Interview: Gert-Jan Segers over verzoening, verharding en identiteitspolitiek

De polder als zegen

Secularisatie en sociale media zorgen voor minder vergevingsgezindheid, denkt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Dat maakt politici kwetsbaarder en banger om fouten te erkennen.

Gert-Jan Segers – ‘Zonder vergeving wordt de samenleving genadeloos’ © Julius Schrank / HH

Als ik aan Gert-Jan Segers, partijleider van de ChristenUnie, vraag wat vergeving is, zegt hij meteen: ‘Dat iets wat krom was, wordt rechtgezet.’ Hij heeft het dan over de vergeving door God. ‘Vergeving is allereerst iets tussen God en mij. Ik deug vaak nog minder dan ik zelf denk. Wat zijn mijn diepste motieven? Maar God is altijd genadiger dan ik denk.’ De zondagse kerkgang en het daar verkondigde evangelie, het noopt Segers naar eigen zeggen tot nadenken over zijn handelen. ‘Ik ervaar die zelfreflectie en de vergeving door God als een wekelijks cadeautje.’

Maar vergeving is ook, en waarschijnlijk voor de meesten vooral, iets tussen mensen onderling. Aanleiding om met Segers te praten over dit thema is zijn opstelling in het debat over de uitlatingen van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra. Toen Zijlstra nog niet in de politiek zat, zou hij – zo zei hij eens op een vvd-partijcongres – aanwezig zijn geweest in de datsja van de Russische president Poetin en deze daar hebben horen spreken over het Groot Rusland van vroeger. Poetin zou daar naar terug willen, waarschuwde Zijlstra. Toen bekend werd dat hij helemaal niet in die datsja was geweest, brak een storm los. Zijlstra trad af.

Segers vroeg tijdens het Kamerdebat ‘met enige mildheid over misstanden te spreken’. Hij hield zijn collega-politici de vraag voor of er ‘ruimte is voor een tweede kans’. Door af te treden vond Segers dat Zijlstra een scherp oordeel over zichzelf had geveld. ‘Dat respecteer en aanvaard ik, maar wel in het besef dat wij het vroeger of later allemaal van genade moeten hebben, omdat wij allemaal fouten maken.’

Vergeving tussen mensen onderling kan volgens Segers alleen ‘als het lelijke kwaad op tafel komt’. Een goed voorbeeld daarvan vindt hij nog steeds de in 1995 ingestelde Waarheids- en Verzoeningscommissie in Zuid-Afrika, na de periode van het apartheidsregime. ‘Ik herinner me dat een blanke politieagent voor de commissie verscheen. Hij vertelde hoe hij een zwarte vader en diens zoon had gemarteld, gedood en daarna verbrand. De vrouw en moeder van de twee vermoorde mannen zat in de zaal. Toen zij het woord kreeg, vroeg ze drie dingen. Ze wilde dat de agent de plaats aanwees waar haar man en zoon waren verbrand, zodat ze wat aarde van die plek kon meenemen en in haar dorp kon begraven. Verder wilde ze dat de agent een keer per week bij haar kwam eten, zodat ze hem liefde kon geven, liefde die hij volgens haar nodig had. Als laatste vroeg ze aan de rechter of ze de man mocht omhelzen. De agent viel ter plekke flauw toen hij dit hoorde. Op de tribune werd Amazing Grace gezongen.’

Volgens Segers had de agent niet expliciet om vergeving gevraagd. Maar hij kreeg die dus wel van de weduwe. ‘Vergeven kan je hart zacht maken. Als je niet vergeeft, word je bitter. Dan vergiftig je je eigen ziel.’

‘Alleen door de ander in de ogen te kijken, wordt die ander een mens’

Maar je kunt toch niet altijd maar van mensen vragen te vergeven, stel dat de ander geen spijt heeft, een volgende keer weer doet wat de ander zo’n pijn heeft gedaan? ‘Je kunt nooit onmiddellijk om vergeving vragen. Het wordt soms ook te snel van slachtoffers gevraagd. Ook in de kerk. Vergeven mag geen stoplap worden. Mensen moeten hun boosheid kunnen uiten, er moet ruimte zijn voor gerechtvaardigde woede. Als mensen die uiten, dan kan het zijn dat degene die de pijn heeft veroorzaakt, blijkt niet te hebben geweten welke pijn hij veroorzaakte.’

