Binnen of buiten de VVD?

De politieke toekomst van Hirsi Ali

De terugkeer van Ayaan Hirsi Ali in de politiek staat vast. Kan ze haar werk voortzetten mét steun binnen de VVD? Partijleider Van Aartsen spreekt.

Ayaan Hirsi Ali is al ruim drie weken onbereikbaar. Binnen de kring van intimi heeft niemand sinds zaterdag 6 november, de dag waarop zij afscheid nam van haar vriend Theo van Gogh, nog iets van haar vernomen. Maar sinds vorige week is ze per telefoon weer in gesprek met VVD-fractievoorzitter Jozias van Aartsen. Deze week zullen zij spreken over haar terugkeer.

Jozias van Aartsen: «In het gesprek waren we daar nog niet aan toegekomen. Ze was optimistisch. Zo kennen we haar ook. Als ze haar vak wil uitoefenen, dan kan dat. Er is geen enkele belemmering om dat te doen.»

Toch staat de VVD sinds de moord op Van Gogh voor een duivels dilemma: als Hirsi Ali terugkeert, kan ze dan vrijuit werken en is het, theoretisch, mogelijk dat ze Submission II maakt? Of zal ze worden gedwongen beter op haar woorden te letten en te kiezen voor een andere stijl?

Van Aartsen: «Een andere manier van politiek bedrijven is juist helemaal niet aan de orde. In de gesprekken die wij zullen voeren, hangt het er uiteraard vanaf wat zij zélf wil. Nogmaals: wat ze tot nu heeft gedaan, deed ze als lid van de VVD. Daar zal helemaal niks aan veranderen. Het is eerder zo dat dit geluid luider en duidelijker moet gaan klinken, vooral ook vanuit de moslimgemeenschap. Niet slechts een paar mensen moeten zich kritisch durven uitspreken, maar veel mensen en breder gedragen. Haar terugkeer is onvoorwaardelijk. Als ze buiten het parlement haar boodschap wil brengen, zoals ze deed met de film Submission, dan kan dat. Misschien moet ze kiezen voor een andere kunstvorm, ik noem maar wat: ballet.»

Desgevraagd blijkt niemand in de VVD het opportuun te vinden kritiek op haar te leveren. Maar het is wel al langer duidelijk dat ze binnen het parlement en een deel van haar partij niet populair is. «Ze heeft een grote mond, maar is slecht in het binnenhalen van resultaten», is een geluid in Den Haag. Wel wordt algemeen erkend dat zij het thema van vrouwenonderdrukking binnen de islam breed op de agenda heeft gezet. Ook bestaat er waardering voor de moed waarmee ze haar boodschap uitdraagt. Bij alle grote partijen, inclusief de PvdA en GroenLinks, leefde dit thema tot 9/11 nauwelijks. Eerder is er kritiek op haar stijl: ze haalt effectiviteit, beïnvloeding en schokeffecten door elkaar. Ze schiet haar doel voorbij, port het vuurtje op en polariseert. Sommigen menen dat ze wordt misbruikt voor andermans agenda’s: zij gaat op ramkoers en haalt de hete kastanjes uit het vuur. Anderen profiteren daarvan of schuiven hun eigen agenda’s eronder. «Hirsi Ali zou slechter binnen de VVD liggen dan Geert Wilders ooit lag», wordt sub rosa gezegd.

Volgens Van Aartsen is dat «absoluut niet het geval»: «Ik heb nooit kritiek op haar optreden vernomen. Dat lag anders in de PvdA die haar niet kon houden. Overigens hoor je daar weinig van. Als je ziet hoe die partij nu omgaat met de motie over godslastering, zie je dat de PvdA nog steeds moeite heeft zich helder uit te drukken. Als je kijkt hoe ze hebben gereageerd op de brief van de moordenaar waarin onversneden antisemitisme staat geformuleerd, en de haat die wordt geuit jegens Cohen en Aboutaleb, dan vind ik het onbegrijpelijk dat ze zich daar niet harder tegen uitspreken.»

