De plicht tot gezondheid

JULI ZEH
CORPUS DELICTI: EIN PROZESS
Schöffling & Co., 263 blz., € 19,90 (De Nederlandse vertaling verschijnt in oktober bij Anthos)

Een van de mooie dingen van literatuur is dat je er alle kanten mee op kunt. De verbeeldingskracht van schrijvers kent nauwelijks grenzen. Ze kunnen terugkeren naar oudtestamentische tijden, zoals Thomas Mann deed in Joseph und seine Brüder, zich verplaatsen in een historische persoon, zoals Martin Walser in Een liefhebbende man. Of ze kunnen in de toekomst kijken en zaken zien die gewone stervelingen niet kunnen bedenken.
Dit laatste heeft Juli Zeh gedaan in haar onlangs verschenen Corpus Delicti: Ein Prozess. Zeh, geboren in 1974 in Bonn, is een van de meest talentvolle en scherpzinnige schrijfsters in Duitsland, die eerder naam maakte met Spieltrieb en Schilf, romans die ook in het Nederlands werden vertaald.
De personen in haar jongste werk leven rond 2050 in een samenleving waarin gezondheid niet alleen het hoogste goed is, maar ook tot normaliteit is verheven. ‘Gij zult gezond zijn’, zo luidt in die samenleving het gebod waarvan alle andere geboden en verboden worden afgeleid. Of zoals de protagonist in het boek zegt: ‘Het lichaam is onze tempel en altaar, afgod en offer. Heilig verklaard en verslaafd. Het lichaam is alles.’
De lezer heeft dus te maken met sciencefiction, maar merkt toch spoedig dat Zeh een actueel thema behandelt. Ook nu bekommert de overheid zich om het welzijn van de burgers. Rookverbod in cafés, preventief onderzoek op borstkanker, griepprik voor ouderen, voorlichting over gezond voedsel; allemaal bewijzen van een zorgzame overheid. Maar hoe ver mag deze staatsbemoeienis gaan? Wat gebeurt er als zorg dwang en gezondheid plicht wordt? Is, als het om gezondheid gaat, alles geoorloofd?
Precies daarover gaat Corpus Delicti. Zeh heeft de huidige gedachten over volksgezondheid verder uitgesponnen en kwam uiteindelijk uit bij een gezondheidsdictatuur, gebaseerd op ‘het gezonde mensenverstand’. Iedereen wil immers lang en gezond leven, en wat ligt dan meer voor de hand dan de ziekte uit te bannen en iedereen te verplichten alles voor een optimale gezondheid te doen.
Daar de mens zwak is, moet de staat lichamelijk welzijn afdwingen. Niets mag worden ondernomen wat de hygiëne en zuiverheid in gevaar kan brengen. De staat moet erop toezien dat verboden worden nageleefd, dat niemand een gedesinfecteerde zone verlaat, rookt, drinkt of kust, iedereen een mondkapje draagt en regelmatig op de hometrainer virtuele kilometers aflegt. Huwelijken zijn alleen toegestaan tussen mensen wier immuunsystemen compatibel zijn.
Iedereen moet zich onderwerpen aan wat Zeh de Methode noemt, de staatsideologie van de totale gezondheid die gepaard gaat met totale controle. Zoals in elke dictatuur bestaat er geen persoonlijke vrijheid meer, wordt kritiek niet geduld en worden tegenstanders genadeloos vervolgd.
Ze krijgen nog wel een proces. De biologe Mia Holl, de hoofdpersoon in het boek, moet zich meerdere malen verantwoorden voor een rechtbank. Ze rouwt om de dood van haar broer Moritz, die in de gevangenis zelfmoord heeft gepleegd. Hij werd veroordeeld wegens het verkrachten en vermoorden van een vrouw, ofschoon hij de beschuldigingen hardnekkig ontkende. Dat hij de dader zou zijn, was ook niet erg waarschijnlijk, maar de vondst van DNA was voor de rechtbank voldoende. Mia had erg aan haar broer gehangen. Hij was een vrijdenker, een man met fantasie, die zich niet aan een systeem wenste te onderwerpen en zo als een gevaar voor de Methode werd beschouwd. Moest hij daarom worden vernietigd?
In de fase van rouw verwaarloost Mia haar plichten betreffende hygiëne en gezondheid. Dit brengt haar in aanraking met de autoriteiten. Ze verzoekt met rust te worden gelaten, wil tijd hebben om na te denken, maar dat wordt door het systeem niet toegestaan. Zo raakt ze verstrikt in de armen van justitie.
Het meest interessante deel van dit bijzondere boek vormen de dialogen, vooral de spitse dialogen tussen Mia Holl en Heinrich Kramer, een duivelse, geslepen verdediger van de Methode. En hoewel de geestelijke kloof steeds dieper wordt, ontstaat er toch een soort menselijke relatie tussen de fanaticus Kramer en zijn deerniswekkende slachtoffer.
Verder zijn er de dialogen tussen Mia en ‘de ideale geliefde’, verzonnen door Moritz in de gevangenis en afgestaan aan Mia. Deze sprekende geest levert vaak op ironische toon commentaar.
Mia Holl slaagt er met hulp van haar advocaat in het systeem te ontmaskeren. Het DNA op het lijk van de vermoorde vrouw was niet van haar broer, maar van een ander. Het systeem, dat pretendeert volmaakt te zijn, is niet onfeilbaar. Mia wordt korte tijd het gevierde boegbeeld van het verzet tegen de Methode. Deze antimethodisten hebben zich verenigd in de beweging Recht op Ziekte. Na haar openlijke aanval op het systeem wordt Mia met brutaal geweld gearresteerd. Ze wordt ervan beschuldigd ‘leiding te geven aan een terroristische vereniging’ en als ze blijft ontkennen, wordt ze gefolterd. Plotseling is het lichaam niet meet heilig. Mia zegt: ‘Er is niets veranderd. Er verandert nooit iets. (…) De Middeleeuwen is geen tijdperk. Middeleeuwen is de naam van de menselijke natuur.’
Zeh heeft met Corpus Delicti een zeer lezenswaardig boek geschreven over een afschrikwekkende samenleving. Als gezondheid een ideologie wordt die boven elke twijfel verheven is, ontstaat een dictatuur die net zo wreed en onmenselijk is als elke andere.