© Diana Ejaita

Terwijl ontheemde gezinnen in vluchtelingenkampen werden blootgesteld aan tbc, longontstekingen en een reeks andere ademhalingsziekten - die covid konden zijn maar niemand wist dat zeker omdat er geen tests beschikbaar waren - betekende de pandemie gouden tijden voor een heel andere groep mensen in het noorden van Mozambique. Met de dollars van internationale ontwikkelingspartners voor de uitgebuite en door conflicten geteisterde provincie Cabo Delgado, regelden provinciale bobo’s van de regeringspartij voor zichzelf verblijven in strandhotels, overvloedige catering, luxe artikelen en dansmuziek ‘ter bewustmaking van covid’.

Uit een lijst van uitgaven door de provincie, in handen van journalist Estacio Valoi, blijkt dat donorgeld voor covid-projecten rechtstreeks ging naar dergelijke ‘officiële evenementen’ voor de elite. Praktisch niets werd besteed aan covidtests of -behandelingen. Een aanzienlijk deel verdween wellicht ook in de zakken van plaatselijke bestuurders, bijvoorbeeld toen Hotel Sarima in de hoofdstad van Cabo Delgado, Pemba, 171.000 dollar zou krijgen voor slechts drie ‘covid-workshops’ die formeel vijfhonderd dollar per stuk kostten. Uiteindelijk kreeg het hotel ‘slechts’ twaalf procent van dat bedrag, 20.000 dollar, betaald. ‘De rest is nog bij de provincie’, aldus de hotelmanager, Anifa Gonzaque. Wat ‘bij de provincie’ betekent was een vraag die alleen kon worden beantwoord door provinciaal gezondheidsdirecteur Anastacia Lidimba, die het contract van Hotel Sarima had ondertekend. Maar zelfs nadat we deze vraag vier keer aan haar hadden voorgelegd via verschillende kanalen, waaronder haar persoonlijke Whatsapp en de provinciale perswoordvoerder, weigerde Anastacia Lidimba te antwoorden.

Er waren meer van dergelijke gevallen in Cabo Delgado. En in de rest van Mozambique, en in Mali, waar een voormalige minister, verantwoordelijk voor covid-fondsen, plotseling bleek te beschikken over massa’s geld voor een nieuwe verkiezingscampagne. Vervolgens weigerde hij commentaar te geven op een eventueel verband met gelijktijdige verdwijning van de fondsen. En in Zuid-Afrika, waar een bedrag van 800 miljoen dollar wordt onderzocht door een anti-corruptie-eenheid. Met betrekking tot andere overheidsuitgaven, los van de covid-middelen, worden Nigeria, Zambia, Zimbabwe, Oeganda en Liberia geplaagd door soortgelijke diefstal en verspilling van belastinggeld en hulpdollars.

Het ZAM Kleptocracy Project, dat gebaseerd is op tien onderzoeken in negen Afrikaanse landen, legt bloot hoe politieke elites hun eigen zakken vullen door hun eigen landen leeg te roven. Kleptocratische heersers maken gebruik van staatssystemen die ooit door koloniale regimes werden ingesteld, waarbij ze letterlijk de grondstofwinnings- en plunderpraktijken van hun kolonialistische voorgangers voortzetten.

Uit onderzoeken in Oeganda en Nigeria blijkt dat toppolitici en bureaucraten hun eigen burgers bestelen binnen structuren waar geld wordt weggesluisd: van ambtenarensalarissen tot betalingen voor openbare diensten zoals huwelijksakten. Andere vormen van zelfverrijking door kleptocratische elites variëren van het in eigen zak steken van covid- en ontwikkelingssubsidies tot buitenlandse leningen en van het verduisteren van diamantopbrengsten en budgetten voor sociale bijstand tot opgeblazen visum- en paspoortkosten die aan burgers worden doorberekend.

