De poëtica van deze tijd

De verheffingsgedachte van de oude socialisten was zo slecht nog niet. We leren ons volk lezen en schrijven, waardoor het emancipeert. En die emancipatie ontwikkelt beschaving.
In een schitterende brief uit 1875 aan uitgever Waltman vertelt Multatuli dat kunst weliswaar ‘beschavend’ werkt, maar 'welke les neemt men mee van 'n concert? Uit 'n muzeum?’ Douwes Dekker geeft een mooi antwoord: 'Opwekking van schoonheidsgevoel (of bevrediging van dat gevoel) is hoofdzaak. Men moet niet de menschen voorspreeken dat ze niet stelen, men moet trachten hen zó te stemmen dat ze ’t stelen verachtelyk vinden zouden, ook al werd het tegendeel gedoceerd.’ Aan het eind van die brief schrijft hij: 'Niet de ondeugd moet uitgeroeid worden, maar de grond waaruit ze ontspruit behoort te worden verbeterd.’
Moralisme heeft geen zin, maar je kunt niet zonder moraliteit. Zelfs als je het kwaad in pure vorm
toont (ik zie dat bijvoorbeeld in de film Funny Games van Michael Haneke), dan is de totale afwezigheid van moraliteit soms datgene waardoor je deze meesterlijke film wellicht 'te ver’ vindt gaan. Ik heb hem zo'n zes keer gezien, waarvan drie keer met vriendinnen die hardop hun afkeuring lieten blijken. Ik zei dan altijd: 'Tegen wie zeg je dat en wat keur je af? Wil je mij waarschuwen? Haneke? Mij voor Haneke? Die jongens die al die misdaden begaan? Dat nietsvermoedende gezin? Wat keur je luid af en wie moet dat horen?’
Ze spraken tegen zichzelf. Door hardop het gebrek aan moraal aan de kaak te stellen, konden ze bijna lijfelijk hun eigen moraal voelen.
'Ik vind dit naar. Ik wil dit niet zien.’
Wat zij verafschuwden, vond ik schitterend door Haneke in beeld gebracht.
Mij bevredigt Funny Games dus op een vreemde manier. Ik word geconfronteerd met een cynisch wereldbeeld dat elke vorm van idealisme totaal zinloos en zelfs gevaarlijk maakt; Haneke verbeeldt wat ik denk, zonder dat exact te formuleren.
Mijn vriendinnen werd hoop ontnomen. 'Naar.’
En daarom irriteert elke andere interpretatie.
Het is niet een film die het fascisme verheerlijkt, of inzichtelijk maakt - hij zegt iets over mijn stand van denken, die waarschijnlijk ook beïnvloed is door tijdgeest of mode.
Meer nog dan van film hou ik van de literatuur. Een mooie zin of een goed geschreven scène etst in mijn geest een bevredigender beeld dan scènes of dialogen in een film. Voor mij laat taal 'meer zien’. Dat is waarschijnlijk een opvoedingskwestie of iets genetisch.
Maar daarom raak ik steeds vaker teleurgesteld als ik merk dat ik geen aansluiting meer heb op de poëtica van deze tijd.
We leven in een tijd waarin we meer lezen dan ooit. Elk jaar zegt de voorzitter van de stichting CPNB dat er weer meer boeken verkocht zijn. Ook literatuur!
En al jaren denk ik: ik snap het niet. Want niemand leest meer Multatuli, Céline, Ter Braak, Du Perron, Shakespeare, Petrarca, Euripides, Sophocles - dat is voorbehouden aan een klein, elitair groepje. Rond de Nederlandse klassieken, en klassieken in het algemeen, is eigenlijk geen enkele cultuur.
We zijn wat dat betreft nog erg onbeschaafd. En misschien ben ik daarom wel van: 'Eigen cultuur eerst’. Ik voel zelf de wanhoop die uit zoiets spreekt, maar ik kan niet anders.
We willen nog steeds de literatuur en de film met een duidelijk uitgesproken boodschap. Lelijker gezegd: subtekst mag, als de boodschap, die erin moet zitten, dan maar wel in een ideologisch verantwoord, liefst christelijk perspectief valt.
Dat kunst zinloos is, kunnen we niet aan.
De Tachtigers en de mannen van de Nieuwe Gids hadden het destijds goed door. Ze omhelsden van de Franse auteurs in de Romantiek 'l'art pour l'art’.
Ze werden er snel om verketterd.