My Secret Garden, Nancy Friday

De pionier van de vrouwelijke porno

Vrouwen moeten zich bevrijden van de seksuele onderdrukking in zichzelf, betoogde Nancy Friday. En alsjeblieft zonder gevoelens van schaamte en schuld.

New York, juli 1981 © Ron Galella, Ltd. / WireImage / Getty Images

Toen Nancy Friday (1933-2017) het manuscript van haar eerste roman inleverde bij haar uitgever kreeg ze nul op het rekest. De hoofdredacteur had, begin jaren zeventig, moeite met de erotische fantasie van een vrouw die een prominente plaats in het verhaal innam. Nadat ze de teleurstelling over de afwijzing had verwerkt, besloot ze de focus te richten op het innerlijke lustleven van vrouwen dat kennelijk heimelijk moest blijven voor de buitenwereld. Friday wilde laten zien dat vrouwen net als mannen dagdromen over seks en masturberen terwijl ze fantaseren – en dat niemand zich daarvoor zou moeten schamen.

Tientallen gesprekken voerde ze met vrouwen over hun seksuele fantasieën en ruim vierhonderd brieven ontving ze na een advertentie in de krant waarin ze vrouwen opriep hun erotische gedachten zo vrij mogelijk op te schrijven. Het persoonlijke materiaal verwerkte ze tot een aantal hoofdthema’s die onder meer betrekking hebben op het hoe en waarom van fantasieën en de bron van het schuldgevoel waarmee die gepaard gaan. De alle kanten op waaierende verhalen golden in die tijd als zeer schokkend, en dat geldt ondanks de overkill aan porno op internet misschien wel nog steeds. Naast rechttoe, rechtaan seks met de eigen echtgenoot gaat de verbeelding veelvuldig over overspel, lesbische lust en groepsseks. Of extremer. Over de hond van de buren die in de keuken komt snuffelen en nieuwsgierig verder gaat, over een verkrachting door een politieagent bij een aanhouding of over incest met een toffe oom of een onnozel neefje. Het stond allemaal in heldere spreektaal geschreven in My Secret Garden: Women’s Sexual Fantasies dat in 1973 in Amerika onmiddellijk een klapper was. In 1975 schreef ze met Forbidden Flowers: More Women’s Sexual Fantasies daar een vervolg op.

Maar het boek waarmee Friday wereldwijd miljoenen vrouwen een groot plezier zou doen, kon binnen de feministische goegemeente niet rekenen op goedkeuring. ‘This woman is not a feminist’, schreef het Amerikaanse feministische tijdschrift Ms. over de auteur en schamperde dat ze porno had geschreven, masturbatielectuur voor vrouwen. Er brak een felle ruzie uit binnen feministische kringen over de ‘juiste weg’, en Friday viel daar volgens de radicale kern dus buiten. ‘Ik liep niet in de pas met hoe een feministe zogenaamd hoorde te zijn en te denken’, zei ze in een interview. De strijd van de ‘tweede golf’ voltrok zich vooral via de pen; bijna alle boegbeelden waren schrijfsters, en hun boeken werden steevast bestsellers van blijvende betekenis.

Dat de nieuwe ster aan het firmament de cold shoulder kreeg zegt eerder iets over het feministische keurslijf dan over het belang van Friday’s non-fictieboek. In tegenstelling tot de dominante teneur verklaarde Friday mannen niet tot aartsvijand en paarde haar visie op seksualiteit niet aan de bestaande politieke en maatschappelijke systemen die met geweld ontmanteld dienden te worden. Friday toonde zich links noch radicaal. Terwijl ze in feite juist blijk gaf van de door haar militante zusters gepredikte autonomie. Vrij van geest introduceerde ze een ander type feminisme, dat draaide om het innerlijke onderdrukkingsmechanisme van vrouwen zelf. Want, meende ze, als vrouwen hun erotische fantasieën eenmaal ontdekken, ontdoen ze zich van de onderdrukker in zichzelf en worden ze gelukkiger.