Als mensen dan nog geen vorm van spijt betuigen, moet je dan zo maar over je heen laten lopen? ‘Als de ander niet over de brug komt, dan sta je zelf voor de keus het toch los te laten. Om bitterheid te voorkomen.’ Segers geeft het voorbeeld van een kerkscheuring uit het verleden die tot diepe verdeeldheid leidde binnen families, ook binnen zijn eigen schoonfamilie. ‘Die kerkscheuring heeft veel verdriet aangedaan. Familieleden die niet meer met elkaar praatten of bij elkaar op bezoek gingen. Nu is er een proces van verzoening op gang gekomen. Er is een gezamenlijke dienst geweest waarin om vergeving werd gevraagd. Iedereen kon op een papier schrijven wat hem of haar had gekrenkt, wat die scheuring met hen en hun familie had gedaan. Ook de pijn van mensen die er al niet meer bij waren, kon worden opgeschreven. Die getuigenissen zijn in een kruik gedaan, verzegeld en zo bij God gebracht. Dat geeft vrijheid.’

Segers heeft de indruk dat de vergevingsgezindheid in de samenleving minder wordt. Hij ziet daarvoor twee oorzaken: ‘Er groeit een seculiere generatie op, zonder God en geloof, een generatie die daar redelijk tevreden mee is. Ze zijn niet opgegroeid met de protestantse traditie van vergeving die iets is tussen God en jou, of met de katholieke traditie dat je gaat biechten bij een priester. Ze ervaren niet hoezeer dat kan opluchten. Daarnaast is er de rol van de sociale media. We dachten aanvankelijk dat deze nieuwe vormen van communicatie zouden leiden tot meer verbinding. Maar we zien nu vooral de ruwheid en de rauwheid erdoor groter worden. De sociale media zijn plekken geworden van bitterheid in plaats van verzoening. Maar zonder vergeving wordt de samenleving genadeloos.’

Zo komt het gesprek weer bij Zijlstra. Segers vindt dat je aan de manier waarop hij is behandeld kunt zien dat de toegenomen genadeloosheid ook in de politiek voelbaar en zichtbaar is. ‘Zijlstra had een fout gemaakt, maar de sociale media waren genadeloos voor hem. Die werkten als een katalysator. Ik zag een totaal gebrek aan ruimte voor een tweede kans. Toen zijn naam afgelopen zomer werd genoemd voor een functie bij de Wereldbank stuitte hij op maatschappelijke én politieke onwil hem die kans te gunnen.’

Segers ziet daarbij een tegenreactie opkomen die hij evenmin goed vindt: ‘Toen Zijlstra zo onder vuur kwam te liggen zag je dat de vvd de zaak juist klein probeerde te maken. De vvd had het over jokken, niet over liegen. Onverzoenlijkheid van de ene kant leidt tot kleiner maken van fouten aan de andere kant. Terwijl wij politici een norm hebben hoog te houden. Maar door de genadeloosheid van de sociale media krijgen politici een gevoel van kwetsbaarheid en onveiligheid. Je kunt elke politicus ondersteboven houden en flink heen en weer schudden, er zal altijd wel iets uit zijn broekzakken vallen. Als er dan alleen een afrekening plaatsvindt en geen ruimte is voor vergeving zal de bereidheid een fout te erkennen afnemen.’

‘Het is aantrekkelijk je in te kapselen in één groep. Maar dat kan leiden tot vendetta’s’

Dat zag je ook in de bonnetjesaffaire rondom de toenmalige bewindslieden van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten en Fred Teeven. ‘Dat ging over een deal met een crimineel van twintig jaar geleden. Er kwamen toen steeds weer nieuwe feiten op tafel die eerst niet naar buiten mochten komen. Dan zeg ik: was meteen met het hele verhaal gekomen. Maar als gevolg van de genadeloosheid is de bereidheid daartoe er niet meer. Juist dat leidt tot verdoezelen en kleiner maken dan het is.’

Enigszins verontschuldigend wijst Segers erop dat zijn partijgenote, minister Carola Schouten van Landbouw, een bescheiden poging heeft gedaan de dynamiek van verdoezelen en kleiner maken te doorbreken. ‘Dat was bij de kalverfraude. Ze heeft toegegeven dat de communicatie over genomen maatregelen niet helemaal zorgvuldig was. En daarvoor haar excuses aangeboden. Ik heb de indruk dat ze daar niet slechter van is geworden.’

