23 januari 2007 – 30 maart 2012

De Pers

Dagblad De Pers was een jongensboek met een rauw randje. Een poging de journalistieke conventies te doorbreken. Maar kwaliteit kon de krant niet redden.

Het is misschien een beetje voorbarig om dagblad De Pers volledig dood te verklaren – het management probeert nog een digitale doorstart te maken, er zijn op internet initiatieven (www.reddepers.nl) om de krant levend te houden, er is zelfs al een naam voor het plan (De Nieuwe Pers). Maar dat de papieren editie op 30 maart ophoudt te bestaan, ruim vijf jaar na de eerste krant, staat vast. Vandaar dat het wel terecht is om de geschiedenis te schrijven van de krant die ‘fucking geschiedenis schreef’, zoals de redactie het zelf graag ziet.

Om bij die geschiedschrijving te blijven: er zullen niet veel bedrijven zijn die zo jong overlijden maar waar maar liefst drie boeken over zijn verschenen. Hoe dat komt? Misschien omdat het gewoon een goed verhaal is, een jongensboek met een rauw randje. Misschien ook omdat het makkelijk onderzoeken is, met al die lekkende, het eigen nest bevuilende journalisten. Dat laatste gaat zeker op voor Gratis maar niet goedkoop: De kostbare wording van Dagblad De Pers. Iedereen (nou ja, bijna iedereen) werkte mee aan de uitgebreide en intieme reconstructie. Het gaat vooral over de redactie, over hard werken, feestjes, persoonlijke verhoudingen, frustraties en idealisme. Heel menselijk allemaal. Er wordt veel collectief gezopen in café ’t Schinkeltje, vlak bij de redactie. Er wordt te veel geld verbrand terwijl er te weinig binnenkomt. Boven alles is de redactie de grote held van het verhaal. Zij proberen continu een betere krant te maken, de oorlog te winnen met kwaliteit en originele invalshoeken, met goede ideeën op de proppen te komen, te sleutelen en te schaven. Onmisbaar, verrassend, signalerend en noem het maar op te zijn. Er zijn klasse-journalisten als Eric Smit, Myrthe Hilkens en Kustaw Bessems. Er is de onverstoorbare, rechtdoorzee hoofdredacteur Jan-Jaap Heij. En er is de oud-hoofdredacteur en later uitgever Ben Rogmans. ‘Zonder [zijn] vakmanschap en doorzettingsvermogen was De Pers er nu misschien niet meer geweest’, schrijft auteur Govert Schilling in 2010.

Dezelfde Ben Rogmans die in dat andere boek neergezet wordt als een onzekere vijftiger die schouderklopjes nodig heeft, te veel drinkt, verliefd wordt op studentes en van zijn krant niet meer dan een zeven wil maken. Met dodelijke zinnen als: ‘Hij zag eruit alsof zijn ouders zijn verjaardag waren vergeten.’ Ja, er doemt een ander beeld op uit het boek van de man die De Pers bedacht, de eerste uitgever, de man die het geld regelde om een gratis kwaliteitskrant te beginnen. In Het Complot beschrijft Cornelis van den Berg de oprichting vanuit zijn eigen boardroom. Het is maar één bron, het is geen journalistieke reconstructie, maar het is wel geestig. In zijn boek is niet de redactie de held, maar geldschieter Marcel Boekhoorn. De betrouwbare investeerder, de eerlijke zakenman. Het ging Boekhoorn niet om prestige, hij wilde niet per se krantenmagnaat zijn. Hij wilde gewoon iets nieuws doen in een lastige markt. En Van den Berg overtuigde hem ervan dat het kon. En betuigt daarover spijt, op het allerlaatst.

Op zich klonk de pitch vijf jaar geleden niet slecht. Betaalde kranten werden steeds duurder om dalende abonnements- en advertentie-inkomsten te compenseren. Gratis kranten Spits! en Metro deden het goed maar boden geen kwaliteit. Een echte goede gratis krant zou interessant zijn voor adverteerders. Dat is het verhaal tegen Boekhoorn. Veel mensen zijn vooraf sceptisch, maar Van den Berg weet het zeker. De uitkomst is bekend: Boekhoorn moet in de eerste drie jaar ruim dertig miljoen in De Pers stoppen, het geld spuit er aan alle kanten uit, Wegener redt de krant met een voor het bedrijf achteraf desastreuze deal en koopt die misser uiteindelijk af voor 45 miljoen euro. Van den Berg beschrijft levendig de spanningen tussen de investeerders, de talloze etentjes, brainstormsessies, gesprekken met investeerders en overnamekandidaten. En uiteindelijk biedt hij dus zijn excuses aan. Hij zegt tegen Boekhoorn: ‘Ik ben, met enige reflectie, tot de conclusie gekomen dat ik mijn twijfels onvoldoende heb gedeeld.’ Oftewel: ik heb blijvend mooi weer gespeeld. Boekhoorn is geen kleintje en antwoordt: no hard feelings, ik was er zelf bij.

En dan is er nog Hup ons: Het beste uit vijf jaar dagblad De Pers, 540 pagina’s bloemlezing, een keuze uit de 35.000 pagina’s die De Pers in vijf jaar maakte. Dat laat vooral zien hoe De Pers journalistieke conventies overboord zette. De krant hoefde geen ‘paper of record’ te zijn, niet te openen met nieuws van de dag maar pakte liever uit met andere verhalen. Er moest verrast worden, er moesten andere verhalen worden gebracht, dingen die ergens anders nog niet te lezen waren. Het moest tegendraads, brutaal, vrolijk, optimistisch. Opinie en nieuws door elkaar, persoonlijk soms. Een illustratie van een enorme gier met als kop: ‘Heeft u het ook zo gehad met bankiers?’

De Pers was goed, maar kwaliteit kon de krant niet redden. Uiteindelijk gaat het bij een gratis krant om distributie, advertentiemarkt en kosten. En dus sterft, helaas, met de papieren editie ook een beetje het idee dat de journalistiek en de uitgeverij nieuwe businessmodellen kunnen ontwikkelen in een tijd waarin dode bomen onder druk staan. Immers, iedereen kan persberichten op papier zetten en daar advertenties omheen plaatsen – zoals Spits! doet – maar een eigen krant maken, met een eigen redactie en op zoek gaan naar verrassende verhalen is iets heel anders.

Of de digitale doorstart succesvol gaat zijn? Een gratis digitale krant gaat ook de redacteuren niet financieren. Dus moeten de lezers gaan betalen. Niet te veel, anders haken ze af. De Nieuwe Pers: niet gratis, wel goedkoop.

Het moest tegendraads, brutaal, vrolijk, optimistisch