…volgens CNV-voorzitter Doekle Terpstra

«De politiek is uit op de scalp van de vakbeweging»

Als de leden van het CNV niet de straat op gaan om tegen het kabinet te demonstreren, dan houdt het bestuur van de christelijke vakorganisatie het voor gezien. Voorzitter Terpstra: «Voor mij persoonlijk is het een enorme deceptie.»

Voor het eerst sinds 1937 worden loonstijgingen in cao’s niet meer algemeen verbindend verklaard. In zijn poging de lonen te matigen, wil CDA-minister van Sociale Zaken De Geus concurrentie op arbeidsvoorwaar den mogelijk maken en werkgevers die niet zijn aangesloten bij een werkgeversvereniging, niet langer verplichten de voor de hele bedrijfstak in cao’s afgesproken loonstijging te volgen. De Geus, oud-bestuurder van de christelijke vakvereniging CNV, zet hiermee de sociale partners op een zijspoor. «Een schok in de arbeidsverhoudingen», noemde arbeidseconoom Coen Teulings, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, het besluit. Maar volgens CDA-parlementariër Gerda Verburg, die voordat ze in de Tweede Kamer kwam ook op de loonlijst van het CNV stond, lag het kabinetsbesluit «in de lijn der verwachtingen».

Want, zo luiden de commentaren: de Nederlandse vakbeweging is geen schim meer van wat ze geweest is. Ondanks een hogere arbeidsparticipatie is het leden bestand gekrompen en vergrijsd. In de jaren tachtig poogde De Geus’ voorganger en partijgenoot Bert de Vries eveneens het algemeen verbindend verklaren van cao’s aan banden te leggen, maar de kamerfractie van het CDA durfde het toen nog niet aan de CNV-vrienden en de christelijk-sociale achterban te schofferen. Nu is dat anders. Er moet in Nederland langer en harder gewerkt worden, vindt het kabinet, terwijl de lonen niet verder mogen stijgen.

De vakbonden verwierpen het laatste voorstel van het kabinet en riepen, andermaal, op tot actie. Maar de «hete herfst» waar FNV-voorzitter Lodewijk de Waal al begin vorig jaar mee schermde, laat nog altijd op zich wachten.

CNV-voorzitter Doekle Terpstra roept nu ook op tot acties. Zijn leden hebben het laatste voorstel van het kabinet in een referendum afgewezen en moeten nu laten zien dat ze nog vertrouwen hebben in de leiding van de vakvereniging die de onderhandelingen heeft gevoerd. Terpstra: «Als onze leden geen consequentie verbinden aan het afstemmen van het eindvoorstel van het kabinet, dan staat de geloofwaardigheid van het bestuur op het spel. Wij mogen niet als dirigent voor de troepen uit lopen, terwijl het orkest rechtsaf gaat. Dan staan we in ons hemd.»

Het bestuur is dus weg als de leden niet in actie komen?

Doekle Terpstra: «Dat is hard gezegd, maar het klopt. Ik ben benieuwd wat er de komende weken gaat gebeuren. Zeggen de mensen, zoals bij Greenpeace: ik ben lid van de vakbeweging, maar als er actie gevoerd moet worden, dan ga jij die rubberboot maar in, of gaan ze die boten zelf bevolken?»

Dat ziet er dan niet zo best uit: leden lijken maar moeilijk tot actie te manen.

«De leiding van het CNV heeft de afgelopen jaren gebuffeld om het CNV weer in de frontlinie van de Nederlandse arbeidsverhoudingen te krijgen. Niet op basis van macht, maar op basis van inhoud. Creativiteit en innovatie, kortom modern, nieuw vakbondswerk. Dat is gelukt, maar ik ben bang dat het mislukken van het overleg op 18 mei het CNV terug in de tijd zet en dat we weer de oude klassieke vakbondsorganisatie worden die we niet meer willen zijn.»

Wat gaan we daarvan de komende tijd merken?

«Het was mijn persoonlijke ambitie om te vernieuwen: ik wil niet een stuurman aan de kant zijn, maar in het veld staan en een bijdrage leveren aan de verbetering van de sociaal-economische verhoudingen. Als het mij onmogelijk wordt gemaakt om zo’n profiel staande te houden, dan ga ik me als een strijdvaardige vakbondbestuurder manifesteren die alles op alles zet om zijn mensen gemobiliseerd te krijgen en duidelijk te maken dat dit beleid gewoon niet deugt. Ik kan mij heus op straat manifesteren. Ik doe dat niet met genoegen, maar wel met energie.»

