Hedgefondsen in de politiek

De politiek als eigendom

Vorige maand riepen ministers en centrale-bankpresidenten van de G7 op tot ‘waakzaamheid’ voor de invloed van hedgefondsen op de financiële markten. Het pikantste nieuws is echter dat hedgefondsen zich ook toenemend manifesteren in de politiek.

Het was een klein berichtje dat persbureau Reuters op woensdag 14 februari op het net zette. Maar het kan grote consequenties hebben voor het presidentschap van George Bush en voor de verkiezing van zijn opvolger in 2008. Volgens Reuters bleek uit de maandelijkse rapportage van de New Yorkse beurs dat Soros Fund Management, het belangrijkste beleggingsfonds van George Soros, eind vorig jaar 1,9 miljoen aandelen van bouwbedrijf Halliburton had gekocht. De waarde van het pakket bedroeg 62 miljoen dollar. Dat staat gelijk aan ongeveer zeven procent van Soros’ geschatte portefeuille van 8,5 miljard. Die schatting (van het zakenblad Forbes) berust overigens op drijfzand. Soros Fund Management is een zogenaamd hedgefonds en hoeft zijn vastgoed, portefeuille, leningen en inleggelden niet openbaar te maken. En George Soros heeft al eerder geopereerd met grote sommen geleend geld.

Als directeur van een hedgefonds mag hij dat doen. Een hedgefonds is een particulier beleggingsfonds waarin alleen zeer rijke individuen en rechtspersonen deelnemen en dat zowel op de beurs als daarbuiten kan opereren. Het streeft naar een hoog rendement door zijn investeringen op allerlei manieren in te dekken tegen verlies, bijvoorbeeld met behulp van bijzondere waardepapieren als opties en termijncontracten. Aan die hedging (‘indekking’) ontleent het zijn naam. De fondsdirecteur heeft meestal ook zelf geld in zijn fonds gestoken, al is dat vaak niet op persoonlijke titel.

Door geheimhouding, in combinatie met geleend geld en uitgekiende investeringen, kunnen hedgefondsen een grote hefboomwerking bereiken. Dat bewees Soros op ‘Zwarte Woensdag’ (16 september 1992) toen hij een succesvolle aanval deed op het overgewaardeerde Britse pond. Soros verkocht binnen enkele uren voor tien miljard dollar aan ponden. De Britse centrale bank zag zich gedwongen het pond terug te trekken uit het Europese wisselkoersmechanisme en het fors te devalueren. Het was een enorme gok van Soros, want hij bezat die miljarden ponden lang niet allemaal; hij ging short, wat wil zeggen dat hij ponden leende en verkocht voordat de koers daalde en ze daarna weer terugkocht tegen de lagere prijs. Zijn Quantum Fund (het hedgefonds dat de operatie voltrok) was op dat moment goed voor vijf miljard dollar. Indien de aanval was afgeslagen, was Soros mogelijk failliet geweest.

De in 1946 naar het Westen gevluchte Hongaarse zakenman en filantroop besteedde na de val van de Berlijnse Muur een groot deel van zijn persoonlijk vermogen aan de (weder)opbouw van democratische instellingen in het voormalige Oostblok. Na de verkiezing van George Bush tot president en de opkomst van de neoconservatieve beleidsmakers in Washington besloot hij in 2003 het zwaartepunt van zijn politieke activiteit te verleggen naar de Verenigde Staten. Hij steunde de presidentscampagne van John Kerry en financierde anti-Republikeinse actiegroepen en progressieve initiatieven voor verscherpte wapenwetgeving en liberalisering van drugs. Dat laatste kwam hem te staan op de beschuldiging (door de Republikeinse speaker van het Huis van Afgevaardigden, Dennis Hastert) dat hij zijn geld verdiende door te investeren in de Colombiaanse drugshandel.

