Een klein land met verre uithoeken

De platte polder is niet zo plat meer

Kapitaal, kennis en welvaart concentreren zich steeds meer in enkele steden en regio’s. Nederland heeft behoefte aan een nieuw verhaal voor de toekomst, waarin iedereen weer het gevoel heeft serieus genomen te worden.

Wildlands Adventure Zoo in Emmen, 2019 © Vincent Jannink / HH

Het is een surrealistisch beeld. Onder een prachtige heldere hemel staan de gates en parkeerplatforms van Schiphol vol met de koningsblauwe toestellen van klm. Ook de Aalsmeerbaan is tijdelijk in gebruik genomen als parkeerplaats voor de meer dan tweehonderd vliegtuigen die vanwege de coronacrisis aan de grond staan. Van de ruim duizend vluchten die in deze tijd van het jaar normaal gesproken dagelijks landen en vertrekken, zijn er iets meer dan honderd over. Duizenden medewerkers van Schiphol en klm zitten thuis. Er is geen enkele zekerheid over de gevolgen die het virus op korte en langere termijn zal hebben voor de luchtvaartsector.

De tijd lijkt even stil te staan en in die stilte ontstaat er ruimte om na te denken over lastige vraagstukken die we lange tijd vermeden hebben. Over de groei van Schiphol, de relatie tussen stad en land, werk en privé, de extreme globalisering van handelsstromen, de impact van het massatoerisme, onzekere arbeidsomstandigheden, de onderwaardering van sommige beroepsgroepen en de overwaardering van andere. Een buurman moest even slikken omdat zijn vrouw die in de zorg werkt een vitale functie blijkt te hebben, terwijl hij als zeer succesvol ondernemer niet onmisbaar is voor het functioneren van onze samenleving. Vanzelfsprekendheden verdwijnen en onze kijk op de samenleving als geheel en op de invulling van ons eigen leven verandert.

Vol optimisme wordt gesproken over een grote reset. Dit is de kans om de dingen anders te doen, om bewustere keuzes te maken. Maar welke keuzes maken we dan? En willen we dat nog steeds op het moment dat het coronavirus is verslagen of pakken we dan zonder omkijken ons oude leven weer op? Om werkelijk dingen te kunnen veranderen, zullen we allereerst goed naar onszelf moeten durven kijken en erkennen dat er veel goed gaat in Nederland, maar dat er ook veel is dat beter kan.

Neem Schiphol en klm. Juist de eindeloze voorgeschiedenis rondom verdere groei van de luchthaven maakt de huidige situatie zo pijnlijk. Iedereen voelt dat dit misschien wel het moment is waarop er definitief een streep wordt gehaald door de gedachte dat de luchtvaart almaar moet blijven groeien. Hoewel het kabinet een paar weken geleden stoïcijns de nieuwe Luchtvaartnota presenteerde met daarin de ambitie om de grens van het aantal vliegbewegingen te laten groeien van 540.000 nu tot 800.000 in 2050 is er steeds minder draagvlak voor dergelijke toekomstscenario’s.

Ondanks de zorgvuldig gekozen woorden over een juiste balans tussen milieueffecten, geluidsoverlast en groei, kreeg de nota direct vooral veel kritiek. NRC Handelsblad noemde het een ‘nota zonder lef’ waarin het kabinet geen keuzes maakt en terugdeinst voor verandering. Op zijn Twitter-account ging redacteur Lars Duursma nog een stapje verder: ‘Ondertussen presenteerde het kabinet gisteren zijn langverwachte en wereldvreemde Luchtvaartnota waarin het blijft uitgaan van groei, groei, groei: tot 800.000 vluchten in 2050. Met staatssteun gefaciliteerd op ’s lands grootste belastingvrije tankstation.’

