De pocketkoran

‘ISLAM ZEGT: verslaving mag niet. Maar islam zegt ook: is en blijft jouw zoon. Jouw vlees en bloed. Zo moet u zeggen tegen Marokkaanse ouders en zij zullen luisteren naar u.’ Driss Kaamouchi trekt een zakdoek te voorschijn en wist het zweet van zijn voorhoofd. Het zaaltje met dertig merendeels autochtone toehoorders is krap en de zon schijnt fel naar binnen. Op een van de smalle hoge muren beeldt een zoemende projector een ingewikkeld schema af. Said Essatibi neemt het woord. ‘U als autochtone hulpverleners zou u beter kunnen verdiepen in Marokkaanse cultuur. In Marokko, moet u weten, is geen verslavingszorg. Er zijn ziekenhuizen en gekkenhuizen. Opvanghuis is voor Marokkanen zelfde als gekkenhuis.’

‘DAT WORDT DUS verplicht de koran lezen’, merkt een Heerlense hulpverlener schamper op. 'Geen doorkomen aan’, voegt een Nijmegenaar hem toe. 'In pocket is een goede samenvatting te verkrijgen, maar voor uw werk maakt dat geen zier. Als ik bij die Marokkaanse mensen over de vloer kom kan ik over Mohammed orakelen tot ik een ons weeg, ze blijven ontkennen dat die jong van ze verslaafd is.’ 'U kijkt te veel door Nederlandse bril’, zegt Essatibi. 'Voor Marokkanen is grote schande als zoon verslaafd raakt. Hele familie wordt erop aangekeken.’ Kaamouchi knikt. 'Marokkaanse ouders maken geen onderscheid tussen de vijf stadia van verslaving zoals u die kent. Als een kind rookt een sigaret per jaar, kind is verslaafd. Dat is de definitie van de meeste Marokkaanse ouders. Als mijn kind drinkt biertje, hij is verslaafd.’ 'Ja sorry hoor’, zegt de Heerlense hulpverlener. 'Maar da’s gewoon heel naïef van ze.’ 'Tussen hard en soft gaapt een wijde kloof, dat weet toch iedereen’, roept de Nijmegenaar vertwijfeld uit. Geïrriteerd gaat een Marokkaanse aanwezige in de baan van de projector staan. 'U eerst luisteren naar Driss en Said, dan vragen stellen.’ Het schema ligt vertekend op zijn gekreukte overhemd. Driss Kaamouchi werkt bij Jellinek Preventie Amsterdam. Said Essatibi is psycholoog bij het Instituut Verslavingszorg Oost-Nederland. In een van de vele zaaltjes van het luxueuze Driebergse conferentieoord de Reehorst zitten de twee de workshop 'Drugs is niet mijn kind’ voor. 'Waarom voor de workshop eigenlijk deze naam?’ vraagt Kamouchi om een eind te maken aan het verhitte geredekavel. 'Op een keer kwam bij mij in de praktijk een Marokkaanse vader. Hij zei: Driss, ik heb veel problemen met mijn zoon, Tahar. Tahar is 23 jaar en heeft zijn schoolbaan niet afgemaakt. Veel schuld, veel politie, veel justitie. Hij woont in Centraal Station en is verslaafd. Driss, ik weet niet wat doen, zei deze vader.’ Essatibi haalt een aanwijsstokje te voorschijn. 'Op de muur ziet u de casus Tahar schematisch weergegeven. Als u de casus Tahar snapt zult u duidelijk begrijpen hoe u als autochtone hulpverleners beter Marokkaanse cliënten bedient.’ 'Ho ho ho’, briesen de autochtonen in het zaaltje. 'Het is toch de bedoeling dat hier informatie wordt uitgewisseld? U doet net alsof de allochtone hulpverlener per definitie de oplossing heeft’, zegt een vrouw die afgevaardigd is door een verslavingsinstituut in het noorden des lands. 'Ik heb dingen meegemaakt waar u zich ook geen raad mee zou weten.’ BEHALVE 'Drugs is niet mijn kind’ worden in de Reehorst nog negen andere workshops gehouden. Ze zijn onderdeel van de conferentie 'Werken met Marokkaanse gezinnen: over opvoeding en hulpverlening’ die Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling, vandaag belegt. Mooie gedachte erachter is dat autochtone hulpverleners die zich in toenemende mate met een Marokkaanse clientèle geconfronteerd zien, ervaringen kunnen uitwisselen met allochtone hulpverleners. Ahmed Aboutaleb, de grote baas van Forum, is ook van de partij. Hij is meer dan tevreden. 'Gigantische opkomst’, zegt hij terwijl hij de foyer overziet waar allochtone en autochtone hulpverlening met een bord vol exotische spijzen bij elkaar aan tafel schuiven. 'Het is meer dan kostendekkend, allemaal hebben ze entreegeld betaald.’ Het is de eerste keer dat Forum een conferentie van deze omvang organiseert. Wat Ahmed Aboutaleb betreft gaat het zeker vaker gebeuren. 'Wij zijn een kennisinstituut. Kennis haal je uit de samenleving. Zo moet u de dag zien: bestaande kennis bij mensen die werken met die Marokkaanse gezinnen, dat die een kans krijgt om uitgesproken te worden.’ Een paar trappen en deuren verwijderd van 'Drugs is niet mijn kind’ is de workshop 'Marokkaanse meisjes en seksualiteit’ gaande. Een vertrouwensarts uit Eindhoven is het opgevallen dat de meisjes in haar praktijk van huis uit zo weinig uitgelegd hebben gekregen. 'Dat zal met het geloof te maken hebben. Maar in Nederland lijkt het met die bescherming erger te moeten zijn dan in Marokko. Kunnen jullie daar wat over vertellen?’ 