Het zelfonderzoek naar de ‘geheime tuin’ zag Friday als de ware seksuele revolutie – en niet de oeverloze theoretische verhandelingen op metaniveau die niet besteed waren aan gewone vrouwen in gewone huwelijken. Volgens haar sloten feminisme en genegenheid voor mannen elkaar niet uit, eerder het tegendeel: beide seksen zouden elkaars seksualiteit moeten respecteren en waarderen. In de inleiding van My Secret Garden motiveerde ze haar project: ‘Ik probeer te begrijpen wat het is om een vrouw te zijn, en ik denk dat oprechtheid over onze gevoelens en onze seksuele verlangens ons meer definiëren dan nationaliteit of klasse.’ En ook stelde ze dat ‘geen man werkelijk vrij kan zijn in bed met een vrouw die dat niet is’. Het is een uitspraak die in het #MeToo-tijdperk (weer) brandend actueel is.

Wat haar vrouwelijke fans in 1973 in ieder geval beschouwden als een feministisch statement was het blootleggen van de seksualiteit van vrouwen uit alle rangen en standen en van alle leeftijden. Friday verklaarde in een interview dat die innerlijke wereld een onontgonnen gebied was vanuit een wijdverspreid idee dat vrouwen geen lustfantasieën zouden hebben. Uit al die verhalen had ze een conclusie getrokken die Freud reeds uit zijn praktijk kende: meer dan elke andere emotie veroorzaakten geile zielenroerselen het gevoel een slechte vrouw te zijn waardoor zij zich vervreemd van haar eigen lichaam en seksueel geremd voelt.

Ze vond dat het belang van seks was doorgeslagen, een product dat snel geconsumeerd moest worden, ook door vrouwen zelf

Drie jaar na haar debuut zou ze meer dan gelijk krijgen door de verschijning van het fameuze Hite Report, waarin Shere Hite dezelfde methodiek hanteerde als Nancy Friday en waar ook zij veel kritiek op kreeg (‘onwetenschappelijk’). Hite enquêteerde schriftelijk zo’n drieduizend vrouwen over hun seksuele gewoontes, en met name de uitslag dat zeventig procent aangaf niet of zelden een orgasme te bereiken via coïtus of vaginale stimulatie gold als spraakmakend. Dat het op vele andere manieren wél mogelijk was strookte met de bevindingen van Friday. De ‘ontdekking’ van het clitorale orgasme voelde letterlijk als een bevrijding, de remmen mochten los.

Friday had een evenwichtige, gelukkige jeugd in het chique stadje Charleston, South Carolina, en bezocht daar een meisjesschool. Tijdens een televisieoptreden toen ze al wereldberoemd was vertelde ze aan de interviewer dat ze als meisje stoer en zelfverzekerd was, gewend om de leiding te nemen en dol op jongens. Ze had niet kunnen wachten om seks te hebben en nam dan ook zelf daartoe het initiatief. ’Vrouwen moeten dat meer doen, vrouwen kunnen dat – seks is geweldig’, zei ze breed lachend en flirtend tegen de interviewer. In dat gesprek neemt ze het voortouw. Je ziet een vrouw van ver over de veertig, aantrekkelijk, vrolijk en in haar lichtblauwe strakke japon eerder een bourgeoisdame dan het stereotiepe zure ‘manwijf’. De presentator wordt helemaal door haar ingepakt.

Na haar studie liberal arts aan Wellesley College, een prestigieuze privé-universiteit in de landelijke omgeving van Boston, trouwde ze niet meteen, zoals haar vriendinnen wel deden – het was medio jaren vijftig – en ging ze aan de slag als journalist. Voor tijdschriften in New York en Frankrijk schreef ze als een van de schaarse vrouwen op de werkvloer voornamelijk over ‘vrouwenkwesties’, een verschijnsel dat kennelijk hoort bij de eerste fase van identiteitsemancipatie. Ze debuteerde met haar boek toen ze al veertig jaar was; het kostte haar enige tijd om haar talent te ontwikkelen en de tijd was eerder waarschijnlijk nog niet rijp voor de directe manier waarop ze over het vrouwelijke libido schreef.

