Didion op zoek naar de toekomst

De plotloosheid van het alledaagse

Joan Didion, 2017. Still uit Joan Didion: The Center Will Not Hold © Netflix / Everett Collection / HH

South and West is een kleine bundel die de brokstukken bevat van twee vergeefse pogingen tot reportage-essays over zaken waarvan de precieze betekenis de schrijfster ontging, maar die haar niet wilden loslaten. Dat zulk materiaal decennia later alsnog mooi verzorgd kan worden uitgegeven, getuigt behalve van de voortdurende honger naar Didions proza van de kwaliteit van haar werk. Haar aantekeningen laten de grondslag zien van de schijnbaar dwalende, maar in werkelijkheid altijd priemende blik in de essays waarmee ze haar roem vergaarde. En hoe die ondergrond tegelijkertijd indrukwekkend is – er zit zoveel tijd en denkwerk in – en onzeker: al die toewijding kan tot niets leiden. Op deze pagina’s treffen we iemand die heldere zinnen formuleert terwijl ze zoekt naar dat wat ze nog niet kan verwoorden. Iemand die niet weet of ze ooit in staat zal zijn dat wel te doen.

De titel is wat misleidend: ongeveer negentig procent van de aantekeningen is gemaakt tijdens een reis door de Zuidelijke staten. Wat ze in een hotelkamer in Californië schreef toen ze dacht te werken aan een stuk over de rechtszaak tegen Patty Hearst, de dochter van de krantenmagnaat die werd bevangen door hetzelfde revolutionaire vuur als haar kidnappers, is niet meer dan een korte appendix.

In het diepe Zuiden reist Didion rond met haar man. Ze rijden heen en weer tussen ergens en nergens, ze dineren royaal bij de hogere klassen en eten rijst en rode bonen langs de weg. Ze bezoeken dorpjes en steden, plantages en begraafplaatsen. Dat alles wordt gekenmerkt door de plotloosheid van de alledaagse ervaring.

Waar Didion in de zomer van 1970 precies naar op zoek was blijft onduidelijk, niet in de laatste plaats voor haarzelf. ‘Er “gebeurde” niets, geen gevierde moorden, rechtszaken, integratiebevelen, confrontaties, zelfs geen geroemde godswonderen.’ Ze had slechts een vaag idee gehad. Ze geloofde op de een of andere manier dat de toekomst aan de golfkust was. De toekomst als ‘een geheime bron van goede en kwade krachten, een psychisch centrum’. Precies dat wat mensen ten onrechte altijd van Californië leken te verwachten. Ze had een vaag beeld in haar hoofd, maar als ze erover probeerde te praten klonk ze verward en daarom besloot ze er uiteindelijk maar gewoon heen te vliegen.

South and West is de documentatie van Joan Didions tekortschieten

Het Zuiden dat ze aantreft is meer nog dan een geografische plek een gedeeld bewustzijn. Het gaat er om meer dan alleen de bomen, de planten, de dieren, het altijd en overal stilstaande bruine water, de roerloze schommelstoelen van waaruit ze wordt aangestaard (‘In New Orleans they have mastered the art of the motionless’) en de drukkende hitte. Het gaat er om het altijd aanwezige besef van wat hier allemaal is gebeurd en wat hier allemaal had kunnen zijn. De manier waarop de tijd zich vertekend manifesteert: over de Burgeroorlog wordt gesproken alsof hij gisteren plaatsvond terwijl 1960 drie eeuwen in het verleden lijkt te liggen. En dat alles in een landschap dat pre-apocalyptisch aandoet. Alsof alleen vernietiging nog verandering zou kunnen betekenen. Het is de alomtegenwoordigheid van de vergankelijkheid, de wijze waarop alles reeds dood is – of op sterven na.

Hier, tussen Houston in Texas en Cape Canaveral in Florida, zou het begin van de space age nog vers in het geheugen kunnen liggen, maar de toekomst die Didion zoekt is vrijwel nergens te bekennen. Hij bestaat hooguit in de vage hoop op de commerciële potentie van steden die anno 1970 nog altijd McDonald’s-loos zijn.

Hoeveel plekken ze ook aandoet, ze doet vooral heel veel van wat ze van plan was níet. Haar repertoire als verslaggever ‘atrofieert’. Ze zoekt Eudora Welty niet op in Jackson omdat, zo beseft ze vaag, dit een plek is waarvandaan vliegtuigen naar New York vertrekken en ze zichzelf niet vertrouwt. De buitenstaander krijgt nergens een vinger achter, maar ziet het oppervlakkige als nieuw. Toch durft ze essentialistisch te schrijven, bijvoorbeeld over het fatalisme dat de toon van New Orleans bepaalt. ‘Bananas would rot, and harbor tarantulas. Weather would come on the radar, and be bad. Children would take fever and die, domestic arguments would end in knifings …’

South and West is bijzonder omdat het de documentatie van Didions tekortschieten is. Een mislukking die zonder schaamte wordt getoond. Tussen de eindeloze indrukken en de losjes uitgewerkte aantekeningen voel je de immense samenhang van alle dingen die Didion zal hebben gevoeld. Tegelijkertijd begrijp je de onmogelijke opgave om die in een geloofwaardig verhaal in te passen. Didion werd ver van huis geconfronteerd met een werkelijkheid waartegen ze niet was opgewassen.

Ergens tegen het einde bleef ik hangen bij een zinnetje tussen de aantekeningen voor het verhaal over Patty Hearst: ‘Beautiful country burn again.’ Een alinea van vier woorden zonder context. Schrijver Ben Fountain gebruikte het vorig jaar voor zijn boek over de verkiezing van Trump. Hij dacht eerst dat Didion schreef over de bosbranden die Californië ook destijds in hun greep hadden, maar ze bleek een dichtregel van Robinson Jeffers te hebben overgeschreven in haar notitieboek. Het deed denken aan wat W.G. Sebald zijn studenten voorhield: ‘Ik kan jullie slechts aanbevelen te stelen zoveel als je kunt. Niemand zal het ooit opmerken. Houd een notitieboek bij, maar zonder bronvermelding, na een paar jaar kun je terugbladeren en het materiaal zonder schuldgevoelens gebruiken alsof het van jezelf is.’ Nu valt onmogelijk te zeggen of en hoe Didion zo’n regel uiteindelijk had gebruikt, maar ik dacht toch even: gezegend is de mens die mag zien hoe de worst gemaakt wordt.