In gesprek met Al Jazeera zei Suzanne Kröger, Tweede-Kamerlid van GroenLinks, dat dit het moment is voor verandering. Alleen staatssteun voor klm als er verregaande afspraken worden gemaakt over verduurzaming van de luchtvaart. Kröger is al langer een vurig pleitbezorger van meer treinen en minder vliegen. Een maand eerder verscheen een manifest ondertekend door 170 Nederlandse wetenschappers met daarin de oproep om de coronacrisis aan te grijpen voor een radicale verandering naar een meer duurzaam systeem. ‘Dit neoliberale model vereist een steeds maar groeiende circulatie van goederen en mensen’, schrijven ze, ‘ongeacht de talloze ecologische problemen en de toenemende ongelijkheid die dit veroorzaakt.’

Ze wijzen op de grote bedrijven die op deze manier bakken met geld hebben verdiend, maar bij het uitbreken van de coronapandemie met hangende pootjes aanklopten bij de overheid voor staatssteun. klm ontvangt tussen de twee en vier miljard euro, Booking.com ontving een onbekend bedrag terwijl het de afgelopen jaren miljarden euro’s winst maakte, die het als dividend uitkeerde aan aandeelhouders. En ondertussen maakte het online reserveringsplatform afspraken met de Belastingdienst waardoor het miljarden euro’s minder hoefde te betalen.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch journalist Floor Milikowski over Nederlandse krimpregio’s versus groeigemeenten. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

—————

Om te begrijpen waarom de urgentie om juist nu te veranderen zo groot is, moeten we terug naar het begin van de jaren tachtig, naar het jaar voordat Ruud Lubbers aantrad als minister-president. Onder grote belangstelling van pers, publiek en politiek presenteerde voormalig Shell-topman Gerrit Wagner het advies Een nieuw industrieel elan. Wagner was door Lubbers’ voorganger Dries van Agt aangesteld als voorzitter van een commissie die onderzoek moest doen naar mogelijkheden om te ontsnappen aan de slepende economische crisis waar Nederland op dat moment al jaren in verkeerde. De industrie was in verval, de diensteneconomie kwam niet van de grond, steden liepen leeg en de werkloosheid was schrikbarend hoog.

Terwijl omringende landen geleidelijk de weg naar boven vonden, bleef Nederland aanmodderen. Overtuigd van de noodzaak van radicale verandering deinsde Wagner er in zijn advies niet voor terug om heilige huisjes omver te trappen. Hij pleitte voor ingrijpende bezuinigingen om het financieringstekort terug te dringen en voor versoepeling van het loonbeleid. Bovendien adviseerde de commissie de aandacht te verleggen van het ondersteunen van economische sectoren en regio’s in zwaar weer naar het versterken van sectoren en regio’s met veel potentie. ‘Don’t back the losers, but pick the winners’, zei Wagner.

Hoewel Van Agt de voorstellen terzijde schoof, omarmde Lubbers ze niet veel later als steunpilaren van zijn beleid. In de praktijk betekende het dat er steeds minder aandacht was voor economische ontwikkeling in kansarme delen van het land, zoals het noordoosten van Groningen, het zuidwesten, Drenthe en Zuid-Limburg. Er kwam juist meer aandacht voor de grote steden in het westen, die vanaf de jaren tachtig uitgroeiden tot belangrijke motoren van de nationale economie.

Op de achtergrond speelde het proces van globalisering. Doordat grenzen vervaagden en handelsbarrières werden opgeheven, werd de concurrentie tussen landen groter. Nederland, Duitsland en Frankrijk concurreerden met elkaar maar tegelijkertijd ook met Taiwan, China en Japan. Het was een nieuwe situatie die ieder land ertoe dwong zichzelf kritisch te bekijken. Wat hebben wij dat een ander land niet heeft? Hoe kunnen we geld verdienen in een geglobaliseerde economie waarin een bedrijf zich net zo goed in Amsterdam kan vestigen als in Singapore?

