straatprotesten in Moskou en daarbuiten. Maar het belangrijkste punt van de huidige protestbeweging is nu juist dat zij veel minder over Poetin gaat dan op het eerste gezicht lijkt. Het gaat veel meer over het ongenoegen van de stedelijke middenklasse over het corrupte politieke systeem dat hij heeft geschapen.
Toen ik deze winter in de straten van Moskou stond te bevriezen, om daarna weer te worden verwarmd in de huizen van mijn vrienden die tot deze steeds verder uitdijende middenklasse behoren, had ik het gevoel dat het land voorgoed aan het ontwaken was uit een jarenlange politieke slaap. Na tien jaar van passiviteit en ironische distantie eisten degenen die het materieel wat beter is vergaan nu méér: respect, hoop op een toekomst, een politieke stem.
Het lijkt erop dat Rusland een echte grassroots-beweging heeft voortgebracht. Die beweging bestaat uit de vrouwen van zakenmensen die na schijnprocessen in de gevangenis zijn beland; uit milieuactivisten, mensenrechtenactivisten, oude rocksterren en opkomende hiphoppers; en uit campagnevoerders tegen de corruptie, zoals Alexei Navalny, die nauwgezet iedere offerte uitpluizen voor ieder verguld meubelstuk dat door Kremlin-functionarissen wordt besteld. Het gedeelde gevoel is dat ze de corruptie, de vernedering en de intimidatie door de staat zat zijn.
De beweging is gevaarlijk voor Poetin, juist omdat het niet om zijn persoon gaat, maar om een fundamentele herziening van de regels van het spel. De basisbeginselen van het oorspronkelijke pact dat hij in 1999 met de Russische samenleving had gesloten - een deel van je vrijheid opgeven in ruil voor enige voorspoed en persoonlijke veiligheid - wordt ter discussie gesteld.
Maar Poetin heeft op belangrijke punten gefaald: de inkomsten uit de olieverkopen zijn niet geïnvesteerd in infrastructuur of zelfs maar in onderhoud, laat staan in de verbetering van fundamentele diensten als de gezondheidszorg en het onderwijs. Het ondernemerschap wordt niet alleen door de corruptie gedwarsboomd, maar ook door met het Kremlin verbonden raiders - bedrijven die zich hebben gespecialiseerd in vijandige overnames van succesvolle ondernemingen. Het rechtsstelsel is door en door verrot, hoewel zo'n tachtig procent van de rechters die een korte hechtenis hadden moeten opleggen aan de betogers die begin december vorig jaar werden gearresteerd - in een publieke blijk van ongenoegen - ziek werd op de dag dat hun zaken zouden moeten voorkomen.
Voor de generatie jongere, meer ondernemingsgezinde Russen die het afgelopen decennium is opgegroeid, is de Pax Putiniana niet zo aantrekkelijk meer als voor hun ouders, getraumatiseerd als die waren door de meedogenloze postcommunistische jaren.
Normaal gesproken zouden jonge, getalenteerde Russen emigreren en het land overlaten aan de heersers en de passieve meerderheid. Maar nu is het leven zo verbeterd dat ze weigeren naar een ander land te verhuizen. Ze prefereren andere leiders.
Het is onduidelijk of de burgerbeweging die de grotere steden van Rusland overspoelt sterk genoeg is om ook alle slaperige, verarmde provincies te mobiliseren. Maar het lot van Rusland is altijd in de hoofdstad bezegeld, en net zo belangrijk als het bereiken van de provincies zal het moment zijn waarop de protestbeweging een krachtig alternatief formuleert en erin slaagt een deel van het politieke establishment voor zich te winnen. Dat zou een kritiek moment zijn voor het Kremlin, en veel van zijn inspanningen zullen er de komende jaren op zijn gericht dat dit nooit gebeurt.
De mensen op straat in Moskou dagen Poetin en de klasse die hij heeft gecreëerd uit om zich een Rusland in te denken waarin zij zelf niet langer aan het roer staan. Deze twee zeer verschillende boeken van twee zeer verschillende auteurs bieden een zo volledig mogelijk antwoord op de vraag waarom deze klasse zijn best zal doen om zo'n verandering te voorkomen. Gessen beschrijft de skeletten die de afgelopen twaalf jaar in de kast zijn geduwd, waarvan de onthulling grote persoonlijke gevaren zou opleveren voor de mensen die de touwtjes van de financiële en politieke macht in handen hebben. Het boek van Roxburgh laat zien dat Poetin zich zodanig met de Russische staat identificeert dat het voor hem psychologisch wellicht onmogelijk is zich ervan los te maken, zelfs als hij zou weten hoe dat moest.

MASHA GESSEN
De man zonder gezicht
Ambo/Anthos, 2012
ANGUS ROXBURGH
The Strongman
I.B. Tauris & Co., 2011

Ana Uzelac is voormalig verslaggeefster van The Moscow Times en correspondent voor The Economist. Ze schreef deze boekbespreking voor De Groene Amsterdammer.
Vertaling Menno Grootveld