Wie nieuwsgierig is naar de jongste generatie filmmakers kan in elk geval alle eindexamenfilms van de Amsterdamse Filmacademie zien. Er zijn meer filmopleidingen (o.a. Eindhoven, Rotterdam, Utrecht), maar alleen de Amsterdamse producties worden compleet op de televisie uitgezonden. Vijf fictiefilms op zaterdag 16 oktober, NPO 3, 22.58 uur. Op zaterdag 23 oktober volgen vijf documentaires: NPO 3, 22.55 uur. Hier wat opmerkingen over de speelfilms van elk ruim twintig minuten. Er worden ook twee animatiefilms vertoond, waarvoor me elke competentie ontbreekt.

Vooraf: zie de aftiteling van willekeurige films, zeker die in de categorie fictie, en je weet hoe gigantisch het aantal mensen is dat meewerkt. Vaak worden in publicaties alleen regisseur en acteurs genoemd. Met wat mazzel ook de scenarist, van akelig onderschat belang. De acteurs in deze films doen geen examen en ik noem ze dus sowieso niet. Maar alle andere voor film onmisbare ‘departementen’ zijn in handen van studenten wier meesterproef dit is. Van camera tot geluid; van productie tot production design et cetera. Als een film u minder bevalt, dan is de kans groot dat een flink aantal medewerkers daaraan toch uitstekend werk heeft bijgedragen. Ik noem hieronder alleen regie en scenario, omdat die inderdaad een zwaar stempel drukken, maar film is dus meer dan enige andere kunstvorm een collectief product.

Een meer inhoudelijke opmerking. In de persmap staan naast credits en foto’s uit de producties ook steeds een synopsis (samenvatting van de inhoud) plus de visies van regisseur en producer op het eigen werkstuk. Daaruit blijkt hoe vaak regisseur, scenarist, producer of een ander crewlid met hun film uit eigen ervaring spreken. Soms direct, soms indirect, getransponeerd naar een andere situatie. Die persoonlijke betrokkenheid valt in alle gevallen te voelen en verklaart mede de integriteit die de kijker, althans deze kijker, ervoer. Elk jaar weer. Ongeacht nog vakkundige en artistieke merites. Het vaak gegeven opleidingsadvies aan studenten ‘dicht bij jezelf blijven’ draagt daaraan bij.

Alleen vliegen

Regie: Noen Brouwer

Scenario: Maxime Baksteen

Alleen vliegen

Openingsfilm, en meteen het in mijn ogen moeilijkste genre: magisch-realisme. Waarin werkelijkheid en waan (of hogere werkelijkheid) elkaar afwisselen of dooreen lopen. In de filmopening zijn we in een ziekenhuis op een kraamkamer. Bij de bevalling zijn naast de vrouw in barensweeën een verloskundige en de jonge vader aanwezig. Op afstand kijkt een jonge vrouw, in arts- of verpleegkundigenkleding, toe. Deze Lily fixeert vooral de verse vader. Alsof ze hem kent. Alsof hij een belangrijk personage in de vertelling gaat worden. Maar dat blijkt, enigszins verwarrend, niet zo. We horen haar gedachten: ‘Vader worden is makkelijk; maar vader zijn…’ Zij is de hoofdpersoon, en nee, het gaat haar niet om die haar vreemde jongeman maar om haar eigen vader; en diens onwil of onvermogen haar, als kind, liefde te geven. Onvrede en verdriet blijken in wat volgt al te begrijpelijk. En de thematiek lijkt me niet universeel, want liefhebbende vaders zijn er vele, maar bepaald ook niet bijzonder particulier: menig (jong)volwassene moet zich er in herkennen, zeker in een cultuur waarin veel gescheiden wordt en ouders vaak letterlijk buiten bereik raken. Haar verdriet en boosheid worden zo aannemelijk dat ik besef dat haar strenge kijken naar de nieuwbakken vader voortkomt uit trauma: ze vertrouwt vaders niet meer.