Deze vragen stonden ook centraal bij de Vierde nota ruimtelijke ordening die aan het einde van de jaren tachtig werd gepresenteerd door vvd-minister Ed Nijpels. In de wetenschap dat de grenzen binnen Europa bijna volledig zouden verdwijnen, werd in de nota een heldere visie geformuleerd op de toekomst van Nederland binnen de internationale economie. Schiphol en de haven van Rotterdam werden aangewezen als pijlers: knooppunten van handel en passagiers. Met de aanleg van de Hogesnelheidslijn Zuid naar Brussel en Parijs en de Betuweroute voor goederenvervoer naar het Europese achterland zou Nederland optimaal worden verbonden met de rest van Europa.

Toen ik sprak over de achtergestelde krimpregio’s, zei de ambtenaar dat ze het in Afrika een stuk slechter hebben

Een paar jaar later verscheen de Vierde nota extra (Vinex), een tot in detail uitgewerkt woningbouwprogramma voor 650.000 nieuwe woningen vooral in en rondom de grotere steden. Het leidde tot de aanleg van grote nieuwbouwwijken als Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern bij Utrecht, IJburg in Amsterdam en Ypenburg in Den Haag. Maar ook buiten de Randstad werd rondom de steden flink bijgebouwd om zo de grote trek naar de stad te faciliteren. Het Nederland van de 21ste eeuw was geboren.

De gemaakte keuzes pakten goed uit. Schiphol groeide uit tot een van de grootste luchthavens ter wereld, een knooppunt van transitpassagiers en van goederenhandel. Ook de haven van Rotterdam behoorde jaren tot een van de grootste ter wereld en verwerkt inmiddels jaarlijks een eindeloze hoeveelheid grondstoffen en spullen. Maar toch is er reden voor zorgen.

De afgelopen jaren zat Barbara Baarsma, tegenwoordig directeur van Rabobank, regelmatig aan tafel bij De wereld draait door. Ze was erop gebrand om de Nederlandse bevolking uit te leggen hoe goed het hier gaat en dat er geen reden is voor de onvrede en boosheid die vooral leven bij kiezers van de pvv, Forum voor Democratie en de SP. Baarsma is een econoom, een vrouw van cijfers, en er zijn genoeg cijfers die de stelling onderbouwen dat het goed gaat.

In de jaarlijkse Prosperity Index van het Legatum Institute, waarin alle landen van de wereld worden vergeleken aan de hand van factoren variërend van het bruto nationaal product en ondernemersklimaat tot persoonlijke vrijheid en gezondheid, staat Nederland al jaren op de zesde plaats. Als enkel wordt gekeken naar het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking staat Nederland volgens het imf op een vijfde plaats. Amsterdam scoort op verschillende ranglijsten in de internationale top of subtop van steden met het beste leefklimaat, en het World Economic Forum plaatst Nederland op de achtste plaats van meest concurrerende economieën ter wereld. De werkloosheid is relatief laag, inkomens zijn gemiddeld hoog, en Nederlanders zijn gezond, goed opgeleid en gelukkig.

Baarsma was er diep van overtuigd dat als de mensen dit zouden weten ze niet meer boos en teleurgesteld zouden zijn. Vergelijkbaar was de opmerking van een Amsterdamse ambtenaar tijdens een dinerbijeenkomst. Toen ik sprak over de achtergestelde positie van bewoners van krimpregio’s ten opzichte van die van Amsterdam zei hij dat mensen in Afrika het een stuk slechter hebben. Dat is waar, maar desondanks zijn de toenemende verschillen in welvaart en in toekomstperspectief binnen Nederland zeer problematisch. >

Het is een probleem dat iemand die opgroeit in Heerlen veel harder z’n best moet doen om de maatschappelijke ladder te beklimmen dan iemand die wordt geboren in Amsterdam-Zuid. Het is een probleem dat krimpende gemeenten nauwelijks steun krijgen, terwijl de snelst groeiende op alle aandacht van de wereld kunnen rekenen. Het is een probleem dat veel Amsterdammers zich meer verbonden voelen met New York dan met Zwolle en dat het geld dat wordt verdiend aan de Zuidas niet ten goede komt aan het algemeen belang. Het is een probleem dat de loonkloof groter wordt, dat huizen voor starters en middeninkomens onbetaalbaar zijn, dat huren stijgen maar inkomens niet en dat mensen met een laag opleidingsniveau zeven jaar korter leven dan mensen met een hoog opleidingsniveau.