'IN MAROKKO ZIJN minder gevaren vanwege je vrouwelijkheid dan in Nederland’, zegt Hafida Azouagh, maatschappelijk werkster bij een opvanghuis voor islamitische meisjes in Rotterdam, die net als haar mede-workshopleidster Souaad El Aidi, maatschappelijk werkster bij Humanitas in Rotterdam, gekleed gaat in een opvallend korte minirok. 'Hier kun je aangesproken worden’, zegt El Aidi. 'Je kunt in een café met jongens aan de babbel gaan. Marokkaanse ouders hebben om die reden geen enkel vertrouwen in de Nederlandse samenleving.’ 'Of in hun eigen ontluikende dochters’, zegt een Groningse Riagg-medewerkster. 'Nee, het is beslist de samenleving’, zegt een Marokkaans meisje met een hoofddoekje in de zaal. 'Je hoeft hier maar met je vingers te knippen of je ligt in bed met twintig jongens.’ De vertrouwensarts uit Eindhoven vraagt zich af of dat niet sterk overdreven is. 'Helemaal niet’, zegt het Marokkaanse meisje met de hoofddoek. 'Als ik tegen collega’s zeg dat ik geen seks voor het huwelijk wil, kijken ze me aan of ik gek ben.’ Een hulpverleenster uit Hoorn wil weten wat nou het verschil is tussen de angst van haar moeder toen zij voor het eerst uitging en de angst van een Marokkaanse moeder nu. De Riagg-vrouw uit Groningen voegt daaraan toe dat ze toch ook eerst getrouwd moest zijn alvorens ze zich naakt aan een man mocht geven. 'De seksuele revolutie moet binnen de Marokkaanse gemeenschap nog plaatsvinden’, zeggen Azouagh en El Aidi. 'Alsjeblieft niet’, zegt het meisje met de hoofddoek. De workshopleidsters: 'Zo heb jij leren denken: ik ben alleen maar maagdelijk en verder mag ik niets weten. Je schrikt je rot als je bloed in je lakens vindt.’ Het meisje kijkt of ze een spook ziet. 'Ik ben er trots op dat ik mijn maagdelijkheid nog bezit’, roept ze uit en verlaat aangeslagen de zaal. IN DE COULISSEN maakt Forum-baas Aboutaleb een tussentijdse evaluatie. 'Het zou mooi zijn als de deelnemers af en toe bereid waren buiten de vierkante centimeter te treden waarbinnen zij opereren. Zij zoeken alleen oplossingen voor hun eigen probleem. Dat is ook wel te begrijpen: ze hebben soms hele afstanden afgelegd om hier te kunnen komen. Maar in de inleiding vanochtend heb ik iedereen toch opgeroepen de discussie zoveel mogelijk naar een hoger abstractieniveau te tillen.’ Ondanks deze tegenslag twijfelt Aboutaleb totaal niet aan het nut van de conferentie. 'Het past binnen de bredere doelstelling van Forum, namelijk dat nieuwkomers zo snel mogelijk volwaardige burgers moeten kunnen worden.’ Aboutaleb schat in dat Forum om dat doel te verwezenlijken nog wel een kwart eeuw en heel veel meer van dit soort conferenties nodig heeft. Bij 'Drugs is niet mijn kind’ gaat Kaamouchi aan de hand van de casus Tahar in op de gevaren waaraan Marokkanen in Nederland blootstaan. 'Cannabis gebruiken is normaal in deze maatschappij. Alcohol helemaal. Beschikbaarheid van drugs is ontzettend groot. Dat Tahar naar drugs grijpt is ook schuld van Nederlandse samenleving.’ 'Dat vind ik sterk’, zegt de Limburger. 'Ge geeft d'n slijter d'n schuld van uwe drankzucht toch ook niet?’ Voor een deel worden de Marokkanen door hun eigen hasj-industrie al bevattelijk voor verslaving, zo is de stelling van de Nijmegenaar. 'Toch speelt mee’, zegt Kaamouchi. 'Ligt ook aan gedoogbeleid. En aan meester en school.’ BIJ 'MAROKKAANSE meisjes en seksualiteit’ zijn gordijnen voor de ramen geschoven. Er wordt een aflevering van het actualiteitenprogramma Lopende Zaken vertoond. Het gaat over vrij levende moslimmeisjes die het huis uitgetrapt zijn en met striemen op de rug aankloppen bij een opvanghuis. Na afloop richt Azouagh het woord tot de zaal. 'Dit bewijst maar weer eens hoe moeilijk de regels van de koran zich laten rijmen met de situatie hier. Wanneer moslimmeisjes vrijer leven, komt het al gauw tot een breuk met de familie. Veel moslimdochters lopen daarom weg.’ Maar net als bij 'Drugs is niet mijn kind’ is er volgens de workshopleidster een oplossing. Hoewel de maagdelijkheid verbroken is blijft het je dochter. Staat in de koran. Met die boodschap hebben de workshopleidsters al veel gebroken gezinnen kunnen verenigen. 'Dat vind ik knap’, zegt de Groningse van het Riagg. 'Bij mij zijn ze allemaal verstoten. Definitief.’ Een Marokkaanse hulpverleenster wijst de autochtone hulpverleners erop dat zij wegloopmoslima’s nooit onbegeleid naar huis terug mogen sturen omdat dan de kans op afranselingen levensgroot is. 'Nou, ik heb dat wel gedaan’, zegt de Groningse. 'Op zeker moment moet je de ouders toch bellen dat hun dochter terecht is?’ De Marokkaanse hulpverleenster vindt het stom, ja oliedom van haar. Aan het eind van de dag stromen alle workshoppers harmonieus samen. In de grote zaal is een toneeloptreden te zien. Onder regie van Adelheid Roosen.