De PKK viert feest met IS op de loer

Kirkukpkk-commandant Cudi zong, op het volleybalveldje op een pkk-basis niet ver van de Iraaks-Koerdische stad Kirkuk, een lied en was plotseling de tekst kwijt.

Zijn publiek, zo’n vijftig pkk-strijders, moedigde hem met applaus aan. ‘Zing anders gewoon hetzelfde nog een keer!’ suggereerde er een. Commandant Cudi haalde diep adem en zong verder.

Over het net van het volleybalveldje was een rode doek gedrapeerd, met daarop vlaggen van de pkk en het vrouwenleger YJA-Star, een portret van pkk-leider Öcalan en een dozijn portretten van strijders die zijn gevallen in de strijd.

De ochtend met zang, dans, poëzie en theater wordt een moral genoemd, een evenement waarmee de pkk belangrijke gebeurtenissen herdenkt en viert. Afgelopen zondag 27 november werd de oprichting van de partij in 1978 in een dorpje in de provincie Diyarbakir gevierd.

De pkk strijdt al lang niet meer alleen tegen het onderdrukkende systeem van de Turkse republiek. In 38 jaar is een ideologie ontwikkeld die afstand doet van het concept natiestaat en een systeem voorstaat van ‘democratisch confederalisme’, een soort democratie van onderop. Een model, gelooft de pkk, dat perfect geschikt is voor multi-etnische, multi-linguïstische en multi-religieuze delen van de wereld, zoals het Midden-Oosten.

Dat de strijd ook antikapitalistisch is, maakt het toneelstukje duidelijk. Een paar guerrillastrijders hebben zich verkleed in traditionele Koerdische kledij en zaaien en oogsten denkbeeldig graan. Tot het kapitalisme de boel komt verstieren en geleerde professoren de economie, de politieke cultuur en het onderwijssysteem de hemel in prijzen. ‘Voor wie werkt dat systeem?’ vraagt een acteur. ‘En voor wie niet?’ Dan wordt het 27 november 1978. Het nieuws van de nieuwe partij voor arbeiders in Koerdistan gaat als een lopend vuurtje rond onder het volk. Er is weer hoop, is de boodschap. Daverend applaus.

Een bevreemdend feestje, met IS nabij op de loer, en de oorlog in Turkije die intenser is dan ooit. ‘We houden ook zo’n moral om de dood van kameraden te herdenken. We mogen belangrijke gebeurtenissen en strijders niet vergeten’, zegt commandant Roza, ‘én dit is een boodschap voor de vijand: je kunt nog zoveel oorlogen beginnen, nog zoveel bloedbaden aanrichten, ons moreel wordt er niet door beïnvloed.’