Er is geen reden voor feest als steeds meer mensen het gevoel hebben dat de trein voortraast terwijl zij verloren achterblijven op het perron. Wie de onvrede echt wil wegnemen, moet inzien dat Nederland behoefte heeft aan een nieuw verhaal voor de toekomst, waarin alle mensen, steden en dorpen weer het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen.

—————

In 2013 was ik in Emmen. Het was crisis, overal lagen bouwprojecten stil en werden ambitieuze plannen diep in een la gestopt. Maar het gemeentebestuur van Emmen wilde daar niets van weten. Al jaren werd er in de gemeenteraad gedebatteerd over de bouw van een nieuwe dierentuin met de omvang van een attractiepark en over een volledige verbouwing van de binnenstad. Deels uit enthousiasme en deels uit wanhoop gaf de raad uiteindelijk haar goedkeuring aan het peperdure project dat door verschillende adviesbureaus was afgeraden. De kosten waren te hoog, de risico’s te groot en de kans op succes was te klein. Waarom het dan toch doen?

In een kleine vergaderruimte in een oude kantoorvilla naast de markt zei wethouder Ton Sleeking: ‘Niets doen is sowieso geen optie.’ Niets doen betekende accepteren dat de oude dierentuin langzaam zou veranderen in ‘een veredeld hertenkamp’ en ook dat Emmen zou krimpen. Het gemeentebestuur en de dierentuindirectie hadden de hoop dat Emmen Wildlands en het vernieuwde stadshart naar ontwerp van de gevierde architect en stedenbouwkundige Ashok Bhalotra Emmen opnieuw op de kaart zouden zetten als gewilde bestemming voor bezoekers en als aantrekkelijke woonplaats voor jong en oud. Precies zoals het dat in een recent verleden ook was geweest.

Het vooruitzicht van krimp, of bevolkingsdaling, was beangstigend. Wanneer je eenmaal in een krimpspiraal bent beland, is het moeilijk om het tij te keren. Krimp leidt tot leegstand en verval, en dat leidt weer tot meer vertrekkende en minder komende bewoners. Bedrijven trekken weg, de werkgelegenheid neemt af en de werkloosheid stijgt. Bovendien zijn het vooral de kansrijke, jonge mensen die weggaan, terwijl de minder kansrijke, oudere inwoners achterblijven. Hierdoor neemt het aantal uitkeringen toe, net als de gezondheidsproblemen.

Precies het tegenovergestelde gebeurt in groeigemeenten als Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en de stad Groningen. Jonge mensen verhuizen er uit andere delen van het land naartoe om te werken of te studeren. Bedrijven vestigen zich in deze steden omdat er veel hoogopgeleide, ambitieuze mensen wonen, en omdat hierdoor de werkgelegenheid groeit, neemt de trek ernaar alleen maar toe. Het blijft niet beperkt tot studenten, kenniswerkers, ondernemers en kunstenaars uit Nederland: er komen ook steeds meer buitenlandse studenten en expats, die zich probleemloos voortbewegen tussen Singapore en New York, Eindhoven en Shenzhen. Door de aantrekkingskracht van de meest aansprekende steden en de stijgende woningprijzen worden lage en middeninkomens geleidelijk verdreven.

