Interview Huib Drion

De pil van Drion

Oud-hoogleraar Huib Drion pleitte negen jaar geleden voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen aan ouderen. In het huidige debat over de kwestie wordt de man van de zelfmoordpil veelvuldig genoemd. «Dat kan me geen donder schelen.»

«Ik heb nooit over een pil gesproken. Dat hebben de kranten bedacht: de pil van Drion. Maar in mijn artikel destijds kwam het woord niet voor. Ik ben er ook tegen. Als zo'n pil in een kastje naast het bed ligt, dreigt het gevaar dat kinderen het opeten of dat iemand er misbruik van maakt. Toentertijd dacht ik dat je iets zou moeten hebben wat je in tweeën kunt opsplitsen. Je neemt eerst een drankje en een week later een pil of andersom. In elk geval moet het in twee etappes gebeuren. Mocht je halverwege bedenkingen krijgen, dan hou je er gewoon mee op. Maar ik heb deze gedachte verder niet uitgewerkt. Omdat je dan weer de discussie krijgt dat de wetenschap wordt gebruikt voor het ontwikkelen van middelen om mensen mee te doden. Dat debat wilde ik voorkomen.

Ik ben erover gaan nadenken toen een oudere vriendin tegen mij zei dat het haar een geruststelling leek om zo'n pil bij haar nachtkastje te hebben. Zij was overigens helemaal niet depressief. Ze leeft nog steeds.

Zelf zou ik er een willen hebben op het moment dat ik mijn eigen huis moet verlaten. Ik ben nooit getrouwd. Ik vind het gewoon prettig om een deur achter me dicht te kunnen trekken en met mezelf te kunnen zijn. Maar als ik niet meer voor mezelf kan zorgen en naar zo'n huis voor oude mensen moet, dan zou ik wel de mogelijkheid willen hebben om een einde aan mijn leven te maken. En eerlijk gezegd, als ik dan die pil zou hebben, zou ik hem gewoon meenemen met een goede kans dat ik hem nooit gebruik. Indertijd heb ik ook geschreven dat als die pil beschikbaar zou zijn het me helemaal niet zou verbazen als er niet zoveel méér mensen zelfmoord plegen.»

«In mijn jonge jaren heb ik wel eens overwogen om zelfmoord te plegen. En dat is juist de reden waarom ik vind dat jonge mensen die pil niet mogen hebben. Ik heb zeker ongelukkige liefdes gehad. Dat geldt natuurlijk ook voor anderen. Als je op zo'n moment verdriet hebt, interesseert het je niet dat je als je veertig of vijftig bent, misschien niet meer ongelukkig bent. Het zou je zelfs irriteren wanneer iemand zou zeggen dat je er later om moet lachen. Zo'n redenering is razendmakend, want met die toekomstige ik heb je op dat moment geen enkele solidariteit. Terwijl de latere ik wel solidair is met de jongere. Als je op jongere leeftijd zelfmoord pleegt, zijn al die toekomstige ikken meteen uitgeschakeld. Het ligt niet in het wezen van de jonge mens om na te denken over het leven als oudere. Daarom vind ik dat alleen ouderen over zo'n pil zouden mogen beschikken.

Ben ik bang voor de dood? Vast. Als iemand mij op straat zou bedreigen, ga ik er waarschijnlijk als een haas vandoor. Voor zover ik dat nog kan. Maar ik kan me bij de dood niets voorstellen. Wat mij werkelijk bevreemdt, is dat na mijn overlijden alles wat ik heb verzameld ineens uiteenvalt. Dan liggen al die boeken hier een beetje te slingeren. Mijn familie zal dat niet bijzonder treffen. Zij zullen hoogstens een beetje triest zijn wanneer ze de boel moeten opruimen. Maar het idee dat er geen enkel verband meer bestaat tussen al die dingen vind ik moeilijk voor te stellen.

Overigens geloof ik niet in God. Ook nooit behoefte aan gehad. Mijn ouders waren katholiek, maar mijn vader is op zijn veertiende jaar van het geloof afgestapt. Ik ben wel geïnteresseerd in religie, maar ik heb het niet in me. Laatst hoorde ik een anekdote over een paar kinderen die verstoppertje speelden. Weggedoken in zijn schuilplaats werd een van de jongetjes bang. Achteraf bekende hij zijn vader dat hij in zijn angst Zeus had aangeroepen. Heerlijk! Hoe komt zo'n kind erop! Als ik dat als gepensioneerd oppergod op de Olympus had gehoord, zou ik gelachen hebben tot de tranen over mijn wangen biggelden.»