In zijn essay The Bubble of American Supremacy uit 2003 omschrijft Soros de Amerikaanse suprematie in de wereld als een ‘zeepbel’, te vergelijken met een overspannen financiële markt: ‘Zeepbellen ontstaan niet spontaan, ze hebben een basis in de werkelijkheid – maar dan een werkelijkheid die is vervormd door een misvatting. Onder normale omstandigheden zijn misvattingen zelfcorrigerend, maar soms wordt een misvatting versterkt door een trend in de werkelijkheid en dan komt een boom-bust-proces op gang.’ Soros is een groot Popper-aanhanger, maar zijn aankoop van Halliburton-aandelen heeft waarschijnlijk minder met zuivere kennistheorie dan met keiharde machtspolitiek te maken.

De aankoop van aandelen Halliburton maakt waarschijnlijk deel uit van de strategie die Soros enkele jaren geleden reeds aankondigde: het tegengaan van wat hij de ‘agressieve veroveringspolitiek’ van Washington noemt. Het meest concrete gerucht rond Soros en Halliburton, het bouwbedrijf waar vice-president Richard Cheney zoals bekend president-directeur was, betreft dan ook de rol van Halliburton als pijler van het Amerikaanse Midden-Oosten-beleid. Nu het Congres de geldkraan voor de oorlog in Irak lijkt te gaan dichtdraaien, dreigt Halliburton miljoenencontracten voor de wederopbouw van Irak te verliezen. Het bedrijf zou nu op zoek zijn naar Saoedische financiers als alternatief voor het Pentagon en het Witte Huis. En de aankoop van Soros zou zijn bedoeld om daar een stokje voor te steken.

Hedgefondsen zijn de laatste jaren sterk in opmars. Hun invloed wordt gevoeld op alle beurzen en niet alleen in positieve zin: het gaat ook wel eens spectaculair mis. Vorig jaar september stortte het hedgefonds Amaranth Advisors in elkaar doordat het zes miljard dollar had uitstaan in verkeerde posities op de termijnmarkt voor aardgas. Van de ene op de andere dag stonden de particuliere en institutionele deelnemers met lege handen. Het pensioenfonds van de ambtenaren van de regio San Diego in Californië schoot er maar liefst 85 miljoen dollar bij in.

Langzaam maar zeker beginnen beursbesturen en politici in te zien dat hedgefondsen een steeds belangrijker en ook steeds onberekenbaarder factor in de lokale en nationale politiek zijn, of ze nu succesvol opereren en centrale banken onderuithalen of zelf onderuitgaan en andere beleggers met zich meeslepen.

Volgens een schatting van de in Chicago gevestigde commerciële databank Hedge Fund Research waren er medio vorig jaar ongeveer negenduizend hedgefondsen in de wereld. Die negenduizend bezaten voor een totaal van circa 1,2 biljoen dollar aan waardepapieren. Dat was negentien procent meer dan het jaar daarvoor en tweemaal zo veel als drie jaar eerder. Het aantal fondsen was sinds 2005 slechts gegroeid met tien procent.

Een andere databank verwacht dat het aantal hedgefondsen de komende jaren gelijk zal blijven en dat hun bezit met vijftien procent per jaar zal toenemen. De groei van hun aantal blijft dus achter bij hun totale waarde, hetgeen volgens sommige beursanalisten bewijst dat ze de beurs ‘opvreten’. Aangezien de mondiale aandelenkapitalisatie (de totaalwaarde van alle aandelen) 45 biljoen bedraagt, hebben ze nog een lange weg te gaan.

Niettemin riepen vorige maand de ministers van Financiën en de centrale-bankpresidenten van de G7 op tot ‘waakzaamheid’ en nader onderzoek van de invloed van hedgefondsen op de financiële markten. Het pikantste nieuws is echter dat hedgefondsen zich ook toenemend manifesteren in de politiek. Volgens sommige waarnemers zullen de fondsen onvermijdelijk met de politiek vergroeien. ‘Zullen de hedgefondsjongens tevreden zijn met hun kunstcollecties en hun huizen in Greenwich of gaan ze de volgende stap zetten?’ vroeg Byron Wien, beleggingsstrateeg bij het grote fonds Pequot Capital, onlangs retorisch. Het kon niet anders, meende hij, of ze zouden leren hun financiële macht in Washington te gebruiken en tegelijkertijd hun politieke connecties te gelde te maken op de beurs. ‘Zoals Hollywood ooit inbrak in de politiek, zo zal het ook gaan bij de hedgefondsen.’