Iedere dag vertrekken er zestig vluchten naar Londen. De trein van Amsterdam naar Emmen gaat dertig keer

Zo ontstaan er in Nederland twee verschillende werelden: een wereld van steden en dorpen die een rol van betekenis spelen in de belangrijke nationale en internationale netwerken en een wereld van steden en dorpen die daar buiten vallen. De platte polder verandert in een mozaïek van winnaars en verliezers. Woningprijzen brengen deze verschillen feilloos in beeld. Volgens de meest recente cijfers van De Hypotheker is de prijs per vierkante meter in Laren, de duurste gemeente van het land, 6830 euro terwijl die in Kerkrade 1500 euro is. In Amsterdam is het 5655 euro en in Emmen 1881. In de succesvolle steden stijgen deze prijzen snel, worden huiseigenaren ieder jaar vanzelf rijker en nemen de gemeentelijke inkomsten uit woz-belasting toe, terwijl de prijzen in andere delen van het land dalen of gelijk blijven en de woz-inkomsten afnemen.

Volgens Gert-Jan Hospers, hoogleraar economische geografie aan de Radboud Universiteit, is er sprake van een Mattheüs-effect, naar het bijbelse principe uit Mattheüs 13:12: ‘Want wie heeft, zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.’

—————
De Spiesstraat in Chevremont, een wijk in Kerkrade, 2016 © John van Hamond / HH

De afgelopen dertig jaar stonden in het teken van het recht van de sterkste. Alle aandacht ging uit naar het versterken van de concurrentiepositie van de economische kernregio’s rondom Rotterdam, Amsterdam-Schiphol-Utrecht en sinds enkele jaren ook de regio Eindhoven. Als hightechcluster is de Brainport-regio een begrip in binnen- en buitenland. Door de rijksoverheid zijn miljarden geïnvesteerd in spoorlijnen, wegen, landingsbanen, havengebieden, woonwijken, stations, kantorenlocaties en andere zaken die het succes van deze regio’s mogelijk heeft gemaakt. Ook is volop aandacht besteed aan het faciliteren van een aantal economische ‘topsectoren,’ die vooral aan de hand van lobbywerk zijn geselecteerd.

Maar dit gebeurde vanuit de veronderstelling dat de welvaart die op deze plekken en in deze sectoren werd gecreëerd ten goede zou komen aan de hele Nederlandse bevolking. Het is tragisch om nu te moeten concluderen dat steden als Emmen en Delfzijl, Terneuzen en Sittard-Geleen, Bergen op Zoom en Almelo steeds verder zijn afgegleden en weinig perspectief hebben op verbetering. Ze spelen geen rol van betekenis in de kenniseconomie, liggen ver weg van de belangrijke verbindingen en knooppunten, hebben geen mooie historische binnenstad, geen boetiekwinkels en sterrenrestaurants en ook geen andere bijzonderheden die houvast bieden om het tij te keren.

Zoals kapitaal zich in de 21ste eeuw steeds meer concentreert bij een select gezelschap rijken, zo concentreren kapitaal, kennis en welvaart zich steeds meer in een select gezelschap steden, dorpen en regio’s. Deze zijn sterk verbonden met internationale netwerken, terwijl zowel de praktische als de gevoelsmatige binding met het eigen achterland afneemt. Iedere dag vertrekken er vanaf Schiphol zestig vluchten naar Londen, die passagiers binnen een uur naar de andere kant van de Noordzee brengen. De trein van Amsterdam naar Emmen gaat dertig keer per dag en duurt, inclusief twee keer overstappen, meer dan twee keer zo lang.