Door de radiostilte rond Hirsi Ali wordt sinds vorige week in toenemende mate gespeculeerd over haar positie en de reden van haar afwezigheid. Ook is verontwaardiging geuit over de lauwe steunbetuiging vanuit de politiek voor een volksvertegenwoordiger die vanwege haar boodschap met de dood wordt bedreigd en sinds 2 november niet meer in staat is haar functie binnen het parlement uit te oefenen. Zo maakten schrijver Leon de Winter en rechtsfilosoof Afshin Ellian zich tijdens een uitzending van Netwerk vrijdag ernstig zorgen over hun vriendin en vroegen zij zich af of zij zo zwaar wordt beveiligd om haar monddood te maken. Ze was afwezig bij belangrijke kamerdebatten over háár onderwerp, integratie en bestrijding van moslimfundamentalisme, en over de moord op Van Gogh. Wordt ze soms bewust weggehouden, want de bedreigde Wilders kan wel in de Kamer verschijnen? Vice-premier Zalm en premier Balkenende zeiden dat het «haar eigen keuze is om weg te blijven» en dat dat «gerespecteerd moet worden». Ze begrepen het verwijt jegens de overheid niet.

Jozias van Aartsen: «Ik snap die bezorgdheid vreselijk goed, en ik heb contact gehad met haar vrienden. Ik zeg het nog een keer: ze is niet door iemand bewerkt, ook niet door minister Donner, om zich terug te trekken. Wij voelen ons voor de volle honderd procent door Donner gesteund. Hij staat ondubbelzinnig achter haar. Hoe moet ik het nu nog een keer zeggen? We gaan rustig met haar praten over hoe we verder gaan. Het is een moeilijke tijd, iedereen moet zijn verstand erbij proberen te houden en niet eindeloos heen en weer gaan speculeren.»

De enige die het antwoord weet, is uiteraard Hirsi Ali zelf. Het haar vragen kan niet, maar met al dat gespeculeer schiet niemand iets op, vindt zowel publicist Paul Scheffer als Opzij-hoofdredactrice Cisca Dresselhuys. Beiden zijn in de afgelopen jaren nauw betrokken geweest bij haar stormachtige carrière, eerst als medewerkster van de Wiardi Beckman Stichting en als publicist (maandblad Opzij vormde haar eerste podium) en sinds begin 2003 als kamerlid voor de VVD. Beiden kennen haar als iemand die nooit zomaar opgeeft en denken dat ze dat nu ook niet zal doen. Ze menen dat ze terugkeert op haar plek en de lijn zal voortzetten zoals ze die de afgelopen tijd heeft gevolgd. Niemand kan zich voorstellen dat ze gas zal terugnemen. Hirsi Ali gunt het radicale moslims die haar dood wensen niet dat zij daarmee een overwinning zouden boeken, zeggen ze.

Paul Scheffer heeft wel moeite met de stilte van Hirsi Ali zelf.

Paul Scheffer: «Het heeft me verbaasd dat ze niks van zich heeft laten horen. Dat heeft helaas speculaties gevoed.» Hij denkt niet aan de voor de hand liggende oorzaak dat ze is ingestort na de moord. «Zo’n indruk kreeg ik niet toen ik haar op zaterdag vóór de crematie van Van Gogh sprak. Maar je weet het natuurlijk nooit.»

Uit de enige reactie van Hirsi Ali op de moord, verwoord in haar brief op 3 november in NRC Handelsblad, laat ze duidelijk zien hoe ze zich voelt. Daaruit blijkt dat, naast grote woede («ik weet dat de dader niet alleen is»), verdriet en verwarring de overhand hebben. Ook zegt ze zich schuldig te voelen dat zij naar Van Gogh is gegaan met het script voor Submission I en dat hij daarom gedood is. «Rationeel weet ik dat de dader schuldig is aan zijn dood. Gevoelsmatig is dat verwarrend.» Ze schreef: «Ik was bereid heel ver te gaan om mensen wakker te schudden.» Haar brief getuigde ook van zelfkritiek: «Ik voel me schuldig dat ik misbruik heb gemaakt van Theo’s gebrek aan angst, want ik wist dat wie aan de heilige geschriften komt, meer gevaar loopt dan wie alleen columns schrijft.»

Volgens Cisca Dresselhuys kan het niet anders dan dat ze aangeslagen is. «Als een vriend wordt vermoord, met bovendien de boodschap op diens lichaam dat het eigenlijk voor jóu is bedoeld, dan is ieder normaal mens rijp voor een traumabehandeling. Daarom vind ik het een vreemde discussie onder haar vrienden dat ze nu heel snel zou moeten terugkomen. Bij al dat gespeculeer wordt het menselijke drama overgeslagen. Je moet je niet iemand toe-eigenen. Het zijn trouwens allemaal mannen die hun zegje doen. Laat haar eerst eens bijkomen van alles wat haar is overkomen.» Ze weet zeker dat ze terugkeert.