In het ‘nu’ van de film gaat ze bij haar vader op bezoek in het huis van haar jeugd. Ze is daar lang niet geweest. Het huis moet leeg voor de verkoop omdat hij bij een vrouw intrekt, wier naam ze nog nooit heeft gehoord. Het lijkt de zoveelste wisseling van partner, na de breuk met haar moeder. Haar jeugd zit er in kartonnen dozen en ze moet maar uitzoeken wat ze wil houden voor hij de fik erin steekt. Haar houding tegenover de vader is uitgesproken nors, hoewel hij vriendelijk probeert te zijn. Veel onverwerkte pijn kennelijk. De boosheid komt ook voort uit het feit dat ze vader met het verleden wil confronteren, maar dat toch niet aandurft. In het magisch-realistische deel komt de speelgoedzwaan tot leven waarover vader haar ooit verhaaltjes vertelde. De zwaan verjaagt haar uit haar eigen kinderkamer. En ze ontmoet zichzelf als negenjarige, toen de breuk in het gezin en met de vader had plaatsgevonden, vader stopte met vertellen en een nieuwe vriendin hem erop moest wijzen dat ‘dat kind een beetje aandacht nodig heeft’. Die ontmoeting levert een doorbraak op: ze zoekt nu toenadering tot de vader. Zowel in een fantasiepassage als in de werkelijkheid van de film. Vergeefs. Uit de synopsis begrijp ik dat ze toch enige verlossing en vrede heeft ervaren doordat ze het kind Lily letterlijk uit het water heeft gered. Mooie passages, maar voor mij toch soms te cryptisch en bedacht.

Cocon

Regie: Lisette Vlassak

Scenario: Melvin Stewart en Gregory Martina

Cocon

Komedie over het seksueel ontwaken van Sonny (14). Letterlijk uit een natte droom. Hij weet als aankomend bioloog alles over de natuur, maar boekenwurm en schoolvriendje Ferdi is nodig om de vlek in zijn pyjamabroek te determineren en hem tot ‘geslachtsrijp’ te verklaren. Beelden van vechtende, jagende, vluchtende en vooral parende dieren larderen de vertelling. Beelden die weer gepaard gaan met zijn plots ontloken belangstelling voor meisjes. Waarvan klasgenote Coco het voornaamste object wordt. Haar onbereikbaarheid dwingt hem ertoe zijn nieuwgierigheid naar het vrouwelijk lichaam dan maar te richten op dat van grote zus Kimberley. Eerst via ondergoed. Dan, als ze slaapt, middels visuele verkenning, waarbij bedekkende kleding enigszins verplaatst moet. Licht gevalletje incest, dat en wat we zelden in film te zien krijgen. Prompt wordt hij door een ontwakende Kimberley afgestraft met de woedende dreiging dat ze ‘hem’ er af zal hakken, ‘kutjoch’. Ze heeft haar directe stijl niet van een vreemde: vader is een tamelijk weerzinwekkende ploert, die Sonny’s gebrek aan belangstelling voor auto’s, voetbal en bier hoont en stelt dat hij niet één maar twee dochters heeft: ‘Die lul van jou hep nog geen kilometer op de teller.’ Dat van die dochters klopt dus niet. En zou trouwens ook niet kloppen als Sonny’s verlangen naar jongens zou uitgaan – maar daar zou pa dus anders over denken.

Helaas is hij niet Sonny’s enige vijand: klasgenoot Nigel is in alles tegenpool van onze verlegen held. Klassiek grove, achterbakse ploert met schunnige taal en gebaren, leider van de mannelijke dorpsjeugd. Die Sonny, toch al buitenbeentje, publiek voor schut zet in zijn toenaderingspoging tot Coco. Dat wordt een breekpunt. Eigenlijk krijgt pa zijn zin als Sonny in totale razernij Nigel te lijf gaat. Om prompt door diens vrienden in elkaar geslagen te worden. En gered door zus. Toch blijkt dat catharsis. Hij is niet ontevreden met wie en wat hij is: ‘niet te temmen’. Verrassend, inderdaad. Geloofwaardig? Niet echt, maar het is komedie. En niet onaardige.