«Ik lees nu voornamelijk literatuur. Maar tegenwoordig gaat het langzaam. Dat komt ook door het geheugenverlies. Hoogst hinderlijk. Soms lig ik ’s nachts wakker omdat ik niet op een woord kan komen. En sinds een paar jaar heb ik last van mijn hart. Ik kan totaal uitgeput zijn. Een keer had ik zo'n last dat ik niets meer kon zeggen. Ik was totaal machteloos. Verder krijgt mijn linkervoet nog maar weinig bloed. Hij moest er bijna af. Nu kan ik niet lang lopen en heb ik beneden een elektrisch karretje staan. Daarmee kan ik boodschappen doen. Maar vandaag wilde ik niet naar buiten met dit weer. Het spijt me vreselijk, maar ik kan geen lunch aanbieden.»

Huib Drion is 84. Hij woont al veertig jaar alleen op de zevende verdieping van een sober ingerichte flat in Leiden. Grote ramen bieden zicht op de sombere gebouwen die in de loop der jaren zijn opgetrokken rondom de stationsbuurt. In de woonkamer staan een paar comfortabele oude stoelen, een massief houten bureau en kasten vol met boeken: alles ademt een ingetogen beschaving. Drion zelf ziet er onberispelijk uit. Een volle witte haardos is keurig achterover gekamd en een zijden sjaaltje steekt uit zijn overhemd. Op tafel liggen werken van Yeats, Geert Mak, Michael Ignatieff en zelfs de laatste Harry Potter van J.K. Rowling.

Drion, oud-hoogleraar burgerlijk recht aan de Rijksuniversiteit van Leiden en tot 1984 vice-president van de Hoge Raad, schreef negen jaar geleden op de opiniepagina van de NRC een artikel met als titel Het zelfgewilde einde van oude mensen. Hierin pleitte hij voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen aan ouderen. «Mijn ideaal», schreef hij, «is dat oude mensen die op zichzelf zijn aangewezen, naar een arts kunnen lopen — hetzij hun huisarts, hetzij een daartoe aangewezen arts — om de middelen te verkrijgen waarmee zij op het moment dat hun dat zelf aangewezen voorkomt, een eind aan hun leven kunnen maken op een manier die voor henzelf en voor hun omgeving aanvaardbaar is.»

Drion kreeg talloze reacties op zijn artikel. Voor- en tegenstanders verdedigden hun standpunt op de opiniepagina’s. Nu, bijna tien jaar later, bestaat er nog steeds geen maatschappelijke consensus over «het zelfgewilde einde». Inmiddels is «de pil van Drion» een begrip. Maar de zelfmoordpil bestaat niet. Een arts kan, na een succesvolle afwikkeling van een euthanasieprocedure, iemand een flesje met honderd milliliter mixtura nontherapeutica pentobarbitali aanreiken. Het bittere drankje doet de zelfdoder eerst in slaap vallen waarna hij of zij sterft doordat hart en ademhaling stoppen. Maar voordat een verzoek tot levensbeëindiging wordt ingewilligd, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan.

Eind november aanvaardde de Tweede Kamer een wetsvoorstel over euthanasie. Deze wet vrijwaart artsen die euthanasie plegen of hulp bieden bij zelfdoding onder bepaalde voorwaarden van strafvervolging. Ze moeten zich houden aan de regels die in de wet zijn vastgesteld. Alleen in het geval van uitzichtloos en ondraaglijk lijden mogen artsen een vrijwillig en weloverwogen verzoek tot levensbeëindiging inwilligen. Het geval van de 86-jarige oud-PvdA-senator E. Brongersma die, hoewel lichamelijk en psychisch gezond, toch door zijn huisarts werd geholpen, valt hier dus niet onder. Toch werd zijn huisarts, die oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een ondraaglijke situatie, vrijgesproken door de rechtbank in Haarlem.

Uit de discussies die de zaak-Brongersma in de media losmaakte, blijkt dat politici, maar ook medici huiverig staan tegenover het zelfbeschikkingsrecht voor patiënten. Een van de argumenten tegen de wilsdood is dat als er eenmaal wordt geredeneerd vanuit het uitgangspunt van het zelfbeschikkingsrecht, er geen verweer meer bestaat tegen welke euthanasievraag dan ook. De wilsdood blijft een heikele kwestie.