In Zambia ontdekten de journalisten Charles Mafa en John Mukela dat politici, topbureaucraten en partijbonzen profiteren van dure buitenlandse leningen voor landbouwprojecten, terwijl de terugbetaling en de rente op de leningen ten laste komen van arme boeren.

In Nigeria ontdekte onderzoeksredacteur Theophilus Abbah hoe contracten voor visa en paspoorten met internationale technologiebedrijven rijkdom creëren voor hen die de deals sluiten, terwijl de bevolking aan het kortste eind trekt. Zijn collega Taiwo Adebulu bracht een netwerk aan het licht in hetzelfde ministerie van Binnenlandse Zaken dat burgers afperst die trouwpapieren nodig hebben.

In Oeganda krijgen leraren volgens een onderzoek van John Masaba vaak niet eens salarisstrookjes, wat betekent dat wanneer deze salarissen door bureaucraten hogerop worden gestolen, zij geen mogelijkheid meer hebben om hun geld te traceren en te op te eisen. Liberiaanse burgers kijken op hun beurt toe hoe politici op sociale media pronken met hun landhuizen en superauto’s, terwijl, zoals Bettie Johnson Mbayo opmerkt, de lokale anti-corruptiecommissie verklaart dat zij eenvoudigweg geen manier heeft om de herkomst van deze bezittingen te achterhalen.

Een van de projecten, een transnationaal onderzoek dat zich concentreert op covid-hulpfondsen in Mozambique, Mali en Zuid-Afrika, onderstreept dat niet alleen individuen, maar hele systemen corrupt zijn. In het geval van het covid-onderzoek kan dit zelfs, zoals David Dembélé in Mali laat zien, een heel circus van spandoeken, posters en workshops omvatten, georganiseerd door de kleptocratische regering om donoren te laten denken dat het land de Covid-19 dreiging serieus neemt.

Ondertussen wordt het leeuwendeel van de hulp en van het belastinggeld dat de kleptocratieen voedt, gebruikt om de machthebbers te spekken en hun machtspositie te versterken. In de drie landen waarop het onderzoek naar de Covid 19-noodfondsen zich richtte, werd slechts een fractie besteed aan daadwerkelijke geneesmiddelen, behandelingsfaciliteiten en materiaal voor gezondheidswerkers, terwijl in Mozambique verscheidene miljoenen hulpgeld naar de aankoop van wapens ging. Ook in Mali verscherpte het regime zijn toezicht op gezondheidswerkers om te voorkomen dat kritische stemmen over ‘de doden onder de zandheuvels’ gehoord zouden worden. De onderzoeken doen tevens vragen rijzen over de ‘anti-corruptiemaatregelen’ die in het verleden in Afrikaanse landen zijn genomen.

Het lijkt erop dat talloze ‘goed bestuur’-commissies en -toespraken, zoals in Liberia, vooral blijven waar ze het licht zagen: op papier. In Oeganda lijken zelfs ministers terughoudend om actie te ondernemen om hun ambtenarencorps te zuiveren van corruptie. ‘Er zijn corrupte mensen in mijn departement’, zegt de Oegandese minister van Overheidsdienst. ‘Maar we proberen ze te trainen en te heroriënteren.’ In hetzelfde land, net als in Nigeria trouwens, blijken online-systemen - een digitale loon- en personeelsadministratie voor de overheid - alleen cosmetisch een oplossing zolang de gecorrumpeerde ambtenaren de computers blijven bedienen.

In alle landen waar de onderzoeken zich op richten worden jaar na jaar dergelijke auditverslagen gepubliceerd, meestal zonder dat er iets verandert of dat schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

© Diana Ejaita

De onderzoeken van het Kleptocracy Project lichten een tipje op van de sluier van de mechanismen en processen in Afrikaanse staatsapparaten die voortdurende corruptie mogelijk maken en reproduceren. Het schetst een beeld van systematische plundering dat zo verankerd is dat er niets verandert. Zelfs niet wanneer ‘rotte appels’ worden gearresteerd. In Zambia heeft het gerechtelijk apparaat onlangs twee ministers voor de rechter gebracht wegens corruptie. Beiden hadden ze onbeschaamd grote rijkdom vergaard; het was voor iedereen zichtbaar. Beiden zijn vrijuit gegaan, en één is zelfs nog steeds minister.

