De polderwetten

KENNETH CLARKE was minister van Onderwijs toen Margareth Thatcher in november 1990 het veld moest ruimen. Zijn ambitie was om haar plaats in Downing Street 10 over te nemen. Op dat moment was zijn positie echter te zwak om een gooi te doen naar het partijleiderschap. Clarke steunde daarom de kandidatuur van Douglas Hurd. Gevraagd waarom een gewone jongen als hij partij koos voor de aristocratische minister van Buitenlandse Zaken, zei Clarke: ‘Jonge kandidaten stemmen voor een oude paus.’

In Nederland zal geen enkele politicus zo eerlijk zijn over zijn ambities en strategieën om die te verwezenlijken. In het NCRV-programma Het reces van 27 augustus ontkende Ad Melkert domweg dat hij tezijnertijd Kok wil opvolgen. ‘Dat is niet waar. Kok blijft nog heel lang zitten.’
Voor deze kopschuwheid geeft de Amerikaan Robert Greene in De 48 wetten van de macht, dat vorige week verscheen, een goede verklaring. Een leider moet zijn ware bedoelingen geheim houden (wet 3). Dat politici hun machtshonger niet etaleren en hun gewiekstheid willen verbloemen betekent natuurlijk niet dat er geen machtsspelletjes gespeeld worden. Greene vergelijkt de hedendaagse politiek met de zeventiende- en achttiende-eeuwse hofcultuur. Leugen en bedrog werden als onbeschaafd betiteld, maar tegelijkertijd kon een hoveling alleen door schrander manipuleren en veel gevlei bij de vorst zijn positie veilig stellen. Hij meent zelfs dat de manieren om macht te verwerven sinds die tijd niet wezenlijk zijn veranderd. Hij noemt zijn verzameling van 48 wetten van alle tijden. Hij licht zijn wetten toe met voorbeelden die uiteenlopen van Romeinse en Chinese veldheren tot politici als Kissinger, en van Sen no Rikyu, de beroemde meester van het Japanse theeritueel, tot de meesteroplichter Graaf Lustig. Greene formuleert zijn wetten als adviezen aan hedendaagse en toekomstige machthebbers.
GREENE TREEDT daarmee in de voetsporen van De vorst van Niccoló Machiavelli. Dat boek was ook een handleiding voor de macht. En net als de Florentijn beschrijft Greene niet hoe de machtigen zich zouden moeten maar hoe ze zich daadwerkelijk gedragen. Zo raadt Machiavelli zijn heerser aan om, als hij eenmaal de macht heeft, alle harde en onmenselijke maatregelen die hij nodig acht in één keer te nemen. 'Want onrechtvaardigheden moet men allemaal tegelijk begaan om te bereiken dat ze minder gevoeld worden. Weldaden moet men, om te maken dat ze meer gevoeld worden, een voor een bewijzen.’
De wetten van Greene zijn een spoedcursus machiavellisme. Geduld en leugenachtigheid zijn de belangrijkste deugden. Zijn ideale leider zegt altijd minder dan nodig is (wet 4), laat anderen het werk doen en strijkt zelf de eer op (wet 7), maakt mensen van zich afhankelijk en houdt dat zo (wet 11), doet zich voor als vriend en gaat te werk als een spion (wet 14), vermorzelt zijn vijand (wet 15), is onvoorspelbaar (wet 17), houdt zijn handen schoon (wet 26), plant alles tot de laatste stap (wet 29), zoekt voor iedereen de duimschroef die bij hem past (wet 33), weet tijdig van ophouden (wet 47) en is bovenal vormloos en ongrijpbaar (wet 48). Iedereen die denkt dat macht ook op een eerlijke manier verworven kan worden, is volgens Greene een bespottelijke naïeveling. 'Eerlijkheid is als een bot mes: je kunt je er lelijk aan bezeren, maar snijden kun je er niet mee.’
In De 48 wetten van de macht buitelen de prachtige historische voorbeelden over elkaar heen. Maar het is daardoor steeds ongeloofwaardiger dat zijn wetten universeel zijn, want Greenes wereld lijkt in niets op het saaie Haagse Binnenhof. Om wet 9 toe te lichten - 'Winnen doet u met daden, nooit met woorden’ - voert Greene een tegen Stalin fulminerende Chroesjtsjov ten tonele. Vanuit de anonimiteit van de tribune vroeg een bezoeker hem waarom hij al die jaren met die duivel Stalin had samengewerkt zonder zijn mond open te doen. De Russische leider brulde toen: 'Wie zei dat?’ Het bleef een paar seconden tergend stil. Waarop Chroesjtsjov weer het woord nam: 'Nu weten jullie waarom ik hem niet tegengehouden heb!’ Zulke perfecte staaltjes politiek theater ken ik niet uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis.
