Enteren!

De piraten van Afrika

De moderne piraterij die de laatste jaren een hoge vlucht heeft genomen voor de kust van Afrika heeft haar wortels in de Gouden Pirateneeuw, toen helden als Henry Every en Thomas Tew de wateren onveilig maakten. De legendarische Captain Mission is de godfather van de zeebandieterij.

DAAR LIGGEN ZE DAN, op een vochtige, zompige, overdadig groene heuvel tussen tropische bomen: de stoffelijke resten van piraten en vrijbuiters van St. Marie, die eind zeventiende en begin achttiende eeuw de Indische Oceaan onveilig maakten. De grafstenen zijn zwart uitgeslagen en overwoekerd met mos. Als om de authenticiteit te onderstrepen is in sommige stenen het beroemde piratensymbool gegraveerd: doodskop en gekruiste beenderen.
Het is niet eenvoudig om bij het kerkhof te komen. Eerst met het vliegtuig naar Antananarivo, de hoofdstad van het reusachtige Afrikaanse eiland Madagascar. Dan met een kleiner vliegtuig naar Île St. Marie aan de noordoostkust, een exotisch eilandje van 56 bij vijftien kilometer. Vervolgens met een taxi naar Ambodifotatra, de belangrijkste nederzetting, en van daar vanwege vloed in een uitgeholde boomstam langs huizen op palen naar het piratenkerkhof.
Een gids gaat mee, ‘de enige die goed Engels spreekt’, volgens de jongens die de toegangsbewijzen verkopen. Hij lijkt op Desmond Tutu, heeft een nare hoest en bakt er weinig van. Geen sappige anekdotes, geen geweldige inzichten. We zien de grafstenen, en moeten de rest er zelf bij verzinnen.
De gids wijst naar een ander eilandje, aan de overkant van de baai. Van daaruit opereerden ze. Het heet nog altijd Pirateneiland. Daar is ook een grot waar ze zich verscholen. Er zouden zelfs grote schatten begraven liggen. In zijn gezaghebbende boek Honor Among Thieves noemt Jan Rogozinski de piraten van St. Marie ‘de meest succesvolle criminelen in de geschiedenis’. Zeerovers als Henry Every haalden enorme buiten binnen.
Likkebaardend keken de piraten vanuit de verscholen baai van St. Marie naar wat er allemaal langskwam: schepen vol Mekka-pelgrims, die terugkeerden met ladingen goud en zilver; slavenschepen; VOC-schepen vol zijde, kruiden, juwelen en laken. Eenvoudige prooien, want de onderbetaalde, slecht behandelde bemanning was niet bereid te vechten. Ruim dertig jaar lang (1688-1721) opereerden de piraten met veel succes vanuit St. Marie. De lokale bevolking, de Malagasiërs, had weinig problemen met die blanke schobbejakken. De mannen voerden handel met hen en de vrijgevochten vrouwen sloegen graag een welgestelde vrijbuiter aan de haak. Het was leven en laten leven op St. Marie.
Piraterij – een roofoverval op het water door een schip zonder nationale vlag – bestaat zo lang de mens zeevarend is. De eerste gevallen werden al in de dertiende eeuw voor Christus opgetekend. Grieken, Romeinen, Vikingen, ex-slaven, Noord-Afrikanen, Chinezen, Engelsen, Ieren, Hollanders, Schotten – allemaal waren ze dol op het enteren van schepen, de lading pikken en wat mensen kidnappen om die tegen een borgsom vrij te laten. Zelfs voor Julius Caesar moest ooit losgeld worden betaald.
Moderne piraterij kost de samenleving naar schatting tussen dertien en zestien miljard dollar per jaar. Het aantal incidenten, dat sinds 2000 gestaag was afgenomen, is sinds 2007 weer toegenomen. In dat jaar waren er volgens het International Maritime Bureau 263 aanvallen. In 2008 was dat aantal opgelopen tot 293, waarvan 111 voor de Somalische kust. Afrika met zijn gebieden zonder centraal gezag is nog steeds zeeroverparadijs.

