Buitenland

De politiek van nostalgie

‘Nostalgie is tegenwoordig het universele sleutelwoord geworden bij terugkijken’, opende het beroemde boek The Past Is a Foreign Country, van de Amerikaanse historicus David Lowenthal. ‘Het vult de populaire pers, dient als lokaas in reclame; geen term drukt beter de moderne malaise uit.’ Lowenthal schreef dat in 1985, maar toen hij in 2015 een herziene versie van zijn boek uitgaf, kon hij die openingszin gewoon laten staan. Nostalgie was intussen niet meer alleen de favoriete manier geworden voor terugkijken op het verleden, maar ook voor kijken naar de toekomst. Het was geen toeval dat Lowenthal zijn woorden schreef tijdens het presidentschap van Ronald Reagan. Die verpersoonlijking van nostalgie – een westernheld – was verkozen onder de slogan ‘Let’s Make America Great Again’. Daar hoefde de grootste nostalgieverkoper sinds Reagan vorig jaar alleen maar een woord aan te veranderen om een winnend banier te krijgen.

De campagnes van Reagan en Trump leken in wel meer opzichten op elkaar. Beiden werden verkozen als reactie op een president wiens ‘hoop’ voor de toekomst inhield dat de VS misschien een klein stukje uit de diepe put konden klimmen waar ze in verzeild waren geraakt. Reagans voorganger Carter worstelde met economische crisis en de naweeën van Vietnam en Watergate; Trumps voorganger Obama worstelde met economische crisis, Irak en Afghanistan, Black/All Lives Matter. Amerikanen stemden op iemand die zei: ik maak het weer zoals het vóór die problemen was. Zijn sleutelwoorden: again, bring back, get rid off. Een boodschap die vooral aansloeg bij mensen die het ‘vroeger’ beter hadden, met name laagopgeleide, witte, protestantse Amerikanen – terwijl veel vrouwen, zwarten, homoseksuelen en anderen bij ‘vroeger’ andere associaties hadden.

Ik had eerlijk gezegd nooit veel op met die analyse. Voor de verkiezingen vertelde ik maandenlang dat ik dacht dat evangelicals, nog altijd de belangrijkste kiezersgroep in de VS, verdeeld zouden blijven over Trump. Hij is immers de wandelende goddeloosheid, die opschepte over het ontlopen van een druiper en andere soa’s als ‘zijn persoonlijke Vietnam’, en dan waren er nog de andere leugens, zwendels en zonden. Evangelicals wisten dat heus wel. Op de radio debatteerden de dominees er dagelijks over. Toch maakten witte protestanten Trump president.

Terug naar Bill Clinton en George W., toen politiek nog ridderlijk was

Een mentaliteitsonderzoek van een religieus instituut biedt de sleutel om te begrijpen waarom. Driekwart van hen meent dat de cultuur en het leven in de VS ‘vooral ten slechte is veranderd’ sinds de jaren vijftig – het hoogste percentage van alle groepen. Trump mag dan een onwaarschijnlijk werktuig zijn voor Gods werk, hij wil wel de juiste richting in – naar een tijd waarin vrouwen en mannen werk doen waarvoor ze natuurlijk geschikt zijn, God heerst en ieder zijn plaats kent. In Trumps regering verpersoonlijkt niemand die nostalgie zoals Jefferson Beauregard Sessions III, de minister van Justitie die nog gewoon ‘boy’ gebruikt voor zwarte man maar dat niet racistisch bedoelt. Net als Trump zeventig jaar, jong in de jaren vijftig, en openlijk lijdend aan The Burden of the South, zoals een klassiek essay het noemde: de nostalgie naar een mythisch hoffelijk, ridderlijk verleden van vóór de Burgeroorlog. Daarom is Sessions ook zo belangrijk voor de signatuur van Trumps regering.

Nostalgie zal een centrale factor blijven in de politiek van de VS, maar ook in andere westerse landen, voorspellen verschillende commentaren. Ongetwijfeld ook in Nederland. Nostalgie naar de jaren vijftig komt veruit het meest voor bij babyboomers, toonde onderzoek in de VS aan, en zij maken in westerse landen een reuzendeel uit van het electoraat – in de VS bijvoorbeeld ruim een derde. Maar nostalgie – ‘thuiskompijn’ in het Grieks – is een gevaarlijk sentiment. Dat werd al gevonden toen het ruim driehonderd jaar geleden werd ontdekt, een ziekte te behandelen met bloedzuigers, braakmiddelen, ‘hypnotische emulsies’ en opium. Om het te voorkomen werd Zwitserse soldaten verboden Alpendeuntjes te fluiten en dreigde een Russische generaal in 1733 zijn op Duitsland marcherende soldaten levend te begraven als ze symptomen vertoonden – en hij deed het toen dat niet hielp. In de negentiende eeuw werd onbehandelde nostalgie levensbedreigend geacht, en werd het vooral ontdekt bij mensen met zwakke of geen opleiding, met ‘sterke en sombere passies’, ‘mislukte ambities’ en ‘liefde’.

Anno 2017 blijft nostalgie ook als politieke ideologie gevaarlijk. Trump en anderen kunnen het vage, mythische verleden natuurlijk nooit herstellen en roepen waarschijnlijk hun eigen nostalgie op. Terug naar Bill Clinton en George W., toen politiek nog hoffelijk en ridderlijk was.