In Nigeria kon noch een parlementair onderzoek, noch een reeks rechtszaken een situatie ongedaan maken waarin geld van de belastingbetaler werd doorgesluisd naar internationale bedrijven waarin topambtenaren een belang hadden; dit gebeurt vandaag de dag nog steeds. Hoewel de frauduleuze bureaucraten in kwestie werden bekritiseerd en hun vervolging werd geëist door het parlement, gebeurde er niets. Zelfs de parasitaire ‘onopzegbare’ contracten, waarbij geld van burgers voor paspoorten in privézakken belandt, blijven tot op de dag van vandaag bestaan.

Dit alles gaat gepaard met een meedogenloze uitbuiting en achterstelling van eigen burgers, en met een even systematische onderdrukking van de klachten en bezwaren van deze burgers. In Oeganda zijn, volgens een verslag van een parlementaire commissie dat door journalist John Masaba boven water werd gehaald, corrupte bureaucraten zo machtig dat zij in staat zijn om leraren die klagen over salarisdiefstal dubbel te benadelen. In Nigeria worden verloofde paren die proberen hun huwelijk te regelen via de correcte online-afspraakprocedure, geconfronteerd met woede en repercussies, waarbij bureaucraten hun certificaten achterhouden totdat zij het smeergeld betalen.

Bij het ontleden en analyseren van corrupte en uitbuitende overheidsstructuren door de journalisten, komen verschillende categorieën aan het licht van wat zij ‘giftige partnerschappen’ noemen tussen kleptocratische regimes en hun mondiale ‘bondgenoten’. De eerste categorie is de toe-eigening en uitverkoop van natuurlijke hulpbronnen. Overheidsstructuren die in de eerste plaats door kolonisatoren zijn opgezet, zijn nu onder controle van regerende partijen of militairen.

Ten tweede is er de letterlijke uitverkoop van landen in schulden, waarbij de rekening door de burgers moet worden betaald, zoals in het voorbeeld in Zambia. Kleptocratieën nodigen ook geregeld criminele syndicaten uit om te infiltreren in alle niveaus van het systeem. Ze komen binnen door de grote mazen in het organisatorische net om in een rituele dans samen te spannen met de ambtenaren ‘binnen’. De journalisten halen voorbeelden aan die variëren van de diamanten in Zimbabwe tot de covid-steunsubsidies in Zuid-Afrika, waarover Nazlee Arbee berichtte.

De partners van de kleptocraten variëren van donoren tot technologiebedrijven en van regelrechte criminelen tot opkopers van diamanten, hout en andere natuurlijke hulpbronnen. Ze steunen de regimes in kwestie, maar dragen niet bij aan de ontwikkeling van een overheid die bijvoorbeeld goede gezondheidszorg aan zijn burgers kan leveren.

De vragen die het Kleptocracy Project opwerpt, gaan van het mogelijke falen van eerdere anti-corruptiemaatregelen tot de redenen waarom maatregelen op basis van evaluaties –het aftreden van ministers bijvoorbeeld - uitgesloten lijken, terwijl financiële controle beperkt blijft tot rapportage achteraf. Hoe functioneren deze staten en hoe kunnen zij, als zij al functioneren, worden omgevormd tot echte overheidsdiensten?

Wat is de feitelijke rol van internationale partners ten opzichte van de postkoloniale regimes in Afrika? Zijn geldstromen naar deze staten, in de vorm van leningen of hulp, nog steeds na te streven? Helpt hulp bij ontwikkeling of verankert het de status quo, zoals de Keniaanse activiste Nanjala Nyabola onlangs zei toen ze twitterde dat donaties van vaccins aan ‘Afrika’ een ‘actieve studie vormen van hoe hulp onderontwikkeling veroorzaakt’. En dat donaties het moeilijk maken om ‘druk uit te oefenen op onze regeringen om prioriteit te geven aan gezondheid’?