Het is een recente ontwikkeling, maar ze gaat hard, zoals The New York Times onlangs schreef: ‘Hedgefondsen zijn in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een krachtige factor in de Amerikaanse politiek, zoals blijkt uit hun voorname aandeel in de presidentiële ambities van Hillary Clinton en Rudolph Giuliani. In het verkiezingsjaar 2006 schonken bestuurders van de dertig grootste hedgefondsen bij elkaar 2,8 miljoen dollar aan bijdragen aan politieke kandidaten of partijcomités, bijna tweemaal zo veel als in 2000.’

Het belang van een goedgevulde campagnekas is voor Amerikaanse presidentskandidaten nooit zo groot geweest als nu. ‘Goedgevuld’ betekent: vijftig tot zeventig miljoen dollar. Veel staten hebben vroege primaries aangekondigd (zodat de kandidaten nu reeds moeten beginnen met geld uitgeven) en de nominaties zijn wellicht al bekend in maart 2008. De winnende kandidaat moet dan nog acht maanden lang (tot aan verkiezingsdag) radio- en tv-advertenties, bijeenkomsten, kiezersonderzoek, adviezen en promotiemateriaal kunnen betalen.

Daarom komt slechts een handvol kandidaten in aanmerking, namelijk de geboren fundraisers. Voor de Republikeinen zijn dat senator John McCain, de voormalige burgemeester van New York Rudolph Giuliani en ex-gouverneur van Massachusetts Mitt Romney. Voor de Democraten: Hillary Clinton, senator Barack Obama, gouverneur van Nieuw-Mexico Bill Richardson en ex-senator John Edwards. Andere mogelijke kandidaten zijn al afgevallen vanwege (relatief) geldgebrek, wellicht met uitzondering van Al Gore, die in staat wordt geacht in korte tijd veel fondsen te vergaren.

Op het jongste Wereld Economisch Forum in Davos trommelde Soros de wereldpers op voor een lunch en verklaarde hij dat hij in de komende presidentsrace de veelbelovende Democratische senator Barack Obama steunt. Hij wedt echter niet op één paard, maar zal ook Hillary Rodham Clinton bijstaan als zij de Democratische nominatie krijgt. Omdat Soros het nationaal bestuur van de Democratische Partij incompetent vindt, heeft hij grote sommen geld gestoken in zogenoemde ‘527-groepen’, comités die niet onder de controle van de Federale Verkiezingscommissie vallen en die naar hartelust kandidaten financieel kunnen bijstaan. Hoe ver die invloed gaat is niet duidelijk, maar zijn bemoeienis heeft hem in The Washington Post al het verwijt opgeleverd dat hij ‘de Amerikaanse politiek privatiseert’.

Er gaat tegenwoordig meer hedgefondsgeld naar Democraten dan naar Republikeinen, maar het scheelt niet veel. Julian Robertson, oprichter van het op één na grootste hedgefonds ter wereld, Tiger Management, heeft meer dan zevenhonderdduizend dollar gestoken in de laatste drie Republikeinse presidentscampagnes. Rudolph Giuliani wordt gesteund door Paul Singer, oprichter van het conservatieve, op zeven miljard geschatte hedgefonds Elliott Associates.

Singer houdt geen toespraken, schrijft geen boeken en vertoont zich niet in het openbaar zoals Soros, maar geeft wel miljoenen aan Republikeinse actiegroepen en organisaties die het Amerikaanse leger ondersteunen en de goede banden met Israël bewaken. Er gaan geruchten dat zijn bedrijf hieraan indirect weer miljoenen verdient.

Soros sprak waarschijnlijk onbewust de waarheid toen hij aan het slot van de lunch in Davos zei dat er voor grote hedgefondsen tegenwoordig op de markt geen spannende dingen meer te beleven zijn, want ‘hedgefondsen zijn de markt’. De overtreffende trap die financiers van zijn formaat nog rest, is een investering in de nieuwe president van de Verenigde Staten.