‘Ze staan met hun gezicht naar de zee en met hun rug naar de provincie’, zei de Emmense wethouder Bauke Arends destijds tegen me. Hij was oprecht boos en teleurgesteld over het gebrek aan aandacht vanuit Den Haag voor de toenemende problemen in zijn stad. De pijn was misschien ook wel zo groot omdat Emmen in de jaren vijftig, zestig en zeventig door zeer bewust beleid vanuit Den Haag was opgepompt van een esdorp met een paar duizend inwoners tot een industriestad met bijna zestigduizend inwoners. Toen was het idee juist om de zwakke delen van het land te ondersteunen met investeringen, subsidies en verhuisbonussen voor mensen uit het westen. Emmen had nooit de eigen kracht om een stad van deze omvang te zijn en op het moment dat de fabrieken sloten en de nationale overheid haar aandacht verlegde, was de Drentse provinciestad gedoemd te imploderen.

Hetzelfde geldt voor Sittard-Geleen, de fusiegemeente tussen twee ooit zo trotse steden in de florerende Westelijke Mijnstreek. Na de sluiting van staatsmijnen in de jaren zestig en zeventig probeerde politiek Den Haag nog een tijdje groot verval en massale werkloosheid tegen te gaan door overheidsdiensten vanuit het westen van het land daarheen te verhuizen. Ook Emmen en andere worstelende steden kregen kantoren toebedeeld. Maar ook dit beleid kwam ten einde. In het zuidelijkste puntje van Nederland proefde ik niet zozeer boosheid als wel gelatenheid. Deskundigen hebben uitgerekend dat de regio in potentie een van de sterkste van het land is, maar de mogelijkheden worden vooral beperkt door de landsgrens die er als een glazen muur omheen ligt. Woon- en werkverkeer naar nabijgelegen steden in België en Duitsland is nagenoeg onmogelijk omdat ieder land zijn eigen regels heeft voor verzekeringen, uitkeringen, pensioenen en diploma’s. In 2007 deed een commissie onder leiding van vvd-coryfee Loek Hermans concrete voorstellen om de grensbarrières weg te nemen. Wethouder Pieter Meekels van de lokale partij gob in Sittard-Geleen had geen enkele illusie dat hier ooit nog iets mee zou gebeuren: ‘Dat rapport ligt al zeven jaar in een la en komt er niet meer uit ook.’

Zijn Emmense collega Bauke Arends was minder gelaten. ‘Ze moeten niet opkijken als er een opstand komt’, zei hij fel. Het is niet leuk om te zien hoe er aan de andere kant van het land feest wordt gevierd vanwege klinkende economische cijfers terwijl je eigen broodwinning in gevaar is en je eigen leefomgeving iedere dag iets verder afglijdt. Wat heb je eraan dat Nederland inmiddels meer dan tweehonderdduizend miljonairs telt en dat er wereldwijd meer dan 2300 miljardairs zijn als we er niet in slagen om met al het geld dat wordt verdiend grote wereldproblemen op te lossen?

De toenemende ongelijkheid in Nederland is niet los te zien van de toenemende ongelijkheid die op alle schaalniveaus wereldwijd zichtbaar is. Machtige, welvarende landen beschermen hun eigen welvaart met internationale handelsverdragen, succesvolle steden en regio’s profiteren van de braindrain in kansarme delen van het land. Binnen steden nemen de verschillen toe tussen de meest gewilde buurten die het domein worden van goed verdienende wereldburgers en de minst aantrekkelijke buurten waar grote concentraties ontstaan van gezinnen en alleenstaanden met lage inkomens, schulden en gezondheidsproblemen.

Het is geen toeval dat de meeste kiezers van protestpartijen wonen in de minst florerende delen van het land en de stad. Dat is niet alleen in Nederland het geval, maar net zo goed in de Verenigde Staten, waar Donald Trump zijn verkiezing grotendeels te danken heeft aan de stem van bewoners van vervallen industriegebieden die hun geloof in de politieke elite hebben verloren. Ook in Groot-Brittannië waren het vooral inwoners van de meest verloren gebieden die stemden voor een vertrek uit de Europese Unie. Ze hadden er geen vertrouwen in dat de zittende politieke leiders er alles aan zouden doen om hun een beter toekomstperspectief te bieden. Lega Nord en de Vijfsterrenbeweging in Italië, Alternative für Deutschland, Front National in Frankrijk: ze trekken vooral kiezers uit buurten, steden en dorpen die de boot missen. Andrés Rodríguez-Pose, hoogleraar economische geografie aan de London School of Economics, schreef hierover een veelbesproken essay met als veelzeggende titel The Revenge of the Places that Don’t Matter (De wraak van de plaatsen die er niet toe doen).