NATUURLIJK ZIJN niet alle wetten en voorbeelden onherkenbaar. Wet 5 luidt: 'Van uw reputatie hangt veel af: verdedig uw reputatie!’ Dat gaat ook te onzent op. Piet Grijs schreef al in 1988 dat de reputatie van Lubbers een zeepbel was. Journalisten en commentatoren wauwelen elkaar na. Heeft iemand eenmaal een goede naam dan zullen zelfs zijn blunders voor meesterlijke oplossingen doorgaan. Als Lubbers ging 'meedenken’ sidderden zijn collega’s bij voorbaat. Het debacle met Brinkman bewees later het gelijk van Grijs. Om briljant te worden gevonden hoef je niet briljant te zijn. Bolkestein heeft later een even onaantastbare reputatie opgebouwd.
Ook Schmelzer beheerste diverse wetten van Greene. Aan zijn biograaf Robbert Ammerlaan vertelde de KVP'er hoe hij zijn grote fractie verenigd hield. Als de conflicten hoog opliepen, inventariseerde hij zorgvuldig de uiteenlopende meningen en schreef vooraf met welke formule hij de troupe bijeen kon houden. In de fractievergadering liet hij vervolgens iedereen aan het woord totdat niemand meer geloofde in een goede afloop. Dan ondernam hij een laatste poging om het onverzoenlijke te verzoenen en las zijn vooraf bedachte oplossing voor, die dan prompt door iedereen in dank werd aanvaard. Greene vertelt dat de Russische tsaar Ivan de Verschrikkelijke dezelfde strategie toepaste. Als er te veel aan zijn positie werd getornd verliet hij Moskou en liet de anarchie zijn werk doen, totdat het volk hem smeekte om de orde te herstellen.
HET VERSCHIL TUSSEN Ivan de Verschrikkelijke en Schmelzer is wel dat de eerste met zijn tactiek probeerde om de absolute macht te verwerven. Schmelzer was bescheidener. Hij probeerde vooral de lieve vrede te bewaren. Hij wilde conflicten wegnemen. Dat verschil verklaart waarom zoveel wetten van Greene niet passen bij de Nederlandse politieke cultuur. Politiek is voor Greene een zero-sum game. De eigen macht gaat direct ten koste van de macht van een ander. Om macht te houden of te verwerven moeten concurrenten willens en wetens worden uitgeschakeld. Wet 15 luidt dan ook: 'Vermorzel uw vijand’. Bij Greene is politiek een survival of the fittest. Daarbij horen doortastende leiders die niet twijfelen en eerder het onmogelijke vragen dan op een compromis aansturen.
De vele voorbeelden van briljante oplichtingspraktijken passen in dit stramien. Als een slachtoffer van graaf Lustig tegensputterde, deed de oplichter er nog een schepje bovenop. In het begin van deze eeuw had hij een schroothandelaar wijs gemaakt dat de regering de Eiffeltoren ging neerhalen en hij hem mocht kopen. Vlak voor de deal gesloten werd, kreeg de schroothandelaar argwaan. Lustig veranderde direct van strategie. Hij liet doorschemeren dat de verkoop alleen doorging als de koper hem, de ambtenaar die over de transactie kon beslissen, smeergeld zou betalen. Dat trok de goedgelovige ijzerboer over de streep. Een corrupte ambtenaar moet wel een échte ambtenaar zijn.
Lustig, die natuurlijk helemaal geen graaf was, had na een geslaagde zwendel niks meer te maken met zijn slachtoffers. Hij sloeg zijn slag en verdween. In de Nederlandse coalitiepolitiek moet blijvend met de 'tegenstanders’ worden samengewerkt. De doortastendheid en gewiekstheid die Greene van zijn machiavellisten vraagt, zijn in dat geval eerder contraproductief. Het uit de weg gaan van conflicten, het depolitiseren van meningsverschillen en het voorkomen dat de tegenstander geïrriteerd raakt, levert betere resultaten op. Nederlandse leiders zijn daarom eerder bescheiden dan robuust.
DE NEDERLANDSE politieke cultuur sluit nog eerder aan bij De vorstin van Harriet Rubin, dat vorig jaar verscheen. De adviezen die Rubin geeft in deze Machiavelli voor vrouwen, zijn het tegenovergestelde van die van Greene. Wie de confrontatie aangaat heeft daar vooral zichzelf mee. Haar afschrikwekkende voorbeeld is Antigone. Zij kan koning Kreoon, die verbood haar broer te begraven, wel verslaan, maar alleen door ook zelf te sterven. Rubin meent ook dat de onverschrokkenheid en controledwang die Machiavelli bepleit, uiteindelijk voortkomen uit angst. Het is beter om bondgenootschappen te sluiten met concurrenten en om, waar wantrouwen en leugenachtigheid heersen, juist de waarheid te spreken.
Een van haar heldinnen is Magda, een Franse vrouw die in de oorlog weigerde haar deur op slot te doen en te zwijgen over haar joodse onderduikers. Het afsluiten van de voordeur zou betekenen dat ze de macht van de nazi’s zou erkennen. Uiteindelijk moeten vijanden niet overwonnen, maar gewonnen worden.
Rubins geloof in het vermijden van confrontaties past beter bij de Nederlandse politieke cultuur dan het recept van Greene. Zo vertelt Luns aan zijn biograaf Michel van der Plas dat het in onderhandelingen noodzakelijk is om de tegenstander de gelegenheid te geven om zonder gezichtsverlies een concessie te doen. Een overwinning kan beter met een rookgordijn dan met een klaroenstoot worden gevierd.