Nyabola’s observatie wordt ondersteund door de bevindingen van het project in Mozambique, waar politici best een feestje konden vieren met hulpgeld omdat, zoals een regeringswoordvoerder het uitdrukte, ‘onze partners toch wel voor onze gezondheidsbehoeften zorgen’, en in Zuid-Afrika, waar president Ramaphosa protesteerde tegen het ‘hamsteren van vaccins’ door het Westen, terwijl budgetten waarmee vorig jaar vaccins hadden kunnen worden gekocht waren verdwenen.

In de komende maanden zal ZAM de bovenstaande ontwikkelingen en meer nauwgezet volgen. Wat hebben de Kenianen die onlangs protesteerden tegen extra IMF-leningen aan hun ‘zakkenvullende’ leiders te zeggen over dit onderwerp? Hoe kunnen we solidariteit betuigen met Oegandese activisten, die gearresteerd worden met politievoertuigen die gefinancierd zijn met Nederlands ontwikkelingsgeld?

Het is niet allemaal kommer en kwel. Positief is dat de Afrikaanse onderzoeksjournalistiek in de lift zit en ook verschil lijkt te maken. Hoewel de autoriteiten in veel Afrikaanse landen gewoonlijk niet reageren op verzoeken tot wederhoor, beginnen de onophoudelijke ondervragingen tijdens dit project te leiden tot wat een reactie op afstand zou kunnen worden genoemd. Na Taiwo Adebulu’s vraag om commentaar kondigde een hoge ambtenaar van het Ministerie van Binnenlandse Zaken aan dat ‘elke ambtenaar van de federale huwelijksregisters die schuldig wordt bevonden aan corruptie zou worden gestraft’, terwijl in Zuid-Afrika het hoofd van de sociale welzijnsinstelling SASSA in een weekblad openlijk de uitdagingen in haar instantie beschreef nadat Nazlee Arbee dezelfde afdeling met vragen had bestookt. Dat is winst.

In Oeganda kondigde de parlementaire commissie voor onderwijs een onderzoek aan naar de verdwijning van ambtenarensalarissen én op handen zijnde arrestaties van dieven in het onderwijsdepartement. Hoewel soortgelijke maatregelen en onderzoeken keer op keer zijn aangekondigd, zonder tastbare resultaten, kunnen de nerveuze reacties op vragen van journalisten wijzen op een beginnend besef bij de machtigen in de respectieve landen dat de roep om verandering en verantwoordingsplicht hardnekkig zal zijn.

ZAM’s Kleptocracy Project II

De tien onderzoeken maken deel uit van ZAM’s Kleptocracy Project II. Tien onderzoeksjournalisten deden onderzoek in negen Afrikaanse landen (twee onderzoeken in Nigeria).

Charles Mafa: Zambia, John Masaba: Uganda, Andrew Mambondiyani: Zimbabwe, Fiacre Salabe: Central African Republic, Taiwo Adebulu: Nigeria, Bettie Kemah Johnson-Mbayo:Liberia, Theophilus Abbah: Nigeria, Nazlee Arbee: South Africa, David Dembele: Mali, Estacio Valoi: Mozambique.

De bijdragen van de journalisten werden begeleid en geredigeerd door het redactiecollege van ZAM: Ruona Meyer, Stephen Kafeero en Bram Posthumus, met een algemene redactie door ZAM’s redacteur onderzoeksjournalistiek Evelyn Groenink.

De afzonderlijke onderzoeken zullen in het Engels worden gepubliceerd op www.zammagazine.nl over een periode van acht weken, te beginnen op donderdag 24 juni, met de verduistering van Covid 19-steunfondsen in Mali, Mozambique en Zuid-Afrika. Lees hieronder alvast het onderzoek van Estacio Valoi naar de honderdduizenddollarworkshops in Mozambique.