Maar ook bestuurders in de succesvolle steden voelen zich steeds meer in de steek gelaten door Den Haag. In de snel groeiende universiteitsstad Groningen zat wethouder Roeland van der Schaaf, toen ik hem sprak, met de handen in het haar. Door Europese en landelijke regels komen middeninkomens niet meer in aanmerking voor sociale huurwoningen en door de trek naar zijn stad en de toenemende schaarste aan woningen stijgen de prijzen zo snel dat middeninkomens ook niet meer kunnen kopen. Woningcorporaties, die in het verleden veel woningen in het middensegment bouwden, mogen dat niet meer doen. Ze moeten zich beperken tot hun kerntaak: het bouwen en verhuren van sociale huurwoningen.

—————

Mark Rutte is geen idealist. Hij een pragmaticus die iedere dag zorgvuldig aftast wat de tijd op dat moment van hem vraagt en hoe de BV Nederland een stapje verder kan worden geholpen. Misschien is het daarom wel logisch dat een van zijn meest memorabele uitspraken ging over zijn aversie jegens het hebben van een visie. Tijdens zijn H.J. Schoolezing in 2013 zei hij: ‘Visie is als de olifant die het uitzicht beneemt.’

Maar misschien zijn het in werkelijkheid wel de oude zekerheden waar hij zo krampachtig aan vasthoudt die ons het uitzicht benemen: Schiphol en klm, Shell en Unilever, de volledige aandacht voor de sterke kernregio’s – ze hebben ons veel welvaart gebracht, maar ze zijn niet de oplossing voor de vraagstukken waar we nu voor gesteld staan.

Wat zijn de economische topsectoren van de toekomst? Wat voor mogelijkheden sluimeren er in de randen van het land? Welke verbindingen zijn er nodig om welvaart en economische dynamiek beter te spreiden? Hoe halen we het beste uit onszelf?

In zijn H.J. Schoolezing zei Rutte ook: ‘Als visie een blauwdruk voor de toekomst betekent, dan verzet alles wat liberaal is in mij zich daartegen.’ Maar een visie hoeft geen blauwdruk te zijn. Het kan ook een stip aan de horizon zijn. Een collectieve ambitie. Wanneer het ene tijdperk eindigt is het niet zozeer zaak om meteen een nieuw uitgewerkt plan te hebben, maar eerder om het vertrouwen te hebben dat er onder de juiste randvoorwaarden nieuwe dingen groeien in de ruimte waar oude dingen verdwijnen.

Twee jaar na de opening stond attractiepark Emmen Wildlands vorig jaar aan de rand van een faillissement. Het park kon de torenhoge ambities niet waarmaken. Tijdens het debat over een eventueel faillissement spraken gemeenteraadsleden over een ‘duivels dilemma’. Om het park te redden moest er nog meer geld bij, zonder de zekerheid dat het ergens toe zou leiden. Maar bij een faillissement waren alle investeringen voor niets geweest en verdwenen ook de achthonderdduizend bezoekers die wél naar Emmen kwamen. Bovendien zou dat het definitieve einde betekenen van een avontuur dat weliswaar grote risico’s meebracht maar dat tegelijkertijd een bron van hoop was voor een stad die niet veel anders had om zich aan vast te klampen.


Dit essay is gebaseerd op het boek Een klein land met verre uithoeken: Ongelijke kansen in veranderend Nederland* (AtlasContact, 270blz.) van Floor Milikowski, dat deze week verschijnt