Toch zou een politicus met De vorstin in de hand in het poldermodel niet ver komen. Magda heeft met haar leermeesters Gandhi en Martin Luther King gemeen dat ze morele superioriteit uitstraalt. En niets roept meer irritatie op dan dat. Toen de loyalisten zich met hun verzet tegen de kruisraketten presenteerden als betere christenen, was hun politieke toekomst in het CDA definitief verkeken.
Met een strategisch gebruik van bescheidenheid komt een politicus in Nederland nog het verst. Van Agt wist optimaal te profiteren van zijn positie als underdog en buitenstaander. En in zijn Dagboek van de formatie van 1981 vertelt Terlouw hoe hij Den Uyl probeerde over te halen om onder Van Agt te dienen. 'Je moet denken aan de methode van het plotseling laten vieren van het touw waaraan je staat te trekken. Je tegenstander valt dan op z'n rug. Heb je overwogen om meteen bij het begin van de besprekingen te zeggen: “Dries, ik had gedacht dat jij maar premier moest worden. Jouw partij is groter dan de mijne.” Vervolgens stel je een serie eisen over programma en kabinetssamenstelling die hij in de schoonheid van het moment accepteert. Waarbij je dan ook nog de kans meeneemt dat zijn partij dat niet van hem pikt.’
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Greene deze strategie ook in zijn wetboek heeft opgenomen. Wet 22 luidt: 'Pas de overgavestrategie toe. Zet onmacht om in macht.’ Maar hoe deze wet zich verhoudt tot de andere agressieve adviezen, verzuimt Greene uit te leggen. Het zijn juist deze atypische wetten die passen in de Nederlandse politieke cultuur. De erkenning van de eigen zwakte is in feite de basis geweest van de Nederlandse pacificatiepolitiek tijdens de verzuiling. Omdat geen enkele partij in staat was om de andere zijn wil op te leggen, waren de partijen bereid in te schikken en de verschillen van mening te accepteren. Toen zowel Van Thijn als Hirsch Ballin door de IRT-affaire in het nauw werd gedreven, was in eerste instantie wederom niet een offensieve, maar een passieve strategie hun redding: 'Als jullie onze minister niet de laan uitsturen, zullen wij ook jullie minister steunen.’
Het erkennen van elkaars onmacht en het gedogen van verschillen van mening zijn in Nederland soms uitgegroeid tot een kunst op zichzelf. Belangrijk is daarbij om noemers te vinden die, juist door hun vaagheid, alle partijen kunnen bekoren. Hans Righart geeft daarvan in Het einde van Nederland? een mooi voorbeeld. Bij de herdenking van de vierhonderdste geboortedag van Willem van Oranje werd de prins herdacht als de grondlegger van de natie. Elke zuil gaf aan die titel echter een eigen invulling. De liberalen benadrukten de politieke vrijheid en de vrijheid van godsdienst. De protestanten zagen de prins als de drager van Gods wil in zijn strijd tegen het katholieke Spanje. Iets dat de katholieken juist verdoezelden door alleen de politieke idealen van de prins te herdenken.
Bij de lofzang op het poldermodel is sprake van een vergelijkbare vaagheid. Voor de liberalen bestaat het Hollandse model uit een effectieve herstructurering van de verzorgingsstaat, terwijl de socialisten het behoud van de overlegeconomie verheerlijken.
HET OM STRATEGISCHE redenen vermijden van conflicten draagt één groot gevaar in zich. Op een gegeven moment wordt de bedrieger bedrogen en weet niemand meer wat de verschillen van mening eigenlijk nog inhouden. In die situatie zijn we nu beland. De PvdA heeft bij de laatste formatie niet uit slimme berekening een offensieve strategie vermeden. Ze had domweg geen idee hoe ze de ruk naar links bij de verkiezingen kon uitbuiten. Ze had zó effectief conflicten vermeden dat ze niet meer beschikte over beleidsalternatieven voor de ideologie van marktwerking en lastenverlichting.
Maar misschien is dat te negatief geformuleerd. Robert Greene benadrukt dat een succesvolle politicus geduld moet hebben. Hij moet zorgen dat hij op de juiste plek zit als zijn politieke ideeën de wind in de rug krijgen. Helmut Kohl strompelde door zijn eerste jaren als kanselier heen, maar bevond zich daardoor wel in de juiste positie om de Duitse eenwording met grote voortvarendheid door te zetten. Misschien zullen we Kok of Melkert ooit nog roemen dat ze zolang hun ware linkse bedoelingen hebben verborgen om plots daadkrachtig toe te slaan. Ik geef toe, erg waarschijnlijk klinkt het niet, maar juist haar onvoorspelbaarheid kan de politiek zo aantrekkelijk maken. Siep Stuurman schreef ooit dat politiek niet de kunst van het haalbare is, maar bovenal de kunst om mogelijk te maken wat eerst onmogelijk leek. Daarvoor is lef nodig. Kennis van de 48 wetten van de macht kan daarbij helpen, juist omdat die wetten zo slecht aansluiten bij de Nederlandse politieke cultuur.