DE GOUDEN Pirateneeuw blijft evenwel het tijdvak 1650-1750. Dankzij beruchte kapiteins als Henry Every, Thomas Tew en William Kidd beleefde St. Marie die periode volop mee. Opmerkelijk genoeg heeft het eiland zijn kleurrijke historie nog niet tot industrie gemaakt. Behalve het kerkhof en Pirateneiland bezoeken kun je er alleen T-shirts kopen met de namen van legendarische piraten. Bij het toeristenkantoor vertelt een medewerker dat er een Franstalige dvd in omloop is met de piratengeschiedenis van St. Marie, maar die is hier niet te koop. Wel kan hij snel even een kopie maken in een winkel verderop.
O, en er is ook een door een Frans-Italiaans stel gerund hotel dat zich Le Libertalia noemt.
Libertalia… Daarmee zijn we in één klap beland in een heel andere piratenwereld, niet die van moordende, rovende en verkrachtende rauwdouwers, maar die van vrijdenkers, utopisme en de literaire outlaw William Burroughs. Libertalia (ook bekend als Libertatia) was het mythische piratenutopia dat eind zeventiende eeuw iets ten noorden van St. Marie, nabij Diego Alvares, zou zijn gesticht door de al even illustere Captain Mission en zijn aanhang van een paar honderd vrijbuiters.
Of Libertalia werkelijk bestaan heeft weet niemand. Er zouden twee achthoekige forten zijn gebouwd. Daar is in elk geval niets van over. Maar dat is niet zo vreemd gezien het trieste einde van de nederzetting. Wat er over Libertalia bekend is hebben we te danken aan de tweede editie van A General History of the Pyrates uit 1728 van ene Captain Charles Johnson, naar alle waarschijnlijkheid een pseudoniem van Daniel Defoe, auteur van onder meer Robinson Crusoe en liefhebber van het mengen van feiten en fictie.

IN A General History of the Pyrates ontpopt Johnson/Defoe zich als een bevlogen schrijver met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, en zijn legende van de revolutionaire Captain Mission vormt de basis voor vrijwel alle publicaties over piratenutopia’s. Mission kwam uit een welgestelde familie in de Franse Provence. Hij studeerde geesteswetenschappen, logica en wiskunde aan de Universiteit van Angers, maar ontwikkelde een zucht naar het ruime sop. Hij monsterde aan bij het oorlogsschip Victoire, deed Napels aan en vervolgens Rome. Daar ging hij biechten bij een jonge Dominicaanse priester, Caraccioli. Mission vertelde de man hoe hij was geschrokken van de decadentie van het Vaticaan. Caraccioli had ook zo zijn bedenkingen, legde het priesterambt neer en monsterde aan bij de Victoire.
Het schip versloeg twee Algerijnse fregatten, stak over naar Amerika en werd bij Martinique belaagd door de Engelse Winchelsea, onder gezag van Captain Opium Jones. Bij dat gevecht kwamen de kapitein, de tweede kapitein en drie luitenanten van de Victoire om het leven. Mission wierp zich op als gezagvoerder, en met Caraccioli aan zijn zij werden de Engelsen verslagen. De mannen kozen Mission tot hun nieuwe kapitein. Hij verwierp meteen de lugubere zwarte doodskopvlag. In plaats daarvan kreeg de Victoire een nieuwe vlag: wit, met het woord Liberté erop geschilderd.
De Victoire boekte talrijke overwinningen. Slavenschepen, waaronder de Nederlandse Nieustadt, werden geënterd. De slaven werden bevrijd, omdat Mission meende dat geen enkel mens absolute macht over een ander mag uitoefenen. De gelederen zwollen aan, waarmee de Victoire een internationale, multiculturele bemanning kreeg, een mix van Fransen, Engelsen, Nederlanders en bevrijde Afrikaanse slaven.
Uiteindelijk besloten Mission en zijn mannen zich in Madagascar te vestigen. In het noorden, tien zeemijlen van het huidige Diego Alvares, stichtten ze de vrije kolonie Libertalia. De inwoners noemden zich ‘Liberi’ en beoefenden communale landbouw.
Samen met Caraccioli en de Engelse piratenkapitein Thomas Tew stelde Mission de inmiddels beroemde Articles op, een vooruitstrevende grondwet die een vreedzame samenleving moest garanderen: geen lijfstraffen, geen slavernij, geen gevangenneming voor schulden en geen bemoeienissen met religie of seksualiteit. De bemanning van de Victoire zou een ‘leven van vrijheid’ leiden. De mannen werden in groepen van tien verdeeld. Er vonden jaarlijks algemene vergaderingen plaats. Tew werd admiraal, Caraccioli staatssecretaris en Mission ‘His Supreme Excellency the Lord Conservator’.
De kolonie hield zeven jaar stand. Op een dag voer Tew met wat manschappen naar het zuiden. De rum vloeide rijkelijk en de mannen vergaten het schip. De Victoire sloeg op de rotsen kapot. Terwijl Tew en zijn bemanning op hulp wachtten trokken twee groepen Malagasiërs in het holst van de nacht op naar Libertalia om korte metten te maken met de kolonisten. Caraccioli sneuvelde. Mission ontsnapte met 45 man in twee sloepen. Hij vond uiteindelijk Tew, en de mannen besloten naar Amerika af te reizen. Onderweg sloeg hun sloep om. Een zeemansgraf was hun deel.
Om de authenticiteit van het verhaal van Mission te onderstrepen vertelt Johnson/Defoe dat de memoires van Mission, oorspronkelijk in het Frans geschreven, van de zeebodem werden gered door een bemanningslid die de laatste reis van zijn kapitein overleefde. Uiteindelijk kwamen ze bij Johnson terecht, die ze in zijn boek verwerkte.

