Het Migrantenmuseum

De pen

De rechter had snorharen als die van een egel. De rechter had ook grote dunne handen met lange benige vingers. Had hij nou ook bloederige ogen of is dat beeld door de jaren heen in de verbeelding ontstaan? Met die dunne en benige vingers heeft de rechter zijn vonnis uitgesproken en vervolgens de pen waarmee hij al die tijd schreef in tweeën gebroken. De gevangene kreeg dus de doodstraf. Toen de pen brak, brak ook de nek van de mens. Op die dag leerde de militair hoe belangrijk een pen is. Hij had de ter dood veroordeelde man bewaakt in de rechtbank en gezien hoe de pen brak.
De jonge militair emigreerde een paar jaar later naar Nederland en ging op zoek naar een pen. Het zou zijn allereerste pen zijn. Hij zocht de hele dag, vond het niet. De volgende zaterdag ging hij weer op zoek. Sluitingstijd naderde, de jonge migrant gaf de hoop op en ging een winkel binnen om melk te kopen. Op de tafel van de vadsige, roodharige winkelier zag hij de pen die nu in het Migrantenmuseum staat. Een metalen vulpen met een blauw kunststof uiteinde, een clip van dun metaal en een vierkant Parker-logo op de clip. De migrant kocht die dag behalve melk ook de pen van de winkelier.
Hij liet de pen in zijn zak glijden en snelde naar de sigarenzaak om behalve sigaretten ook mooi briefpapier te kopen. Eenmaal in het pension zette hij het papier op de tafel en wilde gaan schrijven. De pen wilde gestreeld worden. De jonge migrant aaide de pen, gaf hem een kus. De eerste woorden die hij schreef waren woorden om snel te vergeten. De pen weigerde om de geschikte woorden op het mooie papier te schrijven. Het armoedige pension met zijn versleten en door het zonlicht verbleekte behang was het probleem. De migrant ging weg.
Hij liep naar het centrum van de stad, ging in een café zitten en bestelde koffie. Zijn vrienden zouden hem voor gek verklaren als ze hem zouden zien. Welke gek betaalde vijftig cent voor een kop koffie? Maar wanneer de pen breekt, breekt de nek van de mens. En wanneer de pen schrijft, breekt het touw van de beul.
Omringd door deftige lui die dure sigaretten rookten en vrouwen die mooie geuren op hadden, schreef de pen wél. Hij schreef niet dat de beul verslagen was. Hij werd ook niet sentimenteel door op papier neer te zetten: ‘Tot een paar maanden geleden liep ik nog in een broek die met lappen dichtgenaaid was. Mijn benen weten voor het eerst hoe het is om in aanraking te komen met de stof van een nieuwe broek.’
Niet voor niets was de migrant zo lang op zoek geweest naar deze ene pen. Wat wist deze pen toch goed welke woorden de juiste waren. Om te beginnen richtte hij zich tot niemand minder dan de rijkste persoon van de familie, een van de zeven ooms van de migrant. Hij schreef zonder de oom eerst te groeten: ‘Oom, ik heb het erg getroffen hier. Het geluk is eindelijk aan mijn zijde. In een paar jaar heb ik zoveel geld verdiend dat onze hele familie gered is.’ De pen schreef niet naar papa, niet naar vrouw, niet naar beste vriend. Maar naar die ene oom die in de handel zat en niet één keer iemand de helpende hand had toegestoken.
De deftige mensen in het café in Arnhem lachten, schaterden, raakten elkaar aan, de mannen zoenden de vrouwen. De migrant zag zelfs dat een van de mannen met zijn hand aan het blote been van een vrouw zat. De nieuwe migrant bloosde. Hij rekende af en had geen enkele spijt van deze dure koffie. Met de pen en zijn brief in zijn binnenzak liep hij met een sigaret in de mond terug naar het pension.
Hij wist dat wanneer de pen brak, de nek van de mens ook brak. Wanneer de pen schreef was de mens gered. Alleen een pen als die van de rechter kon de nek van de oom breken en het nieuws melden van de redding van de migrant.
Toen hij met de sigaret in de mond naar het pension liep, moet hij er hetzelfde uitgezien hebben als de vrijgekomen Cervantes.