De pinpas

Regie: Thijs Bouman

Scenario: Demian van der Wekken

De pinpas

Indrukwekkend. In kort tijdsbestek wordt de relatie tussen moeder Ella en Poolse au pair Karina op scherp gesteld, waarbij extra pijnlijk is dat Ella’s oudste dochtertje, tot dan dol op de jonge verzorgster, een cruciale rol speelt in een gênante vertrouwensbreuk. Op alle niveaus is het knap gedaan. Van het exposé met het kind dat bij Karina in bed wil en mag (alles is goed) tot het kerstdiner, waar Karina aan tafel ‘mag’, maar waar ze sowieso tussen de gasten enigszins ‘displaced’ lijkt. Wat al licht ongemakkelijk is, maar wat extreem verhevigd wordt als blijkt dat het kind het wantrouwen van de moeder (die Karina de cijfercode van haar pinpas niet wilde geven) heeft verinnerlijkt en uitvergroot: alles is beschadigd.

Een klein praktisch probleem groeit uit tot ontmaskering van de mentaliteit van een welvarend milieu dat schijnbaar zonder vooroordelen is. (Ik ken een keurig liberaal gezin waar de werkster zelfs na jaren nooit de huissleutel heeft gekregen; ook nog eens tot beider praktisch ongemak, dat nooit tegen elkaar is uitgesproken.) De situatie in De pinpas kent alleen verliezers, al is Karina natuurlijk de grootste. Want wat koop je voor een morele overwinning? Die ze aan het eind min of meer behaalt door een ongevraagde dienst te verlenen die de ongelijke verhoudingen extra onderstreept. Ook dat is weer knap gevonden. En subtiel gedaan.

Well-made drama op alle niveaus. Wat nog knapper wordt als je leest hoe zwaar de productieomstandigheden waren door corona-beperkingen. Wat trouwens voor al deze examenproducties in mindere of meerdere mate geldt. In zulk realisme valt of staat de geloofwaardigheid met spel en spelregie. Ze zijn van grote klasse, van au pair en moeder tot kleine Floortje. En eigenlijk moet dat omgedraaid: van Floortje tot de volwassenen.

Onbewaakt ogenblik

Regie: Janna Grosfeld
Scenario: Douwe Nagelmaker

Onbewaakt ogenblik

Tragedie. Met als hoofdpersoon Willem, wiens vrouw Leny een poging tot zelfdoding heeft gedaan. Ze is nu weer thuis. Maar alles is definitief anders. Hij wil en moet haar met liefde omgeven, maar tegelijk is er die continu knagende maar onuitgesproken vraag ‘waarom bleef je niet voor mij?’ (titel van een prachtige eindexamendocumentaire van Milou Gevers, waarin de vraag niet aan een partner maar door een kind aan een ouder gesteld wordt). Ook hier is vertrouwen geschonden, net als in De pinpas, maar er is ook verwijt, zelfverwijt, onzekerheid, angst voor herhaling, en liefde, al is die wanhopiger.

Het spel staat meteen hoog op de wagen: hij zet gebakjes neer om haar thuiskomst te vieren. Ze reageert niet. ‘Ik ben toch heel blij dat je terug bent.’ ‘Ik niet.’ Een kruiswoordpuzzel maken, voorlezen, stelt hij voor. Ze wil niets. Dan kan hij het niet nalaten te vragen waarom ze geen briefje had achtergelaten. Later, bij een therapeut, zegt ze nog elke dag suïcidale gedachten te hebben. ‘Niet dat ik dood wil, maar ik wil ook niet leven.’ Hij verkrampt. Hoe diep het zit, blijkt wel wanneer dochter en partner komen eten. Hoogst ongemakkelijk voor iedereen. Dochter is gevorderd zwanger. Zelfs dat perspectief, voor menig oudere een nieuwe dageraad, heeft haar dus niet weerhouden. Toch lijkt er een ommekeer te zijn. Leny heeft het eten gemaakt. En ze straalt als ze de baby voelt bewegen. Als dochter vraagt of ze bij de bevalling wil zijn, klinkt: ‘Natuurlijk, lieverd.’ Dus toch licht aan de horizon. Of niet? Zie zelf.