DE LOTGEVALLEN VAN Captain Mission en zijn Libertalia voedden de fantasie van anarchisten, schrijvers en filmmakers. In 1952 verscheen de film Against All Flags, vijftien jaar later gevolgd door de remake The King’s Pirate. En een kwart eeuw na de publicatie van A General History of the Pyrates gebruikte de Amerikaanse beatschrijver William Burroughs het verhaal van Captain Mission en diens ideeën over vrijheid, gelijkheid en broederschap voor zijn roman Cities of the Red Night (1981) en de dystopische fabel Ghost of Chance (1991).
Burroughs, en met hem tal van vrijdenkers, was begeesterd door het idee van een utopia waar iemand werkelijk vrij kon zijn. Zijn omvangrijke literaire levenswerk bestond uit het ventileren van zijn afschuw van alle controlemechanismen die een mens zijn vrijheid benamen. Hij had geen moeite met de vraag of Mission nou wel of niet had bestaan. Zijn literaire credo luidde: ‘Nothing is true, everything is permitted’. In de introductie van Cities wees hij op het feit dat Libertalia bijna honderd jaar vooruitliep op de Franse Revolutie. Ook verwees hij naar vergelijkbare piratenrepublieken. Ze bestonden in Noord-Afrika (het Marokkaanse Salé), het Caribisch gebied (Tortuga Eiland), Latijns-Amerika, Maleisië en Oost-Indië, hetgeen de anarchistische verbeelding voedde van met elkaar verbonden autonome bolwerken waar iedereen welkom was die op de vlucht was voor slavernij en onderdrukking.
In een interview zei Burroughs: ‘Als zich op wereldwijde schaal een dergelijke beweging had voltrokken, dan zouden mensen hebben kunnen zien wat vrijheid in de praktijk betekent. Dan zou de Amerikaanse Revolutie zich aan zijn beloften hebben moeten houden. Net als de Franse. Maar iedereen kwam hier voor geld, geld en nog eens geld. De Amerikaanse droom was altijd geld, niet vrijheid. Maar de vergelijking gaat natuurlijk mank. Hier (Amerika) stroomde men massaal toe, terwijl het in Madagascar en de piratenkolonies op Tortuga Eiland ging om kleine nederzettingen van zo’n driehonderd mensen.’
In Cities verplaatst Burroughs het verhaal van Captain Mission naar Latijns-Amerika. Het falen van Libertalia was voor hem een cruciaal keerpunt en dieptepunt in de geschiedenis. In Cities zet hij dat recht: Libertalia wordt een succesverhaal, een utopische kolonie gerund door losbandige piratenjongens. Burroughs herschreef de geschiedenis, maakte er omgekeerde sciencefiction van en gaf er een sterk homoseksuele draai aan. Begrijpelijk, niet alleen vanwege Burroughs’ eigen homoseksualiteit, maar ook omdat honderden jonge mannen op een kluitje ongetwijfeld tot een vrije seksuele moraal moet hebben geleid. Was het niet Churchill die de zeevaarttraditie ooit samenvatte als ‘rum, sodomy and the lash’?
‘Captain Mission was een idealist, net als ik ooit’, verklaarde Burroughs. ‘Hij dacht dat hij een utopia kon stichten, een plek waar iedereen kon leven zoals hij wilde, waar hij zijn gedachten vrijelijk kon uiten zonder angst voor censuur of gevangenschap. En belangrijker: er was gelijkheid. Maar Mission was te naïef, of niet krachtdadig genoeg, zodat de kleine kolonie uiteindelijk omver werd geworpen. Ik gebruik hem als een symbool, een katalysator voor een kleine groep gelijkdenkenden die het experiment trachten na te bootsen.’