Drion is nog steeds van mening dat zijn voorstel van destijds weinig van doen heeft met de kwestie rondom de euthanasiewetgeving. «Ik weet weinig van het strafrecht. Het ging mij vooral om ouderen, en euthanasie voor ouderen is niet altijd een medische kwestie. Iemand als Brongersma wist dat hij moe was en een leeftijd had bereikt waarin er nog maar weinig in zijn leven zou veranderen. Ik vind het goed dat zijn verzoek door de arts werd ingewilligd. Er zit namelijk iets, misschien niet huichelachtigs maar wellicht onwaarachtigs, in het feit dat je wel zelfmoord kunt plegen door je op te hangen of door van het dak te springen, terwijl een zachte dood met behulp van een pil niet wordt getolereerd. Mijn pil is een manier om te voorkomen dat mensen op zo'n gruwelijke manier aan hun einde moeten komen.»

Het taboe blijft groot. De christelijke normen en waarden bepalen nog altijd hoe er in de westerse wereld naar de zelfdoder wordt gekeken. In de woorden van Augustinus: Qui se ipse occidit, homicida est, wie zichzelf doodt, is een moordenaar. Maar in de oudheid was suïcide bepaald geen taboe. Anton van Hooff, auteur van het boek Zelfdoding in de antieke wereld, schrijft hoe de Sardiniërs hun ouderen onder luid gelach van een rots duwden. Of hoe men in Mar seille toestemming aan de overheid kon vragen om zelfmoord te plegen. Als het verzoek werd goedgekeurd, kreeg men toegang tot de gifvoorraad die op het stadhuis werd bewaard.

«Het christendom heeft een grote invloed gehad op het heersende zelfmoordtaboe», zegt Drion. «In de bijbel staat immers: gij zult niet doden. En de invloed van Augustinus op de katholieken en protestanten is enorm. Tot 1961 was zelfmoord nog een misdaad in Engeland. En volgens mij kun je als zelfmoordenaar nog steeds niet in gewijde aarde worden begraven. Vanuit het christelijk beginsel van levensbescherming kan men principieel tegen euthanasie of elke vorm van zelfdoding zijn. Dat respecteer ik. Maar wat mij opvalt is dat christenen er niet principieel op tegen zijn om het leven dat God wil beëindigen te verlengen met behulp van geneesmiddelen. Vroeger gingen ouderen gewoon dood aan longontsteking. Nu gooit men er wat antibiotica tegenaan en leeft door. Maar dat is toch ook ingrijpen in wat God heeft gewild? Ik vind dat een vreemde manier van redeneren.»

Het idee voor het verstrekken van zelf dodende middelen is misschien wel een logische consequentie van de verregaande modernisering van de samenleving. «Door de wetenschap hebben we meer greep op de dood gekregen», meent Drion. «Vroeger was de dood een dagelijks gebeuren. Kinderen stierven bij bosjes, vrouwen gingen dood gedurende de bevalling. Misschien heel triest en verdrietig, maar wel dichter bij de realiteit. Nu is het veel zeldzamer geworden omdat we het leven steeds langer kunnen rekken.»

Toch kleven er de nodige problemen aan het idee van een zelfmoordpil. In een antwoord op Drions artikel schreef de klinisch psycholoog Kerkhof, een oude vriend van Drion, dat een suïcidaal verlangen vaak gepaard gaat met emotionele ontreddering. Bij het afwegingsproces kunnen nog wel eens andere dan uitsluitend rationele overwegingen een rol spelen. Omdat het soms moeilijk valt te beoordelen of een doodsverlangen wel of niet voortkomt uit depressie, pleitte hij voor een deskundige toetsing door een arts. Als deze niet overtuigd is van de emotionele stabiliteit van de hulpzoekende, moet hij de zelfdoder zijn middelen onthouden.

«Ik heb hier veel over gediscussieerd met Kerkhof», zegt Drion. «Ik ben het met hem eens dat de beslissing om zelfmoord te plegen zo rationeel mogelijk moet zijn. Een gesprek met een deskundige is dan ook aan te raden. Maar je hoeft je geen enkele illusie te maken dat niet-rationele argumenten eveneens een belangrijke rol spelen. Iemand die gaat trouwen maakt zo'n beslissing toch ook voornamelijk op niet-rationele gronden terwijl die keuze zeer levensbepalend is? Trouwen is een emotioneel gebeuren. Stel je voor dat je bij zo'n beslissing eerst naar de psycholoog zou moeten stappen.»