Cisca Dresselhuys: «Ze is heel sterk en strijdbaar. Een gedreven vrouw, die ondanks de hoge prijs die ze betaalt hier voet aan de grond heeft gekregen. Ze vlucht echt niet voor de derde keer in haar leven. Ze komt uit een totaal andere wereld dan wij Nederlanders die vanaf 1945 in rust en vrede hebben geleefd. Haar eigen vader is een dissidente politicus.»

Scheffer: «Ze werd al lang bedreigd. Al eerder heeft ze na de nodige commotie om haar uitspraken het wat rustiger aan gedaan, dus dat zal ze nu wel weer doen. Maar de kern laat ze niet los.»

Dresselhuys: «Ik denk dat ze haar termijn in de Kamer afmaakt en dan voor het grotere politieke toneel, zoals de Verenigde Naties, zal kiezen. Maar dat is mijn privé-opvatting. Haar strijd tegen de vrouwenonderdrukking binnen de islam is grensoverschrijdend. Ik denk overigens wel dat ze op dit moment, vanuit het besef ‹ik leef nog›, nadenkt over het effect van haar strategie. Maar veranderen is voor haar moeilijk, want ze is van nature meer een activiste dan een politica: het breekijzer zetten in misstanden, confronteren en op scherp zetten. Dankzij voortrekkers komen anderen in hun kielzog een stapje verder. Hirsi Ali treedt wat betreft methodiek en retoriek in de voetsporen van de Britse suffragettes uit de negentiende eeuw. Tijdens gesprekken met moslimmeisjes hoor ik dat ze vinden dat Hirsi Ali erg hard van stapel loopt, maar ze staan vaak wel achter haar boodschap. Alleen durven ze het niet openlijk toe te geven.»

Door Hirsi Ali’s manier van politiek bedrijven is ze ook binnen de partij altijd omgeven geweest door grote meningsverschillen.

Paul Scheffer: «De vraag is wat de verwachtingen waren toen ze werd binnengehaald. Je kunt je voorstellen dat is gedacht dat ze zou socialiseren en zou leren zich te schikken naar de fractiediscipline. Maar ze heeft een sterke ruggengraat en is niet uit op een politieke carrière binnen de partij. Het is niet helemaal haar wereld: de Hollandse politieke consensuscultuur, het aankaarten van een thema via schikken en plooien en steun zoeken binnen de fractie. Ze kijkt er met grote ogen naar. Wat haar motiveert is de kwestie van de grensoverschrijdende radicalisering van de islam en de vrouwenonderdrukking. Ze heeft haast en kijkt over de grens.»

Volgens Scheffer roept ze, behalve bij grote delen binnen de moslimwereld, ook veel weerstand op bij collega’s omdat ze niet past in de pacificatiedemocratie. De wijze waarop zij urgentie voor haar standpunten opeist, is ongewoon in de Nederlandse politiek.

Scheffer: «Als het gaat om hoe we het fundamentalisme binnen de moslimgemeenschap moeten aanpakken, staan we voor de uitdaging of we deels afscheid moeten nemen van het oude model. Ben je met onze geijkte middelen opgewassen tegen moslimradicalisme dat de rechtsstaat afwijst? Tegelijk is er een sociaal probleem, en dat is wél op te lossen met de middelen die we hebben vanuit onze democratische traditie, zoals onderwijs. Daar zijn we altijd goed in geweest, en dat moet zo blijven. Dit dilemma is hét grote conflict in de politiek geworden na Fortuyn. Hirsi Ali speelt daarin een belangrijke rol. Naast al die andere moslimvrouwen in de politiek, zoals Azough en Arib, is de stem van Hirsi Ali daarbij ook hard nodig. De VVD zal dat moeten blijven inzien als ze terugkeert.»

Vrijdag zal Opzij een advertentie plaatsen in de landelijke dagbladen om Hirsi Ali te feliciteren met de jaarlijkse Harriët Freezer-ring die zij krijgt wegens haar verdiensten voor de emancipatie van moslimvrouwen. De uitreiking is uitgesteld.

Cisca Dresselhuys: «Voor het eerst in 27 jaar is iemand om veiligheidsredenen niet in staat om in levenden lijve de prijs in ontvangst te nemen. Dat is dramatisch.»