Voor de opwarming daarvoor hadden de eerste protagonisten van het nieuwe feminisme gezorgd met hun manifesten, boeken en demonstraties op de universiteiten. Haar boek viel in 1973 op de bodem van de seksuele revolutie die reeds in volle gang was en een veranderende moraal over seksualiteit teweegbracht. De ‘pionier van de vrouwelijke porno’ zelf zou zich op de vleugels van die omwenteling in de samenleving op den duur meer ontwikkelen in een radicalere richting.

Friday zag net als haar militante generatiegenoten in dat het verschil tussen mannen en vrouwen in hun gevoelens van schaamte over seks terug te voeren was op een verinnerlijking van machtsverhoudingen. En ook op een valse mythe over schoonheidsidealen en op het stereotiepe beeld van hoe een vrouw in alle levensfasen behoorde te zijn: van een zoete, inschikkelijke dochter tot een volwassen vrouw die trouwt, kinderen krijgt en zich in het huwelijkse bedleven plooit naar de wensen van de man. Ze uitte zich hierover expliciet in de essays en boeken die ze na My Secret Garden schreef en tijdens optredens op tv. In My Mother/My Self: The Daughter’s Search for Identity (1977) constateerde ze bijvoorbeeld dat de relationele afhankelijkheid, de behaagzieke houding jegens mannen en de seksuele passiviteit van veel vrouwen vaak voortkwamen uit een klassieke opvoeding. Meisjes gedroegen zich als Daddy’sDarling_ en Mommy’s Princess, en dat werkte door in de volwassen perceptie van de eigen seksualiteit.

My Secret Garden zou je grofweg kunnen positioneren tussen het freudiaanse frigiditeitsconcept en de #MeToo-beweging. Friday rekende af met de Victoriaanse kuisheid. Maar vanaf de jaren tachtig begon ze zich zorgen te maken over de ‘vreselijk seksistische’ beeldvorming in de reclame en de media en ze vond dat het belang van seks was doorgeslagen, een product dat snel geconsumeerd moest worden, ook door vrouwen zelf, zoals die nu rijkelijk via digitale datingapps als Tinder het initiatief nemen tot een snelle wip.

Maar meer nog vroeg ze zich vertwijfeld af of de seksuele revolutie niet veel gunstiger had uitgepakt voor mannen dan voor vrouwen. Onder het mom van vrije seks legitimeerde de revolutie mannen zich te vergrijpen aan de andere sekse – want doe toch niet zo ouderwets zeg. Progressieve leraren die op middelbare scholen meisjes hielpen hun ontluikende seksualiteit te ontdekken. Goeroes die binnen sektes als de bhagwan vrouwen verlichtten met hun lustknots. Op de werkvloeren kregen vrouwen te maken met hijgerige chefs of intimiderende bazen. Binnen de artistieke wereld verliepen audities vaak via het bed. Seks als verlengstuk van gevestigde machtsverhoudingen – het wordt na de dood van Nancy Friday afgelopen november allemaal in volle omvang kenbaar gemaakt en aangekaart.

Het allerlaatste nieuws hierover is opmerkelijk, en in zekere zin in de lijn van Friday’s boodschap aan vrouwen om hun vleselijke genot niet te bedwingen. De aanjager van #MeToo, actrice en regisseur Asia Argento, wordt nu zelf verdacht van seksuele intimidatie. Volgens The New York Times, die over documenten van advocaten beschikt, zou zij een minderjarige acteur in een hotelkamer hebben aangerand en hem zo’n 380.000 dollar zwijggeld hebben betaald op het moment dat #MeToo geen eendagsvlinder bleek te zijn. Dit machtsgedrag is een twijfelachtige vorm van emancipatie zoals Friday het nooit heeft bedoeld.