De plotselinge liefde voor die ‘rotmoffen’

Was het Nederlandse volk ooit echt anti- Duits? Het antwoord lijkt vanzelfsprekend: natuurlijk, tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de periode daarna. Meteen na de bevrijding begon de triomfantelijke opmars van het opinie- onderzoek. Daarbij is vijftig jaar lang opvallend veel gevraagd wat de gewone mensen van de Duitsers vinden. Het jongste nummer van het maandblad Psychologie geeft er een uitvoerig overzicht van. En inderdaad, vlak na de oorlog hadden in Nederland negatieve uitlatingen over Duitsers de overhand; trouwens ook in Noorwegen, Engeland en Frankrijk (en in veel mindere mate in Italie).

Toch is het nog maar de vraag of je de uitslagen van voor 1950 wel als duidelijk negatief moet interpreteren. Immers, welke Duitsers worden er eigenlijk bedoeld als men vragen stelt als ‘Hoe zijn uw eigen gevoelens ten aanzien van het Duitse volk?’ Reeds in de 'bevrijdingsenquete’ (1945) van de Nederlandse Stichting voor Statistiek werd een verschil gemaakt tussen het Duitse volk en de nazi’s. Desgevraagd bleek toen een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking te vinden dat het niet zozeer de Duitsers als wel de nazi’s waren die verantwoordelijk waren voor de ondervonden ellende.
Op dezelfde manier kun je je afvragen of de recentere fluctuaties in de meningen over de Duitsers eigenlijk wel zo veel voorstellen. Het Clingendaelrapport van ruim twee jaar geleden 'bewees’ dat Nederlandse jongeren sterk negatief over Duitsland en de Duitsers denken. Het VPRO-rapport (een actueel onderzoek van Inter/View) 'bewees’ dat Nederlandse jongeren sterk positief over de oosterburen denken. Is er sprake van een plotselinge ommezwaai? Ja, zegt de projectleider van Clingendael, en dat komt zowel door het bezoek van Kohl als door de rede van Beatrix. De projectleider van Inter/View betwijfelt echter of er wel sprake is van iets anders dan verschillen in methode. Dat wordt trouwens onderstreept door het onderzoek van Telepanel (1994), waaruit onder meer zou blijken dat jongeren niet onvriendelijker over Duitsers denken dan de ouderen.
Inmiddels is Duitsland, mede als reactie op het Clingendaelrapport, voor Nederlandse scholen het meest geliefde land geworden om een samenwerkingsproject mee op te zetten. Uiteraard met subsidie. Ook heeft Den Haag een half miljoen voor een reeks gezamenlijke conferenties uitgetrokken. De opmerkelijke en onrustbarende resultaten van het Clingendaelonderzoek zijn dus vooral opmerkelijk en onrustbarend omdat ze zo goed uitkwamen voor een flink aantal belanghebbende organisaties, met in hun kielzog een deel van de sensatiebeluste media. Zo heeft Kurt Baschwitz het vast niet bedoeld toen hij in 1932 de derde editie van zijn boek over Massenwahn de ondertitel meegaf: 'Ursache und Heilung des Deutschenhasses’.