De politieke eenheidsworsten van het cpb

Afgelopen week maakte het Centraal Planbureau de doorrekeningen bekend van de verkiezingsprogramma’s van de vijf grootste politieke partijen. Het CPB berekende wat de programma’s opleveren voor de werkgelegenheid, het financieringstekort, de koopkracht. Na bekendwording van de cijfers verklaarden alle partijen om het hardst dat zij er volgens de berekeningen het beste uit komen.

De partijen hebben er veel voor over om goed uit de CPB-berekeningen te komen, ze passen er desnoods hun partijprogramma’s voor aan. Zo beloofde de VVD in haar verkiezingsprogramma niet te bezuinigen op defensie, maar werd er toch een half miljard aan bezuinigingen ingeboekt toen bleek dat het CPB-plaatje anders niet rond kwam. In het verkiezingsprogramma van de PvdA staat dat een procent van het nationaal inkomen naar ontwikkelingssamenwerking moet, maar in de CPB-berekeningen werd toch maar uitgegaan van 0,8 procent. En alle partijen behalve GroenLinks maakten hun begroting sluitend door een fors bezuinigingsbedrag in te boeken op de Nederlandse ‘contributie’ voor de EU, terwijl ze die contributie helemaal niet kunnen beãnvloeden.
Het beeld van koehandel wordt nog versterkt door de onderhandelingen die de afgelopen maanden achter de schermen plaatsvonden tussen de politieke partijen en medewerkers van het CPB. De partijen weten steeds beter hoe de economische modellen van het Centraal Planbureau werken. Het CPB doet daar ook niet geheimzinnig over, het stuurt zelfs van tevoren een boekje rond met de gehanteerde modellen. Met behulp van dat boekje valt bijvoorbeeld precies te berekenen hoeveel werkgelegenheid het oplevert als je de lasten met x-miljard verlaagt. Lastenverlichting is volgens de CPB-modellen uitermate gunstig voor de werkgelegenheid, terwijl het volgens diezelfde modellen helemaal niet zo erg is om het financieringstekort te laten oplopen. Met name GroenLinks en PvdA hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt. Ook zeer gunstig voor de werkgelegenheid is - weer volgens de modellen - het vergroten van het verschil tussen uitkering en loon.
Het domste wat partijen kunnen doen is maatregelen opnemen die wel geld kosten, maar waarvan de effecten niet via het CPB-model te meten zijn. Kinderopvang bijvoorbeeld, of scholing voor werklozen, of zorgverlof. Weggegooid geld. Tenzij je als partij voor elkaar krijgt dat het CPB z'n modellen aanpast. Vier jaar geleden ging het CPB er nog van uit dat alle mannen vijf dagen willen werken. Dankzij de lobby van GroenLinks is het model aangepast. Zo is het waarschijnlijk aan de lobby ter rechterzijde te danken dat inkomensnivellering sinds kort minder gunstig uitpakt voor de werkgelegenheid dan vroeger.
In theorie zou de CPB-doorrekening het politieke debat kunnen stimuleren. Even gaat het immers niet over de vraag wie straks minister-president wordt, maar over inkomens, werkgelegenheid, investeringen, milieu. In de praktijk vergroot de CPB-exercitie echter de politieke eenheidsworst, omdat alle partijen zich onderwerpen aan dezelfde economische premissen en zich daar ook aan aanpassen. Vaak gaat het om economische aannamen die haaks staan op hun eigen visie. Bovendien worden de programma’s versimpeld tot ÇÇn cijfer: de werkgelegenheid. Het CPB berekende dat alledrie de paarse partijen zorgen voor honderdduizend extra banen. Dat er achter dat cijfer een heel verschillend beleid schuilgaat, doet er dan niet meer toe.
Een Franse econoom berekende onlangs hoeveel banen er in Frankrijk bij komen als je de arbeidstijd met tien procent verkort, met behoud van loon. Hij deed dat met twee verschillende modellen, die allebei gebruikt worden door Franse planbureaus. Met het ene model kwam hij uit op 860.000 banen, met het andere op 1,8 miljoen banen. Zolang er in Nederland maar ÇÇn planbureau is, met slechts ÇÇn model, moesten partijen maar het lef hebben zich daar niet langer aan te onderwerpen.