Abram de Swaan

De pijn van de vrijheid

Abram de Swaan
Bakens in niemandsland: Opstellen over massaal geweld
Bert Bakker, 238 blz., € 18,90

In De Groene Amsterdammer van 13 juni 1964 verscheen een uitgebreid verslag van het roemruchte concert dat de Beatles een week eerder in Blokker hadden gegeven. De auteur was de 22-jarige sociologiestudent Abram de Swaan, die op nuchtere wijze het gedrag van het jeugdige publiek analyseerde. De tv-beelden van uitzinnig gillende meisjes en woest rondspringende jongens hadden voor heel wat commotie gezorgd.

Nog geen twintig jaar na de oorlog had men slechte herinneringen aan schreeuwende massa’s. Sommigen vroegen zich af wat er gebeurd zou zijn als John Lennon het publiek had opgeroepen de boel kort en klein te slaan. De Swaans reactie was eenvoudig en afdoende: ‘Dat zei Lennon niet en het publiek weet dat hij dat niet zou zeggen. Daar kwamen ze niet voor. Misschien een andere keer bij een andere gelegenheid wel, maar hier niet.’

Dat was in 1964, in een tijd die nu zo onschuldig lijkt. Inmiddels zijn er weer overal ter wereld schreeuwende massa’s die weinig aanleiding nodig hebben om tot geweld over te gaan. Vandaar dat De Swaan, die decennialang vooral heeft gepubliceerd over de problematiek van de verzorgingsstaat, de laatste jaren steeds meer aandacht heeft besteed aan allerlei vormen van massaal geweld. Een aantal van zijn essays over dit onderwerp is nu gebundeld.

In de hem kenmerkende nuchtere en lucide stijl schrijft De Swaan onder meer over de genocide in Rwanda, de uiterst gewelddadige rol die de staat in de twintigste eeuw heeft gespeeld en de problemen in het Midden-Oosten. Hierbij heeft hij een scherp oog voor allerlei groepsprocessen en neemt hij soms tegendraadse standpunten in. Zo is volgens hem het islamitisch radicalisme voor een deel niets anders dan een bevrijdingsstrijd tegen de autoritaire marionettenregimes in de Arabische wereld die zich verrijken met steun van de Verenigde Staten.

In sommige essays blijft De Swaan echter dichter bij huis en schrijft hij bijvoorbeeld over de Verlichtingsidealen van Ayaan Hirsi Ali. Fraai is ook het slotessay, Het nationale slechte humeur. Door de teloorgang van de grote ideologieën zijn veel mensen onzeker geworden, en in verwarrende en sombere tijden slaat die onzekerheid gemakkelijk om in chagrijn. Is daar wat aan te doen? Volgens De Swaan is dat een lastige vraag waar je zonder levensbeschouwing niet uitkomt. ‘Probeer het dan maar met wat gevoel, gezond verstand, een opgeruimd humeur en met behulp van de zinnige mensen om je heen. Die zekerheid, die komt nooit meer terug. Leer dus maar leven met de twijfel, die zachte, zeurende pijn van de vrijheid.’