Zo komen we op het aanbieden van excuses voor daden van vorige generaties. En daarmee op identiteitspolitiek. Segers vindt dat een gevaar voor de samenleving: ‘Door de identiteitspolitiek van dit moment dreigt de huidskleur waarmee je wordt geboren en waaraan je niks kunt doen je te maken tot aanklager of slachtoffer. Moet ik vergeving vragen voor mijn huidskleur? Ik ben niet verantwoordelijk voor daden uit het verleden van mensen met dezelfde huidskleur. Dus niet voor het slavernijverleden in Nederland. Die bladzijde is omgeslagen. Wel heb ik me te verhouden tot het racisme in de huidige samenleving, tot het verdriet en de discriminatie die dat veroorzaakt bij zwarte mensen. Je kunt niet iedereen die blank is en van Sinterklaas houdt, aanklagen voor racisme. Maar andersom moeten wij gevoelig zijn voor de pijn die Zwarte Piet veroorzaakt bij mensen die zwart zijn.

Ook dit heeft met de sociale media te maken. Je zag hoe snel geld was opgehaald voor de Friese Jenny Douwes toen ze werd veroordeeld. Sociale media solidariseren, maar wel ieder in de eigen bubbel. Het leidt tot identiteitspolitiek, waarbij niemand de ander meer echt in de ogen kijkt. Maar alleen door de ander in de ogen te kijken, wordt die ander een mens. Dat is mijn oproep: zie ook de ander als een mens van vlees en bloed.

Door dat te doen, van beide kanten, zou de roetveegpiet een vrij gemakkelijke stap moeten zijn. Het zou het feest van Sinterklaas voor iedereen fijner maken. Maar de onverzoenlijkheid in beide uiterste kampen is groot. Ze vallen elkaar aan op hun diepste zijn. Het gaat om winnen. En dan dus ook om verliezen, het verliezen van dat diepste zijn. Daarmee staat alles op het spel. Het is heel aantrekkelijk om je in te kapselen in één groep, in één identiteit. Maar het kan leiden tot vendetta’s die eeuwen teruggaan. Het is levensgevaarlijk.’

In landen met een tweepartijenstelsel, zoals de Verenigde Staten, ziet Segers dat de identiteitspolitiek een grotere invloed heeft dan hier: ‘Wij zijn gezegend met de polder. Die dwingt ons tot discussie. Bij verkiezingen staat ons diepste zijn niet op het spel, want geen enkele partij krijgt in haar eentje 76 zetels, niemand kan alleen gaan regeren. Het dwingt ons om het eens te worden.’

Kan dat polderen er ook toe leiden dat Segers na afloop van deze kabinetsperiode terugkijkt en denkt: ik hoop dat ze me dat vergeven? ‘Tijdens de kabinetsformatie heeft Carola mij een keer gevraagd: kunnen we dat wel doen? Ze bedoelde de verantwoordelijkheid nemen voor beleid dat – net als voor de andere drie coalitiepartijen – niet helemaal het onze is, dat wissels omzet in levens van mensen, in organisaties, beleid dat gaat over oorlog, over migratie, over zo veel. Ik weet zeker dat we fouten maken. Ik heb voor mezelf één criterium: als we naar ons beste weten en kunnen de beste keuzes hebben proberen te maken, daarvoor argumenten hebben en hard werken, dan zullen we ook fouten maken, maar dan moeten we proberen onszelf te vergeven. Dat zal moeilijker zijn als we iets niet hebben gezien, omdat we bijvoorbeeld niet hard genoeg hebben gewerkt en gegraven. We moeten streng zijn naar onszelf, maar niet genadeloos.’

Privé zichzelf vergeven vindt Segers moeilijker. Hij komt eerst met een voorbeeld dat met zijn partijleiderschap te maken heeft: ‘Ik heb een keer over minister-president Mark Rutte gezegd dat het erop lijkt alsof hij de vijand van het gezin is. Daar was ik achteraf niet trots op. Dat heb ik hem ook verteld. Rutte gaat daar vrij makkelijk mee om. Jezelf vergeven wordt pas echt moeilijk als het privé is. Als ik bijvoorbeeld scherp uitval naar mijn dochters of als ik mijn vrouw met een opmerking pijn doe. Dat gaat veel dieper. Maar juist dan is jezelf vergeven en door de ander vergeven worden des te belangrijker.’