Viral

Regie: Shriejan Paudel

Scenario: Ashanti Vreden

Viral

Verlangen naar liefde van de vader. Seksueel ontwaken. Wantrouwen jegens de ‘vreemdeling’. Omgaan met de doodswens van een partner. Je zou de thema’s van voornoemde films universeel kunnen noemen, al is het laatste tamelijk uitzonderlijk. Van klinkklaar tot subtiel, van kwaadaardig tot dom ‘goedbedoeld’ racisme, waar het in Viral over gaat, is zo oud als er ontmoetingen tussen mensengroepen bestaan en past dus volledig in het rijtje. Maar de film verschilt van de andere in die zin dat hij de meest actuele is, de meest ‘politieke’ ook, passend in het hart van de ‘woke’-beweging die het maatschappelijk debat steeds nadrukkelijker kleurt.

De vertelling: regisseur Nina heeft met vriendinnen een videoclip gemaakt die onmiddellijk viral gaat. Juichend trekken ze de bubbels open. Alleen broer Markus deelt niet in de vreugde, om het zacht uit te drukken. ‘Lichte kost’, sneert hij, ‘zit geen boodschap in. ’Maar we zijn mooi wel uitgenodigd voor Bij Jimmy aan tafel. Het hele land gaat ons op de tv zien.’ En dat ‘zien’ ziet zij (zo vermoed ik) niet alleen als persoonlijk succes, maar als dat van vrouwen van kleur – het gaat om meer dan ijdelheid. Prompt blijkt de kwestie nog ingewikkelder te liggen. Succesvolle talkshowhost Jimmy is zelf ook van kleur, en Markus haat hem en zijn Uncle Tom-programma dat op grote billboards wordt aangeprezen als ‘gezellig bij Dikke Jimmy’, ‘gangster en gastheer’ of ‘tropisch & traditioneel’. Als hij zijn zus nou eens zou kunnen gebruiken om daar een fel statement te maken. Hij maakt daarvoor een tamelijk IS-achtig filmpje waarin blackface, galg en elektrische zaag elkaar dreigen te ontmoeten. Als ze in plaats van het USB-stickje met haar clip erop zijn stickje met dat gruwelding aan de tv-mensen zou geven, en die dat nietsvermoedend in de uitzending zouden gooien – dan zag het massapubliek eindelijk een keer waar het echt op staat. Nina ziet zijn filmpje en vraagt of hij krankzinnig is geworden: ‘Hou mij er buiten.’

Op de dag van uitzending – de meiden verheugen zich – ziet en ervaart Nina zoveel kleurgebonden rottigheid dat ze steeds meer bedenkingen krijgt. En als de ontvangende tv-mevrouw de ene foute opmerking na de andere maakt en het tafelgesprek zelf ook nog eens meer dan dubieus is, handelt ze als de revolutionaire activist die Markus is en die hij van haar wilde maken. Al komt daar godlof geen kettingzaag aan te pas. De geschiedenis van een bekering van gematigd tot radicaal. Ik heb echt wel wat bedenkingen bij de uitvoering, zoals het dikke hout waarvan sommige planken worden gezaagd. En onwaarschijnlijkheden te over, maar dat is bewuste keus om in kort bestek een ernstig verhaal in vrolijke sfeer (dat van de jonge succesvolle meiden, dat van de veelkleurige buurt waar ze wonen) te kunnen vertellen. Maar een uptempo eindexamenfilm met cast en crew van grotendeels makers van kleur, over een belangrijk, weerbarstig onderwerp, waarin gein en ernst elkaar afwisselen – dat is op zichzelf al een daad. En nee, dat is niet de enige verdienste. Het is de makers bloedige ernst met hun boodschap. En dat ik huiver bij het type radicalisme van Markus komt ook doordat ik nooit ervaar waar hij en Nina dagelijks mee te maken hebben.