Drion stelt voor om zelfdodingsmiddelen alleen aan alleenstaande ouderen te verstrekken. Maar waarom niet ook aan getrouwde bejaarden? En waarom zouden jongeren niet net zo goed mogen beschikken over zo'n pil? Heeft niet iedereen het recht op zelfbeschikking over zijn of haar leven? Stel dat er een regeling zou komen voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen, dan zou de overheid op die manier wel een zeer negatief oordeel vellen over de ouderdom.

Drion meent van niet: «Zoals ik al eerder zei: ouderen hebben beter zicht op hun toekomstige leven dan jongeren en kunnen daarom ook beter beoordelen of zij een einde aan hun leven willen maken. De grote zorg van veel ouderen is dat zij door lichamelijke of geestelijke achteruitgang niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het is voor hen een hele geruststelling als zij dan de mogelijkheid hebben om hun leven te beëindigen. Verder stelde ik voor om die pil alleen aan alleenstaanden te verstrekken omdat ouderen die samenleven direct of indirect pressie op elkaar kunnen uitoefenen. Ze kunnen de ander ertoe bewegen om zo'n pil te nemen of om hem bijvoorbeeld samen in te nemen.»

Euthanasie en hulp bij zelfdoding blijven strafbaar voor de wet. In artikel 294 van het Wetboek van Strafrecht staat: «Hij die opzettelijk een ander tot zelfmoord aanzet, hem daarbij behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft, wordt, indien de zelfmoord volgt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar.» Maar Drion betwijfelt of zijn voorstel voor de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen wel onder deze wet valt: «Er staat indien de zelfmoord volgt. Dat is in mijn geval niet zo. Als iemand bij mij komt en mij om zo'n pil vraagt en hem vervolgens gebruikt, dan zou ik strafbaar zijn. Maar als er iemand langskomt en zegt: ik ben helemaal niet van plan om er nu een eind aan te maken, maar ik zou het heerlijk vinden om iets te hebben voor het geval ik in een uitzichtloze situatie terechtkom, ben ik dan strafbaar als ik hem die middelen verschaf? Er bestaat immers een goede kans dat degene die zo'n pil heeft hem uiteindelijk niet zal gebruiken. De zelfmoord moet gepland zijn op het moment dat de middelen worden verschaft.»

Stel dat er ooit wetgeving tot stand komt die ouderen de mogelijkheid biedt om te ontkomen aan een mensonwaardige situatie. Is het dan verstandig om zo iemand geheel alleen te laten met de keuze om er een einde aan te maken? Moet er niet altijd een arts of hulpverlener aanwezig zijn om ervoor te zorgen dat de suïcide goed en pijnloos verloopt?

Volgens Drion schuilt er gevaar in een systeem waarbij er een dokter aan de zelfmoord te pas moet komen. «Stel, die dokter komt en je bent in de tussentijd gaan twijfelen. Dan denk je misschien: die arts is er nou toch, nu moet het ook maar gebeuren. Je loopt het risico dat je het dan toch doorzet terwijl je, als je zelf zo'n pil had gehad, er misschien langer over na zou denken. Ik vind dat wanneer je besluit er een einde aan te maken, je ook het lef moet hebben het zelf te doen.»

Bijna tien jaar na het verschijnen van zijn betoog in de NRC is Drion nog steeds voorloper in het publieke debat over zelfdoding. Het verbaast hem dat hij ondanks twee literaire essaybundels en vele publicaties op zijn vakgebied uiteindelijk buiten de juridische wereld bekend is geworden door dat ene artikel: «Balzac is mijn grote liefde. Ik hou erg van Franse literatuur. Maar ik ben het niet gaan studeren. Ik wilde geen leraar worden. Met rechten had ik veel mogelijkheden. Ik heb er nooit spijt van gehad. Maar ik vrees dat mijn artikelen over privaatrecht nauwelijks meer gelezen zullen worden. Die stukken zijn allemaal nog gebaseerd op het oude Burgerlijk Wetboek. Het is niet meer actueel.»

De kans dat er ooit een zelfmoordpil van overheidswege zal worden verstrekt, is klein. Maar in de discussies over de vrije verstrekking van zelfdodingsmiddelen zal vaak worden gerefereerd aan de pil van Drion. Vindt hij het erg om te worden herinnerd als de man van de zelfmoordpil? «Ja vreselijk!» reageert Drion en hij barst in schaterlachen uit. Dan, serieus: «Nee. Dat kan me geen donder schelen.»