Film

De politiek van seksuele begeerte

FILM Belle de jour

De oude meester wist het opeens zelf niet meer: welke scènes in zijn film Belle de jour (1967) zijn echt en welke gedroomd? Neem die waarin Séverine (Catherine Deneuve) naar een landhuis wordt ontboden waar de heer haar verzoekt de rol van zijn dode dochter te spelen, dat wil zeggen: in een kist te liggen terwijl hij buiten beeld de een of andere seksuele daad verricht. Een fantasie van Séverine? Dat is inderdaad een gangbare interpretatie, maar, stelt Buñuel, het is niet zo eenduidig. ‘Vinden jullie dat het op een rêverie lijkt? Mij maakt dat niet uit hoor, ik maak een film en laat hem daarna los. Ik vind het best als jullie de film anders zien dan ik hem gemaakt heb. Ik wil zelfs erkennen dat jullie visie beter is.’



Aldus Luis Buñuel in een interview dat twee Mexicaanse schrijvers, Tomás Pérez Turrent en José de la Colina, hem tussen 1975 en 1977 afnamen. De gesprekken zijn gebundeld in Buñuel por Buñuel, dat in het najaar van 2008 in een Nederlandse vertaling zal verschijnen. In het laatste nummer van het filmblad Skrien is alvast een fragment afgedrukt. Hieruit blijkt dat het om unieke gesprekken gaat waarin Buñuel opvallend eerlijk over het creatieve proces praat. En waarin de vraag aan de orde komt of de kunstenaar ooit werkelijk door heeft wat hij precies heeft gecreëerd. En: kunnen de betekennissen van zijn kunstwerk met het verlopen van de tijd verschuiven?

Het is boeiend te zien dat Séverine eigenlijk net zo goed een archetype uit een moderne pornofilm kan zijn: een rijke, verveelde huisvrouw ontdekt de geneugten van vrije seks. De beroemde openingsscène, waarin twee lakeien Séverine in bijzijn van haar man met een zweep aftuigen en daarna verkrachten, compleet met close-up van het verrukte gezicht van het ‘slachtoffer’, is qua stijl pornografie pur sang – en daardoor na al die jaren nog even subversief als destijds.

Maar Belle de jour is veel meer dan porno. Cinematografisch is het werk nog altijd een meesterlijk spel met verschillende werkelijkheids- en tijdsdimensies. Zonder veel opsmuk laat Buñuel de vertelling tussen echt en onecht en tussen heden en verleden bewegen. Wat surrealistisch is, lijkt normaal. En andersom. Veel scènes zijn inderdaad tijdsbeelden, volgens het paradigma van Gilles Deleuze, waardoor het onduidelijk blijft of iets zich in het hoofd van een personage afspeelt, of in het echt. De virtuele landschappen van het werk zijn fascinerend, complex en volledig naturalistisch. Wat dat betreft kun je het Buñuel niet kwalijk nemen dat hij het zelf niet meer weet. Sterker, dat maakt Belle de jour alleen maar mysterieuzer. En net als bij moderne cineasten als David Lynch rijst de vraag: als de maker het zelf niet meer weet, hoe kunnen wij ooit de betekenis van het werk ontrafelen? Wie bepaalt de betekenis?

Het is bijna een whodunit, een geweldig spel met verborgen motieven. Waar gaat Belle de jour over? Seksuele begeerte. De politiek van seksuele begeerte. De perversiteit van de wijze waarop de bourgeoisie begeerte onderdrukt. En: het loslaten van de werkelijkheid, zodat tijd, herinnering en dromen door elkaar heen lopen. Over deze dingen gaat Belle de jour. Séverine komt uit een wereld waarin begeerte smakeloos en schandaleus is, zeker voor een vrouw. Daarom is zij een gevangene van haar klasse en haar geslacht. En fantaseert ze des te vuriger over bondage en geweld. Het werk is anno 2007 onverminderd relevant. Want: een huisvrouw die een hoer wordt – en hierin bevrijding vindt.

Luis Buñuel heeft een verpletterend mooi antwoord paraat als de schrijvers hem vragen naar het dubbelzinnige einde, waarin Séverines echtgenoot sterft, of niet sterft. Hoe moet het nu verder met haar, willen ze weten. Gaat ze terug naar het bordeel? Buñuel: ‘Wie weet. Dat is aan haar.’

Vanaf 6 september brengt het Filmmuseum te Amsterdam nieuwe kopieën van Belle de jour in roulatie