Commentaar: De informatie

De pirouettes van informateur Leijnse

Het is 1 mei 1992: Dag van de Arbeid. Diep in de Achterhoek spreekt de vice-fractievoorzitter van de PvdA. Hij laat weten na lang wikken en wegen bij nader inzien niet akkoord te kunnen gaan met een verlaging of bevriezing van de bestaande WAO-uitkeringen. Hiermee ondergraaft hij het zo zwaar bevochten WAO-besluit van het kabinet-Lubbers/Kok, dat laatstgenoemde in de zinderende zomer van 1991 bijna de kop had gekost. «Wij geven er de voorkeur aan om essentiële kabinetsbesluiten, die pijnlijk maar noodzakelijk zijn, te steunen», aldus een vileine CDA-woordvoerder in reactie op de PvdA-politicus.

De vice-fractievoorzitter in kwestie was Frans Leijnse, thans informateur. Zijn optreden op 1 mei 1992 werd hem indertijd door kopstukken in de PvdA bepaald niet in dank afgenomen. Vooral politiek leider Wim Kok en staatssecretaris Elske ter Veld, die door de WAO-ingrepen uiteindelijk het veld moest ruimen, hadden geen goed woord over voor de ramkoers van de kamerfractie. Toegegeven, het was een niet vaak vertoond staaltje van dualisme. Begrijpelijk was het ook: de PvdA had zich met het kabinetsakkoord vervreemd van zowel de vakbeweging als het eigen electoraat. De leden liepen bij bosjes weg en in peilingen in de zomer van 1991 stond de partij nog maar op 21 zetels. Het was aan de kamerfractie om het vertrouwen van de kiezer terug te winnen. In de Haagse arena kwam het de partij van Kok na jaren van oppositie voeren echter erg slecht uit dat het beeld was ontstaan dat met sociaal-democraten als het erop aankomt in sociaal-economische kwesties geen knopen zijn door te hakken. Leijnse werd daarvoor verantwoordelijk gehouden.

Nu werkt Leijnse samen met CDA-informateur Piet Hein Donner aan de vorming van opnieuw een regeringscoalitie tussen christen- en sociaal-democraten. Hij is daarvoor de juiste persoon, heet het. Waarom eigenlijk? Omdat hij vroeg inzag dat Paars niet zaligmakend was, schrijven de kranten, en omdat hij met het CDA van mening is dat het «middenveld» — in casu de vakbeweging — onmisbaar is voor stabiel sociaal-economisch beleid. Maar dezelfde Leijnse werd, niet het minst uit wrok tegenover het CDA, gedeeld verantwoordelijk voor de totstandkoming van Paars. En de laatste jaren ziet hij in de WAO tot afgrijzen van diezelfde vakbeweging een grotere rol weggelegd voor het bedrijfsleven. Het voor het CDA maatgevende Ser-voorstel uit 1999 van mede-informateur Donner had wat Leijnse betrof zelfs een te grote «aanzuigende werking». Interessante pirouettes, al met al. De tijden veranderen en Leijnse, die net als Donner via de informatie een ministerspost hoopt te bemach tigen, verandert mee. Nu de WAO nog. Sinds de WAO-crisis in de PvdA steeg het aantal arbeidsongeschikten van 650.000 naar bijna één miljoen.