De Playboy Literatuurprijs

De keren dat ik er geweest ben, heb ik nooit gemerkt dat er op het Boekenbal te weinig vrouwen waren. Integendeel zelfs. Je weet niet waar je kíjken moet, zoveel jurkjes en blote schouders en lange wimpers en hoge hakken komen er voorbij. En die meiden zijn heus niet allemáál ‘vriendin van’.

Toch vindt Opzij dat het hoog tijd is voor een alternatief Vrouwenboekenbal, dat op 16 februari losbarst. Het lijkt me even vreselijk als een bal met louter mannen. Ik vermoed dat het Vrouwenboekenbal ook helemaal niet als protest tegen het officiële Boekenbal bedoeld is, maar als lollige gimmick, als pr-offensief om aandacht te genereren voor de Opzij Literatuurprijs (voorheen Annie Romeinprijs) die er wordt uitgereikt, een literatuurprijs waar alleen vrouwelijke schrijvers voor in aanmerking komen.
Daar is niets mis mee. Literaire prijzen kunnen geen pr genoeg hebben, en er kunnen ook nooit genoeg literaire prijzen zijn. Er zijn literaire prijzen voor schrijvers uit Brabant, voor debutanten, voor Limburgers, voor het meest verkochte debuut, voor iemands beste tweede of derde boek, voor een tweede dichtbundel, voor allochtonen, scholieren, oeuvres… Er moet een speciale prijs komen voor schrijvers die het weten klaar te spelen om een boek te schrijven dat geen enkele prijs wint.
De Opzij Literatuurprijs is, samen met de Anna Bijnsprijs, een onderscheiding voor (en ook overwegend van) vrouwen. Begrijp me niet verkeerd: als ik vrouw was en genomineerd zou zijn, zou ik niet weigeren. Zoals ik de FHM Literatuurprijs en de Playboy Literatuurprijs, uitsluitend voor mannelijke auteurs, ook niet weiger.
Dat die laatste twee prijzen niet bestaan, bewijst dat die eerste twee niet zouden moeten bestaan. U mag die laatste zin even opnieuw lezen. Dat die laatste twee prijzen niet bestaan, bewijst dat die eerste twee niet zouden moeten bestaan.
En omdat u nu vast heel boos op mij bent - de hoofdredacteur van dit blad zit nota bene in de jury van die Opzijprijs - ga ik dat in de komende vijfhonderd woorden proberen goed te maken, door mijn stelling te onderbouwen.
Bij Opzij vindt men kennelijk dat vrouwen in de literaire wereld niet genoeg aandacht en erkenning krijgen. En zo krijg je de curieuze situatie dat ‘vrouw’ synoniem wordt met ‘minderheid’ en daarom net als allochtonen, homo’s en gehandicapten wel een steuntje in de rug kan gebruiken.
Ook bij de Anna Bijnsprijs hoor je dat geluid: voor literaire prijzen (en vooral de Grote Drie: Libris, Gouden Uil en Ako) worden mannen veel vaker genomineerd, en dus bevooroordeeld.
Als dat al zo zou zijn, dan is een aparte vrouwenprijs juist wat je niet moet doen. Daarmee creëer je namelijk een apart concours voor kandidaten die het in het officiële circuit blijkbaar niet redden. Net als in de sport roep je een alternatieve competitie in het leven, waarmee je impliciet erkent dat het oneerlijk zou zijn om vrouwen en mannen samen in de arena te werpen. Nee, de arme dames hebben extra bescherming nodig.
Zou er ook een Playboy Literatuurprijs bestaan, uitgereikt op een speciaal Mannenboekenbal, dan zou het een compleet ander verhaal zijn. Dan zouden beide prijzen dezelfde neutrale status hebben als, zeg, de Halewijn Literatuurprijs van de stad Roermond versus de Prijs van het Beste Rotterdamse Boek. Ieder subgroepje z'n eigen prijsje.
Maar ik vrees dat een Playboy Literatuurprijs voor mannelijke auteurs op zoveel weerstand zal stuiten dat er zelfs Kamervragen en een gang naar de rechter aan te pas gaan komen om hem te verbieden. Nee, zullen de vrouwenprijsvoorstanders argumenteren, de Ako-, Libris- en Gouden Uil zijn al mannenprijzen. De praktijk bewijst hun ongelijk. De meeste groteprijzenjury’s zijn keurig door evenveel mannen als vrouwen gevuld. Bovendien is het interessant om de lijstjes van genomineerden en winnaars van de Grote Drie eens naast die van de vrouwenprijzen te leggen.
Doeschka Meijsings Over de liefde won zowel de Ako als de Opzij Literatuurprijs. Ook de eerdere winnaressen waren bijna zonder uitzondering voor de grote prijzen genomineerd: Marjolijn Februari (Libris), Maria Stahlie (kreeg die Opzij voor haar hele oeuvre, waarin ook boeken voor Ako, Libris en Generale Bank zijn genomineerd), Mensje van Keulen (Ako), enzovoort.
Wat leert dit? Dat een prijs voor literatuur door vrouwen dezelfde kanshebbers aanwijst als de reguliere prijzen voor beide seksen. Ik had ook niet anders verwacht. Kom zeg, inmiddels zijn we toch wel genoeg geëmancipeerd. Zeker in de literatuur, waar praktisch het hele lezerspubliek uit vrouwen van boven de vijftig bestaat. Laten we, 81 jaar na A Room of One’s Own, erkennen dat de literaire emancipatie volbracht is. Om dat te vieren kunnen we of de Opzijprijs, de Anna Bijnsprijs en het Vrouwenboekenbal afschaffen, of de Playboy Literatuurprijs in het leven roepen en uitreiken op het Mannenboekenbal. Met flink veel lekkere wijven erbij natuurlijk.