De politiek deelt weer gouden handdrukken uit

Er is ruzie bij het CTSV, meldt Nova vrijdagavond. Het wat? Het CTSV. Welke kijker grijpt bij zo'n mededeling niet onmiddellijk naar zijn zapper? De weinigen die zijn blijven kijken, uit luiheid of omdat ze er iets vanaf weten, bijvoorbeeld dat CTSV staat voor College van Toezicht Sociale Verzekeringen, worden niet veel wijzer.

Een ondernemingsraadsvoorzitter komt uitleggen dat het personeel het vertrouwen in het bestuur heeft verloren, dat het bestuur de directie voor de voeten loopt en dat die directie bijgevolg ziek thuis zit. Verder blijkt dat de drie politici, mevrouw D. van Leeuwen (ex-voorzitter van de VVD) en de heren Van Rooijen (ex- kamerlid en ex-staatssecretaris voor het CDA) en Van Otterloo (ex-kamerlid voor de PvdA) wel een gigantisch salaris toucheren - mevrouw van Leeuwen drie ton plus auto met chauffeur en onkostenvergoeding, de beide heren 2,5 ton benevens dezelfde secundaire arbeidsvoorwaarden - maar niets van sociale zekerheid weten. De verantwoordelijke staatssecretaris, Linschoten, blijkt tot overmaat van ramp de drie bestuurders al benoemd te hebben voordat hij de Ser om advies had gevraagd en dat alles tegen de afspraak met de Kamer, hetgeen tot woede leidt bij kamerlid Schimmel van D66 die bovendien vindt dat het bestuur de zaak wel in twee dagen afkan.
De volgende dag blijkt dat het bestuur directeur Czyzewski op staande voet heeft ontslagen - waaruit inderdaad blijkt dat zij van sociale zekerheid niks weten, want zieken mag je niet ontslaan - heeft de ondernemingsraad inderdaad het vertrouwen opgezegd, baart de zaak Linschoten ‘veel zorgen’ en vindt Kok het allemaal 'onverkwikkelijk’. Waarna Linschoten professor Rood vraagt te bemiddelen. Waar gaat het allemaal over?
Het kernwoord in dit conflict is minachting. Minachting van de politiek voor uitvoeringsproblemen. Die minachting gaat terug op de parlementaire enquete naar de uitvoering van de sociale zekerheid. Daarin werd werkgevers en werknemers, die de uitvoeringsorganisatie bestuurden, verweten dat zij niets hadden terechtgebracht van het volumebeleid. Conclusie: het toezicht op de uitvoering moet in handen komen van de politiek. Deze eenzijdige afwenteling van de schuld op de uitvoering zette daar uiteraard kwaad bloed. Vervolgens mocht Linschoten dat politieke toezicht vormgeven. Hij had veel goed kunnen maken door de uitvoeringsorganisatie daarbij serieus te nemen. Dat deed hij niet. Om te beginnen 'vergat’ hij de Ser om advies te vragen. Vervolgens benoemde hij drie duidelijk partijgebonden politici die om een baan verlegen zaten en die nergens van wisten. Opnieuw een veeg teken voor de uitvoeringswereld, die nu terugslaat. De drie worden om het op z'n Amsterdams te zeggen 'gepiepeld’ door de heren uitvoerders. Want de sociale zekerheid is nog steeds een oerwoud waarin het gemakkelijk verdwalen is.
Het is zaak het vertrouwen tussen politiek en uitvoering te herstellen. Dat zal iets langer duren dan de drie weken die Rood nu gekregen heeft. Maar hij hoeft dan ook slechts het bestuur op prettige manier te lozen. Ik ben wel benieuwd naar de waarde van die handdruk.