OF DEFOE NU wel of niet als Johnson het verhaal van Captain Mission uit zijn duim heeft gezogen is niet zo belangrijk. Interessanter is het feit dat hij de Gouden Eeuw van de piraterij in een ander daglicht plaatste en dat zijn denken bijna honderd jaar vooruitliep op de Franse Revolutie. In zijn ogen waren de piraten de revolutionaire avant-garde. Zijn boek was een kritiek op de onrechtvaardigheid en hypocrisie van West-Europa, en een veroordeling van georganiseerde godsdienst.
Defoe was gefascineerd door de parallellen tussen dieven en zakenlui. Hij nam het op voor de werkloze zeelui, die de keuze hadden tussen stelen en sterven. Libertalia was een reactie op de sociale, economische en religieuze misstanden uit die tijd.
Dat brengt ons bij de moderne piraterij, die zich afspeelt bij Zuid- en Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika en Afrika, en die vooral dankzij de spectaculaire kapingen voor de kust van Somalië weer volop in het nieuws is. De technologie is veranderd, de piraten gebruiken nu speedbootjes en rocket propelled grenades. Maar het principe van de piraterij is onveranderd gebleven. Net als ten tijde van Defoe en Captain Mission zijn de verschillen tussen arm en rijk gigantisch, en is het steeds minder duidelijk wie nou de schurken zijn en wie niet. Hoe groot is goedbeschouwd het verschil tussen een Somalische piraat en een directeur van de Lehman Brothers Bank?
Net als toen kijken de piraten likkebaardend naar al die volgestouwde schepen die langs komen varen, met een bemanning die geen hand zal uitsteken als het schip geënterd wordt. Het stadje Eyl in Somalië is het moderne St. Marie, met als belangrijk verschil dat de Somalische piraten geen kolonisten zijn, maar inwoners van de regio van waaruit ze opereren: het relatief stabiele, maar straatarme en door niemand erkende Puntland.
In een recent interview met de Volkskrant veegde de Somalische schrijver Nuruddin Farah de vloer aan met de westerse opvatting dat Puntland een groot decadent piratennest is, waar de zeerovers na een geslaagde actie eens lekker de bloemetjes buiten zetten (vorig jaar haalden de Somalische piraten ruim dertig miljoen dollar aan losgeld binnen). Volgens Farah, die de streek eind vorig jaar bezocht, zit de georganiseerde misdaad achter de lucratieve piraterij in Puntland. Zakenlieden, Somalische ballingen, krijgsheren en buitenlandse belanghebbenden gebruiken de onvervaarde jonge mannen die niks te verliezen hebben als ‘huurlingen’ om het vuile werk voor ze op te knappen.
De Somalische piraten kregen ook steun van Moammar Kadafi, kort nadat die in februari was aangetreden als voorzitter van de African Union. ‘Het is geen piraterij, het is zelfverdediging’, zei Kadafi. ‘Het is de verdediging van het eten van de Somalische kinderen. Het is een antwoord op de hebzucht van de westerse landen die zonder toestemming de Somalische wateren binnenkomen en de hulpbronnen illegaal exploiteren.’
Kadafi betoogde dat de piraterij te maken had met compensatie voor de uitbuiting en misdaden gedurende de koloniale overheersing. Dat is een lijn van redeneren die de Somalische piraten ook graag volgen. Een woordvoerder die werd geïnterviewd na de kaping van een Oekraïens wapenschip vorig jaar zei: ‘Wij zien onszelf niet als zeebandieten. Voor ons zijn de zeebandieten zij die illegaal in onze wateren vissen, daar afval storten en wapens in onze zee vervoeren. Wij patrouilleren gewoon op zee. Beschouw ons als kustwachten.’
Het is inderdaad zo dat de Somalische piraterij pas sinds een jaar of vijftien een enorme vlucht heeft genomen – nadat het centrale gezag in het land in 1991 volledig was ingestort. En hypermoderne buitenlandse schepen grepen daarna inderdaad hun kans en veegden de oceaanbodem schoon. De Somalische vissers organiseerden zich, zetten patrouilles op en inden ‘visbelasting’. ‘Wij zien onszelf als helden die de armoede ontvluchten’, zei de 42-jarige piraat Asad ‘Booyah’ Abdulahi in The Guardian. ‘Wij beschouwen een boot kapen niet als een misdaad, maar als een manier om belasting te innen omdat we geen centraal gezag hebben dat controle over de wateren uitoefent.’
Maar al gauw zagen ze dat deze manier van opereren veel lucratiever was dan voor dag en dauw opstaan en je netten uitwerpen. De patrouillerende jonge mannen gingen zich steeds beter bewapenen en veranderden in bandieten; naast de vissersboten werden ook vrachtschepen, cruiseboten en VN-voedselboten (met eten voor die Somalische kinderen) het doelwit. Inmiddels opereren de Somalische piraten behalve in de Indische Oceaan ook in de Golf van Aden. En al snel ontstonden internationale criminele aan- en afvoerlijnen, en was van het nobele streven om de zee en de hongerende kinderen te beschermen weinig meer over.
Burroughs, die in 1997 overleed, zou instemmend geknikt hebben bij het horen van dit verhaal. Net als zijn Captain Mission is het een voorbeeld van dystopia: kleinschalige autonomie is een illusie, hebzucht zegeviert.
Of zoals de schrijver het zelf verwoordde: ‘Het recht om te wonen waar je wilt, met mensen die je lief zijn, onder een grondwet waarmee je instemt, stierf in de achttiende eeuw met Captain Mission. Alleen een wonder of een ramp zou het kunnen herstellen.’