Is het niet wrang dat juist voormalige CNV’ers de vakbond buitenspel zetten?

Doekle Terpstra: «Dat maakt het extra pijnlijk. Voor mij persoonlijk is het een enorme deceptie. Gerda Verburg zegt dat het besluit te maken heeft met de hoge looneisen van de vakbeweging. Ik heb gebeld en haar gecomplimenteerd met zoveel voorzienigheid. Want we weten namelijk nog niet eens of we wel met looneisen gaan komen. Toch weet zij op dit moment al dat wat we vragen op voorhand te hoog is. Al is het nul, dan nog is het te hoog. Mijn complimenten.»

Het kabinet ziet zijn kans schoon nu de vakbeweging zo zwak lijkt.

«Het CDA heeft in het parlement altijd aangegeven het algemeen verbindend verklaren van cao’s te beschouwen als de hoeksteen van de Nederlandse arbeidsverhoudingen omdat het stabiliteit waarborgt en rechtvaardigheid en vertrouwen in zich heeft. Zo kwam er geen cowboygedrag in de sector. Werknemers en werkgevers hebben dit altijd ondersteund. Maar als je nu de reactie van Gerda Verburg hoort, dan wordt er geen kritische noot meer gekraakt. Wat Verburg zegt is allemaal zo enorm suggestief. Het gaat niet meer om de feiten, maar om het creëren van een klimaat dat de vakbeweging niet deugt en niet meer van deze tijd is. Dat is een belachelijke veronderstelling.»

Het Nederlandse sociaal-economische klimaat transformeert volgens Terpstra in hoog tempo van het Rijnlandse overlegmodel, met minder hoge pieken en minder diepe dalen, naar een Angelsaksisch systeem, waarin de tegenstellingen veel scherper zijn. Terpstra: «De politiek van dit moment is uit op de scalp van de vakbeweging. Dat is thatcheriaans. Engeland heeft onder haar aanvoering de vakbeweging geëlimineerd en tot op de dag van vandaag moet daarvoor de prijs worden betaald. Men zegt dat we geen constructieve houding meer zouden hebben ten opzichte van het sociaal-economisch beleid. Eliminatie van het middenveld: vanuit het gedachtegoed van christen-democraten begrijp ik dat oprecht niet. Onder aanvoering van de minister-president hebben de christen-democraten altijd ingezet op de Rijnlandse verhoudingen. Nu zien we opeens Amerika en Engeland als groot voorbeeld. We volgen de lijn van Thatcher, met grote consequenties voor het maatschappelijk middenveld. Niet alleen voor de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, maar bijvoorbeeld ook bij de publieke omroep. Ik maak me werkelijk zorgen over de impact die zoiets heeft op de cohesie in onze samenleving.»

Maar wat kunt u er tegenover stellen?

«Niet zo verschrikkelijk veel. Wij moeten aan de politiek proberen duidelijk te maken dat veel mensen in het land het oneens zijn met politieke keuzes die worden gemaakt. Maar we moeten ook niet naïef zijn: een kwart miljoen mensen zal niet tot een politieke correctie in staat zijn. Dat is inderdaad een probleem. Maar desastreus voor de Nederlandse arbeidsverhoudingen is het wel.»

Dus een werkelijk pressiemiddel hebt u niet meer.

«Nee, dat is de tragiek van de Nederlandse vakbeweging. Wij kunnen onze boodschap niet op de klassieke manier in macht vertalen. Maar ik weet niet wat er de komende weken gaat gebeuren. Het beeld kan gaan kantelen.»

Heeft uw roep tot actie ook ten doel de vak beweging te redden?

«Ik ben niet defaitistisch. De vakbeweging bestaat al honderd jaar en heeft altijd de hete adem van de samenleving, de ondernemers en de politiek in de nek gevoeld. Maar zolang er mensen tussen de wal en het schip vallen, zal de vakbeweging blijven bestaan. Nogmaals: acties zijn er niet om tot fundamentele correctie van het beleid te komen. Ik zou dat graag willen, maar ik ben daar niet naïef in. Het gaat erom of wij nog in staat zijn ons te manifesteren. Manifestaties zijn noodzakelijk om te laten zien dat je er nog bent en dat dit beleid niet deugt.»