De politiek depolitiseert het uitdragen van het regeringsbeleid is geen confectie meer, het is een kwestie van couture geworden

HET GAAT GOED met Nederland en dat is, zo bleek tijdens de Algemene Beschouwingen, desastreus voor het politieke debat. Noch het CDA noch de kleinere partijen van links en rechts hebben dit jaar schaduwbegrotingen gepresenteerd die een waarachtig alternatief vormen. De marges voor de politiek, in de tijd van Joop den Uyl al klein, zijn minuscuul geworden. Terwijl het ordelijke kamerlid een loep ter hand neemt om naar elk detail in ieder streekplan te kijken, worden de grote beslissingen elders genomen: in Europa, in de World Trade Organisation (WTO) of op een jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Ook omdat het sociale beleid grotendeels bij de gemeenten ligt, wordt het steeds stiller in het centrum van onze democratie. De ‘grote politiek’ doet alleen nog bij incidenten van zich spreken. In die stilte klinken holle vaten het hardst.
Over de verplaatsing van de politiek naar andere sectoren is al het een en ander geschreven. Men kan constateren dat het bedrijfsleven, de financiële wereld in het bijzonder, meer politieke impact heeft dan de beroepspolitiek. Wat George Soros in zijn eentje in Oost-Europa verspijkert, gaat het Nederlandse budget voor hulp aan dat gebied verre te boven. Ons land was de derde financier van de Verenigde Naties. Of dat na de gift van Ted Turner nog steeds het geval is, staat te bezien.
Verder worden er ook politieke keuzen gemaakt in onderzoekslaboratoria, in rechtszalen en op de kantoren van Greenpeace en Amnesty International. Juist omdat het niet duidelijk is waar de beslissingen met grote maatschappelijke implicaties worden genomen, spreekt de Duitse filosoof Ulrich Beck over een 'risicomaatschappij’.
Dergelijke noties ontbraken tijdens de Algemene Beschouwingen. De teksten van de fractievoorzitters bestonden uit een rondgang langs het beleid van de afzonderlijke departementen. Bij elk onderwerp brachten ze naar voren wat de fractiespecialist op dat beleidsterrein had aangeleverd, veelal zonder duidelijk te maken hoe die drie zinnen volgden uit het voorafgaande of vooruitblikten op de rest.
Dit fragmentarisme voert ons op het Binnenhof tot grote hoogte naar steeds ijlere luchtlagen. Werd er vroeger door de verschillende partijen een menu aangeprezen, tegenwoordig moet de kiezer zijn favoriete maaltijd à la carte bij elkaar plussen.
Niet de geïnteresseerde burger maar de consument van een bepaald type overheidszorg wordt bediend. Mijn specialisme in de fractie van D66 is de telecommunicatie. Daar heeft mijn fractievoorzitter opmerkelijke zinnen over uitgesproken die de belanghebbenden vast niet ontgaan zijn. Op die manier hebben al die zinnetjes wel een eigen betekenis. Alle sectoren, deskundigen en gesubsidieerde instellingen zijn bij de Algemene Beschouwingen over hun toekomst geïnformeerd. Ook de grote groep van mensen met geldproblemen weet ongeveer hoe zij er het komend jaar aan toe zijn. Kortom, het uitdragen van het regeringsbeleid is geen confectie meer, het is een kwestie van couture geworden.
HET VOORDEEL van de gedepolitiseerde politiek is dat de burger op zijn wenken bediend wordt. Dat neemt niet weg dat het debat best wat levendiger mag zijn dan het voordragen van boodschappenlijstjes. De Tweede Kamer begint steeds meer op een afwerkplek te lijken, van wetgeving wel te verstaan. Het initiëren van nieuw beleid en het uitzetten van een politieke koers behoort niet meer tot de core business van het parlementaire werk. Nu uit marktonderzoek blijkt dat de kiezer meer 'handen aan het bed’ en 'kleinere klassen voor zijn kinderen’ wil, krijgt hij dat ook en tuimelen de partijen over elkaar heen om dat overtuigend naar voren te brengen.
Het spel dat heden ten dage in de Tweede Kamer wordt gespeeld, gaat gewoon om de knikkers. De aandacht van politici heeft zich verlegd van de opiniepagina en de weekbladen naar de actualiteit. In het nieuws is het goed 'scoren’. De actualiteit biedt mogelijkheden een 'profiel’ op te bouwen, terwijl analyses of beschouwingen alleen worden gelezen door de groepen die het betreft.
Drie jaren kamerlidmaatschap hebben mij niet hoopvoller gemaakt over ons democratisch bestel. Waar de confrontatie van meningen zou moeten plaatsvinden, wordt informatie uitgewisseld. Die informatie gaat vaak over de procedure, de agenda en het benodigde geld en haast nooit over de ratio.
De omvang van de produktie - die werkelijk fenomenaal is - gaat de kwaliteit verre te boven. Politiek Den Haag zoekt zelden oplossingen bij een probleem, we zoeken argumenten om het beleid voort te zetten of te wijzigen. Het Beleid is het leidend beginsel, daarna komen pas op grote afstand de maatschappelijke problemen in zicht. Dit heeft niets met politieke kleur te maken, zoals Jan Marijnissen ons wil doen geloven, maar alles met bekende problemen, zoals de werkwijze van de Tweede Kamer, ons verouderde staatkundige bestel en het uit de gratie raken van politieke partijen.
DE VRAAG IS WEL hoe de inwoners van Nederland verwantschap met een politieke groepering kunnen voelen als alle partijen hetzelfde zeggen en de verschillende politici niet meer de moeite nemen een samenhangende lijn in hun betoog aan te brengen. We zien dan ook dat de belangstelling van de kiezer, burger, televisiekijker zich meer op incidenten richt dan op zoiets diffuus als de algemene politiek. De publieke emotie wordt uitgelokt door de moord op Meindert Tjoelker en de dood van prinses Diana, niet door de koudbloedige opsomming van beleidsvoornemens in de landelijke politiek.
Misschien is dat maar goed ook, want de betrokkenheid bij deze tragische gebeurtenissen krijgt door de aandacht van de media hyperbolische contouren. De collectieve rouw is doortrokken van spijt, vrees, verdriet en eenzaamheid. Eerder uitingen van onmacht dan een protest van weerbare burgers.
In België is een witte mars gehouden. In Italië gaan voor- en tegenstanders van Padania beurtelings de straat op. Dit soort betogingen voor of tegen de eenheid van Italië duidt niet op een levendig democratisch debat, maar op het gevaar van separatisme, intolerantie en geweld tegen vreemdelingen. In hoeverre het gebrek aan polarisatie tussen partijen een retorisch vacuüm schept waar stromingen met een minder genuanceerd programma vroeg of laat van zullen profiteren, is moeilijk te zeggen. Zeker is wel dat het schort aan connectivity tussen politiek en samenleving. Dat ligt voornamelijk aan de slecht articulerende politiek, maar ook een beetje aan de sentimentele samenleving.